De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brief aan de Romeinen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief aan de Romeinen.

5 minuten leestijd

Romeinen 5 vers 15—17.Doch niet gelijk de misdaad, alzoo is ook de genadegift. Want indien door de misdaad van éénen velen gestorven zijn, zoo is veel meer de genade Gods en de gave door de genade, die daar is van éénzen mensch, Jezus Christus, overvloedig geweest over velen.En niet gelijk de schuld was door den eenen, die gezondigd heeft, alzoo is de gift. Want de schuld is wel uit ééne misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tol rechtvaardigmaking.Want indien door de misdaad van éénen de dood geheerscht heeft door dien éénen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en der gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heerschen door dien éénen, namelijk Jezus Christus.

Door de misdaad van éénen zijn velen gestorven. Neen, Adam's zonde wordt niet weggedoezeld in Gods Woord. De Schrift noemt het een misdaad. Van een verboden boom een enkele vrucht nemen, zou dat een misdaad wezen ? vraagt de wereld. Wat meer van nabij bezien, is zijn overtreding niet zoo onschuldig als het wel lijkt. Hel proefgebod moge eenvoudig lijken, het kon ook niet ingewikkelder wezen. Gij zult niet echtbreken, kon het proefgebod onmogelijk luiden. Er was nog maar één echtpaar en dat waren zij zelf. Gij zult geen valsche getuigenis spreken, gold voor hen niet. Er waren immers geen menschen, die ze konden belasteren. Anderen bestelen was onmogelijk. Het-was alles van den Heere, en daarom ook van hen.
Toch heeft de Heere hen willen beproeven. Dit moest wel geschieden op het terrein van hunne lichamelijke levensverrichtingen. God verbood hen te eten van den boom in Eden. Maar gevoelt ge nu niet 't diep ingrijpende van hunne overtreding ? Niet naar God te willen luisteren ! Het oor te luisteren te leggen naar de ingevingen van Satan ! Voorwaar, de apostel heeft met recht gesproken van een misdaad.
De gevolgen van die misdaad waren vreeselijk, gelijk we in de vorige verzen hebben gezien. De dood was in de wereld gekomen. Hoevelen zijn al niet gestorven. Bij het kleinste dorpje een doodenakker ! Het graf is onverzadiglijk. Dé dood houdt niet op te eischen. Hij wacht ook op u ! De sterkste mensch is maar ijdelheid. Hij maait de bloemen af, maar doet ook de sterke eiken vallen. En dat alles om de misdaad van dien éénen, Adam, ons aller bondshoofd.
Maar let nu ook eens op de gevolgen van 't Middelaarswerk van den tweeden Adam, Christus Jezus. En wat zien wij dan ? Moet de tweede Adam het tegen den eersten afleggen ? Neen, door Zijne zoen-en kruisverdienste heeft Hij bij den Vader volkomen gerechtigheid aangebracht. Hij is de Jacobsladder, waardoor arme zondaren weer opklimmen tot het Vaderhart. Zijn gerechtigheid, door God in genade geschonken aan arme zondaren, is reeds overvloedig geweest over velen. Reeds aan Adam en Eva werd onmiddellijk na hun val gepredikt van het komende vrouwenzaad ; Hij zou den kop der slang vermorzelen.
Niet, dat de apostel maar wil zeggen, dat de genade Gods in Christus Jezus tegen de gevolgen van de misdaad van Adam bestand was, neen, hij toont zelfs aan, dat de genade in Christus machtiger was dan Adam's misdaad.
„En niet, gelijk de schuld was door dien éénen, die gezondigd heeft, alzoo is de gift ; want de schuld is wel uit ééne misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking".
Eén enkele misdaad was genoeg om de menschheid te doen wegzinken in den nacht van zonde en ongerechtigheid. Door die ééne misdaad werd de mensch van den levenswortel afgesneden. Maar helaas, bij die éénè zonde is het niet gebleven. De mensch, eenmaal van God afgevallen zijnde, kon niet anders dan zondigen. We zien het reeds bij Adam en Eva. De overtreding wordt onmiddellijk gevolgd door de zonde van onoprechtheid. Ze willen hun kwaad verbergen. Ze steken hun schuld op ande­ren. Als hun straks kinderen geboren zijn. dan zien ze den twist onder hunne beide zonen ontbranden. Het komt tot moord .en doodslag. Het wordt met de uitgieting van de ongerechtigheid hoe langer hoe verschrikkelijker. De zonde heeft een sociale factor in zich. Straks zien we de gemeenschapszonden van de kinderen der menschen zich op de schrikkelijkste wijze openbaren. In Zijn wijsheid treedt God op om de zonde te breidelen. Hij verdelgt de groote massa door den zondvloed, opdat het leven op deze wereld geen hel zou worden. En zoo zouden we de lijn der zonde kunnen vervolgen, zooals we die in Gods Woord geteekend vinden. Maar genoeg. Als we al die zonden eens konden samenvoegen, als we eens, al was 't alleen maar uit ons eigen leven, al de zonden konden doen opklimmen, die reeds lang zijn bijgezet in het graf der vergetelheid, o, bergen van zonde en schuld zouden zich verheffen. Bergen van wereldzonde verheffen zich tusschen God en de menschheid.
En wat moest nu Christus doen ? Moest Hij slechts de zonde van Adam verzoenen en de erfschuld wegnemen ? Neen, Hij moest veel meer verzoening doen over wereldschuld en wereldzonde. Zegt Johannes niet : Zie het Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt. O, zeg. mij, moest de werking van de genade in Christus Jezus niet oneindig veel overvloediger wezen dan de werking van de misdaad van den eersten Adam ? Met recht mocht Paulus in het 17e vers besluiten : want indien door de misdaad van éénen de dood heeft geheerscht door dién éénen, veel meer zullen degenen, die den overvloed der genade en de gave der rechtvaardigheid ontvangen, in het leven heerschen door dien éénen, namelijk Jezus Christus.
Misschien hadt ge u het tweede lid van de vergelijking anders gedacht ; b.v. „dat veel meer het leven zou heerschen over degenen, die den overvloed der genade en de genade der rechtvaardigheid ontvangen". Maar neen, met opzet spreekt hij.het nog veel heerlijker uit, dat de rechtvaardigen in het leven zullen heerschen door dien éénen, namelijk Jezus Christus.
Ziet ge nu, dat het waar is, wat in vers 15 is gezegd : Doch niet gelijk de misdaad, alzoo is ook de genadegift. In vers 17 is met het woordeke „want" een genoegzame reden ingeleid. O, wat is de dood toch machtig. De wereld zegt : niets is zekerder dan de dood. Maar hier lezen we, dat Gods genade machtiger is.-Christus heeft den dood overwonnen. Met recht staat er dan ook geschreven : Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den" eenigen, waarachtigen God, en Jezus Christus, dien Gij gezonden hebt.
Lezers, weet gij reeds dat gij in Adam voor God verdoemelijk zijt ? Er is slechts één redmiddel : het Evangelie van Hem, Wiens genade overvloediger is dan Adam's overtreding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Brief aan de Romeinen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's