FINANCIEN
Postgiro 138421.
Nog een maand en dan hebben we het einde van ons boekjaar alweer bereikt. Ja, de tijd gaat snel. Wat is een week, een maand, een jaar niet spoedig voorbij! Dat is een bekende en dikwijls uitgesproken waarheid, waartegen door niemand onzer iets kan ingebracht worden. Hoe dikwijls gebeurt het niet, dat wij aan een of ander voorval in ons leven herinnerd worden en dat wij dan zeggen: is dat nu al weer zóó en zóó lang geleden? Vooral met het oog op menschen die we gekend hebben en niet het minst op betrekkingen, die ons lief en dierbaar waren en die ons door den dood ontnomen zijn, kunnen wij het ons haast niet voorstellen dat hun plaats nu alweer zoo en zooveel jaren ledig staat. Hoe is 't mogelijk, zeggen we dan wel eens: 't is of we ze pas enkele maanden missen, en dan blijkt het soms alweer zooveel jaren te zijn.
En zoo hollen we voort. Job had het wel goed gezien toen hij zeide: mijne dagen zijn lichter geweest dan een looper; zij zijn voorbijgevaren met jachtschepen; gelijk een arend naar het aas toevliegt.
Ja, wij vliegen daarheen. Toen voor een paar weken de Zeppelin boven ons vaderland vloog — jammer, dat dit op Zondag geschiedde en de dag des Heeren op deze wijze door velen ontheiligd werd — hebben wij allen verbaasd gestaan over de onbegrijpelijke snelheid waarmee dit luchtschip zich voortbewoog. Zoó was het boven Amsterdam en zoó was het boven Rotterdam en zoó was het via Utrecht en Nijmegen onze grens al weer over. Maar hebben wij er toen ook wel aan gedacht, dat wij allen eigenlijk levende luchtschepen zijn? Ja, ook ons leven is eigenlijk een vliegtocht naar de eeuwigheid. Zoó zijn we 20 en zoó zijn we 30 en zoó zijn we 50 of 60 jaar, en eer wij 't weten, eer wij er aan denken zijn we alweer aan en weldra over de grens van ons leven. En als we dan gedaald zijn, zullen we dan gedaald zijn in de haven der rust? Zullen we dan geland zijn in het nieuw Jeruzalem, in Silohaven, in de stad, die fundamenten heeft?
Ziet, dat is de vraag, die wij onszelven nooit genoeg kunnen doen. En gelukkig, als we dan goeden grond hebben haar bevestigend te beantwoorden; als we dan weten dat Jezus bij ons aan boord kwam, en dat Hij de Bestuurder van ons luchtschip is geworden. Dan kan het niet anders of de haven waarin we straks dalen, zal de veilige haven zijn.
Maar laat ik tot mijn uitgangspunt wederkeeren. Dat was 't einde van ons boekjaar, waaraan we alweer spoedig genaderd zullen zijn. Het spreekt vanzelf dat ik wel een beetje nieuwsgierig ben hoe dat einde wezen zal. En nu komt mij weer voor den geest het beeld van onzen vorigen Penningmeester. Als die zoo'n maandje van December af was dan zat hij altoos al te tellen en te rekenen hoe de balans er zou uitzien. Als we dan om dezen tijd bestuursvergadering hadden, dan bracht hij altoos al een voorloopig verslag mee, en dan had hij altoos weer hoop dat de inkomsten, als er nog maar een kleinigheid bij kwam, „weer hooger" zouden zijn. Wat straalde zijn vriendelijk gezicht dan van vreugde, als hij die mededeeling kon doen. Als nu November maar niet al te zeer tegenviel, meende hij dan. Nu, November viel nooit tegen, maar altijd mee. Daarom heb ik goede hoop dat het ook dit jaar weer zal meevallen. Of ik dan ook al aan 't tellen en rekenen ben geweest? Neen, eerlijk gezegd niet, want