KERKELIJKE RONDSCHOUW
Verworpen.
In de buitengewone zitting der Synode is het Voorstel der Reorganisatie-Commissie met 10 tegen 9 stemmen verworpen. Wij behoeven niet te zeggen, dat ons dat : tot groote droefheid, tot groote smart is. (Want wel hebben wij geweten, wat het lot zou worden van dit Voorstel. We hebben het te voren openlijk uitgesproken en publiekelijk geschreven. We zijn, wat dat betreft, geen vreemdeling in Jeruzalem. Maar we hadden gehoopt, dat de Synode, al was 't dan maar met een kleine meerderheid, het Voorstel, dat door een Commissie, door de Synode zelve benoemd, nu was ingediend, ten minste aan de Kerk zelve, aan de Classicale Vergadering, èen van dit jaar, zou hebben willen voorleggen. Dan had de Kerk zelve, in hare Classicale vergaderingen, ten .minste gelegenheid ontvangen om over deze belangrijke zaak te spreken en te beraadslagen. Maar ook dat heeft de Synode aan de Kerk onthouden.
Zij weet, zij kan en moet weten, dat het een zaak is die velen in de Hervormde Kerk ter harte gaat. Gelukkig ! De belijdenis van den Christus is velen, zéér velen dierbaar. (En over het belijden van dien eenigen Naam, (die onder den hemel is gegeven tot zaligibeid door de Kerk als Kerk, had op de Classicale Vergaderingen nog wel eens mogen gesproken worden, alsook over de besturen-organisatie der Kerk, zooals die in 1816 aan onze Hervormde Kerk door de Overheid wederrechtelijk is opgelegd en sinds, door de schikking van de Overheid in 1852, is gebleven tot op dit oogenblik. De Hervormde Kerk is in die besturen-organisatie ingekerkerd en nu verhindert de Synode, naar het model van die besturen-organisatie .ingericht en samengesteld, dat de Kerk over een nieuwe en betere wijze van kerkelijk samenleven zelfs spreekt.
Dat kan de Synode verhinderen, door de onmogelijke samenstelling, zooals de (Overheid dat heeft geregeld en voor de toekomst .heeft vastgelegd.
De Synode heeft krachtens die onrechtvaardige daad van de Overheid de macht om alles, ter verandering en ter verbetering van die organisatie, te , verhinderen. 10 van de 19 hebben daartoe de macht. En; achter de Synode der Ned. Hervormde Kerk, wonderlijk samengesteld uit 19 mannen — zegge 19 mannen voor héél de Kerk ! — staan dan bovendien de Provinciale Kerkbesturen, die, oók als een voorstel door de Synode en door de Classicale Vergaderingen en dan in: tweede instantie nóg eens door de Synode is aangenomen, de macht bezitten om een voorstel te verwerpen. Als 't een wijziging van het Algem. Regl. (de Grondwet) betreft, moeten zelfs 2/3 van de gezamenlijke leden der Prov. Kerkbesturen zich er vóór verklaren; anders is het voorstel toch weer verworpen.
Die macht heeft de Synode, die macht hebben de leden van de Prov. Kerkbesturen — krachtens de onrechtvaardige, onwettige daad van de Overheid, die over de Kerk beschikt heeft, alsof de Kerk een voogdijkind is. En de Kerk, de Hervormde Kerk, .kan sinds zelve niets, niets doen tot verandering en verbetering, als de weinige heeren. in de Synode, die hun macht ontleenen aan een onwettigen, onrechtvaardigen dwangmaatregel van de Overheid en geenszins van de Kerk zelve, naar haar keuze, gekozen zijn, — als de 19 Synodeleden, als er 10 van de 19 Synode-1 leden er geen zin in hebben. De Synode, 10 van 'de 19 Synodeleden, leggen eenvoudig het slot op den mond en de Kerk moet maar weer voortsukkelen, zonder iets te kunnen doen tot verandering of verbetering. De .Synode, het schrikbewind, heeft maar te spreken en het zal geschieden.
Had nu de Hervormde Kerk zelve deze Organisatie vrij gekozen, dan kon men de Hervormde Kerk overladen met verwijten. Dan kon men haar beschuldigen. Dan kon men haar bespotten. Dan kon men haar uitlachen. Dan kon men.
Maar de Hervormde Kerk is het lijdend voorwerp van het schrikkelijkst onrecht, dat haar is aangedaan. Overmacht heeft haar ingekerkerd. En de cipier, die tot gevangenisdirecteur is benoemd in 1852, kan met haar doen, wat hij wil.
