KERKELIJKE RONDSCHOUW
De Reorganisatie-gedachte en Het Reorganisatie-plan.
IV.
We hebben het voorgaande slechts genoemd om den achtergrond te teekenen van de Reorganisatiebeweging, die gaat om de Kerk van Christus, zooals deze haar openbaring vindt in de Hervormde Kerk, te herstellen naar de beginselen van Schrift en belijdenis, over heel de breedte van haar kerkelijk samenleven. Want 1852 heeft de vrijmaking niet gebracht voor Neêrlands Hervormde of Gereformeerde Kerk.
Wel heeft de Vorst zich toen teruggetrokken, maar hij heeft de Kerk onder de Synodale Besturenorganisatie gelaten en 't slot van de gevangenis is zóó solied, zoo kunstig samengesteld, dat er wel een tooversleutel noodig is, zal ooit de ijzeren band van de Besturen van lager en hooger rangorde kunnen losgemaakt worden. Dat blijft het onrecht, dat de machthebbers dezer eeuw zonder eenig wettelijk recht, aan de Kerk des Heeren Christus in dezen lande hebben aangedaan.
Immers moeten ingrijpende veranderingen niet alleen herhaalde malen door de Synode worden geaccepteerd en doorgezonden, maar als laatste barricade staat er dan altijd nog de schier onoverwinnelijke rij van leden der Provinciale Kerkbesturen, waarvan twee-derde van het groote aantal hoofdelijk hun toestemming moeten geven — anders ligt alles weer tegen den grond.
Dat is natuurlijk wederrechtelijk en met opzet zoo in elkaar gezet, opdat de Hervormde Kerk, die recht heeft op een eigen orde van samenleven, toch maar in de hoogste mate zal worden belemmerd, om van onder het juk, dat haar is opgelegd van Regeeringswege en haar in 1852 door de Regeering weder op de grievendste wijze als opnieuw is opgelegd, uit te komen.
Door overmacht staat de Kerk machteloos, waarbij met name de samenstelling van de Synode, bizonder ook de vertegenwoordiging van de Walen, als lood haar drukt, zonder dat zij er eigenlijk veel aan doen kan.
Wij willen het dan ook hier wel uitspreken, dat wij eigenlijk weinig opgewektheid bezaten en weinig lust gevoelden om de uitnoodiging aan te nemen, mee zitting te nemen in de door de Synode benoemde Reorganisatiecommissie.
Wij hebben al lang het spel doorzien! De Groote Synode moest wachten op het reorganisatieplan. Het reorganisatieplan zal nu tot de Synode toegang krijgen — om in buitengewone vergadering, naar de aanwijzing van de N.R.Crt., plechtig dan begraven te worden, waarbij door 't groote liberale dagblad met naam en toenaam dr. Weyland en ds. Van Paassen als orthodoxe slippendragers zijn gesignaleerd. Het Rotterdamsche dagblad zal zorgen voor bloemen en dr. Niemeijer mag vooraan rijden.
Dat laffe spel met onze Ned. Hervormde Kerk hebben we voorzien.
Maar duizenden bij duizenden, die onze Hervormde Kerk om des beginsel wille lief hebben, blijven vragen om herstel van onze aloude Gereformeerde Kerk, waar rechtens de belijdenis nog gevonden wordt en die sinds lange wederrechtelijk gebukt gaat onder het juk van de Synodale Besturenorganisatie. En met dien roep om recht en waarheid hebben we willen meedoen!
Honderd jaar nu is gevraagd om aan de Hervormde Kerk toch haar belijdenis terug te geven en haar in staat te stellen zich in te richten naar de beginselen van Gods Woord, opdat zij weer mag uitkomen met de belijdenis van den Naam des Heeren Jezus Chrisius, haar eenig Hoofd en verheerlijkten Heiland — en de onrechtvaardige rechter heeft nog geen recht gedaan. Met onrechtvaardig verkregen goed blijft men aldoor maar sterk zich verzetten, om de belijdenis van den Naam des Heeren aan de Kerk als Kerk terug te geven en haar terug te geven de wijze van kerkelijk samenleven, die is naar Gods Woord.
En of men nu hooren wil of niet, maar met den roep om recht en vrijheid voor onze Vaderlandsehe Kerk hebben we willen meedoen — geloovende ook, dat, al mocht men door overmacht sterk zijnde, wéér weigeren aan deze roepstem gehoor te geven, het werk van onze „Commissie van Vijf" dan voor de toekomst wellicht nog waarde kan hebben. Het te moeten verliezen is altijd nog geen bewijs van zwakheid, evenmin als de overwinning altijd bewijs is van kracht en fierheid.
