De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEESTELIJKE OPBOUW

5 minuten leestijd

John Bunyan Zijn leven en zijn geschriften. (47)
Vol ellende, als vrucht van hun afdwaling, lagen de twee pelgrims daar neer in het Kasteel Twijfel, waar de eigenaar, Reus Wanhoop, hen schier doodgekastijd had. Maar ze leefden nog. Toen de vrouw van den Reus den volgenden morgen dat hoorde, dat de gevangenen nog leefden, gaf zij — Mevrouw Ongeloof — haar man den raad, hen aan te sporen met eigen hand een eind aan hun leven te maken.
Reus Wanhoop vond dat een verstandige raadgeving van Mevrouw Ongeloof, en gaande naar den kerker, sprak hij weer op norschen toon: „Daar 't toch uitgesloten is, dat gij nog ooit uit dezen kerker verlost zult worden, zoudt gij verstandig doen, door met een mes of door middel van een strop of door vergif een eind aan uw leven te maken. Want waarom zoudt gij uw leven, dat toch ellende zal zijn, nog langer rekken?"
Maar zij verzochten slechts hen los te laten. Dit verbitterde den Reus nog meer. Hij zag hen nu dreigend aan en stormde zóó woedend op hen los, dat hij hen ongetwijfeld vermoord zou hebben, als niet een soort beroerte hem getroffen en volkomen machteloos gemaakt had. Stil sloop hij weg en liet de gevangenen alleen aan hun lot over.
Dan beginnem Christen en Hoop in dien toestand van twijfel, donkerheid en ellende, een gesprek, waarbij we zien, dat Christen den moed geheel verloren heeft, maar Hoop hem tracht te bemoedigen en hem van erger dingen weet terug te houden.
„Wat zullen wij beginnen", vroeg Christen. „Hoe ellendig is ons leven eigenlijk! Wat mij betreft, „mijn ziel kiest de worging boven het leven" (Job 7 vers 15). Het graf is beter dan dit kerkerhol. Moeten wij ons door dezen beul nog langer laten pijnigen?"
„Waarlijk", antwoordde Hoop, „onze toestand is verschrikkelijk. Ik zou ook den dood verkiezen boven een langer verblijf in deze gevangenis. Maar laten wij niet vergeten, dat de Heer van het Land, waarheen wij reizen, gezegd heeft: ,,gij zult niet dood slaan". Evenmin als wij het recht hebben om anderen van het leven te berooven, evenmin hebben wij daartoe het recht met betrekking tot onszelf. Wie een ander doodslaat, doodt alleen het lichaam, maar wie de hand aan zijn eigen leven slaat, vergrijpt zich aan lichaam èn ziel. En dan, mijn vriend, gij spreekt van rust, die wij zouden vinden in het graf, maar vergeet gij dan niet, dat een eeuwig verderf den moordenaar kan wachten: geen doodslager zal immers het eeuwige leven beërven. Bedenk, broeder, dat deze Reus niet almachtig is en dat anderen óók aan zijn greep zijn ontko­ men. Wie weet, wat God, die alle dingen regeert, nog over ons beschikt heeft! Hij kan den Reus doen sterven. Hij kan hem ook doen vergeten de kerkerdeur achter zich te sluiten. Wie weet, misschien krijgt hij nóg eens een beroerte en wordt dan volkomen machteloos. Wat mij betreft, als hij weer hier komt, zal ik hem tot het uiterste toe weerstaan en trachten aan zijn handen te ontkomen. Dwaas, die ik was, om het niet eerder te probeeren. Laten wij nu geduldig zijn, broeder, en volhouden tot het bittere einde toe. Misschien is het oogenblik niet ver meer, dat wij de vrijheid terug ontvangen. Laten wij in geen geval de hand aan ons eigen leven slaan". Het gelukte Hoop met deze woorden den gemoedstoestand van zijn vriend te beïnvloeden en gelaten brachten zij verder den dag in kommer en smart door. Maar toen het avond was geworden, daalde de Reus weer in het kerkerhol af om te zien of de gevangenen zijn raad hadden opgevolgd. Maar zie, zij leefden beiden nog ofschoon dit ook alles was wat men van hen kon zeggen; door honger en dorst afgemat, bedekt met vuile wonden, konden zij nauwelijks meer ademhalen. Voor den geweldenaar was het echter genoeg hen nog in leven te zien; hij ontstak in toorn en riep, dat het beter voor hen geweest was, als zij nooit geboren waren.
De twee pelgrims beefden onder deze bedreiging, ja, Christen viel van angst in zwijm.
Toen ze eenigszins bijgekomen waren, begonnen ze weer te spreken over den voorslag, dien de Reus hun gedaan had; zij overlegden, of het toch niet verstandig was zijn raad op te volgen. Het scheen alsof Christen er werkelijk toe overhelde, maar andermaal sprak Hoop hem moed in en zei: Broeder, denk er eens aan, hoe moedig gij tot hiertoe hebt gestreden! Apollyon kon u niet overwinnen! Alles wat gij zaagt in de vallei der Schaduwen des Doods was niet in staat u neer te slaan! Wat een angsten en schrikking hebt gij tot hiertoe overwonnen! En zoudt gij nu vreezen? Ik ben immers uw lotgenoot in dit vreeselijk lijden en ik ben van nature nog veel zwakker dan gij. Ik ben óók deerlijk gewond door den Reus. Water en brood worden mij óók onthouden. Hij heeft mij ook in deze duisternis gebracht. Maar laten wij toch geduldig zijn. Roep in uw geest terug de dagen, toen wij op de Kermis der IJdelheid waren en toen gij u zoo dapper geweerd hebt zonder vrees voor boeien of een gewelddadigen dood. Laten wij onzen Christennaam nu geen oneer aandoen, maar met lijdzaamheid volharden tot het einde toe.
(Wordt voortgezet).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEESTELIJKE OPBOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 november 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's