Moeten we nu uitbreken uit de .gevangenis ? Moeten we oproer maken ? Moeten we?
Men zou er haast toe komen. Want eeuwig in de gevangenis, levenslang in de cel opgesloten te moeten zitten, .door een onrechtvaardige, onwillige handeling van de Overheid, in den kerker gesloten zijnde, is toch wel vreeselijk. Altijd weer te moeten ervaren, dat de Synode, dat de Besturenorganisatie met dwingend .geweld aan de Hervormde Kerk onthoudt en belemmert en bemoeilijkt wat de Kerk des Heeren als Kerk van Christus noodig heeft en waarop zij als Kerk van Christus ook recht heeft; — 't is toch wel vreeselijk.
De Modernen, die van deze besturenorganisatie heerlijk gebruik kunnen maken, geholpen door de Walen, die buitensporig bevoorrecht zijn, lachen in hun vuistje. Omdat de besturenorganisatie, welke aan de Kerk onrechtvaardig is opgelegd, hun een heerlijke gelegenheid geeft, om aan de Hervormde 'Kerk, Maar in de Christusbelijders verre overtreffen het aantal van hen, die met dr. Niemeyer zeggen, dat zij christen kunnen zijn zonder de godheid van Christus te belijden, te onthouden, waarop de Hervormde Kerk recht heeft.
Die macht hebben de Modernen niet van de Kerk, maar die macht hebben zij. door de Organisatie, die aan de Hervormde Kerk wederrechtelijk is opgelegd. En met de Kerk, die door de hand van den geweldhebber 'is gebonden, kunnen zij nu spelen naar hartelust.
De 'Kerk lijdt daaronder. .Maar de Synodale-besturenorganisatie trekt zich daar niets van aan. Praat zelfs, dat het goed gaat met de Hervormde Kerk. Terwijl duizenden en tiendiuizenden., niet van degenen, die het Evangelie des kruises hebben verworpen, maar den Christus der Schriften liefhebben, heengaan. Terwijl duizenden en tienduizenden., die liefde hebben voor het Woord, voor Christus, voor de Kerk, elders een onderdak zoeken.
Dat kunnen de Modernen, door de macht van de Besturen-organisatie, bewerken en bevorderen. En ze doen er trouw aan mee. Als zij maar gehandhaafd blijven, dan is 't goed, al gaat de Hervormde Kerk als de Christus-belijdende Kerk van Nederland kapot.
En wat ons méér nog bedroeft is dit, dat velen van de Ethischen — niet allen, lang niet allen, alles behalve allen gelukkig ! — een „hetze" hebben verwekt tegen de reorganisatieplannen, vooral met de N. Rott Ct. als spreektrompet.
Zij spotten met de ambten, met de kerkelijke vergaderingen, op een wijze die onverantwoordelijk is. Dat doet ons bitter leed. Omdat men zich Iaat verleiden door allerlei dingen, tot dingen die men voor God en voor de ménschen niet kan verantwoorden.
Ethisch, dat is toch „fijn gevoeld" ? „Ethisch", dat is toch beschaafd, christelijk, geestelijk ?
Maar wij. hebben ons bitter bedroefd telkens als we hatelijike, grove, leugenachtige artikelen lazen in het groote liberale Rotterdamsche dagblad, dat nog nooit, nooit iets goeds voor de Kerk, die Christus wil belijden naar het Woord, gezocht of gedaan heeft. 'Het is altijd bezig, om hoogstens van religieuze stemmingen en gevoelens te spreken, die den toets van het Woord niet kunnen doorstaan en die ergernis hebben aan t kruis, en .het vloekhout van Golgotha, zijnde de levensboom der wereld, dwaasheid achten.
Wij hebben ons geërgerd aan onderscheidene artikelen van „ethische zijde". Wat een dol doordraven ; wat een zinloos praten ; wat een hartstochtelijk schrijven ; wat hopeloos verwarren ; wat grof beleedigen en pijnlijk spotten met de dingen, die de kerk van Christus door alle eeuwen dingen van de grootste beteekenis zijn geweest : kerkorde, kerkelijke vergaderingen, kerkelijke belijdenis, kerkelijke ambten, kerkelijk samenleven.
We schrijven over een versje, dat volgde op een artikel ,,van ethische zijde." Het luidt aldus :
REORGANISATIE.
Nu wordt dan toch de kerk gered
Door 't reorganiseeren ;
Bij 't hooploos Assen en in Dordt
Gaan wij de wijsheid leeren.
