De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

6 minuten leestijd

John Bunyan

Zijn leven en zijn geschriften. (34)
Toen Christen devalleider schaduwe des doods dóór was, en het licht, na bang gevaar, was opgegaan, kwam hij bij een kleinen heuvel, die daar opgeworpen was met de bedoeling, aan reizigers een uitzicht te verschaffen over het deel van den weg, dat zij nog hadden af te leggen. Christen besteeg den heuvel en het eerste wat hij zag, was de gestalte van Getrouwe, die óók op dezen Sionsweg wandelde.
Hier moeten we weer eens onze volle aandacht aan het verhaal schenken, want in dezen tweeden pelgrim naar de Godsstad teekent Bunyan ons óók een Christen, een echten Christen, die naar Sion reist, maar 't is een heel andere figuur dan Christen zelf (Bunyan) was, met heel andere ervaringen des levens. En die twee ontmoeten elkaar nu.
Dat maakt het stuk, dat in de Christenreize aan dezen persoon gewijd wordt, wiens naam Getrouwe is, zoo belangrijk. Zeker! er is maar één deur om in te gaan en dat is Christus (Joh. 10 vers 9); die van elders inklimt is een dief en moordenaar; maar dat neemt niet weg, dat de Heere, naar Zijn vrijmachtig welbehagen, onderscheidene wegen houdt met degenen, die Hij als Zijn kinderen komt zoeken en aannemen en thuis brengen. Velerlei wegen leiden naar de Poort en verschillende reizigers worden langs verschillende paden geleid. Dat is een waarheid, die we wel mogen onthouden!
Na de diepe, bittere, moeilijke ervaringen die Christen doorgemaakt heeft met Apollyon en in de Vallei der Schaduwe des Doods, komt de figuur van Getrouwe.
Christen is dus niet alléén op den weg! We denken wel eens, dat we alleen zijn, maar dan blijkt het ook weer, dat de God van Elia nog leeft, die zegt, dat Hij er nog 7000 heeft overgehouden, die hun knie voor Baal niet hebben gebogen en Astarte niet hebben gekust. De Heere weet wie de Zijnen zijn en: Hij bewaart altijd het volle getal (zeven, het heiligheidsgetal, en duizend, het volheidsgetal), tot roem van Zijn genade, liefde en trouw.
Tot elkanders bemoediging en om verder samen te reizen, ontmoeten deze personen elkander, maar o! wat verschillende naturen, wat verschillende wegen, wat onderscheidene ervaringen! Wat de een gehad heeft, heeft de ander niet ervaren, en wat de tweede heeft doorgemaakt, daarvan weet de eerste weer niet!
En daarom moeten ze ook eerst aan elkander wennen; ze willen eerst elkaar voorbij loopen, maar dan vinden ze toch elkaar en dan gaat Getrouwe zoo innig mooi, zoo oprecht en vroom van zijn wegen verhalen, waarlangs de Heere hem geleid heeft en zijn 't dan weer héél andere dingen dan Christen heeft doorgemaakt, dat verhindert niet, dat ze met elkander reizen naar hetzelfde Vaderland!
O! hoe dikwijls begrijpen we elkaar niet, vertrouwen we elkaar niet; en dan wel, omdat een ander weer anders is dan wij zijn! Is dat geen egoïsme, hoogmoed, kwaaddenkendheid, dat we een ander als niets achten? Is dat geen zonde tegenover God en onzen naaste, dat we elkander voorbij loopen? 
Daarom wordt er ook zoo weinig gezongen, bij de menigerlei genade Gods, welke de Heere aan Zijn kinderen bewijst, en bij de onderscheidene gaven en talenten, welke de Heere aan de Zijnen uitdeelt: 
Zoete banden die mij binden
Aan des Heeren lieve volk.
Wis, zij zijn mijn hartevrinden,
Hunne taal mijns harten tolk.
't Zijn de kind'ren van mijn Vader,
En van 't zelfde huisgezin;
Wij bestaan malkand'ren nader
Dan de band van aardsche min.
Alleen zij, die nederig van geest de menigerlei genade Gods bekennen en een ander uitnemender weten te achten dan zichzelf, zullen zingen dat lied der liefde; maar eigengerechtigen, hoogmoedigen van geest kunnen de wijs niet houden, zwijgen stil en loopen weg.
„Ziet hoe lief zij elkander hebben" is een helaas! zeldzame vrucht des Geestes. Getrouwe is b.v. niet geweest in het paleis Liefelijkheid en heeft niet genoten in het huis van Uitlegger. Wel is hij uit de Stad Verderf uitgegaan, evenals Christen, zelfs in den middellijken weg is hij door het woord en het voorbeeld van Christen tot nadenken gekomen en tot God bekeerd, om getrokken uit de duisternis de reis naar Sion te beginnen. Maar van een andere natuur zijnde dan Christen, leidt God hem langs andere wegen en ervaart hij gansch andere dingen op den weg naar de eeuwigheid. 
In den Poel Moedeloosheid was Getrouwe niet terecht gekomen, omdat hij met zijn beide voeten over de steenen, zijnde Gods beloften, mocht loopen. Hij mocht leven bij de toezeggingen des Heeren, die in Christus ja zijn en waarop de ziel in geloove amen zegt. De twee Leeuwen hadden hem niets gedaan, ze sliepen, en op klaar lichten dag mocht hij zijn reis vervolgen. Vrees kende Getrouwe niet. 
Maar nu waren er andere dingen, waar­van Getrouwe, met zijn standvastige natuur, weer veel last had gehad, welke dingen Christen (Bunyan) weer niet zoo gekend had en dat was de zonde, wellust en dat was de oude Adam, waarbij Mozes, de man van de wet, hem geslagen had, toen een Man, met doorboorde handen, hem barmhartig had opgevangen, geholpen en getroost, om geloovig nu te mogen verder reizen. 
Ook van valsche Schaamte had Getrouwe veel last gehad. Gansch verschillende figuren dus. En het is buitengewoon belangrijk te zien, hoe die twee reizigers naar de eeuwigheid elkander ontmoeten en met elkander bespreken, wat zij op den weg hadden ervaren en doorgemaakt. 
Als Christen uit het donkere dal van de schaduwe des Doods uitgegaan is en op een heuvel nu staat om alles te overzien, ook wat nu vóór hem ligt, dan ziet hij Getrouwe. „Aanstonds riep Christen hem toe: „Hei! hei! wacht even, ik ga met u mede; laat ons samen wandelen". Maar Getrouwe, die hem wel hoorde en naar hem omkeek, antwoordde: „Neen, wachten kan ik niet, want de bloedwreker jaagt mij na, mijn leven staat op 't spel". 
Streng en vastberaden, dus was Getrouwe en Christen was door het antwoord wel wat ontstemd. Met alle macht begon hij nu te loopen, met de bedoeling Getrouwe in te halen, en hij liep zóó hard, dat hij hem zelfs voorbij schoof, waarbij een glimlach van trotsche zelfvoldaanheid over Christen's gelaat streek. Maar nauwelijks was hij hem vóórgekomen, of hij struikelde — omdat hij niet goed vóór zich uit gekeken had — en hij kon niet eerder opstaan dan nadat Getrouwe hem de behulpzame hand gebo­den had. De ietwat stijve en onhandelbare Getrouwe en de ietwat kort aangebonden, trotsche Christen, gaven elkander nu de hand — en broederlijk wandelden ze samen verder!
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's