STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Wijziging in de partijverhoudingen.
Onlangs hebben wij bij gelegenheid van 't opmaken der voordracht voor het Voorzitterschap van de Tweede Kamer, de aandacht gevestigd op een wijziging in de partijverhoudingen, die daarin uitkwam, dat er toenadering viel waar te nemen van R.-Katholieken naar Sociaal Democraten. Wij spraken daarbij van een Roomsch— Roode combinatie.
Tot hiertoe was de situatie een andere, want het was in de jaren, waarin de rechtsche Kamergroepen in het Parlement een meerderheid vormden, regel, dat ten aanzien van de nominatie voor het presidium der Kamer overleg werd gepleegd tusschen de rechtsche fracties, waarvan dan het gevolg was dat de nummers één en twee op de voordracht bezet werden door leden der Kamer, die tot de meerderheidspartijen behoorden.
Van zulk een overleg der rechtsche groepen was echter ditmaal, blijkens de uitgebrachte stemmen, geen sprake. De extra parlementaire toestand, waarin op het oogenblik ons land verkeert, oefende ook invloed uit op de Voorzitterskeuze.
De Roomsch Katholieken, die zich aan wat vroeger placht te geschieden, thans niet stoorden, gingen op avontuur uit en ontmoetten op hun weg de Sociaal Democraten. Vandaar, dat op nummer twee van de voordracht niet een man van rechts, maar door den steun van de Roomsch Katholieken, een Sociaal Democraat werd gebracht.
Een verschuiving alzoo van Roomschen naar Socialisten en van Socialisten naar Roomschen.
Brengen wij nu bij deze wijziging in de partijverhoudingen het feit in aanmerking, dat de Troonrede een kleurloos karakter droeg, een punt, dat naar onze lezers zich zullen herinneren, aan onze aandacht niet is ontsnapt, dan ligt de conclusie voor de hand dat de politiek van het Kabinet er op gericht is om bij die partijen steun te zoeken, waar het Ministerie dien behoeft.
Van een zelfde gedachte is ook het Nederlandsch Weekblad, het nieuwe orgaan van de onafhankelijke groep Christelijk Historischen te Rotterdam, dat er in zijn nummer van 28 September op wijst, dat alle specifiek Roomsche wenschen in de Troonrede achterwege bleven, terwijl daarentegen de sociale plannen in dit staatsstuk naar voren treden, waarvoor men hoopt, zoo schrijft het blad, dat de combinatie Nolens, Albarda en Marchant aan een meerderheid zal helpen, hetgeen ook wel het geval zal zijn.
In dit licht — zoo gaat het Weekblad verder — moet de samenwerking van Roomschen en Socialisten bij de vaststeling van de voordracht voor den Voorziter worden gezien. Want het is er de Roomschen bovenal om te doen, de Roomche arbeiders bij hun geloof en Kerk, vooral ook door middel van de politiek, te behouden.
Of de onderstelling juist is, dat de Roomchen en Socialisten elkander hand- en spandiensten hebben bewezen, is een aangelegenheid van niet geringe beteekenis.
Op dit punt hebben de Roomsch Katholieken in de Tweede Kamer nog geen klaren wijn geschonken. In de Roomsch Katholieke bladen spreekt men van een praatje en van een legende. Het zou onwaar zijn, dat er tusschen de Roomsche Kamerfractie en de Sociaal Democraten overleg zou hebben plaats gehad.
Intusschen komt thans het orgaan van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen, De Strijd, van 5 October ons anders inlichten. In dat blad, dat beter dan elk ander blad is ingewijd in wat in de Sociaal Democratische Kamerfractie omgaat, lezen wij: »dat niettemin (ondanks het stemmen van de Antirevolutionairen voor een eigen man) de Katholiek (mr. Van Schaik) gekozen is, is het gevolg van e e n a f s p r a a k (wij spatiëeren) tusschen de Katholieke en de Sociaal Democratische fracties, waardoor als tweede voorzitter de Sociaal Democraat benoemd is«.
Duidelijker dan De Strijd het hier mededeelt, kan het niet gezegd worden. Er heeft een afspraak plaats gehad tusschen Roomschen en Socialisten en daarmede is de wijziging in de partijverhoudingen ingetreden. Dat het daartoe komen zou, wanneer een parlementair Kabinet niet zou zijn saam te stellen, was te begrijpen, en hebben wij bij vorige gelegenheden ook telkens voorspeld.
Wordt de rechtsche samenwerking verbroken, zoodat de Roomschen los van de partijen der rechterzijde komen te staan, dan is het te verwachten dat zij zich wisselend tot die partijen om steun wenden, waar zij dien noodig hebbem Wij hopen nog altijd, dat wij de zaken te pessimistisch bekijken, het gevaar van een Roomsch — Roode combinatie nog niet zoo ernstig dreigt en de wijziging, welke in de partijverhoudingen staat voltrokken te worden, alsnog is te stuiten.
Inderdaad zouden, zoo 't proces Roomsch —Rood voortgang had, groote landsbelangen worden geschaad.
Wij wijzen nu niet in de allereerste plaats op de gevolgen, die zouden gelegen zijn in een toenemende verroomsching van ons volk, maar op andere groote gevaren, die dan aan de orde zouden komen. Wij bedoelen bijv. de verzwakking die onze landsverdediging ongetwijfeld zou lijden; de moeilijkheden, welke zich in Indië zouden openbaren, waar Indië, los van Nederland, een ramp zou zijn zoowel voor Nederland als voor Indië, en het prijsgeven van het karakter van den Zondag als den dag, door den Heere als rustdag ingesteld.
Wij wijzen slechts op deze onderwerpen. Zij zouden met meerdere kunnen worden aangevuld. Voor al deze dingen moet ons Christenvolk een open oog krijgen. Daarom hebben wij alle middelen te baat te nemen om in 's Heeren kracht de groote gevaren, welke dreigen, af te wenden. Niet genoeg kan de aandacht worden gevestigd op den ernst van den politieken toestand, waarin wij leven. Inderdaad, er dreigen ernstige gevaren. Het gaat om de christelijke grondslagen van ons volksleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's