De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Postgiro 138421.
Ja, dat wist ik wel, als de lezers van „De Waarheidsvriend" het maar lezen en dus weten hoe het met mijn „laatje" staat, dan doen zij niet net alsof zij niets weten. Maar ach ja, hoe gaat het gewoonlijk? Als ons blad Donderdagsavonds of Vrijdagsmorgens in huis komt, dan is het allicht: leg het daar maar neer. En waar het ligt, blijft het dan soms even liggen. En als het dan eindelijk opgenomen en ingezien wordt, dan wordt natuurlijk eerst eens geneusd in de meditatie. Van wie zou die deze week weer zijn? Eerst even gekeken naar de letters die er onder staan. Wie kan dat wezen? O, dat zal ds te wel zijn. „Nou, die kan het nog wel zeggen", of soms ook „neen, dat zal van de week wel niet veel zijn, zoo'n beetje lichtjes en dichtjes". Ja, zoo worden wij, arme dominé's, soms beoordeeld en soms al veroordeeld vóór men eigenlijk nog weet wat wij zeggen of schrijven zullen. Maar nu ja, alles went, dus ook dat lichtelijk en onverhoord veroordeeld en soms ook verdoemd worden. Dus eerst de meditatie, en als die dan niet gelezen of wel gelezen, tegengevallen of meegevallen is, dan kijken we eens even hoe ver of Bunyan al is op zijn pelgrimsreis. Daarna nemen we de tweede pagina eens onder de oogen en lezen daar van Reorganisatie of van wat anders dat daarmee in eenige betrekking staat, of ook van „Staat en Maatschappij", van de beginselen, ons dienaangaande in Gods Woord geopenbaard en ook van de wijze waarop deze beginselen al of niet in de practijk van het leven moeten toegepast worden. Maar ja, als je dat alles dan gelezen en verwerkt hebt, dan kan ik mij best indenken dat je zegt: „Wat er nu verder nog volgt, dat bewaar ik nog maar eens een poosje. Vooral die „bedelpartij" van den Penningmeester, neen hoor, daar staat mijn hoofd nu heelemaal niet toe". En als je dan de krant uit de hand legt, ach, dan komen de zorgvuldigheden van 't leven en nemen je soms zóó in beslag dat het ,,laatje" van den Penningmeester heelemaal vergeten wordt. ,,Niets meer om gedacht", hoor ik dan wel eens zeggen. Nu ja, 't was ook het beste om overgeslagen te worden.
Niet waar, gaat het zoo niet? Vandaar, dat ik mij ook heelemaal niet verwonder dat zoovelen mijn noodkreet onbeantwoord en dus ook hun zak ongeopend hebben gelaten. Neen, als zij 't maar gelezen hadden, dan zouden zij dat vast niet hebben gedaan. Daarom zou ik degenen die 't wèl gelezen hebben wel eens willen vragen: toe, houd het ook uw buurman eens onder den neus. Ik weet zeker dat allen die van mijn „weemoedige smeekbede", zooals iemand het dezer dagen noemde, nota hebben genomen, net als die „iemand" zelf hun hand niet uit hun zak kunnen houden, en een beetje „olie" voor den dag halen om mijn lamp te begieten. Dat heb ik ook deze week weer ondervonden dat er verschillende vrienden geweest zijn, wier geweten tot ontwaking kwam en die toen tot zichzelf gezegd hebben: dat mag ik toch ook niet langs mij heen laten gaan; daar moet ik toch ook een steentje aan bijdragen. Vandaar, dat er deze week geen morgen voorbij ging of er was onder de ingeomen poststukken een „groene" of een postwissel, behalve wat mij persoonlijk thuis werd bezorgd of in de hand werd gestopt.
Laat ik dan nu ook maar eens met de „extraatjes" beginnen. Anders wordt het weer veel te lang van de week en zou er gauw niemand meer zijn die het las.
V e e n e n d a a l. Van een paar lezeressen van „De Waarheidsvriend", die liever niet in de krant wilden staan, maar die daarom niet moeten denken dat ik ze daar achter de kerk niet ken, ƒ 2.50 en 200 halve centen van de kinderen, dus ƒ 3.50; van mej. H. B. een extraatje van ƒ 2.50; van H. B. een extraatje van ƒ 1.— en van de fam. H. ƒ 5.— ; samen dus ƒ 12.—.
