De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN  MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

5 minuten leestijd

Artikel 172 van de Grondwet.
Op de begrooting voor het Departement van Financiën wordt bij de Afdeeling „Kosten der Eerediensten" ten behoeve van het tractement voor een tweeden predikant in de Ned. Hervormde Kerk te Odoorn, voor den dienst te Valthermond, een tractement van ƒ 800.— aangevraagd. De reden van de toekenning van dit tractement aan de gemeente Odoorn is gelegen in de omstandigheid, dat deze veenkolonie, die meer dan 5000 inwoners telt, meerendeels Hervormden, door de van regeeringswege genomen maatregelen tot snelle verzoening is geraakt.
In de tweede plaats komt op de begrooting een nieuwe post van ƒ 1500.— voor om te dienen als tractement voor een predikant te Rotterdam-Zuid ten behoeve van de Hervormden in het Tuindorp Vreewijk.
De aanIeiding tot het stichten van deze predikantsplaats was de uitbreiding van het havenbedrijf.
De Nederlander, die van de goede gezindheid van den Christelijk Historischen Minister van Financiën jegens de Ned. Hervormde Kerk, uitkomende in de aanvrage van bovengenoemde tractementen, melding maakt, vergeet echter aan zijne lezers mede te deelen dat aan deze daad van Minister de Geer een bitter bijsmaakje zit. Want naast den opbouw van de Ned. Hervormde Kerk, houdt de Minister van Financiën zich in zijne begrooting ook bezig met meerderen financiëelen steun van het Rijk toe te kennen aan de Roomsch Katholieke Kerk.
Zoo worden voor het dienstjaar 1930 nieuwe tractementen voorgesteld voor een pastoor en twee kapelaans te Lindenheuvel in Limburg, als gevolg van het nieuwe bevolkingscentrum, dat in verband met de exploitatie van de Staatsmijn Maurits te Geleen is ontstaan, en wordt een nieuw tractement aangevraagd voor een vicarisdeservant te Venray, om in de geestelijke verzorging van de bevolking te IJsselstein (Limburg), waar de bisschop van Roermond een nieuwe parochiekerk stichtte, te voldoen. Het ontginnen van woesten grond in de Peel bracht een aantal ontginners daar tezamen, voor wie geestelijke verzorging noodig is.
Alles bij elkander genomen, stelt de Minister van Financiën aan de Staten-Generaal voor om ditmaal de tractementen voor twee predikanten bij de Ned. Hervormde Kerk en die voor vier priesters bij de Roomsch Katholieke Kerk, tot bedragen respectievelijk van ƒ 2300.— en ƒ 1885.—, op de Rijksbegrooting te brengen.
Wanneer wij van deze voorstellen der regeering gewag maken, geschiedt dit niet om de luttele bedragen, welke er mede gemoeid zijn, maar om in het licht te stellen het verkeerde beginsel, waarvan de voorstellen uitgaan.
Rijkssteun ten behoeve van nieuwe tractementen voor predikanten, beteekent een gelijktijdig verleenen van financiëele hulp aan Rome's Kerk, met het gevolg, dat de Staat de actie van het Roomsch-Katholicisme sterkt.
En nu maakt het een eenigszins vreemden indruk, dat juist die groepen van ons volk, die het heftigst gekant zijn tegen versterking van Rome's macht, het eerst er bij zijn om indirect de Kerk van Rome te steunen. 
De regeering kan moeilijk anders hande len, als zij doet. En als lid van het Kabinet is het de Christelijk Historische Minister de Geer, die verplicht wordt op grond van het tweede lid van Artikel 172 der Grondwet, den Roomsch-Katholieken voor de uitoefening van hun godsdienst aan staatsgeld te helpen.
Zou het niet beter wezen, wanneer de Hervormde Kerk afzag van het vragen van verderen rijkssteun voor nieuwe predikantsplaatsen en zelf voor de tractementen van de Bedienaren des Woords zorgde? Dan toch was er geen enkele reden om Rome's Kerk nieuwe rijksbijdragen toe te stoppen. Of het nog ooit zoover komen zal, betwijfelen wij, gezien de mentaliteit der Christelijk Historischen en die van de mannen van ds. Lingbeek. Toch lijkt het ons goed om bij elke gelegenheid die zich voordoet, op deze aangelegenheid de aandacht te vestigen. De druppel holt den steen uit.

Roomsch—Rood.
De eerste vergadering van de nieuwe Tweede Kamer was leerzaam voor hen, die aan de rechterzijde gezeten, bezwaar maken tegen een parlementair Kabinet. In deze eerste bijeenkomst was het opmaken van de voordracht voor het voorzitterschap aan de orde. Ware er nu een parlementair Kabinet geweest, rustende op de partijen der rechterzijde, dan zou, zooals dit vroeger gebruikelijk was, overleg over de samenstelling der voordracht tusschen de rechtsche groepen hebben plaats gehad. Ditmaal bleef dit overleg uit. Ja, zelfs de Roomschen voelden zich zoo volkomen vrij, dat zij zonder daarover te reppen, nadat op nummer één van de voordracht een geestverwant was geplaatst, zij de tweede plaats aan een Sociaal Democraat toekenden.
Roomsch-Rood. Het was alsof er een afspraak had plaats gehad, zoo trouw stemden de Sociaal Democraten den Roomsch-Katholiek, en omgekeerd de Roomsch-Katholieken den Sociaal Democraat.
De rechterzijde lag verdeeld. Dat dit niet onopgemerkt voorbij ging, bleek wel duidelijk uit het Kameroverzicht van de liberale Nieuwe Rotterdamse Courant. De politieke redacteur van dat blad, een man van groote reputatie, schreef den dag na de Kamerzitting: »Ware er een parlementair Kabinet geweest, stellig zouden de verschillende groote partijen der rechterzijde het wel eens zijn geworden«. Wij gelooven dit met den Kameroverzicht-schrijver van het Rotterdamsche orgaan. Misschien ware het niet onmogelijk geweest dat in dat geval niet een Roomsch-Katholiek, maar een Protestant op den voorzittersstoel zou gezeten zijn.
Maar het overleg bleef uit tengevolge van den extra-parlementairen toestand.
Zij, die een extra-parlementair Kabinet boven een parlementair Kabinet verkozen, hebben dit voor hun rekening. Roomsch—Rood, waarbij de Roomsch-Katholieken met den bult gingen strijken, dit was het teeken, waarin het opmaken van de voordracht voor 't voorzitterschap stond. En zeker zal het in deze parlementaire periode, zooals wij dit bij vorige gelegenheden reeds te kennen gaven, bij dit ééne geval wel niet blijven. De Protestantsch-Christelijke partijen in de Tweede Kamer waren het kind van de rekening.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN  MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's