KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen te IJmuiden W.J. van Elden te Aalsmeer — te Koekange Joh. Gerritsen, cand. te Utrecht — te Vinkeveen D.Th. Keck te Heteren — te Hollandscheveld H. Stegeman te Urmond — te Sebaldeburen H.W. Cazemier, cand. te Groningen — te Minnertsga W.G. Kreikamp te Sassenheim — te Oudemirdum N.C. Bakker te Benschop — te Drogeham M.J.A. de Zwaan te Wamel en Dreumel — te Oud-Beijerland G. Enkelaar te Monster.
Aangenomen naar Maasdijk D. Los te Scherpenisse — naar Nieuw en St. Joosland A. Burger te Oosterwierum — naar Berkenwoude L.C. ten Bruggencate, cand. te Ossendrecht — naar Groningen A. Altena te Rijnsburg.
Bedankt voor Utrecht J.H.F. Remme te Amsterdam — voor Leiden F. Kijftenbelt te Feijenoord — voor Reeuwijk en voor Nieuwpoort A.J. van Rennes, cand. te Zeist — voor Nieuw Buinen J. Douwes te Haulerwijk — voor Heer Hugowaard en voor Westerbork L.C. ten Bruggencate, cand. te Ossendrecht — voor Ilpendam C.R. Lelijveld te Dinther.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen te Moerdijk M.P. Feringa, cand. te Utrecht — te Steenwijk Th. Delleman te Giessen-Nieuwkerk — te Nieuwe Pekela J.C. Haartsen te Driesum — te Hillegom dr. S.P. Dee te Haren.
Aangenomen naar Batavia H. Holtrop te IJmuiden-Oost — naar Haastrecht J.F.H. Erdman, cand. te Hilversum — naar Katendrecht dr. O.B. Wurth te Oost en West Souburg — naar Schoondijke D.J. de Vries, cand. te Ermelo
Bedankt voor Amsterdam-Tuindorp dr. H.W. van der Vaart Smit te Zuid-Beijerland.
CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK.
Bedankt voor Rijnsburg M. Holtrop te Franeker — voor Dordrecht J. Jongeleen te Hilversum.
Afscheid, bevestiging en intrede. Ds. R.J.D. Beerekamp hoopt Zondag 24 November a.s. te Molkwerum voor de Ned. Hervormde gemeente afscheid te preeken en Zondag 1 Dec. d.a.v. te Doorwerth-Heelsum intrede te doen, na bevestiging door ds. W.G.G. Beerekamp, van Nunspeet.
— Ds. J.H. Vaandrager, die een benoeming als vlootpredikant (standplaats Den Helder) aanvaardde, hoopt Zondag 1 December a.s. van de Ned. Hervormde gemeente te Monnikendam afscheid te nemen.
— Ds. D. Plantinga, pred. der Ned. Hervormde gemeente te Linschoten, (bij Woerden), is voornemens aldaar op Zondagmorgen 8 December a.s. afscheid te preeken, en Zondagmiddag 15 December d.a.v. te 2 uur intrede te doen te Harmeien, na des morgens aldaar bevestigd te zijn door ds. P. Bongers, van Kamerik.
—Ds. D. Tromp, van Heerlen gekomen, werd Zondag j.l. bevestigd als predikant der Ned. Herv. Gemeente te Zandvoort door ds. A.W. Voors, pred.-dir. der Martha-Stichting te Alphen aan den Rijn, met Hand. 4 vers 29b en deed des namiddags intrede met een predikatie over Efeze 3 vs. 20, 21. Aan 't einde werden hij en de Gemeente door den consulent, ds. J.G. Lekkerkerker, van Bennebroek, toegesproken en werd den nieuwen leeraar Psalm 20 vers 1b toegezongen.