S c h r a a r d, van ds. Van Dorssen uit diens catechisatiebus ƒ 5.— met den wensch dat er nog velen „bij vijven" mogen volgen.
S t a d  a a n  't H a r i n g v l i e t, van M.D. ƒ 1.— „voor het leege laatje".
D e B i l t, van diaken J. Overeem ƒ 2.—, gevonden in de collecte op 15 September. Bovendien stopte, toen ik Zondagavond 't genoegen had in die gemeente te preeken, een der kerkeraadsleden aldaar mij ook nog ƒ 2.— in de hand.
H o o r n a a r, van het Hoofd der Chr. School, A. Veen, aldaar, een bedrag van 15.—, verzameld door de schoolkinderen.
R o t t e r d a m, van G. d. K. ƒ 1.— „voor tekort in kas".
E r m e l o, van W. v. R. ƒ 2.50 „bijdrage voor tekort".
D e L i e r, van J. v. d. W. een ,,extraatje" van ƒ2.50.
O u d A I b l a s, van L. K. een , , extraatje" an ƒ 2.50.
O u d  B e i e r l a n d, van ds. Van Hof, gevonden in de collecte een gift van ƒ 5.—
O u k o o p (bij Nieuwersluis), van H. d. Haan ƒ 1.—, gecollecteerd bij een preekbeurt van ds. Remme.
B e r g s c h e n h o e k, van G.H. een extraatje van ƒ2.—. 
L e i d e n, van E., uit dankbaarheid een gift van ƒ 11.— en van W. A. v.d. T. een ,,extraatje" van f 5.—.
V l e u t e n, van A. v. d. Z. een ,,extraatje" van ƒ 0.50.
H i l l e g e r s b e r g, van W. G. „voor 't tekort" ƒ1.— en van F. A. R. ƒ5.— „voor tekort Studiefonds". 
's-G r a v e n h a g e, van ds. Van Dorp ƒ 5.— , zijnde van den heer v. E., ƒ 1.— voor den Geref. Bond; door den heer v. W. 1.— ; van den heer van E. voor de Fonden ƒ 1.— ; van den heer B. voor de Fonden ƒ 1.— en van den heer B. als antwoord op de „weemoedige smeekbede" van den Penningmeester, ook ƒ 1.—.
D i r k s l a n d, van ds. Van der Wal ,,voor postgiro 138421" gevonden in de ollecte ƒ 1.—.
K r a l i n g e n, van ds. Pott ƒ 5.—, zijnde 2.50 van N.N. en ƒ 2.50 van v. P. Kralinen moet zich wat haasten, anders vrees ik at zij Bodegraven niet inhalen. En als ik n h'un plaats stond, wou ik het vast niet afleggen.
H o o g e v e e n, van ds. Meijers, gevonden in de collecte ƒ 1.— voor het Studiefonds.
's-G r a v e n m o e r, van ds. Bolkestein gevonden in de collecte een dankoffertje an ƒ 1.— voor het Studiefonds.
W a g e n i n g e n, van den heer P. D. een gift van N.N. van ƒ 1.— en een gift van N.N. van ƒ0.50, samen ƒ1.50.
En nu krijgen wij nog eens
V e e n e n d a a l. Daar hebben we Zondag ,,lampegieterszondag" gehad. Gij moet n.l. weten dat we hier in September gewoon zijn op 'n Zondag te collecteeren voor de Fondsen, èn voor het Suawoudsche nichtje. De verdeeling van den oliestroom die dan loskomt is twee-derde / één-derde. Nu trof het Zondag al bijzonder dat twee van de vier beurten vervuld werden door den ons allen bekenden prediker uit de Hoofdstad, ds. Remme, en de twee andere door den pastor loci, die net voor het beroep naar De Vuursche had bedankt. Beter kon 't dus al niet. En wat denkt ge? In de Oude Kerk een collecte van ƒ 232.80 en in de Julianakerk een collecte van ƒ 167.20. Dus samen net ƒ400.—, waaronder ƒ 10.— in een briefje „uit dankbaarheid voor het bedanken van ds. Van Wijngaarden van een medestrijder, zijnde ƒ 8.— voor de zusjes en ƒ 2.— voor het nichtje". Nu heb ik alles samen maar aldus verdeeld: voor het nichtje ƒ 134.—, die ik dus zend aan ds. Lans, en voor de zusjes
TWEE HONDERD ZES EN ZESTIG GULDEN (ƒ 266.—.).