En waar onze Vaderen nu honderd jaar voor het recht der Hervormde Kerk zijn opgekomen, laat er bij ons nu geen stilzwijgen zijn!
De reorganisatie raakt de Kerk, het kerkelijk leven, de belijdenis en het Kerkbestuur — gaande over heel de lijn.
Daarom heeft de Reorganisatiecommissie ook gemeend heel het Algemeen Reglement, ook de kwestie van de proponentsformule, ook de zaak van de leergeschillen en de Ieertucht onder oogen te moeten zien — verklarende, dat, wanneer eventueel het voorstel, gewijzigd of ongewijzigd, mocht worden aangenomen, ook andere reglementen dadelijk of later onder handen moeten worden genomen.
Niet met een enkel punt, niet met een enkele verklaring, niet met een partiëele wijziging heeft de Commissie zich tevreê gesteld, maar één van geest en één van zin hebben de Commissieleden de zaken, die noodzakelijik nu om behandeling vroegen, onder de oogen gezien.
Wij zouden nu op bizonderheden van het Rapport de aandacht kunnen vestigen, op de ongewijzigde beginartikelen, op de volgorde verder, op de ambtenreeks en de kerkelijke vergaderingen, wat samenstelling en werkzaamheden betreft, wat Commissiën aangaat, bizonder het stuk van de Groote Synode, dat bij vergelijking van het eerst ingediende ontwerp van de Groote Synode, belangrijke wijzigingen heeft ondergaan, wijzigingen, die verbeteringen zijn naar ons inzien. — Op al die dingen zouden we kunnen wijzen. Maar het komt ons voor, dat het niet het moment is hier op bizonderheden in te gaan. Bij elk artikel en elk deel ontbreekt het woord van toelichting niet. En het Ontwerp is, zooals men weet, verkrijgbaar gesteld door de Synode, zoodat ieder het zich kan aanschaffen.
Wanneer er nu belangrijke op -en aanmerkingen zijn, dan moet men er liefst niet a l'improviste mee komen op een vergadering, waar ze dan even aangeraakt, maar niet uitgewerkt worden, om dan doorgaans te blijven liggen zonder beteekenend nut voor de zaak, waarom het gaat. Daarom zouden we zeggen: laat men het Ontwerp, waarin het toelichtend woord een breede plaats, inneemt, lezen en bestudeeren — predikanten, ouderlingen, gemeenteleden — en laat men dan met bezwaren en adviezen, wél omschreven, komen, op een manier, die ons vooruit kan helpen. Door allen — zeker ook door de voorstellers — zal het worden toegejuicht en gewaardeerd als men zoo de zaak, waarom het gaat, helpen, vooruit helpen wil.
Men zou dan b.v. z'n bizondere aandacht eens kunnen schenken aan het nieuwe Artikel IX, dat eventueel het tegenwoordige Artikel XI Algem. Reglement, zou komen vervangen (vroeger ook onder Artikel IX bekend). Men zou eens nader kunnen beschouwen de kwestie van de meerdere vergaderingen en de verschillende Commissiën. Men zou eens bizonder kunnen stilstaan bij de Groote Synode, zooals die nu in dit Concept gedacht is. Over de Overgangsbepalingen zou men een nadere beschouwing kunnen geven. Wat betreft de kwestie van leer, leergeschillen en leertucht zou men z'n meening ten beste kunnen geven. (Die altijd spreken van „sfeer", sfeer „scheppen" en in een zekere sfeer „leven" enz„ willen misschien wel eens overwegen dat een „sfeer" in de Kerk zonder de „leer" en zeker zonder den ,,Heer", een ledig onding is. Een opmerking als deze maken we hier, omdat het ging over de leer, leergeschillen en leertucht — waarbij men wel eens blijk geeft meer met een „sfeer" op te hebben, dan met de ,,leer").
(Wordt voortgezet).
Ons Propagandaboek 1929.
Dezer dagen komt van de pers en zal aan de leden verzonden worden Ons Propagandaboek 1929. Men zal in dit boekje allerlei vinden over onzen Gereformeerden Bond, de Waarheidsvriend, onze Fondsen, het werk van de Evangelisatiecommissie, enz. Propagandistische lectuur wordt hier geboden met de bedoeling de leden van den Gereformeerden Bond van een en ander op de hoogte te stellen, terwijl door het Hoofdbestuur tevens de hoop wordt gekoesterd, dat dit Propagandaboek door de leden ijverig zal worden verspreid onder niet-leden van den Bond en niet-lezers van de Waarheidsvriend en niet-begunstigers van onze Fondsen en niet-meewerkenden aan den Evangelisatiearbeid. Zij de uitkomst van dit pogen onder Gods zegen tot bevordering van ons werk en tot uitbreiding van onzen Bond — tot eere Gods en tot zegen van de Ned. Hervormde Kerk!
