De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

13 minuten leestijd

Postrekening 138421.
Wel wel, wat hébben de menschen een drukte van me gemaakt! Ik wist niet dat ze nog zóó gek met me waren. Gij hebt er zeker ook wel van gehoord en gelezen? De kranten hebben er vol van gestaan en ook onze „Waarheidsvriend" heeft niet alleen in proza, maar ook in poëzie mijn lof bezongen. Wilt ge wel gelooven dat ik er zoo nu en dan verlegen mee werd en dat ik wel eens het gevoel had dat ze allemaal afgesproken hadden om me nu eens goed voor den gek te houden? Kom kom, dacht ik wel eens, houd nu eindelijk maar eens op; 't is nu mooi genoeg, hoor! Anders zou ik het wezenlijk zelf nog gaan gelooven dat ik zoo'n beste ben. Heusch, als ik niet een beetje zelfkennis gehad had, dan zou ik haast God gedankt hebben dat ik niet was als andere menschen. Gelukkig, dat ik gedurig maar eens in een zekeren spiegel keek en dan zei ik tegen mezelf: zie je nu wel dat je zoo mooi niet bent als de menschen je maken willen ja, als de menschen je zoo verheffen, dan is het gevaar niet denkbeeldig dat je zelf ook de lucht ingaat en daarom ben ik maar blij dat die spiegel, dien ik bedoel, mij een beetje in evenwicht hield. Wie weet hoe hoog ik anders wel met mezelf gevlogen zou zijn. En ,,vliegen" vind ik altijd nog gevaarlijk. Als je zoo hoog vliegt, dan kan je ook zoo laag vallen.
Maar al die verheffingen nu daargelaten en op de juiste waarde geschat, moest ik toch ook wel zeggen dat het voor mij, een feit, niet zonder beteekenis was. Zoo 25 jaar verbonden te zijn geweest aan één en dezelfde gemeente, een gemeente waar ik zoo veel goeds heb genoten en die het er naar gemaakt heeft dat ik mijn werk schier nooit zuchtende heb behoeven te doen, dat is een weldaad, wel waard om herdacht te worden. Wat een stuk van mijn leven is dat geweest! Hoe levendig kan ik mij nog herinneren dat ik vóór 25 jaar hier mijn intrede deed. Wat was alles toen heel anders dan nu! Wat is er in dien tijd veel veranderd! Hoe velen, die er toen waren, zijn er niet meer! Wat een menschen heb ik zien wegzinken in de groeve! Hoe dikwijls heb ik gesproken niet alleen in de kerk, maar ook op het kerkhof! Hoe vaak heb ik geweend met de weenenden, maar ben ik ook blijde met de blijden geweest! Welk een rijken zegen heeft God in menig opzicht op mijn arbeid gegeven! Hoe velen kunnen getuigen dat ik hier niet tevergeefs geloopen, noch tevergeefs gearbeid heb! Als ik dan ook aan dezen mijlpaal gekomen, terug zag op den weg die daar achter mij lag, dan had ik zoo ruime stof om den Heere te danken en om het met mijn gemeente uit te roepen: „de Heere heeft groote dingen bij ons gedaan, dies zijn wij verblijd". Uit dat oogpunt bezien verblijdde het mij dan ook grootelijks dat men dezen dag niet onopgemerkt wilde doen voorbijgaan en dat men van klein tot groot zich beijverde om mij te doen verstaan dat mijn werk niet zonder waardeering was verricht. Al moest ik dus eenerzijds wel eens denken: „het is te veel" en wel eens zeggen: ,,gij maakt het te erg", anderzijds hoorde ik toch ook telkens weer een toon van het „Soli Deo Gloria", en daarmee stemde ik dan zoo van harte in en dan dacht ik weer: het zou toch ook niet goed zijn als er van de daden des Heeren gezwegen werd. 