De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

't Is deze week een gewichtige week voor onze Kerk. Onze Synode komt in buitengewone vergadering bijeen, om te beslissen over het aanhangige reorganisatie-voorstel. Als ons blad verschijnt, zal de beslissing wel zijn gevallen en zal wel bekend zijn of we maar weer met onzen knarsenden organisatiewagen van 1816, die dus nu zoowat 114 jaar oud is, zullen voortsukkelen, dan wel of er kans is dat we eens in een nieuw karretje zullen gaan rijden. De menschen van den „vooruitgang", die zich bij voorkeur altijd „het denkend deel der natie" hebben genoemd, zijn erg voor het nieuwe ? O neen, zij zijn er heel erg voor om de oude chees, waarin hun vader, hun grootvader en overgrootvader ook al gereden hebben, nog maar te houden. Zij vinden : als die zoo nu en dam een klein beetje opgelapt wordt, — hier en daar een nieuw schroefje en een nieuw vernisje — dan kan het nog best. Of zij zoo langzamerhand met dat oude ding een belaching voor alle weldenkenden zijn geworden, daar bekommeren zij zich niets om, die vooruitstrevende menschen van onzen modernen tijd. 'En de menschen van de „nachtschool", die altijd voor „dompers en dwepers" zijn gescholden, zijn erg voor 't oude ? O neen, zij zijn er juist heel erg voor om nu maar eens een „nieuwen wagen" te nemen, een wagen, o zeker, die misschien nog wel niet aan de allernieuwste eischen van onzen tijd voldoet, maar die toch in ieder geval veel meer dan de oude het karakter draagt van de Kerk, die in haar rijden zal. Aan dien "nieuwen wagen" hebben verschillenden van onze menschen, waaronder ook onze Voorzitter, maanden lang gewerkt, en 't komt mij voor dat zij er best mee voor den dag kunnen komen. O zeker, 't is geen volmaakt werk — dat kan door menschenhand nu eenmaal niet vervaardigd worden — en daarom begrijp ik best dat er allerlei aanmerkingen op gemaakt worden, en dat vooral menschen die er nooit een hand naar uitgestoken hebben en die nooit anders deden dan „verprutsen", een grooten mond opzetten om te verkondigen dat het „niets waard" is, maar ik zeg maar : laten zij het dan maar eens beter doen. Ja, afbreken gaat gemakkelijk genoeg, ziet. ge, maar opbouwen dat is niet altijd even gemakkelijk. Onze tijd is nu eenmaal vol van allerlei menschen die op verschillend gebied van het leven zeggen : „zóó moet het niet". Maar hoe moet het dan wèl ?
Nu ja, zegt ge misschien, maar dat opbouwen is ook ons werk niet. Daar zal de Heere wel voor zorgen. Als die maar weet hoe het wèl moet ! Kijk, daar hebt ge nu den vromen duivel, waarvan 't werk en de Kerk Gods altoos het meest te lijden heeft gehad. Of ik het daar dan niet mee eens ben dat de opbouw van Gods Kerk niet het werk van menschen, maar geheel en al het werk des Heeren is? Wel zeker, daar ben ik 'het van heeler harte mee eens. Ik ga zelfs nog een stapje verder en geloof dat niet alleen de opbouw van wat goed is, maar ook de afbraak van wat slecht is, het werk des Heeren is. Ik geloof dat er zonder God niet alleen niets gebouwd, maar ook niets geslecht wordt, dat wij dus zonder Hem niets — neen, letterlijk niets — kunnen doen. Ik geloof dat God in alles de Eerste en de Laatste moet zijn en dat Hij ook van alles — daarover heb ik Oudejaarsavond nog gepreekt — de Alpha en de Omega is. Dus gij moet mij niet verdenken van remonstrantisme, hoor, alsof ik zou staan op het standpunt : God wat en wij wat. Neen, neen, „uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen", is