ik heb wel eens gehoord dat er menschen zijn die zich rijk rekenen maar arm tellen, en daar ben ik, tegen u gezegd, wel een beetje bang voor. Want ja, we hebben van 't jaar wel heele mooie weken gehad, weken waarin ik met enkele honderden voor het front kon komen, maar daar stonden er ook tegenover dat het nu ja, maar matigjes was. En als ik nu eens ging tellen en ik kwam dan tot de ontdekking dat het dit jaar b.v. een heel stuk bleef onder de vorige jaren, neen maar, dan zou ik heelemaal niet lachen, hoor! Als dat waar is, dan zal ik het straks wel zien als de tijd daarvoor gekomen is. We zullen ook in dezen maar niet oordeelen vóór den tijd. Misschien dat 't ook nog wel meevalt. Althans indien de Slachtmaand zich maar een beetje goedhoudt. Misschien wilt gij daartoe wel mede uw best doen. Kom, als gij misschien een „worstje" of een „karbonaadje" kunt missen, stuur het dan maar naar 't Veen. Als dominé heb ik naar zulk soort van dingen nooit gesolliciteerd en de Veenendalers hebben mij in dat opzicht — waar zij groot gelijk in hadden — ook nooit verwend; maar als Penningmeester durf ik er gerust om te vragen. De zusjes lusten 't allebei even graag. Dus als het varkentje niet tegenvalt, denkt dan eens om ze. Zij zullen er u heusch heel dankbaar voor zijn. Maar kom, gij zult wel nieuwsgierig zijn hoe het „laatje" er uitziet. Gij hebt er in 14 daag niets van gehoord. Laten we het dus eens even open doen:
S l i k k e r v e e r, van den heer P. van Beek een bedrag van ƒ 10.55, verzameld door zijn kinderen met busje 206 bij lezers van „De Waarheidsvriend".
A b c o u d e, van Chr. v. d. R. een extraatje van ƒ5.—.
H a s s e l t, van H. S. „het gevraagde kwartje" ƒ 1.—.
R e n s w o u d e, van P. W. B. een gift voor het Studiefonds van ƒ 10.—.
E d e, ƒ 5.—. van N. N. een verjaringsgift van
V e e n e n d a a l, van N.N. voor het bewijzen van een vriendendienst een gift van ƒ 2.50.
O l d e b r o e k, van N.N. een dankoffer van ƒ 2.50, omdat ds. Kraay het beroep naar deze gemeente aannam, met nog ƒ 2.50 voor de Evangelisatie, die ik doorzond naar ds. Lans.
A m e r s f o o r t, van ds. v. d. Berg bij hem bezorgd voor het Studiefonds een gitt van ƒ 2.50.
W e m e l d i n g e, van F. D. een gift voor Leerstoel-en btudiefonds van ƒ 5.—.
S c h o o n e r w o e r d, een gift van d. L. van ƒ 10.-—.
K r a l i n g e n, van onzen abonné ds. Pott van H. en N. ieder ƒ 1.—, dus samen ƒ 2.— voor het Studietonds, en later van 2 N.N.'s gecollecteerd in de bijbellezing ieder ƒ 1.—, dus ook samen ƒ2.—.
O n s t w e d d e, van ds. Wolthers gevonden in de collecte voor het Studietonds een gift van ƒ 10.—.
R h e n e n, van N.N. een „extraatje" van ƒ 2.50.
's -G r a v e n h a g e, van ds. Van Dorp van W. H. gecollecteerd in de Groote Kerk een gift van ƒ 2.50.
M e p p e l, van R. L. een gift voor het Studietonds van ƒ 1.—, benevens ƒ 1.— voor ds. Lans.
O u k o o p (bij Nieuwersluis), van den heer A. de Haan ƒ 1.—, gevoiiden in de collecte voor het Studiefonds en daarbij ook nog — zeker om geen schele oogen te maken — ƒ 1.— voor het Leerstoelfonds.
S o e s t, van ds. Kruishoop van een zuster der gemeente uit dankbaarheid ƒ 10.— en een „extraatje" gevonden in de collecte van ƒ 2.50, samen dus ƒ 12.50.
O u d B e ij e r l a n d, van ds. Van Hof, gevonden in de collecte een gift van f2.—.
