FINANCIËN
Postgiro 138421.
Als je Penningmeester van den Gereformeerden Bond bent, dan krijg je soms brieven die je haast doen opspringen van vreugde. Meermalen gebeurt het dat ik mijn lach niet kan bedwingen als ik weer zoo'n epistel gelezen heb. En dan denk ik wel eens: alweer een meevallertje van een kant waar ik het niet van verwacht had.
Maar daartegenover krijg je ook wel eens brieven die je doen schrikken en waar je haast kippenvel van zoudt krijgen. En dan denk ik wel eens: dat is nu weer een leelijke tegenvaller.
Dat laatste is mij deze week nog overkomen, toen ik een brief kreeg van .......... van .......... ja van .......... gij raadt het in geen tienen .......... — van Mej. den Hartog uit Dordrecht. Dat is, zooals gij weet, onze ijverige verzamelaarster van postzegels, capsules, zilverpapier, enz. Deze juffrouw schreef mij twee dingen. In de eerste plaats — en daar schrok ik nu nog niet zoo heel hard van — dat de toestand van haar „zaakje" van dien aard was dat er nog wel heel wat bij mocht komen, wilde zij het bedrag van het vorig jaar weer bereiken. Daarvoor nu kwam zij mijn hulp inroepen. Verleden jaar heb ik in den loop van de maand October te dien opzichte ook eens op de trom geslagen, en dat heeft toen wel geholpen. Het is toen nog aardig terecht gekomen en toen het boekjaar met 1 December om was, kwam er uit Dordt een bedrag dat er wezen kon. Aangemoedigd door dat succes, wil ik dus ook nu weer heel graag aan 't verzoek van mej. den Hartog voldoen en noodig ik dus alle lezers van „De 'Waarheidsvriend" heel vriendelijk, maar ook heel dringend uit alles wat los en vast is eens na te kijken en alles wat in dezen dienen kan zoo spoedig mogelijk naar Dordrecht te zenden. Het adres van onze verzamelaarster is: Krommedijk 60, aldaar. Ik hoop zelf hierin een goed voorbeeld te geven, want ik heb nog een heele doos klaar staan met zilverpapier, dat ik zoo nu en dan van mijn catechisanten ontving. Vooral met den „uithaal" stond zij mijn vrouw gedurig al in den weg, zoodat ik het al enkele malen heb moeten hooren: ,,wanneer stuur je dien boel nu eens weg? Maar ja, als je dominé ben en dan nog Penningmeester van onzen Bond er bij, dan heb je in den regel wel wat anders te doen dan zilverpapier in te pakken. Dus zoo is het tot hiertoe bij goede voornemens gebleven. Maar ik beloof onze juffrouw dat zij deze óf de volgende week alles wat ik in mijn bezit heb, ontvangt. En ik denk haast dat er zoo nog wel meerderen zijn, die tot hiertoe geen tijd gehad hebben om in te pakken en te verzenden, maar die er nu wel eens gauw een half uurtje voor nemen zullen om deze zaak af te doen. Ach, als je je er maar even toe zet dan is het spoedig gebeurd en de inkomsten van mej. den Hartog bewijzen ieder jaar weer opnieuw dat het spreekwoord van de „vele kleintjes" een groote waarheid bevat.
Maar nu het tweede deel van den bewusten brief, waar ik zoo van geschrokken ben. Dat was n.b. de tijding, dat mej. den H. „zich gedwongen voelde haar ontslag te vragen, omdat haar werkzaamheden haar niet toelieten deze zaak verder voort te zetten". „Het was" — zoo schreef zij — „reeds lang haar plan geweest dit te schrijven, maar het viel haar moeilijk dit werk, dat haar door al die jaren lief was geworden, te moeten opgeven". Ja, dat schreef zij. Begrijpt gij nu, dat ik schrok. Gelukkig heeft mej. den H. blijkbaar zelf gevoeld dat zij de pil wat vergulden moest, want, zoo voegde zij er aan toe: „Het is echter niet mijn bedoeling dit onmiddellijk te willen doen, maar als u bij gelegenheid iemand zoudt kunnen vinden die mijn werk wil overnemen, zou mij dit wel aangenaam zijn, daar het mij op den duur teveel wordt".