LEIMUIDEN. Men schrijft ons: Zondag 27 October was het voor onze gemeente een blijde dag. Na ruim een jaar vacant geweest te zijn — in welken tusschentijd een nieuwe pastorie is gebouwd — heeft toen ds. E. Jongens, overgekomen van Giessen-Oudkerk, intree gedaan en mochten we in hem weer een eigen herder en leeraar ontvangen. 's Morgens had de bevestiging plaats door ds. Broejes van Oude-Wetering, die sprak naar aanleiding van Openb. 3: 20. Des middags was de kerk tot in alle hoeken gevuld en deed ds. Jongens zijn intree met een prediking aan de hand van Openb. 22 vers 5 eerste gedeelte: „Aldaar zal geen nacht meer zijn." In een ernstige rede werd aan de gemeente aangezegd, dat de nacht der zonde ligt over alle vleesch, waarbij 't gansche menschdom zucht en zoekt, tastend of zij 't ook mogen vinden. Maar al geeft het zoeken nog zooveel afwisseling en niet zelden zelfs veel bekoring, 't einde van ieders weg, waarin de mensch behagen schept, is de dood; en de doodsnacht is de ontsluiting van den eeuwigen dood. De mensch, met een onsterfelijke ziel, zal dien nacht moeten leeren kennen, niet alleen een nacht van teleurstelling en leed des levens, maar den nacht der zonde. Daar ligt de grootste ellende, op geestelijk terrein. Nacht en verlangen naar den dag, maar de dag komt en 't is nacht. De kringloop des menschen is een kringloop des doods, omdat hij sporen ziet en volgt, die leiden van duisternis tot duisternis. Maar nu is daar Gods ontfermende genade in Jezus Christus, die het licht der wereld is; de morgenster; de zonne der gerechtigheid. De poort van den nacht tot den dag, waar 't geen nacht meer zijn zal en geen duisternis zal volgen, is de deur der wedergeboorte en der bekeering tot God. Jezus Christus zegt: die in mij gelooft, zal niet in de duisternis wandelen. Gods kinderen zijn kinderen des lichts en steeds weer en steeds meer zullen ze in Zijn licht het licht aanschouwen en als lichtdragers werken de werken des lichts, om daarna opgenomen te worden in de eeuwige lichtstad. Bemoedigend mag tot degenen die God zoeken en vreezen gezegd worden: „Wacht dan, ja wacht, verlaat u op den Heer!' Met een vermaan tot de jongeren maar niet minder tot de ouderen, om het licht te zoeken in den dag der zaligheid, werd de met den gloed der overtuiging uitgesproken predikatie beëindigd. Des leeraars wensch was, dat hij veel gedragen mocht worden op de vleugelen des gebeds, om voor hem van den Heere af te smeeken, dat hij als een lichtende fakkel mocht branden in dezen zoo donkeren tijd en als een gezant van Jezus Christus nog velen mocht brengen tot het geloof in Hem, die op aarde is gekomen om zondaren zalig te maken en Gode een volk toe te bereiden, dat Hem dient en vreest.
De gebruikelijke toespraken werden gehouden tot den bevestiger, den Burgemeester en de Wethouders, die tegenwoordig waren; tot den Kerkeraad, Kerkvoogden en Notabelen, den koster, organist enz. Ook den consulent werd een woord van dank toegesproken voor 't werk in de vacature hier verricht. Namens ringpredikanten sprak ds. Chr. de Bruin van Rijnsaterwoude en ds. Gerbrandy van Nieuw-Vennep. Ten slotte sprak nog ds. Broejes, op wiens verzoek de gemeente haar nieuwen herder en leeraar de bekende zegenbede uit Psalm 134 vers 3 toezong. Nadat de zegen op de gemeente gelegd was verliet de groote schare, onder den indruk zijnde van het gebeurde, het kerkgebouw. De Heere stelle ds. Jongens, in deze zijn derde gemeente tot rijken zegen en geve hem daartoe veel van Zijn genade en geest.
KAMPEN. Men schrijft ons: Zondag l.l. trad ds. P. J. Steenbeek voor de laatste maal voor de gemeente van Kampen op, als haar eigen leeraar. Nadat Hand. 20 vers 18-—32 gelezen was, bepaalde hij de gemeente, na een kort inleidend woord, bij de ontwikkeling der gedachten uit Jes. 21 vers 10, n.l. tot wie de boodschap werd gebracht, en welke boodschap gebracht werd. In verband met Jes. 28 vers 27 en 28, werd er op gewezen, hoe het zaad op 3 verschillende wijzen bearbeid moest worden, en dat alzoo de harten der menschen op onderscheidene wijzen door God bewerkt worden. Het woord kan den eenen mensch goed zijn, terwijl het den ander koud en ongevoelig laat. De dorsching omvat alles, wat op den dorschvloer gevonden wordt; overgebracht beteekent het alle menschen; de tarwe echter Gods kinderen. Hoewel er drieërlei dorsching is, zijn er slechts twee uitkomsten: kaf of tarwe, verloren of behouden.
