STAAT EN MAATSCHAPPIJ
De Openbare School in het gedrang.
Bij de totstandkoming van de Lager Onderwijswet 1920 werd van de zijde der voorstanders van de Openbare School beweerd, dat de gelijkstelling van het bijzonder- met het openbaar onderwijs, op grond van deze wet tot stand gebracht, alleen ten goede zou komen aan hen, die voor hun kinderen confessioneel schoolonderwijs begeerden. Alle voordeelen, welke de wet van '20 gaf, zoo betoogde men, waren voor de Protestantsch-Christelijke en de Roomsch-Katholieke scholen, de nadeelen voor het neutrale openbare onderwijs.
Hoewel van meetaf dit standpunt van de voorstanders der Openbare School werd bestreden en de onjuistheid er van werd aangetoond, het bleef een kloppen aan doovemansdeuren, totdat de oogen van een aantal vrijzinnigen, die bevreesd werden voor het roode gevaar, dat de Openbare School bedreigde, open gingen en een eigen neutrale school werd gesticht. Deze vrijzinnigen maakten, zooals te voren reeds was uiteengezet, gebruik van de bepalingen van de zoo gesmade Lager Onderwijswet 1920 om naast de Openbare Scholen eigen neutrale scholen te bouwen.
Blijkens het laatst verschenen onderwijsverslag, dat van het jaar 1926, was het aantal dezer scholen op 31 December van dat jaar reeds tot een 129-tal geklommen. Dit was de eerste phase, waarin door voorstanders van de school, waaraan de natie zoozeer gehecht is, de Openbare School den rug werd toegekeerd. De tweede stap staat thans gedaan te worden.
Het zijn niet minder dan de Sociaal Democraten, die de Openbare School ditmaal een nieuwen slag zullen toebrengen. Naar de bladen melden — en het bericht werd door de Socialistische pers bevestigd — is op 25 September j.l. te Heerlen een stichting in het leven geroepen onder den naam van „De Neutrale Volksschool", welke zich ten doel stelt scholen te stichten, waar lager onderwijs zal worden gegeven op de basis van de volstrekte neutraliteit.
De reden, waarom de Sociaal Democraten deze stichting in het leven hebben geroepen, omdat de moderne arbeidersbeweging niet langer in het feit kon berusten, dat de kinderen harer leden in Limburg geen behoorlijk neutraal onderwijs kunnen krijgen, laten wij voor het oogenblik voor wat zij is.
Opmerkelijk is echter, dat de Socialisten een weg gaan betreden, waartegen mr. Troelstra in de Bevredigingscommissie, die de Wet van 1920 had voor te bereiden, zijn waarschuwende stem liet hooren, toen hij zijn partijgenooten aanmaande om geen roode scholen op te richten, maar zich te houden aan de Openbare School.
De Sociaal Democraten slaan deze waarschuwing van hun oud-leider thans in den wind. Zij laten de Openbare School los om te gaan profiteeren van de rechten, welke de Lager Onderwijswet van 1920 aan de bezwaarden tegen de Openbare School geeft. Wat de Socialisten aan de voorstanders van confessioneel onderwijs verwijten, n.l. dat deze de Openbare School afbreken, is voor hen ook geen bezwaar meer. Tegenover de Openbare School zullen eigen scholen worden gebouwd. De Sociaal Democraten zullen dus ook aan subsidiejagerij gaan doen.
Wie had dit ooit van deze palstaanders voor de Openbare School kunnen verwachten.
Ondertusschen zal de zoozeer geloofde Openbare School weer een nieuwe veer moeten laten vallen. 't Is wel spijtig voor het instituut, waaraan het verlichte deel der natie zijn liefde heeft verpand, om eenzaam op zijn post te moeten staan. De Openbare School maakt moeilijke tijden door, nu ook de de groote kracht, die haar tot dusver steunde, de Sociaal Democraten, haar gaat ontvallen.
Leerzaam.
Voor hen, die den extra-parlementairen toestand, waarin ons land verkeert, nog niet zoo kwaad vinden en die juist in dat extraparlementaire met terzijdestelling van eene rechtsche samenwerking iets aantrekkelijks zien, kunnen de benoemingen, die den laatsten tijd van het Departement van Binnenlandsche Zaken en Landbouw uitgingen, zeer leerzaam zijn.
De Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw heeft het oirbaar geacht zijne medewerking te verleenen, om in de gemeenten Hillegom, Noordwijk en Wassenaar, waar tot dusver protestantsche burgemeesters aan het hoofd stonden, bij de vacature een Roomsch-Katholiek benoemd te krijgen. Doch hiermede niet tevreden, werd de vorige week in 't overwegend Protestantsche Hilversum eveneens een Roomsche functionaris voor het ambt van burgemeester bestemd. In deze hoofdplaats van het Gooi, waar het aantal Roomschen nog geen 30% van de bevolking bedraagt, komt de heer Lambooy, de Roomsch-Katholieke oud-minister van Oorlog, als burgemeester op het gemeentehuis te zetelen. Dat tengevolge van al deze benoemingen eenige ongerustheid onder 't Protestantsch-Christelijk deel der bevolking gaat ontstaan, is begrijpelijk, maar of door in de pers aan het klokketouw te trekken, de Regeering zich in andere richting zal laten sturen, valt te betwijfelen. Het Kabinet staat geheel los van de partijen der rechterzijde, het gaat zijn eigen gang. Van overleg is geen sprake.
Dat er over de zaak in het openbaar kan en ook zal gesproken worden, kan zijn nut hebben, maar zulk eene bespreking in het publiek is natuurlijk iets anders dan dat binnenskamers wordt geconfereerd. Dit laatste nu is bij een extra-parlementair Kabinet uitgesloten, omdat het verband tusschen Ministerie en meerderheidsgroepen niet bestaat.
Zij, die meenen, dat, wanneer een rechtsch Kabinet maar van de baan is, de invloed van Rome is gebroken, hebben thans een nieuw bewijs gekregen hoezeer zij zich vergissen. Wat met de burgemeestersbenoemingen gebeurde, is terdege leerzaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's