FINANCIEN
Postgiro 138421.
Alweer een mijlpaal! Ditmaal niet in mijn persoonlijk of in mijn ambtelijk leven, maar wel in het leven van ons blad. Met 1 December is immers het boekjaar van onzen Bond en ook van ons blad, ten einde, en beginnen we dus weer aan een nieuw. Wat onzen Bond betreft, deze gaat wat zijn leeftijd betreft mij in mijn verblijf te Veenendaal al aardig achterna. Ik herinner het mij nog best, dat ik nog niet zoo heel lang hier stond — 't zal ruim een jaar zijn geweest — toen ik een brief kreeg van mijn hooggeachten leermeester en vriend dr. De Lind van Wijngaarden. In dat schrijven werd ik opgeroepen tot een vergadering van een Comité dat zich ten doel stelde de bespreking van de toenmalige positie onzer Ned. Hervormde Kerk. In mijn jeugdig vuur toog ik daar natuurlijk heen. In het Militair Tehuis te Utrecht vond ik toen enkele heeren bijeen, met wien ik het geen kleine eer vond te mogen vergaderen. Er waren niet minder dan twee professoren, twee Utrechtsche dominé's, een lid van de Tweede Kamer, en dan nog een paar dominé's, die, net als ik, toen nog dorpsdominé's waren, al zijn ze later ook beiden predikant van een stad geworden. Ik, die altijd Dorpspastor gebleven ben, bleek dus in dit illustre gezelschap verreweg de minste der broederen te zijn. Maar ik was er toch bij, en daar was ik toen al knap mee in mijn nopjes. Een der bedoelde dorpsdominé's was onze tegenwoordige Voorzitter, met wien ik mij toen al ééns geestes gevoelde. Natuurlijk hebben wij beiden — wat ons als jongsten betaamde — op die eerste vergadering meer geluisterd dan gepraat. Met belangstelling hoorden we van een groot plan, dat in het brein der Utrechtsche hooggeleerde heeren gerezen was en waarvan de uitvoering onze Herv. Kerk niet anders dan ten goede zou kunnen komen. Onze Voorzitter en ik, die nooit aanhangers geweest zijn van 't laat-maar-waaien systeem, en die veel minder nog ooit getracht hebben dat systeem met een vroom vijgeblad te bedekken, voelden wel, dat er aan de uitvoering van dat plan nog wel eenige moeilijkheden verbonden zouden zijn, maar gedachtig aan 't feit, dat er schippers aan 't roer stonden die den weg door het kerkelijk sop beter kenden dan wij, voeren we mee op het schip, dat in 't voorjaar van 1906 te water werd gelaten. Weinig vermoedden we toen nog dat, als we goed en wel zee gekozen zouden hebben de kapiteins en de beide stuurlieden overboord zouden springen en dat wij dan dus aangewezen zouden zijn om te trachten aan het schip eenig stuur en richting te geven. Toen de omstandigheden ons daartoe drongen, hebben we dat toen zoo goed mogelijk trachten te doen. En vooral onze Voorzitter heeft toen op de brug stormen en onweders getrotseerd. Gelukkig, dat in den middellijken weg door zijn stuurmanskunst, en dat in de eerste plaats door de genade Gods, ook ons scheepke nog is wat het is en dat het nu weldra 24 jaar gevaren zal hebben. We gaan daar nu natuurlijk niet nader op in. Als we nog een jaar mogen doorvaren zal er wellicht wel gelegenheid zijn om nog eens nader terug te komen op de lotgevallen, die we zooal meegemaakt hebben. Een onzer afdeelingen was al zoo vriendelijk om er het Hoofdbestuur attent op te maken dat we al gauw ons zilveren feest zouden vieren en vroeg ons zoo ongeveer of we dan dat wel op waardige wijze zouden doen. Deze afdeeling dacht blijkbaar, dat onze eerstkomende Bondsvergadering al de feestvergadering zou wezen, omdat dat de 25ste Jaarvergadering zal zijn. Maar dat is natuurlijk omdat we de oprichtingsvergadering steeds als de eerste jaarvergadering hebben beschouwd. Toen we dus één jaar bestaan hadden, hielden we onze 2e jaarvergadering en nu we weldra 24 jaar bestaan hebben, houden we D.V. onze 25e jaarvergadering. We gaan dus nu ons 25e jaar in, maar de volle 25 jaar bestaan hebben we pas in het voorjaar van 1931, zoo de Heere wil. Bedoelde afdeeling heeft dus nog even den tijd om zich het feestkleed te laten aanpassen. En het Hoofdbestuur kan zich ook nog even beraden over de meest waardige wijze waarop we dit feest vieren zullen. Ja, als het zoover mag komen, dan zullen we ook als Bondsleden de bloempjes nog eens buiten zetten. Jongen, jongen, ik heb er nu al schik van dat mijn „laatje" dan vast al het zilver niet zal kunnen verzwelgen. Ik denk, dat ik er tegen dien tijd maar , een tweede zal bijbestellen. Reken er maar vast op, hoor, en praat er al vast maar eens met „moeder de vrouw" of met „vader den man" over, wat gij mij dan wel sturen zult. Op dat zilveren feest komt vast en zeker de zilveren vloot de Veensche haven binnenvaren.