In 't tweede gedeelte werd er op gewezen, dat hij de boodschap Gods gebracht had naardat de Heere hem had laten zien. Erkend werd eigen onwaardigheid, evenwel werd er tevens op gewezen, hoe de genade Gods rijk en overvloeiende is voor een, die zichzelf veroordeelt. Der gemeente wees hij er op, dat zonder wedergeboorte niemand den Heere zal zien, dat hij met Mozes kon getuigen, dat hij in zijn prediking den zegen en den vloek, het leven en den dood had voorgesteld. En hij eindigde met: kiest dan het leven, opdat gij leeft. Het slotwoord was de heilwensch uit Hebr. 13 vers 20, 21. De God nu des vredes, die den grooten Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen Testaments, uit de dooden heeft wedergebracht, n.l. onzen Heere Jezus Christus, die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus, denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Hierop volgden de gebruikelijke toespraken tot de ambtsbroeders ds. van Schaick, ds. Hielkema en ds. van der Kooij, tot den kerkeraad, kerkvoogden en notabelen, en kerkedienaren, alsmede tot den burgemeester, die nu voor de derde maal onder zijn gehoor zich bevond. Op verzoek van ouderling van Dilgt werd den scheidenden leeraar nog staande Psalm 121: 4 toegezongen. Met een weemoedig gevoel ging de zeer talrijke schare huiswaarts. En geve de Heere, dat zijn plaats weer spoedig door een voorganger uit onzen kring moge bezet worden.
WANSWERD en JISLUM. Men schrijt ons: 't Was Zondag j.l. een blijde dag voor de gemeente van Wanswerd en Jislum. Na een vac. van bijna 2 jaar mocht zij weer 't genoegen smaken een eigen herder en leeraar te ontvangen. Ds. Klüsener, overgekomen van Nieuwpoort, werd 's morgens bevestigd door zijn vriend en collega ds. Bartlema, van Zeist, en deed 's middags zijn intrede. De bevestiger had tot tekst Joh. 3: 15 en wees er op, dat het de taak van den Evangeliedienaar is, Christus in het middelpunt te plaatsen en Hem der gemeente steeds duidelijk voor oogen te stellen, opdat van Hem alles verwacht en verkregen zou worden tot verheerlijking van Zijn Naam. Dat de nieuwe predikant zulks ook wenscht te doen, bleek direct bij zijn intredepredikatie, naar aanleiding van Ef. 2 vers 20—22, waarin duidelijk uitkwam, hoe het Christus alleen is, die Zijn Kerk vormt en schraagt, op Wien alles rust. De nieuwe leeraar werd toegesproken door den consulent, ds. Scholtens van Foudgum en door ouderling Koopmans, die liet zingen Psalm 134 vers 3. Stelle de Zender dezen gezant tot een rijken zegen!
Ds. J. L. de Mol Moncourt. Te Daarle is in den ouderdom van 57 jaren overleden ds. J.L. de Mol Moncourt, predikant bij de Ned. Herv. Gemeente te Daarle. Na eerst de gemeenten te Drogeham en Hellouw te hebben gediend, was hij sedert April 1928 verbonden aan de Ned. Herv. gemeente te Daarle. Een ziekte van slechts enkele dagen heeft een einde gemaakt aan zijn leven. Niettegenstaande zijn kort verblijf te Daarle vvas hij bij zijn gemeenteleden wegens zijn goedig en vriendelijk karakter, zeer gezien en voelde hij zich tusschen de bewoners van Daarle zeer goed op zijn plaats. De begrafenis heeft Donderdag te Daarle plaats gehad.
Evangelisatie. Te Marle (bij Hellendoorn) zal door de Vereeniging „Onderzoekt de Schriften" een Zondagsschoolgebouw worden gesticht.