dus ook de reformatie der Kerk. Dat belijd ik evengoed als die menschen die altijd weer zeggen : wij kunnen er zelf toch niets aan doen. ~ Maar als ik het kruid op den akker niet kan laten groeien, omdat God dat alleen kan, ligt daar dan in opgesloten dat ik ook niet behoef te zaaien, dat ik dus met de handen in den schoot mag gaan zitten, mijzelf heel vromelijk diets makende : gij kunt er toch niets aan doen ? Of heb ik, staande in het geloof dat het God is die het gras doet uitspruiten voor de beesten en het kruid tot dienst des menschen, misschien ook een roeping gekregen om te doen wat mijn hand vindt om te doen ? Op die vraag behoeft ge mij niet eens een antwoord te geven. Welnu, dan moet ge ook niet langer zeggen : God zal Zijn Kerk wel bouwen, God zal Zijn uitverkorenen wel vergaderen, en er dan onmiddellijk op laten volgen : dus dan komt 'het er niet op aan, en dan heb. ik er niets mee te maken hoe dat geschiedt. Immers als gij dat zoudt zeggen dan is één van beiden het geval : óf gij zijt ter goeder trouw en gij doorziet het beginsel van Gods absolute souvereiniteit in verband met den weg der middelen niet, óf gij weet het wel beter, maar wilt u misschien voordoen alsof gij toch wel in dieper afhankelijkheidsbesef voor den Heere leeft dan anderen leven. Jammer, dat gij dat dan ook in uw persoonlijk leven niet in toepassing brengt. Ik wil dus maar zeggen dat het mij voorkomt dat wij ook op het terrein van de reformatie der Kerk nog zooiets van een roeping hebben. En als gij nu die roeping verstaat, neen, dan behoeft gij het daarom nog heelemaal niet eens te zijn met dit reorganisatie-voorstel, en kan 't zelfs best zijn dat gij zegt : „een beteren weg aanwijzen kan ik ook niet", maar gij moet dat nooit bedekken onder het vijgeblad eener valsche lijdelijkheid, want dan zoudt gij daarmee toonen dat gij van al den reformatorischen arbeid in den loop der eeuwen aan de Kerk des Heeren ten koste gelegd, al bitter weinig verstaat.
Wat nu dit reorganisatie-voorstel betreft, dat juist heden in de vergadering onzer Synode aan de orde komt, geloof ik dat het ook voor ons. Gereformeerden, één groote lichtzijde heeft, en dat is deze, dat onze Hervormde Kerk veel meer haar karakter als Kerk zal kunnen handhaven, dan dit onder de tegenwoordige organisatie 't geval is. Het is hier natuurlijk de plaats niet om daar dieper op in te gaan. Dat is trouwens ook reeds op een andere plaats in ons blad geschied. Maar niet te loochenen is, dat, modht dit concept tot wet verheven worden, onze Kerk althans weer zal kunnen toonen dat zij geen vereeniging is van elk wat wils, maar dat zij nog een Kerk is, een pilaar en vastigheid der Waarheid, ons geopenbaard in Jezus Christus, onzen Verlosser en Borg. En omdat dat het geval is, daarom hoop ik heel hartelijk dat de meerderheid onzer Synode zal besluiten het althans aan 'het oordeel der Kerk te onderwerpen. Of ik er veel hoop op heb dat dit zal gebeuren ? Ach, mijn hoop is dat God de gebeden zal verhooren die uit onze Kerk dezer dagen tot den troon Zijner genade zijn opgezonden. De Heere hoort het gebed, en ook als Hij het misschien ook nu weer niet doen zal op de wijze, waarop wij het graag wenschen zouden, dan geloof ik dat we zullen hebben te belijden : niet gelijkerwijs ik wil, maar gelijk Gij wilt. Want niet de onze, maar Uw Raad bestaat. In dat besef wacht ik met gerustheid het besluit onzer Synode af en ga ik nu weer aan het laatje beginnen.