Een dubbel gunstig getuigenis.
Prof. G. van der Leeuw, hoogleeraar in de theologie te Groningen, schreef in „Volks ontwikkeling", dat hij, aanwezig zijnde als rijks-gedelegeerde bij de eindexamens H. B.S., de ondervinding heeft opgedaan, dat de leerlingen van de Christelijke onderwijsinrichtingen op tal van vragen, rakende het bijbelsch en godsdienstig terrein, vlot, gemakkelijk en goed konden antwoorden, terwijl de leerlingen van openbare onderwijsinrichtingen bij dezelfde vragen uitmuntten door ontstellende onkunde. De hoogleeraar zegt te weten, dat een school, waar elk religieus element bij de meeste leerlingen ontbreekt, geloovige ouders niet aantrekt. Waarin die ouders ook gelijk hebben.
De uitbouw op het terrein van het Middelbaar- en het Voorbereidend Hooger onderwijs — H.B.S., Gymnasium of Lyceum — is aan ook noodig, nuttig en gewenscht. Wel, zegt prof. Van der Leeuw, is met den christelijken naam niet alles gewonnen — en wij zeggen het hem van harte na — maar dat mag ons niet ontslaan van den plicht om hier Scholen met den Bijbel, Christelijke H.B.S., Gymnasium of Lyceum — te bouwen, waarbij we er ernstig naar te staan hebben dat er de echt Bijbelsche waarheid wordt gevonden en een echt christelijke geest heerscht. Daarvoor moet ons gebed en onze arbeid uitgaan.
Een tweede gunstig getuigenis ten opzichte van onze christelijke onderwijsinrichtingen gaf het Handelsblad. Jaar op jaar — zoo schrijft 't Handelsblad — is het percentage der geslaagden bij het eindexamen der Bijzondere Scholen aanmerkelijk hooger dan van de Openbare. En getroffen door de betere resultaten der bijzondere inrichtingen van Middelbaar Onderwijs boven die van de openbare, schrijft het Handelsblad:
»Men kan, dat verschil opmerkende, gaan nadenken over de oorzaken, maar groote voorzichtigheid is dan geboden. De veronderstelling, dat men het den candidaten bij het bijzonder onderwijs gemakkelijker maakt dan bij het openbaar onderwijs, dient verworpen te worden. Veeleer is aan te nemen, dat de leerlingen uit de kringen van het bijzonder onderwijs, algemeen gesproken, beter onder gezinsdiscipline zitten en daardoor beter werken, en dus beter voorbereid aan het examen deelnemen«.
Men maakt het den leerlingen aan de bijzondere onderwijsinrichtingen dus niet makkelijker dan aan de openbare H. B. S., Gymnasium, enz. Voor die betuiging zeggen we het Handelsblad dank! En 't is waar! Dan komt de gezinsdiscipline, die bij de christelijke menschen beter is, dan bij de voorstanders van het neutrale onderwijs. Ook dat achten we een voorrecht, dat het huiselijk leven in de christelijke gezinnen nog op hooger peil staat dan bij de „neutrale" gezinnen. Het is ook voor de kinderen, voor de zonen en voor de dochteren, blijkbaar ten zegen.
En dan had het Handelsblad ook nog kunnen noemen, dat de gang van zaken op onze bijzondere, op onze christelijke onderwijsinrichtingen gewoonlijk nog met een weinig meer discipline, orde en regel gaat dan op de openbare scholen. Zelfs tal van ouders, die anders niet zooveel van dat ,,christelijke" hebben moeten, kiezen daarom voor hun kinderen een christelijke onderwijsinrichting. Waar gewoonlijk ook de verhouding van leeraars en leerlingen intiemer en beter is dan op de openbare.
Maar die „voorrechten" van de christelijke onderwijsinrichtingen moeten dan ook door ons met allen ernst bewaard en verdedigd worden. Want als die in onze kringen ons ontvielen — gezin & discipline, orde op school en vertrouwelijke omgang van leeraars en leerlingen — dan was al dat mooie van onze christelijke scholen en onze christelijke gezinnen weg. En als 't mooie leelijk wordt, is 't dubbel leelijk. 't Schoone dat bederft, is dubbel te bejammeren. Intusschen doet ons dit dubbel gunstig getuigenis van prof. Van der Leeuw en van het Handelsblad genoegen.