Uitbreiding van de prediking. Te Slikkerveer is, uitgaande van de Ned. Hervormde gemeente te Ridderkerk, een aanvang gemaakt met het houden van godsdienstoefeningen in het Evangelisatiegebouw aldaar. Het ligt in de bedoeling van den kerkeraad van Ridderkerk om voorloopig eenmaal des Zondags te Slikkerveer prediking te doen houden, indien men tenminste een voorganger daarvoor kan vinden. De afdeeling van den Ned. Prot. Bond te Slikkerveer houdt aldaar ook al reeds vele jaren godsdienstoefeningen in de voormalige Synagoge van de Joodsche Gemeente.
Evenals in 1882. Na vele malen te zijn teleurgesteld door een bedanken, heeft thans ds. A. Luteijn, Ned. Herv. pred. te Genemuiden, het beroep naar de Ned. Hervormde gemeente te Huizen (vacature ds. Holland) aangenomen. Het zal nu de tweede maal zijn, dat een dominé uit Genemuiden de roeping naar Huizen opvolgt, immers kwam ds. J.M. Rutte in 1882 naar de Hervormde gemeente van Huizen over. In de week, voorafgaande aan zijn afscheid te Genemuiden, verbrandde de Hervormde Kerk aldaar, waardoor ds. Rutte zijn afscheid preekte in de ruïne van het kerkgebouw.
GENEMUIDEN, 31 Oct. 1929. Hedenmiddag had alhier de verkiezing plaats van drie notabelen der Ned. Hervormde Kerk, wegens periodieke aftreding van de h.h. Jac. van Rees, Hm. Verhoek en wegens vacature, ontstaan door het aanstaand vertrek van ds. A. Luteijn. Uitgebracht werden 118 stemmen, waarvan Jac. van Rees 109, Hm. Verhoek 108 en Dirk Fuite Wmz. 102 stemmen verkregen, zoodat deze heeren zijn gekozen.
— In het ruime kerkgebouw der Ned. Hervormde gemeente te Hasselt zal een kerktelefoon worden aangelegd. Deze zal zeer zeker voor hardhoorenden het luisteren vergemakkelijken.
Liturgie. In de Gereformeerde Kerk van Eindhoven is deze orde van eeredienst vast gesteld: „Klokslag op tijd treedt de predikant met kerkeraad het kerkgebouw binnen. De koster sluit even de deuren en de gemeente zendt tezamen een stil gebed op tot God; de mannen staande, de vrouwen zittend, zooals wij gewoon zijn te bidden. Daarna doet de voorganger de afkondigingen. De prediker begint den dienst met votum (Onze hulp is in den Naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft) en zegengroet. Zingen van het eerste psalmvers. Lezen van de Wet, en staande deze te beamen door gezang. Dan volgt: Gebed, zang met collecte. Schriftlezing, tekstaankondiging en predikatie (geen tusschenzang); dankgebed. De broeders blijven na het gebed staan en de zusters verheffen zich van hun zitplaats. Staande wordt gezongen de slotzang, zonder voor- en naspel van het orgel. Zegen, enkele oogenblikken stilte. Het orgel speelt een algemeen naspel en de gemeente verlaat het kerkgebouw. In de namiddag-of avondgodsdienstoefening wordt het lezen van de Wet vervangen door de 12 Artikelen en wordt daarna eveneens op dezelfde wijze toepasselijk staande gezongen".
(„De Heraut").
Poeder des kruideniers. Bart en Kees houden een samenspraak in „De Saambinder" (red. ds. Kersten) over het Hooglied en hebben 't over Hooglied 3 vers 6: „Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook en met allerleimpoeder des kruideniers". Bart zegt van die „poeder des kruideniers" dat dit ziet op de gaven en genade des Heiligen Geestes; en zegt „Die lieve Geest komt Gods volk op een geestelijke wijze te poederen, zooals onze oudvaders dat zichzelven wel deden".
Kees begrijpt dat ook zoo en zegt : „Ik heb wel eens gehoord en ik heb het ook wel eens op een plaatje gezien, dat zelfs onze godzalige oudvaders valsche pruiken droegen en dat ze die nog poederden ook. Bart, deden ze dat om zichzelven de sierlijke kroon te maken uit Spr. 16 vers 31?"
