KERKELIJKE RONDSCHOUW
Een Comité van Actie tegen den predikant ds. Pijnacker Hordijk opgericht, omdat hij rechtzinnig is! Het hoofd van de openbare school, in bond met kerkeraadsleden, zou zich roeren. En ze hebben zich geroerd, al de jaren nu, dat ds. Pijnacker Hordijk dominé van Nijehorne is en Zondag aan Zondag in het midden van een belangstellende schare het Evangelie van Jezus Christus mag prediken. De gemeente verheugt zich, dat zij weer naar haar bedehuis kan opgaan nu. Veel meer menschen komen ter kerke, dan vroeger 't geval was. Maar het C o m i t é van Actie, met kerkeraadsleden en kerkvoogden in bond, onder aanvoering van het hoofd der openbare school, doet alles om het leven en den arbeid van den predikant schier onmogelijk te maken. Dat is de roem van de liberale, erdraagzame, breedvoelende vrijzinnigen !!
De intree van den dominé is zoo lang mogelijk tegen gehouden, eerst door bezwaren en klachten in te brengen (door de verdraagzame vrijzinnigen, die den hemel willen verdienen door het gebod : hebt uw naaste lief en hebt uw vijand lief), doch eindelijk was alles in orde en kon de bevestiging plaats hebben. 29 Juli 1923 zou dat gebeuren door prof. Slotemaker de Bruine. De beroepen predikant schreef dat aan den kerkeraad, dat 's morgens de bevestiging en 's middags de intree zou plaats hebben. Maar wat deed de kerkeraad ? Allerschandelijkst en zoo on-christelijk mogelijk besloot de kerkeraad, dat er 's middags een godsdienstoefening zou zijn (denk aan 't geval van den kerkeraad van Dokkum nu, gesteund door 't (moderne) Provinciaal Kerkbestuur van Friesland (secrearis dr. Niemeijer), die de ringbeurten stelde op 's morgens zeven uur !) De bevestiging en intree moest dan maar in de morgengodsdienstoefening plaats hebben ! en dat werd den predikant enkele dagen te voren bericht ! Een hond zou men nog anders behandelen. Tenminste als men niet vrijzinnig is.
Prof. Slotemaker hield 's morgens een treffende bevestigingsrede en ds. Pijnacker Hordijk mocht, na de bevestiging, voor een groote schare 't Evangelie van Jezus Christus verkondigen. Voldoende was er gezorgd voor politie, zoodat buiten gelukkig alles goed verliep, 't Was echter wel te merken, dat er wat broeide. Straatkabaal is de kracht van het modernisme niet zelden. maar nu verliep alles rustig. Zoudt ge denken ? Neen, dat was te veel gevergd van de vrijzinnigen, die zich zoo gaarne de verdraagzamen noemen ! Toen prof Slotemaker de Bruïne met den bevestigden predikant langs straat ging, werd hun een Iied nageschreeuwd. Zingen mag 't niet genoemd worden, 't Werd nagegild. En gillen kunnen de liberalen. Dat hebben we bij ervaring. Straatkabaal is hun fort. Ruiten ingooien kunnen ze !
Het lied was voor deze gelegenheid speciaal vervaardigd. Het opschrift luidde : Gedicht om toe te zingen in de kerk bij de bevestiging, in de plaats van Psalm 134 vers 3. Wijze : De Zilvervloot. Gedrukt werd het verspreid en de zangers en de zangeressen waren velen. Allen vrijzinnigen, liberalen, modern - religieuzen, verdraagzamen, wier levensvreugd is : hebt uwe vijanden lief!
De orthodoxen hebben het alles stil gedragen, verblijd zijnde dat de Christus Gods weder gepredikt mocht worden, het Evangelie des kruises en der verzoening. Zij hebben voor hun jongen herder en leeraar gebeden.