Maar laten we niet te ver vooruitloopen. In een jaar kan er nog zooveel gebeuren. En daarom voegen we ook hier met nadruk het ,,Zoo de Heere wil en wij leven" er aan toe. Houden we ons dus nu nog maar bij het verleden en dan kan ik weer zeggen dat de laatste week van het jaar, die nu weer achter ons ligt, heelemaal niet slecht is geweest. Integendeel, ik ben over die laatste week van November alweer heel best tevreê. Zie maar wat ik ontving. Ik begin weer met
O u d e r k e r k a.d. IJ s e l, dat verleden week pronkte met een ander zijn veeren, maar dat nu zelf uit den hoek is gekomen. Ja, dat dacht ik ook wel, daar ken ik de Ouderkerkers wel zoo'n beetje voor. Zij zijn er altoos nog een beetje trotsch op dat zij de bakermat van ,,onzen Professor" zijn. Daarom hebben zij hem nu ook nog eens terug laten komen. Zij wilden nog weer eens hooren een Professorale preek. Zij hebben in den loop der jaren ook wel eens andere gehoord. Welnu, ,,onze Professor" is er heen getogen en heeft er een ,,gewone" preek gehouden. Maar er zijn nu eenmaal menschen bij wie het „gewone" toch ook altoos weer „buitengewoon" is. En zoo was het nu ook met die preek van prof. Visscher, tijdens welke men een collecte voor onze Fondsen gehouden heeft. Ds. Enkelaar, de waardige pastor, die tegenwoordig in deze gemeente het Woord bedient, zond mij deze collecte. Zij had opgebracht een som van
HONDERD ZESTIEN GULDEN EN 45 CT (ƒ 116.45), een bedrag dat er wezen kan en waarvoor ik de plaats mijner geboorte zeer dankbaar ben. Maar nu verder
K a m p e n, van den heer E. Roest die mij schreef dat zij daar voor mijn twee spruiten deze week een ,,varkentje" geslacht hadden dat niet was tegengevallen. Als we gaan vetprijzen, dan blijken zelfs de vette letters noodig te zijn, want dan vinden we een bedrag van
HONDERD EN ZES GULDEN
(ƒ 106.—), dat als volgt is samengesteld: Collecte spreekbeurt door ds. Lans met nagift een bedrag van ƒ 41.—; van de Zondagsschool op G.G. ƒ 16.—; een gift op dankdag van het Kampereiland ƒ 5.— en uit busje no. 125 een som van niet minder dan ƒ 44.—. Ook Kampen hield zich dus weer best.
O u d B e ij e r l a n d, van ds. Van Hof een gift gevonden in de collecte voor de Fondsen van ƒ 1.— en van N. N. voor de Fondsen een gift van ƒ 5.—.
K r a l i n g s c h e V e e r, van den heer H. S. een gift voor de Fondsen van ƒ 6.—.
D e l f t, van ds. Lekkerkerker een gift uit de kerkcollecte 10 Nov. v.m. in de Oude Kerk van ƒ 10.—.
H i l l e g e r s b e r g, van den heer A. v.d. G., lid van de S.G.P., een „vurige kool" bestemd voor de Fondsen, van ƒ 2.50. Waarom de gever deze gave een „vurige kool" noemt, begrijp ik niet recht, want ik ben mij niet bewust van eenig onrecht dat ik noch hem noch zijn partij ooit zou hebben aangedaan.
O o s t e r w o l d e, van ds. Hupkes een dankoffer bij het 40-jarig jubilé van Z.Eerw voor het Studiefonds van ƒ 40.—.
D e n H u l s t, van den heer J. Kragt voor het Leerstoel- en Studiefonds uit het lokaal „Rehoboth" een gift van ƒ 2.50.
Z e g v e l d, van den heer C. Bardelmeijer den November-inhoud van busje no. 20, zijnde ƒ2.63.
K r a l i n g e n, van ds. Pott van N. N. een „Extraatje" voor het Studiefonds van ƒ 2.50.
M o n s t e r, van ds. Enkelaar, gecollecteerd op 24 November voor de Fondsen een bedrag van ƒ 10.—.
