FINANCIEN
Postgiro 138421.
Wie 't kleine niet eert nu ja, de andere helft van deze spreuk kent ge wel. Ik denk dat daarin de troost ligt waarmee ik mezelf deze week moet trachten te troosten. Ja, ik weet het nog niet, hoor, maar als ik zoo eens denk wat er de laatste dagen inkwam, dan vrees ik dat ik ditmaal nog al een heel eindje blijven zal niet slechts onder het bedrag van de vorige week, maar ook onder de streep van mijn tevredenheid.
Maar een ander spreekwoord zegt: zoek aan alles de lichtzijde. Nu, dat woord zal ik dan ook nu maar weer in toepassing zien te brengen. En die lichtzijde is deze — maar daar moogt gij geen misbruik van maken, hoor! — dat het niet altijd even goed mag gaan en dat het ook niet altijd Excelsior wezen kan. Wij lezen in de Schrift van Israels volk: „Als Jeschurun vet werd, sloeg hij achteruit". En ach, als wij altijd wegen van voorspoed bewandelen en het is altijd maar vooruitgang, dan zijn we zoo licht geneigd om God te laten varen en te denken: „mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen". Daarom hebben we ook zoo telkens weer noodig om verootmoedigd te worden en te leeren dat ,,het de Heere is, die ons kracht geeft om vermogen te verkrijgen". Wij moeten telkens weer leeren leven niet uit onze en ook niet uit elkanders, maar uit Zijne hand. En kijk, dat beschouw ik nu als de lichtzijde van het betrekkelijk kleine bedrag waarmee ik ditmaal wel zal moeten eindigen. Heb ik het wel zoo verkeerd gezien?
Ja, aan alles maar de lichtzijde zoeken. Dat dacht ik deze week ook, toen ik het laatste nummer van ons Zendingsblad ,,Alle den Volcke" in handen kreeg. Daar zag ik een onafzienbare lijst van giften die ingekomen waren om het tekort van den laatsten Zendingsdag te dekken. Jongen, jongen, dat was nog al wat! Een bedrag van meer dan ƒ 1700.— en de Director verwachtte nóg meer, vooral van de ,,Rubenieten" die blijkbaar ook zelfs in den kring van den Gereformeerden Zendingsbond nog gevonden worden.
Nu ben ik niet afgunstig, hoor. Ik hoop van harte dat er voor onzen G.Z.B, nog 5 x 1700 bij zullen komen. Het werk der Zending heeft het ook noodig, heel hard noodig zelfs. Maar als ik daar nu de ,,Extraatjes" eens mee vergeleek voor het tekort in mijn laatje, waar ik anders al zoo mee in mijn schik was, dan kunt ge wel begrijpen dat ik toen een oogenblik een beetje een zuinig gezicht zette, zoo'n gezicht van nu ja, iemand die kiespijn heeft. Ik dacht: waar ligt dat nu aan? 1700 voor het tekort van den G.Z.B, en zoowat het 10de deel voor het tekort van den GB? Ligt dat nu alléén daaraan dat ik in ,,De Waarheidsvriend" geen blanco postwissel of girobiljet had laten insluiten, zooals men dat in „Alle den Volcke" wel had gedaan? Nu, dan weet ik wat ik doen moet als ik weer eens voor een tekort kom te zitten. Een mensch blijkt toch maar nooit te oud te zijn om te leeren.
Maar nu de lichtzijde, die ik ook hieraan weer vond. Ziet eens, de vergelijking tusschen die 1700 en die 170 leerde mij dat onze Gereformeerde menschen toch heelemaal niet egoïstisch zijn. Dat wordt anders nog wel eens gezegd. Het verwijt dat men onzen menschen wel eens voor de voeten werpt is dit: als jullie in je eigen gemeente maar de Waarheid kunt hooren, dan bekommer je je er niets om hoe het met anderen gaat. Maar laten ze dat nu eens weer zeggen, dan heb ik de bewijzen in handen dat het net omgekeerd is. Immers als onze menschen ƒ 170.— geven voor der eigen, om voor zichzelf te houden wat zij hebben, dan geven ze er 1700 voor de heidenen. Is dat nu egoïstisch? En zou dat dan aan deze zaak ook weer niet de lichtzijde zijn? En tegen die lichtzijde weegt niet op de donkere kant dien ik zag dat er n.l. onder die lange lijst namen waren, waar ik van dacht: nu, die had ook om .......... Neen, meer zeg ik maar niet. Nog eens: ik gun onzen Zendingsarbeid nog wel tienmaal meer, maar ik meen ook wel eens ergens in zoo'n dik boek gelezen te hebben: „beginnende van Jeruzalem", Laat men dus ook nog eens om ,,Jeruzalem" denken. Neen, ik heb onder de „extraatjes" nog altijd geen streep gezet.