Intusschen had de consulent, vóór dat de predikant intree deed er voor gezorgd dat een tachtigtal menschen tot lidmaten werden gemaakt Daar zijn de modernen handig in. Dat gaat één, twéé, drie. Dan hebben ze stemvee straks, als 't gaat tegen de fijnen. Kerkgangers is van minder belang. Kiezers, dat is je ware ! Vraag het maar eens in de moderne gemeenten, vooral daar, waar 't kritiek staat, hoe men de menschen bij tientallen tegelijk lidmaat maakt ! Op catechisatie behoeven ze niet te komen, in de kerk straks ook niet meer, als ze maar mee stemmen kunnen straks, als 't gaat tegen de fijnen. De modernen, met hunne hoog-zedelijke en religieuze beginselen, moesten zich schamen !
Maar 't is hun eenige kracht En als een gemeente eens „om" ging — 't zou allervreeselijkst wezen. Ook al zou 't voor alles, alles in de gemeente beter zijn, dan zou 't nog door de vrijzinnigen verhinderd moeten worden. En het doel heiligt de middelen. Alles is oorbaar, als 't gaat tegen de fijnen, als 't gaat tegen het Evangelie des kruises, als 't gaat tegen het Lam Gods. En ze zullen geteekend worden, allen die zich vóór den Christus durven verklaren, ze zullen geteekend en gesmaad en vervolgd worden ; de grofste beleedigingen zijn nog niet goed genoeg. O, fijn beschaafde, hoog gecultiveerde, heerlijk verdraagzame vrijzinnigen, wat is uw roem wijd vermaard in dezen lande !
Ds. Pijnacker Hordijk, die nu bevestigd was en intree had gedaan en dus nu predikant van Nijehorne was, kon echter nog niet in Nijehorne wonen. Na de aanneming van het beroep schreven de kerkvoogden, dat zij de pastorie verhuurd hadden. Zoo moest ds. Pijnacker Hordijk voorloopig nog in Terhorne, z'n oude gemeente, blijven.
Doch eindelijk, in den winter, kon hij de pastorie betrekken. Maar hoe ?
De pastorie werd omgeven met een prikkeldraadversperring, zoodat de predikant en zijn gezin niet langs het gewone pad hun woning konden bereiken. En die versperring is er nog altijd! 1923—1929! Is zoo iets niet allerschandelijkst ? Schaamt gij u niet, vrijzinnigen, of is alle, alle schaamte weg ?
Op het kerkhof en dus op grond, die tot de kerk behoort (kerkvoogden !), werd een schandbord geplaatst met een voor den predikant smadelijk opschrift, dat gekeerd was naar de pastorie. Toen de vader van den predikant een keer zou preeken, stonden er bij den ingang der kerk twee borden met het opschrift : „Weg met de leugenaars en bedriegers". Tusschen die borden door moest hij de kerk ingaan, zoo heeft hij in „De Nederlander" meegedeeld. Die twee borden heeft men na eenige dagen weer verwijderd op aandrang van buiten. Maar het bord op het kerkhof is er jaren gebleven. Bij gelegenheid van een vergadering van stemgerechtigden in de kerk, werd de predikant na afloop geschopt en mishandeld, waarvoor de dader van den burgerlijken rechter 'n vonnis heeft ontvangen. Zoo dat ds. Pijnacker Hordijk 't volgende jaar die vergadering niet durfde houden zonder bijstand der politie. Felle tegenstanders werden tot kerkeraadsleden gekozen. Zijn schoonvader wilde de kerkeraad tot tweemaal toe het preeken beletten. Het beleedigen in de courant duurde voort Iemand, die nu diaken is, en vóór dien tijd ouderling, werd door de rechtbank veroordeeld wegens beleediging van den predikant Het orgel speelt niet, als ds. Pijnacker Hordijk optreedt, maar wèl in de samenkomsten, waarin vrijzinnige predikanten voorgaan. Zelfs schijnt in de godsdienstoefeningen eermalen wat gebeurd te zijn, dat hinderijk was voor den predikant.