'k Zal gedenken hoe voor dezen, Ons de Heer' heeft gunst bewezen. Dat woord van den dichter wijst er ons zoo duidelijk op dat het in gedachtenis houden van Gods daden niet slechts een rijke zegen, maar ook een dure roeping is. Nu, we hebben gedacht aan de wonderen, die niet ik, maar die de Heere van ouds gedaan heeft, en daarom ben ik blij met het feest dat nu weer achter mij ligt. Het zijn goede dagen geweest, die dagen van mijn zilveren huwelijksfeest. Ja, zoo heb ik het feest dat ik mocht vieren, genoemd. Ik heb gezegd, en ik kon dat zeggen zonder dat mijn vrouw er jaloersch om werd, dat ik 25 jaar met Veenendaal getrouwd ben geweest. De band die ons aan elkander bindt kan werkelijk in menig opzicht met den band des huwelijks vergeleken worden, al was het alleen maar daarin, dat hij wel niet anders dan door den dood gebroken zal kunnen worden. Neen, daar behoeft nu geen enkele gemeente mij meer te beroepen, hoor! Daar heb ik toch de laatste jaren al niet veel last van gehad. Maar nu is het voor goed uit. Ik heb nu den Veenendalers beloofd dat ik tot mijn dood toe bij hen zal blijven. We zijn nu zóó aan elkander gewend en hebben het zoo goed met elkaar, dat wij elkaar niet graag meer missen zouden. Zoo lang het dus den Heere behaagt — en hoelang dat zal wezen, weten we niet — hopen wij bij elkander te blijven. En zoo hopen we beiden in toepassing te brengen wat de dichter van Psalm 122 eens zong:
Om 's Heeren huis in u gebouwd.
Waar onze God Zijn woning houdt.
Zal ik het goede voor u zoeken.
Nu, nu weet gij tenminste wat van de verhouding waarin uw Penningmeester als dominé tot zijn gemeente staat, en als gij er nu meer van wilt weten dan moet ge maar lezen mijn gedachtenispreek, die ik Zondagavond hier hield en die als Meditatie in dit en in het volgend nummet van „De Waarheidsvriend" afgedrukt wordt, in deze rubriek heb ik er eigenlijk al te veel van gezegd. Het wordt hoog tijd dat ik aan het „laatje" begin, want ik geloof zoo dat dat er ditmaal ook nog niet zoo heel kwaad uitziet. Laten we maar eens zien. Ik ga beginnen met de plaats „waar eens mijn wieg op stond", en ik zal eindigen met de plaats, „waar eens mijn graf zal staan".
O u d e r k e r k  a. d. IJ s e l, van ds. Enkelaar een collecte van een spreekbeurt te Krimpen a.d. Lek, vervuld door diens broer ds. Enkelaar, van Hasselt, zijnde een bedrag van ƒ 39.51.
O u d e w a t e r, van den heer H. Schinkel een collecte gehouden bij de intrede van ds. Steenbeek aldaar, zijnde een bedrag van ƒ 70.—.
R o t t e r d a m, door bemiddeling van ds. Van Grieken van K. A. Z. voor het Studiefonds f 20.— en door bemiddeling van ds. Van Toorn voor het Studiefonds ƒ 3.50. Bovendien zond ds. Van Grieken mij, van N.N. nog f 25.— voor de Evangelisatie, die ik natuurlijk doorzond naar ds. Lans.
A m e r s f o o r t, van ds. Van den Berg. Deel van een gift van mej. N.N. in den Dankstond voor het Gewas, zijnde een bedrag van ƒ 2.50.
's-G r a v e n m o e r, van ds. Bolkestein. Gevonden in de collecte op 10 November „een dankoffertje voor het Studiefonds" van ƒ 1.—
R o t t e r d a m, van S. B. H. Lagerwaard ƒ 1.— en van A. van Zwieten voor het Propagandaboek ook ƒ 1.—.
O o l t g e n s p l a a t, van den Kerkeraad aldaar gevonden in de collecte op 3 Nov. voor het Studiefonds een gift van ƒ 1.50.
A m s t e r d a m, van ds. Remme van eenige vrienden „uit dankbaarheid" ƒ 25.—.
H e n d r i k  I d o  A m b a c h t, van de familie L. J. K. voor de beide Fondsen ƒ 10.—
H i l l e g e r s b e r g, van den heer J. van den Berg de collecte bij een spreekbeurt door ds. Van Hof, een bedjag van ƒ 26.65.