Bart: Dat weet ik niet.
Kees: Zouden zij zich des Zondags vóór zij naar de kerk gingen óók zoo gepoederd hebben?
Bart : Dat was naar de gewoonte van dien tijd.
Kees: Maar Bart, zouden onze godzalige oude schrijvers dan ook in de mode zijn geweest? En zouden die pruiken van vrouwenharen gemaakt zijn?
Bart: Houd toch je mond, jongen! weet ik dat allemaal.
Kees: Ik ben toch wel blij, dat onze godzalige domineetjes er eenvoudiger uitzien,
Bart: Zóó, zijt gij dat? "
Wat een onzin! Wat een gesol met godzalige oudvaders, godzalige oude schrijvers en godzalige domineetjes („onze" godzalige domineetjes staat er nog wel). Is het geen wonder, dat de wereld lacht om zulke dwaze praat?
Zendelingen weggevoerd. Op 17 Augustus zijn drie Zendelingen van de „Basler Mission" in China, de heeren G. Kilpper, E. Walter en E. Fischle, door roovers gevangen genomen en meegevoerd. De vrouwen en kinderen konden naar Kayin terugkeeren. Men hoopte, dat de Zendelingen spoedig zouden worden losgelaten, maar blijkens telegrammen van 24 en 25 September is dat nog niet gebeurd. Waar de gevangenen thans vertoeven, is niet bekend. De roovers eischen een losgeld van 2 millioen dollar (± 2 1/2 millioen gulden). De Zendelingen besloten echter geen losgeld te betalen, daar anders ook andere Zendelingen zullen worden overvallen om opnieuw losgeld te eischen. Wel hebben zij zich bereid verklaard om bij wijze van „kostgeld" 100 dollar te betalen, maar daar willen de roovers niet in treden. Zoo is er een moeilijke situatie ontstaan. Een telegram van 5 dezer meldde, dat er nog geen verandering in den toestand gekomen is.
In een brief van mevrouw Fischle van 21 Aug. wordt het volgende omtrent den brutalen overval meegedeeld, dat we aan de „N.R. Crt." ontleenen:
„Wij zijn Zaterdag (17 Augustus) des morgens om 5 uur boven op den berg door roovers overvallen en mijn man is weggevoerd. Met hem de Zendelingen Kilpper en Walter. Mijn man had het plan om 's morgens vroeg naar Kayin te gaan, waar een conferentie zou worden gehouden, en ik zou zoo lang met Agnes (geb. 8 Dec. 1928) boven blijven. De morgen was zeer nevelig. Om 4 uur wekte Ernst den kok om het ontbijt klaar te maken. Even na 5 zette hij zich aan tafel, en ik zat wat met hem te praten, hem tot spoed aanmanend teneinde niet in de warmte ginds aan te komen. Plotseling zei hij: „Gertrud, wees sterk, daar zijn roovers, voor elk venster staat er een". De luiken waren toe. Ernst deed het licht uit, en reeds vielen er schoten. Een ruit viel in scherven.Tegelijk dreunden slagen op de deur der andere woning. Wij gingen in de slaapkamer, vielen op de knieën en baden tot God. Aan vluchten viel niet meer te denken (er waren wel meer dan 30 roovers). Ik trok mijn schoenen aan, nam Agnes uit de wieg en hulde haar in den doek van grootmoeder.
De deur ging open en de kerels vielen naar binnen. Ernst ging hun tegemoet. Hij werd geboeid. Ik vertoonde mij met het kind op den arm. Zij haalden alles overhoop, drongen in de slaapkamer binnen, trokken de klamboe's naar beneden en pakten alles mee. Mijn trouwring stopte ik in mijn mond; reeds kwam een der roovers op mij af en vroeg er naar. Ernst werd naar buiten gebracht, moest neerknielen en werd door een kerel bewaakt, die het geweer boven hem hield. Om den stroomenden regen moest ik naar binnen; ik zette mij op een bed neer en vroeg: „wat willen jelui; dit heb ik voor mijn kind noodig". Ze lieten mij toen een deken en een matras en een melkblik, dat ik krampachtig vasthield, steeds maar 't schreiende kind op mijn arm wiegende. Ze namen alles mee, wat hun in den smaak viel. Wat ze verloren, heb ik later nog bij elkaar geraapt Ik zag toen Ernst nog eens, gaf hem zijn tropenhelm en een jas, ook een stok, aan zijn voeten had hij grasschoenen, en dan ging hij, stom, en ik kon ook geen woord zeggen.