T e r s c h u u r, van mej. v.d. Pol uit busje no. 18 voor het Leerstoelfonds ƒ 6.— en voor ,,Ons Propagandaboek" ƒ 1.— ; tezamen ƒ 7.—.
H a g e s t e i n, van den heer C. Vos gevonden in de collecte voor het Studiefonds ƒ3.-.
W a g e n i n g e n, van ds. Van der Wal voor „Ons Propagandaboek" ƒ 1.—.
E r m e l o, van ds. Timmer de collecte van een door hem aldaar vervulde spreekbeurt met nog een nagift van ds. Den Oudsten, tot een gezamenlijk bedrag van ƒ 65.25.
M e p p e l, van mej. T. Koning voor ,,Ons Propagandaboek" ƒ 1.—.
R o t t e r d a m, van den heer J. D. Verschoor een collecte bij een spreekbeurt door ds. Van Lokhorst voor het Studiefonds, ƒ 50.—.
A b c o u d e, door ds. Goslinga vóór enkele weken reeds ontvangen van N.N. een gift van ƒ 20.—.
D e l f s h a v e n, van den heer M. Rodenburg een contributiebedrag Geref. Bond van ƒ 80.25; een contributie Leerstoelfonds ƒ 1 en collecten ledenvergaderingen ƒ 14.21, tezamen een bedrag van ƒ 95.46.
S t o l w ij k, van den heer G.C. van Bemmel voor 1 jaar „De Waarheidsvriend" ƒ 4.—. Dit bedrag had natuurlijk aan onzen Administrateur gezonden moeten worden, evenals de ƒ4.— van de vorige week van den heer Van Baarsel te Naaldwijk, die ook als abonnementsgeld voor ,,De Waarheidsvriend" bedoeld waren, 't Komt echter wel terecht.
V e e n e n d a a l. Dat zal ook ditmaal ! weer het laatste zijn, een gift van ƒ 2.50, bij mij ingekomen uit dankbaarheid voor mijn 25-jarlg jubilé, en een gift van ƒ 1.—, die te laat was gekomen voor het geschenk dat ik uit mijn gemeente ontving, en die de gever nu maar voor ,,mijn kinderen" wou bestemmen.
Nu, zeg zelf maar of ik weer niet met een ,,dankbaar en voldaan" eindigen kan. Het eindbedrag waartoe ik kom is immers
ƒ 550.79.
Mijn hartelijken dank dan ook aan allen die hiertoe hebben medegewerkt.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Veenendaal.
POSTZEGELS, CAPSULES EN ZILVERPAPIER
Ontvangen van:
1e. Coba Everaers, Utrecht, postzegels, zilverpapier en ƒ 1.— van verkocht lood.
2e. Christina de jong, Gouderak, capsules en postzegels.
3e. Anna van Antwerpen Tdr., Monster, f 2.50 en een partij zilverpapier.
4e. Hennij en Annie Oort, Hoogeveen, zilverpapier, postzegels, benevens 18 ongebruikte zegels a 6 cent.
5e. Frieda Marie Schwetman, Benschop, een doos postzegels.
6e. Joh. en Jacoba on Antoon Hakkert, Beesd, postzegels, capsules en zilverpapier.
7e. Anna van Antwerpen Cdr., Monster, en Anna van Antwerpen Wdr., 's-Gravenzande, postzegels, capsules, zilverpapier, benevens van ieder ƒ 2.—.
Het is nog niet te Iaat hoor; ik wacht altijd nog wel op eenige nakomers. De Penningmeester neemt dit ook zoo precies niet, als het dan maar meevalt, en dat geloof ik wel. Maar we gaan verder, want er zijn nog meer laatkomers.
8e. Pietje Mijnlief, postzegels, capsules en zilverpapier.
9e. Marietje Enkelaar, Ouderkerk a.d, IJsel, 5(X) halve centen.
10e. C. Briensen en D. van Zetten en M. Buijs, Rhenen, postzegels en capsules.
11e. Mej. M. Hoonhoest, Nijkerk, postzegels en zilverpapier, benevens ƒ 1.—.
12e. N.N., ƒ 2, 50 voor gratis lezen van „De Waarheidsvriend".
Dit is dus weer de laatste opgave van ons jaar en ik zou eigenlijk moeten opgeven hoe het eindcijfer is, doch daar ik alles nog niet heb kunnen te gelde maken vanwege enkele nakomers, hoop ik dit dan de volgende week te doen. Dit, kan ik echter wel voorloopig mededeelen, dat het dit jaar niet tegengevallen is.
Met hartelijken dank intusschen aan allen die de laatste opgave zoo goed maakten.
Met vriendelijke groeten en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's