D o k k u m, van den heer M. Pekelman een gift voor het Studiefonds van ƒ 10.—.
C h a r l o i s, van ds. Koolhaas gevonden in de collecte Oude Kerk op 10 November een gift van ƒ 1.—.
B l e s k e n s g r a a f, van den heer J. van der Laan de collecte bij een spreekbeurt door ds. J. de Bruin, een bedrag van ƒ 30.45.
D e  B i l t, van den heer K. van de Pol, die zich tevens als lid aanmeldde, voor„Ons Propagandaboek" ƒ 2.50.
Oud B e ij e r l a n d, van ds. Van Hof van N.N. voor het Studiefonds ƒ2.50, en van den heer L. Brussaard „betaling Propagandaboekje" ƒ 1.—.
G r o o t  A m m e r s, van den heer A. Pierhagen voor „Ons Propagandaboek" ƒ 1.—
M a r k e n, van den heer P. Visser, die zich aanmeldde als lid, de contributie over het loopende jaar, ƒ2.50.
S t o l w ij k, van de wed. de Vries een gift van ƒ2.50.
G o u d r i a a n, van ds. Anker gevonden in de collecte op dankdag een gift van ƒ 10.—.
S u a w o u d e, van ds. Lans voor de beide Fondsen van M. te Tietjerk een gift van ƒ 2.50.
D e  M e e r n, van N.N. een gift van ƒ 2.50
G o r i n c h e m, van ds. Vreugdenhil gevonden in de collecte een gift voor het Studiefonds van ƒ 2.50.
O u k o o p (bij Nieuwersluis), van den heer H. de Haan, die zich aanmeldde als lid, de contributie van een jaar, ƒ 2.50, en gevonden in de collecte met „gelukwensch voor den jubilaris" ƒ 1.—.
S c h o o n e r w o e r d, van mevr. de wed. J. Kooymans een gift voorliet Studiefonds van ƒ 5.—.
W o u d e n b e r g, van het echtpaar Van Kempen een gift voor de „twee kinderen" van ƒ 2.50.
H o o g e v e e n, van den heer J. Th. Schonewelle voor het Propagandaboek ƒ 1.—
K a m p e n, van B. K. ter eere van het 25-jarig jubileum van den Penningmeester, ƒ 1.-.
K r a l i n g e n, van ds. Pott van N.N. ƒ 2.50 en van mej. N.N. ƒ 0.50, tezamen ƒ 3.
W o u b r u g g e, van den heer J. Verdoes ƒ 3.50.
O u d  B e ij e r l a n d, van de Herv. Jong. Vereen, op G.G. ,,Maranatha" voor de zending van 1 ex. van „Ons Propagandaboek" ƒ 1.—
V e l p, van den heer G. Schrijvers voor „Ons Propagandaboek" ƒ 1.—.
F e ij e n o o r d, van den heer Jb. Bot een contributiebedrag van ƒ 52.50.
's-G r a v e n h a g e, van ds. Van Dorp van den heer v. E. voor den G. B. ƒ 1.— ; van H.M. v. G. gecollecteerd in de Willemskerk voor L. en S. Fonds ieder ƒ 1.— en voor de Evangelisatie-Commissie ƒ 1.—, en in de Regentessekerk gecollecteerd met bijschrift „op mijn verjaardag uit mijn spaar pot voor de Evangelisatie" ƒ 1.—, welke laatste ƒ 2.— ik natuurlijk doorzond naar ds. Lans.
G o u d r i a a n, van den Penningmeester der afdeeling E. de Graaf, een contributiebedrag van ƒ21.50.
S l i k k e r v e e r, van den heer A. Waardenburg mij zijn 45-jarige echtvereeniging, waarmee we hem van harte gelukwenschen, voor beide Fondsen ƒ 10.— en nog een gift van ƒ2.50 voor het Studiefonds.
R e n s w o u d e, van den heer A. v.d. V., de eerste die mij met mijn zilveren jubileum kwam feliciteeren, een gift van ƒ 5.—. S p r a n g, van den Kerkeraad een collecte, gehouden bij een spreekbeurt door ds. Wolthers, een bedrag van ƒ 40.50. 
