FINANCIËN
Postgiro 138421.
Zie zoo, nu geloof ik dat ik ze allemaal weer gehad heb. Als ik mij niet vergis dan heb ik niemand van onze alumni overgeslagen. Als er zooveel zijn, dan kan het allicht gebeuren dat de een of de ander vergeten wordt. Mocht dit ook nu het geval zijn, dan hoor ik het nog wel. Laat men mij dan maar gerust schrijven. Dan zal ik eens zien of er soms nog wat in de hoekjes is blijven zitten. Het laatje is echter, voor zoover ik 't zien kan, leeg, leeg en nog eens leeg. Want jongen wat is mij dat, toen ik aan 't optellen van mijn uitgaven ging, bitter tegengevallen. Ik had zoo gedacht ongeveer ƒ 8000 nodig te hebben. Maar wilt ge wel geloven dat ik de 8 gerust in een 10 veranderen kan? Tienduizend gulden in een half jaar! Ja, dat is me een som. Vindt gij het dan wel zoo vreemd dat ik mijn hart wel eens een beetje vasthoud en dat ik wel eens denk: leven we soms ook op te grooten voet? Zou het misschien ook noodig zijn om hier eens honderd en daar eens tweehonderd af te knippen? Maar ja, als ik daaraan denk, dan zie ik al de bezorgde gezichten van al die vrienden die mijn jongste dochter gedurig 't hof komen maken. Zij zouden 't natuurlijk allemaal maar liever zoo houden willen. En o zeker, ik ben in al deze dingen ook nog al conservatief aangelegd. Ik zou liefst ook maar bij 't oude blijven willen. Als iemand tot hiertoe b.v. ƒ 500.— gehad heeft, dan zeg ik niet graag: vandaag krijg je maar ƒ 400.—, want ach, ik weet veel te goed wat er vooral voor deze Studenten noodig is. Niet alleen wat lesgeld en kostgeld betreft, maar ook wat het aanschaffen van boeken enz. aangaat, doet een Student met een paar tientjes zoo weinig. Dus als ik maar weet dat zij er niet roekeloos mee zijn, dan gun ik onzen jongens zoo graag hun bescheiden deel. Ik geef altijd liever veel dan weinig en de jongste van me heeft in dezen een „aardje naar d'er vaartje". De oudste is wat meer op de penning. Die is wat meer vasthoudend van aard. Die wil het altijd maar bewaren voor de toekomst. Je kunt nooit weten, zegt ze wel eens, waar het goed voor is dat we wat opgelegd hebben. Maar de jongste is heel anders. Die geniet altijd, als zij maar geven kan. Hoe meer, hoe liever, zegt ze wel eens, want we kunnen er toch niets van meenemen en we hebben het eigenlijk maar gekregen om het aan anderen door te geven.
Nu, met die laatste beschouwing ben ik het wel eens. Maar ja, wat zal ik zeggen? Al heb ik van allerlei oeconomische vraagstukken geen diepgaande studie gemaakt, ik weet er toch wel zooveel van dat als de uitgaven de inkomsten overtreffen, het op den duur een bankroetje moet worden. Dus uit dat oogpunt zeg ik wel eens: kind, geef maar zooveel als je wilt, maar nooit meer dan je hebt. En neen, daar kan ze niets tegen inbrengen. In dat opzicht zijn wij het dus opperbest eens en ik denk dat al de lezers van „De Waarheidsvriend" dat ook weer met óns eens zullen zijn. Dus 'k wil maar zeggen: als gij wenscht dat wij zullen doorgaan met geven, dan moet gij ook zorgen dat wij doorgaan met ontvangen.
Daarom heb ik een plan, in den vorm van een verzoek. Als nu allen die dit lezen mij eens een extra bijdrage zonden om de extra uitgaven, die ik dezer dagen gehad heb mee te helpen dekken? Neen, het behoeft voor ieder geen honderd gulden te zijn. Met veel, veel minder ben ik ook al tevreê. Al was het maar één gulden, ja, ik ga nóg lager, al was het maar één kwartje. Kom, ik zou zeggen, dat behoeft toch voor niemand een bezwaar te zijn. Ach toe, zendt mij nu allemaal eens een postwisseltje of een girobiljetje om den moed er in te houden. 't Mag best heel weinig zijn, als het maar iets is. Misschien wordt het u wel drie-, vier-of meermalen vergoed. Geeft 't maar als uit 's Heeren hand. Dan verzeker ik u dat gij er geen schade bij zult hebben. Mag ik er dus op rekenen dat ik heel gauw wat van u zie? Neen, nu niet wachten tot morgen, want dan wordt het misschien weer vergeten. En daarom Vrijdag, als gij de krant gelezen hebt, maar dadelijk dóen! Kom, als we allemaal wat doen dan wordt er deze week nog een groot deel van het gat gestopt. En wat zou dat heerlijk zijn als we verzekerd waren: we hebben wel veel, maar toch niet te veel uitgegeven. Mag ik vertrouwen, dat niemand van mijn lezers mij teleur zal stellen? Als gij zelf niet weet hoe gij zoo'n postwissel of zoo'n girobiljet moet invul len, dan hebt ge wel een vriend of kennis die het voor u wil doen. En anders dan doet gij het Zondag maar in een briefje in den kerkezak. Maar iets wilt gij toch in ieder geval wel doen. Want ja, het gat moet gestopt worden, hoor! Waar 't vandaan komt, daar komt 't vandaan. Zoo kan 't niet blijven. Onze Administrateur had er ook al erg in. Hij kwam vanmorgen verschrikt bij mij inloopen en sprak: dominé, weet u wel dat u dit jaar al zooveel en zooveel meer hebt uitgegeven dan het geheele vorig jaar? En toen hij het bedrag noemde, schrok ik er van. Ja, waarlijk, de nood is op 't oogenblik hoog geklommen hoor! Maar ik twijfel niet of in den weg der middelen helpt gij er aan mede dat de uitkomst nabij is.