Dat ziet er alweer niet zoo slecht uit van de week. Laten we maar eens zien : Wageningen, van ds. Van der Wal van N.N., gevonden in de collecte op eerten Kerstdag voor het Studiefonds ƒ 1.—, n later nog op zijn verjaardag ontvangen oor de Fondsen ƒ2.50 ; tezamen dus ƒ3.50
Feijenoord, van den heer Jb. Bot van N.N. te IJsselmonde ƒ1.85; van D. Z. te IJsselmonde ƒ 1.— ; van mej. de wed. K, te Rotterdam ƒ 5.80 ; van den heer L. te Rotterdam ƒ 0.25 ; van den heer P. te Rotterdam ƒ 0.50 ; van den heer J. te Kralingen ƒ 1.— ; van de familie K. te Feijenoord ƒ1.— ; ; van twee N.N.'s ieder ƒ0.10; samen een bedrag van ƒ 11.60. Zegveld, van den heer C. Bardelmëijer den December-inhoud van busje no. 20, een bedrag van ƒ2.73.
Meppel, van N.N. een gift van ƒ 10.
Rhenen, van M. B. voor het Propagandaboek ƒ 1.—.
's-Gravenhage, van ds. Van Dorp van mej. N.N. voor het Studiefonds f 2.50 ; van P. iG. J. voor 'het Studiefonds ƒ 1.50, en nog een igift van NJN. van ƒ2.50. Waar deze laatste gecollecteerd was, kon ik op het girobiljet niet goed lezen. Samen een bedrag van ƒ 6.50.
Onstwedde, van ds. Wolthers op 2en Kerstdag gecollecteerd voor de beide fondsen, voor ieder de helft, een gift van ƒ50.—
Rotterdam, van mej. J. van der Stoep gecollecteerd door de Jongedochtersvereeniging , , Martha" ƒ4.—.
Krommenie, van den heer D. van B. een Nieuwjaarsgift van ƒ 10.— en nog een oude schuld van den Zendingsdag van ƒ 2.50 ; samen een bedrag van ƒ 12.50. P
Mastenbroek, van ouderling S. van der Weerd een gift voor het Studiefonds van ƒ25.
Gameren, van ds. Goverts den inhoud van diens catechisatiebus, zijnde een bedrag van ƒ8.62.
Huizen, van diaken G. Gooijer de collecte van een spreekbeurt, vervuld door ds. Klomp, van Ede, ƒ82.37. g N
Puttershoek, van ds. Bax een gift van N.N. op Oudejaarsavond van ƒ3.— en een gift van N.N. op Nieuwjaarsmorgen van ƒ 2, — ; samen ƒ 5.—.
Soest, van mej. N.N. een gift voor het Studiefonds van ƒ5.—.
Ter Aar, van ds. Groeneveld de collecte van een spreekbeurt, vervuld door ds. Westra Hoekzema, van Zegveld, ƒ32.43.
's-GrevelduinCapelle, van ds. v. Willigen voor het Propagandaboek ƒ 1.— en in de collecte gevonden voor het Studiefonds ook ƒ 1.— ; samen ƒ 2.—.
Veenendaal, van N.N. een gift van ƒ 10.— en nog een nagekomen opbrengst van den verkoop van De Waarheidsvriend met mijn jubileumpreek van ƒ5.30 ; samen ƒ 15.30.
Kampen, van den heer E. Roest een contributiebedrag van ƒ 36.75 ; een collecte spreekbeurt ds. van Willigen van ƒ20.— ; uit een busje ƒ 10.— en voor de Bondskas ƒ5.— ; samen een bedrag van ƒ71.75,
Meerkerk, van den heer A. Woudenberg een contributiebedrag van ƒ 14.25.
Eindhoven, van den heer J. van der Bank een contributiebedrag van ƒ7.—.
Rotterdam, van den heer J. D. Verschoor een nagekomen contributiebedrag van ƒ 2.50.
Verder ontving ik vanmorgen nog een verblijdend bericht uit Schoonhoven, maar daar begin ik dezen keer niet meer aan. Daar wil ik een nieuwe week voor afwachten. Ik ga dus nu aan het optellen en kom tot een bedrag aan giften en collecten van ƒ312.55 en aan contributies van ƒ60.50. Dat maakt dus samen een eindbedrag van
f 373.05.
Ik weet niet hoe gij het vindt, maar ik vind dat 1930 niet kwaad inzet. Laat ik dus weer eindigen met een woord van hartelijke waardeering en zeer bijzonderen dank.

De Penningmeester
Veenendaal.
Ds. M. JONGEBREUR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's