INGEZONDEN
Aan de Redactie van „De Waarheidsvriend".
Geachte Redactie,
Mag ondergeteekende naar aanleiding van het stukje: „Dat is niet de weg", voor onderstaand schrijven een bescheiden plaatsje in „De Waarheidsvriend"? Over het eerste gedeelte wil hij zwijgen. Het gaat dus over het „bijgevoegde". Dat deel acht hij in flagranten strijd met Gods Woord. En dat toch mag in „De Waarheidsvriend" niet worden geduld. Heeft de schrijver wel terdege overdacht wat hij schreef en wat hij van anderen eischt of tenminste als hun plicht beschouwt? Denk u b.v. eens even de positie van een voorlezer (tevens voorzanger!) in. Daar komt een „vrijzinnig" predikant, die „zijn Jezus" (niet de Christus der Schriften!) verkondigt. Hij laat verschillende Gezangversjes zingen, toepasselijk op „zijn predikatie"! Wat kan men verwachten van den inhoud en van de keuze dier versjes! Betrouwt gij, o schrijver van het bewuste stuk, die keuze toe aan een Godloochenaar? (Want een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. 1 Joh. 2 vers 23). Mag nu een voorzanger zijn stem, die zijn God toebehoort, in dienst stellen van een Godloochenaar, om alzoo liederen in strijd met Gods Woord aan te heffen? Zou dat een loflied kunnen zijn, om op te zenden tot Gods troon, om Zijn grooten Naam te verheerlijken? Denk u eens goed in, wat u van ondergeteekende eischt. Als Godsdienstonderwijzer zou hij 's morgens den Christus der Schriften prediken als den Eenigen Naam onder den hemel gegeven, door welken wij moeten zalig worden, en 's namiddags zou het zijn plicht zijn als voorzanger zich in te spannen om de schare in melodische klanken te steunen of aan te zetten, deze leer te bestrijden!
In „De Waarheidsvriend" van 20 Juli 1928 wordt gehandeld over het onderwerp: „Waarom de Bondspredikanten geen Gezangen laten zingen", een beschouwing, waarmee ondergeteekende van harte instemt. Maar als dan een Bondspredikant er zelfs niet toe komen kan om die Gezangen, die niet in strijd zijn met Gods Woord, te laten aanheffen, kan zoo iemand het dan als plicht der voorzangers achten, dat zij verzen, die wel in strijd zijn met Gods Woord, gaan zingen en anderen helpen en aanmoedigen hetzelfde te doen? En wat heeft zooiets eigenlijk te maken met de oplossing van het kerkelijk vraagstuk? Is dat verband niet wat gezocht? Verwart de schrijver ook niet burgerlijke beleefdheid met de weigering om in te stemmen met een valsche leer? Durft de schrijver zijn inzicht te handhaven? Dan beschuldigt hij o.a. ook Johannes, den apostel der liefde, van onbeschoftheid, want deze schrijft in 2 Joh. 9—11: „Een iegelijk, die overtreedt en niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet; die in de leer van Christus blijft, deze heeft beiden, den Vader en den Zoon. Indien iemand tot ulieden komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en zegt tot hem niet: Wees gegroet. Want die tot hem zegt: Wees gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn booze werken. En indien de „uitverkorene vrouw en hare kinderen" zulke valsche leeraars niet moesten ontvangen in hun huis, moeten zij dan wél ontvangen worden door de Gemeente des levenden Gods in het Huis des Heeren? Geve de Heere ons kracht om getrouw te zijn ook in het minste, daar dit is onze heilige plicht.
Ontvang bij voorbaat zijn dank voor de plaatsing. Heilbiddend,
D. Bijkersma.
Wapenveld, 26 Aug. 1929.
Onderschrift van de Redactie:
Wij plaatsen dit „Ingezonden" gaarne. Wij waardeeren den ernstigen toon en voelen mee de moeilijkheden. De moeilijkheden in het midden van onze Hervormde Kerk zijn zoo vele, ze zijn zoo groot! Van alle kanten kan 't op ons aankomen. Maar dan kan ieder niet op z'n eigen houtje de kwestie oplossen op 't meest willekeurige oogenblik. Als we niet voelen, dat we als Kerk in de moeite zitten en dat niet het minst door onze gemeenschappelijke, door onze Kerkschuld, dan zouden we geneigd zijn om ons persoonlijk op een oogenblik vrij te maken en — — er dan uit te loopen. We denken b.v. aan een rechtzinnigen kerkeraad als te Boskoop, met een moderne prediking; te Stolwijk dito, dito. 0f als in Dordt, Gorinchem, Leeuwarden, Zutphen enz., waar een „gemengde" kerkeraad is, met rechtzinnige, gereformeerde en moderne prediking. Dan elkander kerkelijk niet erkennen? dienstweigeren? wegloopen? Dan vergeten we de Kerkschuld, den Kerknood en ook de oplossing van het vraagstuk voor de Kerk als zoodanig. Natuurlijk, wanneer we alleen aan onszelf denken, dan — ja dan doen we wat we op een oogenblik voor onszelf 't liefste zouden doen. Maar dan kunnen we allemaal wel gaan loopen, geloof ons!
En dan wat 't voorzingen betreft. Verbeeld u eens een oogenblik, dat u tegen de Gezangen bent. Maar nu komt — we noemen willekeurig maar eens een paar namen — ds. Luteijn van Apeldoorn, ds. Posthumus Meijjes van Den Haag, ds. Roscam Atobing van Arnhem, en die geeft een Gezang op. Kan en mag dan een Voorlezer zoo maar eens in deze kerkelijke kwestie een beslissing nemen en b.v. weigeren zoo'n vers voor te lezen of voor te zingen? Wil iemand persoonlijk geen Gezang zingen, dat moet hij zelf weten dan. Maar een kwestie oplossen op eigen houtje op 't meest willekeurige oogenblik, is iets anders; dat is ontoelaatbaar voor een Koster, voor een Voorlezer, ook voor een ouderling persoonlijk, ook voor een kerkeraad, die leeft in Kerkverband.
De Heiland heeft tegenover den Keizer, ook tegenover den modernen Sadduceër, die Hoogepriester was, de tempelkwestie niet op een gegeven oogenblik opgelost; de Heiland heeft den Keizer als Keizer, den Hoogepriester als Hoogepriester behandeld, en Paulus en de andere Apostelen óók. Als tempelknecht zullen we met het volk de tempelschuld moeten voelen en in den weg des tempels zal de tempelkwestie moeten worden opgelost! Wordt er om gebeden, om geworsteld, voor gewerkt en gestreden?
M. v. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 augustus 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's