FINANCIËN
Postgiro 138421.
'k Wil ditmaal beglnnen met het herstellen van een fout. Ja, 'k heb het weer mis gehad, 'k heb het weer verkeerd gedaan. Ik denk wel niet dat het de grootste fout is die ik in mijn leven gemaakt heb, maar 't is toch een fout geweest. Ach, een mensch begaat wat vergissingen in het korte leven dat hij hier leeft. En als onze fouten dan nog maar als vergissingen kunnen aangemerkt worden, dan is het nog zoo erg niet. Maar daar zijn zooveel fouten die een veel erger naam verdienen. Daar zijn zooveel fouten waarop de naam „overtredingen" van toepassing is. Daar zijn zooveel fouten die ons schuldig doen staan voor God. Gelukkig als we dan maar geleerd hebben om van zulke fouten, van zulke overtredingen belijdenis voor den Heere te doen. Neen, met zulke fouten moeten we niet te koop loopen. Die moeten in de binnenkamer voor het aangezichte Gods bekend en beweend worden. En toen de dichter van Psalm 32 dat gedaan had, toen kon hij er ook nog wat op laten volgen. Het was dit: Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Welnu, zoo gaat het met ieder die zijn zonde aan God bekend maakt, die zijn ongerechtigheid niet bedekt. Door het geloof in Christus leert zulk een het verstaan dat de Heere zijn overtredingen uitdelgt als een nevel en aan zijn zonde niet meer gedenkt.
Nu geloof ik niet, dat de fout die ik op 't oog heb, onder zulke overtredingen gerangschikt kan worden. Als dat het geval was dan zou ik het zeker niet in de krant hebben gezet. Ik geloof dat mijn fout meer tot de vergissingen behoort, tot die vergissingen, waarvan wij gewoonlijk zeggen dat zij „menschelijk" zijn. En als we zoo'n vergissing in de krant begaan hebben, dan moeten we deze in de krant ook even herstellen. Welnu, wat is het geval? Vóór 14 dagen vermeldde ik onder mijn inkomsten een collecte van een spreekbeurt die ds. Timmer vervuld had te Ermelo en die de som opbracht van ruim ƒ 65.—. Die spreekbeurt had ds. Timmer echter niet vervuld te Ermelo, maar te Elburg. Ik dank ds. den Oudsten dat hij mij daarop even attent heeft gemaakt. Immers ook hier geldt het: eere wien eere toekomt. En ik zou niet graag den schijn op mij laden alsof ik Ermelo wou toeschrijven wat Elburg heeft verricht. Men zal dan ook wel begrepen hebben dat ik me verschreven heb. De namen Ermelo en Timmer hingen in mijn gedachten zoo onlosmakelijk saam dat ik ze ook samenvoegde in een verband, waarin dit niet had moeten geschieden. Elburg wil me nu zeker deze vergissing wel vergeven en Ermelo wil er zeker wel aan denken dat ik nu natuurlijk met begeerige blikken zit te wachten op wat ze daar zullen doen. Ja, dat Ermelo moet ik een beetje in de gaten houden. Niet, dat ik bang ben dat ze mij vergeten zullen, maar hun dominé staat in zoo'n nauwe relatie met het „nichtje" dat zij er wel eens niet meer aan denken konden dat de „zusjes" de oudste brieven hebben. Ja, hoor ik gun ds. Lans inplaats van ƒ 600 wel ƒ 1600 per maand, en nóg wel meer, maar wat de Evangelisatie krijgt mag aan onze Fondsen niet onttrokken worden. Ik hoop dat dat in al onze gemeenten en dus ook in Ermelo goed bedacht zal worden, dat men het werk der Evangelisatie uit eigen zak moet bekostigen— en dan natuurlijk zoo ruim mogelijk — maar niet uit de zakken van die twee, die ik te verzorgen heb. Of ik dan bewijzen kan dat men dat doet? Neen, heelemaal niet, maar voorkomen is beter dan genezen, zegt men wel eens. En daarom ben ik er maar vroeg genoeg bij en niemand neemt het mij kwalijk dat mijn eigen kinderen mij het meest ter harte gaan. Gij zult eens zien, ook Ermelo neemt het mij in dank af dat ik misschien een beetje vroeg mijn vinger omhoog heb gestoken. Wanneer komt de spreekbeurt, en wie gaat er heen?