Komt, vele handen maken licht werk. En hoe het van de week geweest is?
Nu, ik heb heelemaal geen reden om ontevreden te zijn. Zie maar eens. We beginnen ditmaal met
H a t t e m. Daar heeft ds. Koldewijn bedankt voor het beroep naar Mastenbroek. En men heeft op ondubbelzinnige wijze getoond dat dit besluit op hoogen prijs werd gesteld. Althans ds. K. zond mij als dankoffers, die hiervoor bij hem ingekomen waren, een bedrag van ƒ 64.—. Ja, zulke bedankjes mag ik wel, al spijt het mij natuurlijk heel erg voor Mastenbroek. Ik denk zoo dat er deze of de volgende week uit een andere plaats nóg wel een bedankje verzonden zal worden. Neen, 'k mag niet zeggen uit welke. Dan brand ik soms mijn vingers weer, net als ik het onlangs ook eens gedaan heb. Dus met dingen die naar t vuur rieken ben ik wat voorzichtig geworden, 'k Hoop alléén maar dat zij in die andere plaats, die ik op 't oog heb, dan net zoo blij zullen zijn als in Hattem, en dat die blijdschap dan ook mijn „laatje" ten goede zal komen. Die wensch is toch wel heel onschuldig, nietwaar?
Z e g v e l d, van vriend Bardelmeijer den Augustus-inhoud van busje 20, zijnde een bedrag van ƒ 4.13.
H a z e r s w o u d e, van mej. C. Qualm den inhoud van de laatste drie maanden van busje 73, zijnde een bedrag van ƒ 31.60 O o s t e r N ij k e r k, van Th. A. Faber een bedrag, verzameld met busje 49, van ƒ 11.40.
S c h i e d a m, van mej. J. de Groot uit busje 125 een bedrag van ƒ 1.35.
O n s t w e d d e, van ds. Wolthers, gevonden in de collecte een dankoffer voor het Studiefonds van ƒ 2.50.
V e e n e n d a a l, van ds. Van der Snoek bij hem ingekomen van X IJ Z uit Haarlem, een bedrag van ƒ 5.—.
K r a l i n g e n. Ja, daar zijn de eerstelingen al geplukt. Ds. Pott zond mij n.l. een bedrag van ƒ 31.—, zijnde een gift gevonden in de collecte voor het Leerstoelfonds van f 1.—; bij hem aan huis bezorgd onder letters A. L. R. een bedrag van ƒ 25.—, en van een onbekende zuster de helft van een gave van ƒ 10.—, zijnde ƒ 5.—. Ik dacht het al: Kralingen laat zich bij de komst van haar nieuwen leeraar niet onbetuigd. Gij zult eens zien dat op deze eerstelingen nog een rijke oogst volgt, die met dien uit Bodegraven zal wedijveren.
H a a r l e m, van den Penningmeester der afdeeling, C. van de Walle, een contributiebedrag van ƒ 8.63. De Haarlemsche afdeeling schijnt dus niet groot te zijn. Nu, dat is niet erg. Er moeten kleintjes ook zijn. Gelukkig, als zulke kleintjes dan ook maar kleine gedachten van zichzelf hebben. Daarin kan dan ook weer hun grootheid gelegen zijn.
's-G r a v e n h a g e, van den heer J. van Zon een contributie van ƒ 1.50 over 1929, waarover nog niet beschikt was. Dat is natuurlijk een vergissing. We hebben er nota van genomen.
Nu, meer niet deze week. Aan contributies dus een bedrag van ƒ 10.13 en aan giften een bedrag van ƒ 150.98. Samen een bedrag van
f 161.11.
Zonder vette letters is dat, dunkt mij, nog niet zoo slecht. Mijn hartelijken dank dus aan allen die er toe meegewerkt hebben. En nu wacht ik op wat extraatjes, hoor!
Veenendaal.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's