Het wordt door een mensch, die een moeilijk leven heeft, gewoonlijk als een uitkomst beschouwd wanneer hem een rustiger werkkring wordt aangeboden. Ook voor ds. Pijnacker Hordijk werd de weg daartoe geopend. Hij ontving een beroep. Zijn vrienden hebben gevreesd, zijn tegenstanders gehoopt, dat hij dit zou aannemen. Doch hij bedankte. Aanstonds werd het in een ingezonden stuk voorgesteld, alsof verschil in tractement daarvan de oorzaak was. Doch fijne vrienden te Nijehorne en ook vele menschen elders, hebben in zijn bedanken en daad des geloofs gezien.
Zoo bleef hij dan in de gemeente, waarin hij aan allerlei plagerijen was blootgesteld, terwijl slechts te verwachten was dat men daarmee zou voortgaan. Een groote zegen is het geweest, dat de predikant en de orthodoxen zich van daden van weerwraak hebben onthouden. In de bladen is niets te vinden, waaruit afgeleid zou kunnen worden dat de rechtzinnigen ook met schandbordèn en prikkeldraad gingen werken, ongepaste dingen in de kerk deden bij de samenkomsten der vrijzinnigen, of de predikanten, die daarin voorgingen, nascholden op de straat. Want hadden zij zich daaraan schuldig gemaakt, dan zouden zij zichzelf geblameerd hebben en zou de ellende nog veel grooter geworden zijn.
Een belangrijk iets voor het gemeenteleven zijn de kerkeraadsvergaderingen. Daarin wordt het werk gedaan en worden de besluiten genomen, die noodig zijn, zal alles in de gemeente geregeld gaan. Ieder kan begrijpen, dat het op die vergaderingen gedurig wel vast moest loopen. Want, de kerkeraadsleden waren geen neutrale menschen ; onder hen waren er, die als leden van het Comité van Actie-van het begin af aan leiders geweest waren van het verzet tegen den predikant Het is dan ook met de kerkeraadsvergaderingen treurig gegaan. Er is eens een jaar geweest, dat de rekening en verantwoording der Diaconie niet was gedaan ; de lijst van stemgerechtigden werd soms veel te laat opgemaakt, zoodat de verkiezing van kerkeraadsleden niet op tijd plaats had ; de aanneming en bevestiging van de nieuwe lidmaten van 1929 is nog steeds niet geschied ; klachten tegen kerkeraadsleden konden niet worden doorgezonden. De vergaderingen werden wel uitgeschreven ; soms werd er niets gedaan ; meestal liepen zij op niets uit, doordat de kerkeraadsleden weg gingen of de predikant meende zich genoodzaakt te zien te sluiten.
Wie zijn hier schuldig ? De kerkeraadsleden wijten het aan den predikant ; de predikant schrijft, dat de kerkeraadsleden, en vooral een tweetal hunner, door hun optreden en beleedigen het vergaderen onmogelijk maken.
Na al 't geen van den beginne afaan te Nijehorne is geschied, is het voor ons geen open vraag, wie hier de hoofdschuldigen zijn. Een kerkeraad die zóó begint, dat de middaggodsdienstoefening verhinderd wordt voor de intree van den nieuwen dominé, is tot alles in staat Die mannen hebben geen recht om vertrouwd te worden.
Natuurlijk valt voor een buitenstaander niet over de bizonderheden van de kerkeraadsvergaderingen te oordeelen, want ze zijn niet openbaar. Maar uit hetgeen buiten geschiedt is toch óók wel wat af te leiden !
Een paar leden, zoo weten wij uit ingezonden stukken, hebben voorheen al een berisping gehad van het Classicaal Bestuur wegens het onmogelijk maken van vergaderingen, en een ander heeft zelf in een blad erkend, dat hij een schrijven van hetzelfde bestuur heeft gekregen wegens zijn houding op vergaderingen.
Het is verder niet te verwachten, dat menschen, die in courantenartikelen zoo heftig kunnen zijn tegen den predikant, dat een, die zich in de godsdienstoefening soms onbehoorlijk gedroeg, in besloten kring geheel anders zullen handelen.