Ik ging weer naar de roovers. Nu gingen ze zich met mij bemoeien. „Geef je schoenen". „Ik kan niet". „Wil je niet?" en reeds dansten de pistolen voor mijn oogen. Ik trok ze uit, zag nog andere staan en trok die aan, maar ook die namen ze mij af. Zoo stond ik dan op bloote voeten, in een Chineesch gewaad met een blauw linnen japon er over. Toen vroegen ze mij om geld, steeds met een pistool voor mijn gezicht. Slechts het kind op mijn arm raakten zij niet aan. Zoo ging het verder; ik moest toezien hoe zij alles onderstboven haalden, in onze koffers pakten en meenamen. Mijn tropenhoed zag ik op het hoofd van een jongen van 15 jaar. Eindelijk werd er gefloten, en zij trokken weg. De kok kwam huilend bij mij; hem hadden ze niets gedaan en ook niets uit de keuken meegenomen. Ik dacht maar aan het huilende kind. Hoe laat mocht het wel zijn? Het was pas kwart voor zeven. Niet later? Was het alles niet anders dan een booze droom? Ach neen, het zag er alles zoo verschrikkelijk uit en Ernst was weg. De kok maakte warm water en ik kon het kind te drinken geven van de geredde melk. En toen kon ik gaan zien, hoe het in de andere huizen gesteld was.
Overal dezelfde aanblik. Bij de familie Walter hadden ze ook de vrouw gebonden; zij heeft nog roode striemen aan haar hals. Vier huilende kinderen, blootsvoets in hun nachtkleeren. Alle anderen waren uit den slaap gewekt. Daar stonden wij met zijn vieren vrouwen met 9 kinderen en dienstboden. Wij pakten nog in wat mogelijk was en besloten te voet heen te gaan. Tegen 11 uur gingen wij op reis. Het was een treurige tocht, maar geen roovers loerden meer op ons. Na 2 1/2 uur waren wij aan den voet van den berg. Een Amerikaansch Zendeling, die aan den anderen kant van den berg verblijf hield, had nog kunnen vluchten, om het bericht in Kayin te brengen".
Met veel moeite zijn de vrouwen en kinderen onder stroomenden regen tegen 5 uur in Kayin aangekomen, waar zij met groote liefde werden ontvangen. Alle maatregelen werden daar genomen om de roovers te achterhalen, maar men kon hun spoor niet meer vinden. Men weet niet waar de weggevoerde Zendelingen zijn en onder welke omstandigheden zij verkeeren. Intusschen is ook de Zendingspost Kayin door communisten bedreigd. De vrouwen en kinderen hebben de plaats al verlaten en zijn op andere posten, Hinnen, Tschonglok en Hokschuha ondergebracht. De wijk naar Hongkong te nemen is niet mogelijk, daar de weg over Swatau gevaarlijk is.
(„De Rotterdammer").
Kerk en groote stad. Dezer dagen heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek het bekende boekje weder doen uitkomen, waarin de gemeenten voorkomen met opgave van het aantal inwoners op 1 Januari 1929. Daaruit blijkt het volgende: Amsterdam 743.404; Rotterdam 577.694 en 's-Gravenhage 425.119 inwoners.
„De Nederlander" zegt, dat door vergelijking met de cijfers uit 1920, hieruit met groote nauwkeurigheid is af te leiden hoe groot het aantal Hervormden in deze burgerlijke gemeenten is, namelijk: Amsterdam 215.587; Rotterdam 283.070 en 's-Gravenhage 170.047. Wanneer de Hervormde predikantsplaatsen in het geheele burgerlijke ressort worden in rekening gebracht, blijkt, dat een rationeele wijkverdeeling voor het ressort ten gevolge zou hebben dat er per predikant zouden zijn: Amsterdam 5.826, Rotterdam 5.878 en 's-Gravenhage 7.729 Hervormden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 november 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's