Vereenigd wat gescheiden was.
De Gereformeerde Kerk in Schotland was gescheurd; men had onder de presbyteriaansche bevolking de Kerk van Schotland en de Vrije Kerk van Schotland. Maar onder geweldige belangstelling heeft na veel besprekingen en na lange voorbereiding te Edinburgh de officiëele plechtigheid plaats gehad van de vereeniging dier twee Kerken. De kerkdienst werd door niet minder dan 12500 menschen bijgewoond, in welken dienst een brief van den koning werd voorgelezen.
Natuurlijk is er ook een gedeelte, dat zich met de vereeniging van de twee gescheiden levende zusterkerken niet kan vereenigen, hetwelk te Glasgow afzonderlijk vergaderde.
Veel is tegen hereeniging waarschijnlijk in te brengen. Maar dat weer bij elkander komt wat bij elkaar hoort in het midden van de Kerk van Christus, lijkt ons zóó heerlijk, dat wij er gaarne melding van maken van hetgeen in Schotland is geschied. Terwijl ons zoo diep leed doet, dat ook in Nederland de scheidingslijn telkens noodeloos zoo diep wordt getrokken en de verschilpunten zoo met opzet breed worden uitgemeten. De splijtzwam werkt onder ons op elk terrein toch wel heel erg en het onheilig vuur, ook bij degenen die van heilige dingen spreken, lijkt ons niet weinig te zijn in onze dagen.
Dat Gods Geest onzen hof doorwaaie!
Een klacht, die dubbel spreekt.
Bij de S.D.A.P. wordt gevoeld, dat het verkeerd gaat. In „Het Volk" van 4 October staat een hoofdartikel ,,Theoretische fundeering". Dat artikel konden wij misschien in onze kringen voor een zeer groot gedeelte overnemen. Want ook bij ons wordt door de practijk aan de theoretische fundeering wel eens te weinig zorg besteed. Er is geen tijd om eens grondig de beginselen na te speuren, vast te stellen, uit te werken. Het leven is zoo druk, vraagt zooveel van ons, en dan schiet de bestudeering van de beginselen er wel eens bij in. Men heeft het druk over allerlei practische dingen — op zichzelf niet verkeerd — maar de beginselen kent men niet. Men is er dikwijls niet eens aan toe gekomen.
En dan zegt „Het Volk" nog iets meer. We nemen het hier over:
»Het is een internationaal verschijnsel, dat de theoretische bezinning een geringer plaats in de socialistische gelederen inneemt dan tevoren. Het verschijnsel beperkt zich ook geenszins tot het socialisme. Er is een na-oorlogs-verschijnsel van geestelijke vervlakking, dat geen enkele andere richting onaangetast heeft gelaten. Vooral bij de jongeren wordt veelvuldig als kenmerk aangewezen, dat zij slechts naar daden haken, niet naar beschouwingen, dat slechts feiten hun belangstelling wekken, niet de verklaring daarvan, dat zij ook in het gevoel veel meer vertrouwen stellen dan in het verstand«.
Geestelijke vervlakking. Vooral ook bij de jongeren. En daarvan zegt „Het Volk" dan nog:
»Heel diep is de „geestelijke vervlakking" ook in onze rijen doorgedrongen.
Ook bij onze jongeren vooral, die al te zeer opgaan in sport en spel van ons rustelooze moderne leven. Er blijft geen tijd meer voor geestelijke verdieping«.
Sport en spel — — — worden ook onze kringen er niet door bedreigd ten doode? En als „Het Volk" er over klaagt en zoowel de leiders des volks als de jongeren waarschuwt, dan is dat een klacht voor ons, die dubbel spreekt, en wij zullen goed doen om ook in onze kringen te waken en te strijden, dat de kennis der beginselen niet verloren gaat en veracht en verwaarloosd wordt; dat de geestelijke vervlakking niet de overhand over ons krijgt; dat sport en spel onze jongeren niet vermoordt.
Dat de leiders des volks dubbel acht geven en voor elk terrein des levens met ons mogen waken!
Theoretische fundeering! Voor de Kerk, voor het gezin, voor de school, voor de vereeniging, voor heel het leven van het Volk en van den Staat en van de Maatschappij, is het zoo noodig, zoo broodnoodig.
Kennis der beginselen! Geestelijke bezinning!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's