En dan is er nog iets anders. Eens hebben een paar leden van het Classicaal Bestuur een vergadering bijgewoond. Toen werden de zaken afgehandeld. Dit zou een volgend maal weer gebeuren. De predikant was daarmee ingenomen. Maar het gebeurde niet meer, omdat de kerkeraadsleden niet wilden. Welnu, als het niet mogelijk was te vergaderen tengevolge van de leiding van den voorzitter, zooals de kerkeraadsleden beweerden, dan zouden zij de aanwezigheid van getuigen hebben moeten toejuichen. Zegt het niet heel wat, dat zij juist dit niet wilden ?
Waarom — zoo is er wel gezegd — is het Classicaal Bestuur niet met meer kracht opgetreden en heeft het tegen de kerkeraadsleden, die na een berisping tóch doorgingen, niet doorgetast ? Waarom niet onderzocht in welke verhouding de kerkeraads leden stonden tot alles, wat gebeurd was. Wij weten het niet. Twee dingen kunnen invloed gehad hebben. In de Classis Heerenveen is de richtingsstrijd hevig. Door de afwisselende meerderheid der richtingen worden telkens zittende leden-gewipt en door anderen vervangen. Die gedurige verwisseling van leden in een bestuur doet wel eens schade aan de vaste leiding, omdat de nieuwe leden zich eerst weer moeten inwerken. En vervolgens : het was van lieverlede zulk een gecompliceerde zaak geworden. Er was een opeenhooping van feiten. En zij hingen allen met elkander samen. Misschien is men huiverig geweest de dingen aan te vatten en ondertusschen werden zij steeds talrijker.
Thans heeft het Provinciaal Kerkbestuur uitspraak gedaan. Doch nu komen de vragen eerst recht los en zijn er geen ingezonden stukken om daarin een antwoord te vinden, Hoe is alles nu gegaan ?
(Slot volgt).
Kerkelijke Rechtspraak of Partijpolitiek?
Onder dit opschrift schrijft prof dr. M. van Rhijn in het "Algemeen Weekblad" voor Christendom en Cultuur (ethisch) over de zaak Nijehorne het volgende :
Dezer dagen stond er een bericht in de courant, dat het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland den predikant van Nijehorne voor drie maanden had geschorst met behoud van tractement. Den overigen kerkeraadsleden, te weten zij die de klacht indienden, is een berisping toegediend.
Het is ons nog niet bekend op welken grond het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland gemeend heeft dit vonnis te moeten vellen. Daarover zullen we wel spoedig meer hoorén.
Hier willen we alleen de vrees uitspreken, dat de richtingskwestie in dit geval meer invloed heeft gehad dan de vraag naar wat recht is. Voor allen, die ook maar iets van de toestanden te Nijehorne weten, is het duidelijk dat de tegenwoordige predikant daar op kerkrechtelijk-zuivere gronden beroepen is, dat hij ook een feilbaar mensch is, maar dat hij bovenal van het begin af door andersdenkende collega's uit de buurt en gemeenteleden op een wijze is behandeld, waarvan men niet zou gelooven dat zoo iets in een Christelijke Kerk mogelijk is. Men had van het begin af mogen verwachten, dat tenminste de kerkelijke besturen, geheel afgezien van alle richtingskwesties, hun best zouden doen den predikant van .Nijehorne te handhaven en te beschermen ! Maar wie zoo iets verwacht, veronderstelt bij partij-fanatici behalve eenig elementair Christendom, ook nog gevoel voor recht of zelfs voor fatsoen. Daar moet men bij zulke partij-mannen heelemaal niet mee aankomen. Niet bij het Classicaal Bestuur. En ik vrees ook niet bij het Provinciaal .Kerkbestuur, dat evenals het Classicaal Bestuur in meerderheid een andere richting is toegedaan dan de predikant in kwestie. Wij zullen wel spoedig meer hooren. Maar na wat er in het Classicaal Bestuur is gebeurd, vreezen wij het ergste. Is er nog recht? "
We behoeven hier geen woord bij te voegen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's