Maar nu nog wat! Zooals gij weet is 't oude boekjaar ten einde en zijn we alweer in een nieuw. Maar nu zijn van het oude jaar nog niet alle rekeningen betaald. Ach, de één is daar vroeger mee dan de ander. Ik heb iemand gekend, die in zijn persoonlijke zaken den 2den Januari alle rekeningen van het vorig jaar wilde ontvangen, en dan had hij ze 's avonds alle betaald en kon hij zeggen aan niemand ook maar één cent meer schuldig te zijn. Maar zoo zijn ze niet allen. De meeste menschen wachten hun schuldeischers stilletjes af en laten ze dan wederkeerig ook nog wat wachten. Men zegt zelfs, dat het heelemaal niet „gekleed" staat om zoo gauw te betalen en dat er wel winkeliers zijn die langer dan een jaar op betaling van door hen geleverde goederen wachten moeten. Nu weet ik niet, of men er in sommige afdeelingen van onzen Bond ook prijs op stelt om op deze manier „gekleed" te zijn, maar wel weet ik van onzen Administrateur, dat er nog enkele afdeelingen zijn die althans dien schijn op zich laden. Ik zal ze nu nog maar niet noemen, en hun zaak in handen van een deurwaarder geven doe ik ook nog niet — daar behoeven ze vooralsnog niet bang voor te zijn — maar ik zou toch wel een vriendelijk verzoek willen richten tot de afdeelingen die hun contributiebedrag nog niet gezonden hebben, en dat is dit, of ze nu wel een weinig haast zouden willen maken en het zouden willen bedenken dat het ook voor hen geschreven staat: „Iaat alle dingen eerlijk en met orde geschieden", k Hoop dus dat onze Administrateur niet lang meer zal behoeven te wachten om tot afsluiting van zijn posten van ontvangst te kunnen overgaan. Dan kunnen we ook weer zoo'n beetje overzien hoe het afgeloopen jaar zich gehouden heeft. Zou het mischien weer Excelsior zijn? Of zouden we voor 't eerst een toontje lager moeten gaan zingen? Afwachten zal voorloopig nog wel de boodschap zijn.
Maar kom, hoe zou het deze week met het „laatje" zijn? Neen, er zijn ditmaal geen „worstjes" en ook geen „babbelaars". Maar wat is er dan wél? Nu, ik denk zoo dat we wel eens betere weken gekend zullen hebben. Laten we echter ook met het weinige tevreden zijn en laten we ook nu weer bedenken dat de Heere zoo vaak anders rekent dan wij. Er kwam in uit
G o u d e r a k, afgezonden door ds. Leenmans uit het catechisatiebusje voor het Leerstoelfonds een bedrag van ƒ 7, —.
A l p h e n a. d. R ij n, van den Penningmeester der afdeeling, G. Verhagen, een nagift van mej. L. op de collecte van de spreekbeurt van ds. Van Grieken, ƒ 1.—.
IJ s s e l m o n de, van iemand die zich mijn vriend v. B. noemt, een bedrag van ƒ 12.50, waarvan hij schreef dat hij het mij zonder dat ik het wist, altijd nog schuldig was. Dat zijn dus zeker 5 rijksdaalders „met oogen" geweest, die mijn vriend gedurig eens hebben aangekeken.
O c h t e n, van ds. Van der Snoek te Veenendaal de collecte van een door hem aldaar vervulde spreekbeurt, zijnde een bedrag van ƒ 23, 09. Zeker geen hoog bedrag, maar als 't maar „het penningske der weduwe" is, dan was de spreker en dan ben ik er ook best mee tevreê.
L e i d e n, van den Penningmeester der afdeeling J. Serdijn een bedrag van ƒ 67.50, zijnde een collecte van ƒ 25.— bij een spreekbeurt door ds. Remme, ƒ 5.— voor de Bondskas en een contributiebedrag van ƒ 37.50.
K r a l i n g e n, van — ja hoor, daar is hij weer — ds. Pott, gevonden in de collecte voor het Studiefonds een bedrag van ƒ 2.—
B e m m e l, van N.N. „voor uw beide kinderen uit dankbaarheid" een bedrag van ƒ 5.-.
B e r g a m b a c h t, van ds. J.G. Dekking de collecte van een spreekbeurt, vervuld door ds. Ottevanger, een bedrag van ƒ 40.—.
Z a a m s I a g, van mijn vriend M. Verhelst, die van zijn vriend v. B. ƒ 25.— had gekregen, waarvan ƒ 5.— bestemd was voor ,,het nichtje", die ik dus zal doorzenden, en ƒ 20.— voor „de zusjes", voor ieder ƒ 10. Ja, dat onderwerp waarover deze vriend schrijft hoop ik na Nieuwjaar nog wel eens te behandelen. Laat ik hem nu maar vast zeggen dat wij wel krijgen wat ons toekomt. Maar .........
Nu, de kous is weer af. Even zien wat er in zit. Alles samen een bedrag van
f 178.09.
't Kon slechter, 't Had ook beter gekund. We willen dus weer tevreê zijn en allen danken die het hunne er toe bijgedragen hebben.
De Penningmeester,
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1929
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's