Voorloopig legt de Juffrouw het bijltje er dus nog niet bij neer. Nu, dat is al een heele geruststelling. En misschien ja, misschien, als wij het nu allemaal eens heel héél goed met haar maakten en wij haar met al onze ziiverpapieren-oogen eens heel héél lief aankeken, misschien dat zij dan nog wel te bewegen ware om op haar besluit terug te komen en misschien dat ik dan straks wel weer een brief kreeg, waarin ze mij schreef: ,,de arbeid is mij zoo lief geworden, dat ik er onmogelijk van scheiden kan". Natuurlijk kennen we de omstandigheden van onze Juffrouw niet, en als het haar werkelijk onmogelijk is, dan past het ons natuurlijk onder hartelijke dankzegging voor het werk dat zij presteerde, haar besluit te billijken. En dan zou ik mij natuurlijk ook hartelijk verblijden als er weer een ander was die dit werk uit haar hand wilde overnemen. Maar sollicitanten oproepen doe ik vandaag nog niet. Laten we liever allemaal eens probeeren haar vóór 1 December zóó onder de capsules en onder het zilverpapier te begraven, dat zij er „niet onder uit kan". Voorloopig blijft dus de Krommedijk in Dordt nog je adres.
Maar kom, laten we nu eerst weer eens gaan zien hoe de Post het deze week met mij gemaakt heeft. Ik denk zoo, dat 't weer niet zal tegenvallen, want ik heb nog al eens een ,,groene" zien liggen. En ook één keer een postwissel. En waar denkt ge dat die vandaan kwam? Ja, die kwam uit een plaats waar ze laatst heel héél boos op me waren, zóó boos dat ik dacht: daar heb ik me voor altoos onmogelijk gemaakt, daar krijg ik nooit een cent meer vandaan. Maar dat is alweer meegevallen, want de eerste post die ik ditmaal ga verantwoorden, komt uit
W a p e n v e l d. Gelukkig voor deze gemeente — en ook voor mij — heeft ds. Van der Zee het beroep aangenomen. Nu, daar feliciteer ik niet alleen de gemeente, maar ook den beroepen dominé heel hartelijk mee. Ik geloof dat ze beiden een goede keus hebben gedaan en ik hoop dat zij 't vele jaren goed met elkaar mogen hebben en dat de nieuwe dominé er zóó vast zal groeien als ik hier in Veenendaal, en dat zijn arbeid er tot rijken zegen zal mogen zijn. Dan zult gij eens zien, dan worden de twee giften van ƒ 1.—, dus de ƒ 2.— die ik nu ontving „uit dankbaarheid" er spoedig weer 20, en dan is er goede kans dat de 20 er gauw 200 zullen zijn, zoodat ook voor Wapenveld de vette letters uit de kast moeten komen. Dat is trouwens ook 't beste middel om den Penningmeester schaamrood te doen worden.
Maar nu verder:
Abcoude, van W. S. een gift van ƒ 2.50. Zeker wel een ,,extraatje".
S u a w o u d e, van ds. Lans een bedrag van ƒ 7.25, zijnde ƒ 1.— van B. V. te Hardegarijp van een medelezer van „De Waarheidsvriend", ƒ 3.75 van de familie Visser te H., zijnde 1/2 collecte op een trouwfeest voor het Studiefonds, en ƒ 2.50 van de familie I. te Tietjerk voor beide fondsen.
K r a l i n g e n, van ds. Pott twee-vijfde van een gift van N.N., voor beide fondsen een bedrag van ƒ 10.—,
X., van N.N. voor beide fondsen een bedrag van ƒ 25.—.
Z e i s t, van ds. Bartlema een bedrag van ƒ 22.50, zijnde ƒ 2.50 aan een ouderling ter hand gesteld op hun bezoek; ƒ 2.50 van N.N.; ƒ 1.— van een zieke zuster der gemeente, en nog ƒ 1.— van een zieke zuster der gemeente en nog ƒ 2.— van een zieke zuster der gemeente; ƒ 10.— van een broeder, die onbekend wenscht te blijven; ƒ 1.— van een broeder die weer werk kreeg en nog ƒ 2.50 van N.N.