Al is het niet in een goudschaaltje afgewogen, zoo geloof ik toch dat niemand tegen deze verdeeling gegronde bezwaren kan inbrengen en dat zij op deze wijze alle drie „hun voet in de olie doopen" kunnen. Het Veen heeft zich dus weer goed gehouden. Neen, het is hier heusch zoo kwaad niet, hoor! Ook wij, dominé's, hebben het hier best. Vooral wie „Benjamin" is, wordt hier altijd wat verwend. Maar in dat voorrecht deel ik natuurlijk al lang niet meer. In dat opzicht is mijn plaatsje al lang ingenomen door anderen.
Nu, wat zegt ge er van? De vorige maal schreef ik dat het mij zou tegenvallen als ik niet het dubbele had van ƒ 106.05. En nu is het meer dan het driedubbele, want ik ben al aan een bedrag van ƒ 356.50. Maar dan ben ik nog niet aan het eind. Ik heb n.l. ook nog enkele contributiebedragen, en wel uit:
's -G r a v e n h a g e, van den Penningmeester der afdeeling H. S. de Geus, een bedrag van ƒ 97.—.
Z e i s t, van den Penningmeester der afdeeling, E. Kronenberg, een bedrag van ƒ 76.57, waaronder een gift van ƒ 10.—.
H o o g e v e e n, van den Penningmeester der afdeeling A. Slot, een bedrag van ƒ73.32 voor den Geref. Bond en van ƒ22.50 voor de Fondsen, samen een som van ƒ 95.82.
H a r d e r w ij k, van den Penningmeester der afdeeling, T. van Dam, een bedrag van ƒ47.25.
Dat maakt samen een contributiebedrag van ƒ 316.64. En dit gevoegd bij het andere kom ik tot een eindcijfer van
f 673.14.
Hè, hè, dat is nog weer eens een ouderwetsche week. Die perzik smaakt naar meer. Kom, wie helpt er mee dat het de volgende week weer zoo is? Mij dunkt, daar zijn nog verscheidene „extraatjes" op komst. Intusschen mijn hartelijken dank aan allen, die mijn lampje in de lampegietersweek zoo overvloedig begoten hebben.
Veenendaal.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. Jo en Piet Venema, Leerdam, postzegels, capsules en zilverpapier;
2e. Anna de Borst, Gorinchem, zilverpapier en capsules;
3e. Mej. M. de Bruin, Montfoort, capsules, postzegels, enz.
Verder ontving ik nog 2 groote pakketten zilverpapier zonder eenige aanwijzing vanwaar of van wie het kwam. Ik vermoed dat het afkomstig is van Papendrecht. Al reeds een paar weken geleden werd het mij bezorgd, maar ik dacht: misschien meldt de afzender zich wel aan, en kan ik het dan meteen er bij vermelden. Hoe het ook zij, het is toch in goede orde ontvangen. Intusschen mijn hartelijken dank voor deze flinke zending, alsook voor de verdere (mtvangsten.
Met hartelijke groeten en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG. Krommedijk 60, Dordrecht.

AAN HET BESTUUR VAN DEN GEREF. BOND TOT VERBREIDING EN VERDEDI­GING VAN DE WAARHEID IN DE NED. HERVORMDE (GEREF.) KERK. 
Zeer geacht Bestuur,
Ondergeteekenden, belast met het nazien der rekening van uw Penningmeester over het afgeloopen boekjaar, hebben het genoegen U mede te deelen, dat zij den 11den September l.l. zich van hun taak hebben gekweten en dat zij na nauwkeurig onderzoek der boeken en bescheiden, hebben kunnen vaststellen, dat alles in de beste orde is en dat de boekhouding op zeer accurate wijze wordt gevoerd.
Zij stellen U mitsdien voor den Penningmeester onder dankzegging voor zijn nauwgezet beheer en groote toewijding, te déchargeeren. 
De Commissie tot nazien der rekening
K.J. VAN DEN BERG, Amersfoort
R. BARTLBMA, Zeist.
September 1929.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 september 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's