G e n e m u i d e n, van ds. Luteijn de helft van een gift van ƒ 25.—, gevonden in de collecte uit dankbaarheid, van S.F. zijnde ƒ 12.50.
E e m n e s-B u i t e n, van den Kerkeraad aldaar een bedrag van ƒ 45.—. Ik vermoed, dat dit de opbrengst, is van een spreekbeurt, maar zou in dat geval wel gaarne willen weten wie daar de spreker is geweest.
D e n H a m van ds. Wesseldijk een collecte, gehouden bij diens intrede aldaar, van ƒ 85.10. Kijk, dat is nu nog weer eens een voorbeeld dat navolging verdient.
Z o e t e r m e e r, althans dat was het poststempel van een brief dien ik ontving met een bedrag van ƒ 10.— van een lezer van „De Waarheidsvriend". Als de zender van deze gift meer wil weten van die zaak waarover hij schreef, moet hij zich maar wenden tot den Zendingsdirector. Die zal daar meer van weten dan ik.
O o s t h u i z e n, van H. K. ƒ 1.50 voor het Studiefonds met dank aan den onbekende, die hem zoo trouw „De Waarheidsvriend" zond. Dat is dus blijkbaar van een gratis-lezer. Hij schrijft er bij: „mochten er soms meer van die zeer welwillende lezers zijn, dan is hier nog een liefhebber, die in aanmerking wenscht te komen". En dan volgt de naam van dien liefhebber, dien ik echter met den besten wil niet ontcijferen kan. Misschien wil H. K. er dus nog even een briefkaart aan wagen en mij dien naam en dat adres wat duidelijker melden. Dan zal ik het ter kennis brengen van de welwillende lezers.
G o u d e r a k, van ds. Leenmans inhoud van het catechisatiebusje „Leerstoelfonds" een bedrag van ƒ 9.25.
H i l v e r s u m, van ds. Van Lokhorst 4 giften, van ƒ 25, —, ƒ 5.—, ƒ 2.50 en ƒ 1.—, tezamen een bedrag van ƒ 33.50 voor het Studiefonds. Zie zoo, nu ben ik er, geloof ik. Even kijken, want ja, je moet voorzichtig zijn. Men kan zich zoo licht vergissen. Zoo kreeg ik van morgen een briefkaart uit
T e r A a, dat men een gift van ƒ 2.50, die daar eenige weken geleden voor het Studiefonds in den collectezak gevonden had, nog niet verantwoord had gezien. Ik dacht eerst, dat zal men wel over 't hoofd gezien hebben, maar neen hoor, toen ik het nazag berustte de vergissing bij mij. Ik had die ƒ 2.50 wèl geboekt in mijn kasboek en ook wel gerekend bij het totale bedrag van mijn inkomsten in die week. — Vandaar dat mijn eindbedrag van ƒ 247.35 in het nummer van 11 October ook eigenlijk ƒ 2.50 te hoog was — maar ik verzuimde het op te nemen in het verslag dat ik naar „De Waarheidsvriend" zond. Met dank aan hem, die mij hierop attent maakte, meen ik hiermede mijn verzuim hersteld te hebben.
Maar nu heb ik nog enkele contributiebedragen, n.l. uit
G o u d a, van den Penningmeester der afdeeling, G. Krook, een bedrag van ƒ 23.25.
R i d d e r k e r k, van den Penningmeester der afdeeling, A. Waardenburg, een achtergebleven contributie van ƒ2.—.
V e e n e n d a a l, achterstallige contributie van den heer S. ƒ 1.—, en. van het Postkantoor een borderel van verspreide leden van ƒ 14.27. Dat maakt samen een contributiebedrag van ƒ 40.52. En dit gevoegd bij de giften en gaven die tezamen bedragen ƒ 287.40, kom ik dus tot een eindcijfer van
ƒ 327.92,
waarmee ik, al is het van twee weken, best tevreê ben en waarvoor ik aan allen die het mij toezonden mijn hartelijken dank betuig.
De Penningmeester, Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's