D i r k s l a n d, van ds. Van de Wal dien wij hartelijk fellciteeren met zijn verloving, ƒ 10.— uit zijn catechisatiebus.
K a m p e r v e e n, van ds. Terlouw, die daar pas bevestigd is, ƒ 34.10, zijnde de opbrengst van de collecte die bij zijn intree voor het Studiefonds gehouden werd. Ook dezen jeugdigen broeder roepen wij in de heilige bediening een hartelijk welkom toe en hopen dat zijn arbeid rijk gezegend moge zijn.
Z w ij n d r e c h t van N. N. een „extraatje" van ƒ 2.50.
H i l v e r s u m van M. J. een „extraatje" van ƒ 0.50.
B o I n e s, van den heer Joen uit de kas voor In-en Uitwendige Zending te Bolnes-Slikkerveer een bedrag van ƒ 10.—.
K o u d e k e r k van Ph. O. een „extraatje" van ƒ 3.—,
M o n s t e r, van A. v.d. K. voor beide Fondsen ƒ 5.—.
O u d s h o o r n, van G.J. Kooij, gevonden in de collecte als dankoffer van een vader, wiens geliefd kind is hersteld, een gift van ƒ 5.—. Wij verblijden ons met dezen blijde.
U t r e c h t, van den Penningmeester der afdeeling, W. Slob, een collecte, gehouden bij een spreekbeurt van ds. Van Hof, van ƒ 70.—; voor de Bondskas ƒ 5.—; en op 29 Sept. l.l. gecollecteerd in de Jacobikerk ƒ 5.—, tezamen een bedrag van ƒ 80.—
O u d e r k e r k a.d. IJ s e I. O neen, O u d e r k e r k a. d. A m s t e l staat er. Wat kan een mensch zich toch vergissen! — De IJsel is toch immers niet uitgedroogd? — een ,,extraatje" van N.N. van ƒ 2.—.
D e B i l t, van diaken J. Overeem, voor het Studiefonds bij hem aan huis bezorgd door mej. de H. een gift van ƒ 5.—. Kijk, daar in die gemeente onder den rook van Utrecht, waar de regen nog al vast zat, beginnen er ook enkele vette druppels te vallen.
N ij v e r d a l, van N.N. een „extraatje"' van ƒ I.—.
B o s c h e n D u i n, van A. P. een ,,extraatje" van ƒ 2.50.
O n s t w e d d e, van ds. Wolthers een gift van ƒ 10.—, gevonden in de collecte, voor het Studiefonds.
V l a a r d i n g e n, van ds. Heijer ƒ 5.—, zijnde één-derde van een gift van ƒ 15.— van iemand, die onbekend wenscht te blijven.
Nu, nu kunnen we weer gaan optellen. Aan giften en gaven een totaal bedrag van
ƒ 247.35.
En nu nog de contributies.
V i a n e n, van den heer Langkamn een contributiebedrag van ƒ 16.—.
L e x m o n d, van den heer Van Dieren een contributiebedrag van ƒ 67.75.
U t r e c h t, van den heer Slob een voorloopig contributiebedrag — er komt dus nog meer — van ƒ 75.—.
A m e r s f o o r t, van den heer Spelt een restant contributiebedrag — dat is dus 't laatste — van ƒ 7.—.
V l a a r d i n g e n, van den heer P. v.d. Berg een contributiebedrag van ƒ 85.—. Dat maakt samen een bedrag aan contributies van
ƒ 250.75.
En als we nu nog eens gaan optellen, dan kom ik, niet zoo heel ver onder de 500, tot een eindcijfer van
f 498.10.
'k Ben dus weer dankbaar en voldaan en eindig met een woord van zeer bijzonderen dank.
Veenendaal, De Penningmeester,
Ds. M. JONGEBREUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's