G e n e m u i d e n, van ds. Luteijn een collecte, gehouden bij spreekbeurten door ds. Van der Wal, een bedrag van
HONDERD ZES EN VEERTIG GULDEN EN TWINTIG CENT (ƒ 146.20).
E l b u r g, van N.N. een gift van ƒ 10.—.
H o o g h a 1 e n, van den heer R. Niemeijer voor het Studiefonds een gift van ƒ 25.—.
N a a l d w ij k, van den heer L.L. van Baarsel een gift van ƒ4.—.
A l p h e n  a.d.  R ij n, van den heer G. Verhagen een collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. Van Grieken, een bedrag van ƒ 34.31.
H a z e r s w o u d e, van mej. C. Qualm uit busje 73 voor het Leerstoelfonds ƒ 24.88.
S c h e r p e n z e e l, van N.N. voor de beide kinderen ƒ 2.50. 
B r e u k e l e n, van den heer J. Kapper die zich aanmeldde als lid — over de contributie zal ter bestemder tijd wel beschikt worden — voor een „Propagandaboek" ƒ 1.-.
P o l s b r o e k, van ds. Rijnsburger een collecte gehouden bij een spreekbeurt door ds. Van Dorp, een bedrag van ƒ 67.75.
V e e n e n d a a l Een dankoffer van ƒ 12.50, gecollecteerd in de Julianakerk „uit dankbaarheid" op 13 November in den Dankstond voor het Gewas; ƒ 2.50 van een oud-catechisante van mij, eveneens „uit dankbaarheid"; ƒ 2.50 van de Chr. Meisjesvereeniging „Dorcas" voor de „beide kinderen van den Penningmeester en zijn vrouw op hun gedenkdagen"; ƒ 1.70 als „overschot van een cadeautje door mijn kindercatechisatie (meisjes) aan den dominé aangeboden" en ten slotte nog een briefje van
HONDERD GULDEN (ƒ 100.—),
dat Zondagavond tijdens mijn gedachtenisprediking met nog een paar andere giften in de collecte gevonden werd. In 't geheel uit 't Veen dus een bedrag van ƒ 119.20. En nu hebt ge wel begrepen, dat ik aan 't eind ben. Nu, wat heb ik u gezegd? Neen, de maand November is nooit tegengevallen en deze maand wil blijkbaar de historie getrouw blijven. Alles saamgenomen kom ik tot een bedrag van
f 858.45.
Ik dank allen die hiertoe hebben meegewerkt en eindig ditmaal meer dan ooit met een „Soli Deo Gloria".
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.

POSTZEGELS, CAPS. EN ZLVERPAPIER.
Ontvangen van:
1e. Ali van Biert, Oude Tonge, zilverpapier en capsules;
2e. de kinderen Van Raamsdonk, 's-'Gravenmoer, zilverpapier en postzegels;
3e. Gerrit Verweij, Sluipwijk, zilverpapier, postzegels en theelood;
4e. W. de With, Hoog-Blokland, capsules, zilverpapier, 31 stuivers en ƒ 3.50.;
5e. dames Van Munster, Leerdam, postzegels, capsules, zilverpapier, enz.;
6e. N.N., Gouderak, postzegels, capsules en 10 stuivers;
7e. Corry de Wit, Baarn, capsules, zilverpapier, 140 halve centen, benevens ƒ 1.— uit haar eigen spaarpot. (Wat hebt ge weer goed gespaard. En dan zoo'n grooten eigen handig geschreven brief er bij. 't Is flink, hoor. Wel bedankt er voor en ook voor de foto; ik vind ze erg mooi.
8e. Johanna en Henk de Groot, Leerdam, postzegels en capsules.
Daar dit zoo de laatste maal weer is van ons jaar, mag ik zeker hen, die misschien nog iets hebben te sturen, verzoeken dit deze week nog te doen, om het bedrag vol te maken. Ik mis nog wel enkele oude bekenden. Zij zullen mij toch, hoop ik, niet vergeten?
Intusschen mijn hartelijken dank aan hen, die mij reeds bedachten.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1929

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's