Maar laten we nu eens zien hoever wij het brengen kunnen. We beginnen met een feestgave. O, zeker ergens een zoon of een dochter geboren, zegt ge misschien. En nu is vader of moeder, of misschien grootvader of grootmoeder zoo blij dat zij ook even aan de kinderen van den Penningmeester hebben gedacht. Nou, dat nu bepaald niet. O zeker, daar zullen natuurlijk ook nu wel weer kinderen zijn geboren, en wie weet wat er dus misschien nog komt. Maar de feestgave die ik op 't oog heb is toch van een eenigszins anderen aard. Zij komt uit
V l a a r d i n g en, waar het echtpaar A. R. — zou dat misschien Anti-Revolutionair beteekenen? — mij ter gelegenheid van hun 25-jarig huwelijksfeest ƒ 25.— zond. Wij feliciteeren dit echtpaar recht hartelijk en hopen dat zij voor elkaar en voor hunne kinderen nog vele jaren tot rijken zegen zullen zijn.
J u t p h a a s, van J. v. L. een „extraatje" van ƒ 2.—.
W i e r d e n, van ds. Steenbeek een „extraatje" van N.N. „uit dankbaarheid dat ds. S. weer te Wierden blijft", van ƒ 2.50.
K r a l i n g e n, van ds. Pott — ds. P. schijnt zich op „Financiën" geabonneerd te hebben; nu, als dat zoo blijft doorgaan in Kralingen, dan halen ze op den langen duur Bodegraven nog wel in — ditmaal 50 stuivers, verzameld door A. d. W. voor het Studiefonds, dus een bedrag van ƒ 2.50.
R o t t e r d a m, door bemiddeling van ds. Van Grieken van 3 N. N.'s respectievelijk ƒ 2.—, ƒ 5.— en ƒ 2.—, samen een bedrag' van ƒ 9.—.
O o l t g e n s p l a a t, van N.N. een „extraatje" van ƒ 1.—.
V i n k e v e e n, van N.N. een extraatje" van ƒ 2.—.
Z e i s t, van S. V. voor beide fondsen ƒ 10.-.
P u t t e n, van ds. Van Amstel een bedrag van ƒ 10.— voor het Studiefonds, zijnde één-zesde van een gift, gevonden in de collecte voor het bedanken voor het beroep naar Groot-Ammers.
M a a s s l u i s, van den Penningmeester der afdeeling, A.T. Langeveld, een contributiebedrag van ƒ 6.— en voor het tekort ƒ 5.—, samen dus ƒ 11.—.
V e e n e n d a a l, van twee flinke jongens, Gijs Beukhof en Piet van Kruistum, ƒ 1.07 aan centen en halfjes, die zij niet versnoept, maar met een heelen boel zilverpapier voor de fondsen verzameld hadden. Ik hoop, dat vele andere jongens er een voorbeeld aan nemen zullen. Meer niet van de week! We gaan dus aan 't optellen en komen dan tot een bedrag van
f 76.07
't Valt me nog niet eens tegen. En wilt ge wel gelooven dat ik — en dat is weer een lichtzijde — dengenen die mij dit bedrag zonden nog veel dankbaarder ben dan dat er zooveel is dat ik haast geen overzicht heb Laten dus ook de zenders van kleine bedragen zich overtuigd houden dat ik wat ook zij mij zenden, al is het nog zoo weinig, ten zeerste waardeer.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
POSTZEGELS, CAPSULES EN ZILVERPAPIER
Juist toen ik mijn opgave voor deze week zou gaan schrijven en dan tegelijk ook nog met een enkel woord mijn verzamelaars(sters) er aan te herinneren dat het tijd wordt mij weer eens te bedenken, kwam er reeds van een ouden bekende een flink pak binnen. Blijkbaar heeft deze milde gever of geefster direct gevolg gegeven aan de oproeping, door den Penningmeester gedaan, en zoodoende een goed voorbeeld gegeven ter navolging.
Ik zal er dan ook maar niet veel aan toevoegen en zal nu eens tegen mijn gewoonte in niet de laatste zending beginnen. Dat zoo'n groot bedrag wel bovenaan mag staan, zullen allen wel met me eens zijn.
1e. N. N. uit Vlissingen zond mij dan drie bankbiljetten van ƒ 10.—. Hartelijk dank aan de(n) milde(n) gever of geefster.
2e. H. B. de Jong, Rotterdam, zilverpapier;
3e. J. van Gijze, Leiden, zilverpapier, capsules, benevens ƒ 1.—,
4e. Mej. A. Kranendonk, Ridderkerk, zilverpapier.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mej. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's