We hebben niet meer „Rechts" en „Links".
Er zijn uitsluitend „zwaren",
Maar broeders, wie zal, zonder „links"
Het zuiver „rechte" bewaren ?
Dat geeft ons moed,
dat geeft ons kracht,
Bij 't dagelijksch gesjouw der dingen
De „waarheid" wordt straks „vast"-gestemd
Door dominee's en ouderlingen,
Zij trokken op ter kerkeraad,
Waar 't dikmaals over tucht ging;
Maar merkten niet, dat in de kerk
Zo'n rare, muffe lucht hing.
Zij donderen op elk,
die niet Gelooft als hun beliefde ;
En ethisch, linksch en rechtsch modern
Verdoemden ze met liefde.
Wanneer ons heil bezegeld wordt
Door die verkiezings-horden,
Och, broeders, broeders. eene vraag :
Wie kan dan zalig worden ?
Wij hebben hoop,
dat meerderen met ons,
dit lezen'', zich hebben geërgerd.
En als die sfeer de overhand gaat nemen,
dan is 't hopeloos.
Als de Kerk van Christus niet meer een belijdenis mag hebben, een belijdenis van den Christus, om in hare vergaderingen daarover te spreken, dan is 't gedaan.
Zijn we zoo ver ? We kunnen 't niet gelooven.
Een nieuw Huwelijksformulier
In onze liturgische formulieren bezitten we een grooten schat. De Heere heeft aan de Gereformeerde Kerk in dezen lande veel goeds gegeven. Wie denkt niet aan het mooie Doopformulier en aan het Formulier voor het Avondmaal. Men kan zeggen wat men wil, maar het zijn gewijde stukken van groote waarde.
Als we aan het huwelijksformulier denken zijn we minder enthousiast. Er staat heel veel goeds en heel veel moois in, maar er staat toch ook heel veel in, dat minder juist is en zich bezwaarlijk laat voorlezen bij gelegenheid, dat het bruidspaar in Gods huis is verschenen, om elkaar voor 't leven liefde en trouw te bewijzen. Er staat zelfs een passage in, die heelemaal niet juist is, n, l. dat het huwelijk is gegeven om hoererij te vermijden. Het huwelijk is van God gegeven vóór dén val en het is niet gegeven met negatieve, maar met positieve strekking, om elkander hartelijk lief te hebben, elkander bij te staan in 't leven en in het huwelijk de uitbreiding van het menschelijk geslacht te bevorderen en de kinderen, die mogen geboren worden, op te voeden en groot te brengen in de vreeze des Heeren, om mee te mogen werken tot.de uitbreiding van Gods Kerk en de toevergadering van Gods volk.
Positief, niet negatlef is de beteekenis van het huwelijk naar, Gods ordinantie. Man en vrouw saam.-om elkander lief te hebben, te helpen en bij te staan, wandelend in den weg des Heeren, naar Zijn Woord.
Dan behoeft ook, na den val, het negatieve niet voorop te gaan. Ook niet „het zich niet kunnen onthouden". Ook niet „overmits aan de gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde toekomt" — alsof dat special aan de getrouwden en niet aan de ongehuwden overkomt.
Verbetering is hier zeker aan te brengen, in het huwelijksformulier. Om dezelfde dingen te zeggen, maar in een ander verband, opdat het huwelijk des te heerlijker uitkome, zooals God het den menschen vóór den val gegeven .heeft en. ook na den val ons bewaard heeft !
Wij verheugen er ons dan ook over, dat voor de komende Generale Synode der Geref. Kerken, dit jaar te Arnhem te houden, een nieuw Huwelijksformuilier is in gereedheid gebracht door de kerkelijke deputaten, die daartoe van; de Synode opdracht hebben ontvangen ; en wij hopen, dat de Geref. Kerken straks mogen besluiten om dit nieuwe Huwelijksformulier aan te nemen. Dat zou een groote verbetering zijn.
Wij willen iets van dat Ontwerp-Huwelijksformulier hier mededeelen.
Het opschrift is: .Formulier om den huwelijken staat voor de Gemeente van Christus te bevestigen.
Dat is de oude omschrijving. Formulier om te bevestigen de Dienaren des Goddelijken Woords, van bevestiging der Ouderlingen enz., om den Huwelijkenstaat voor de Gemeente van Christus te bevestigen. Ook het Luthersche Huwelijiksformulier b.v.heeft die uitdrukking : huwelijlksbevestiging en niét b.v. inzegening van het huwelijk.
Na het opschrift komt het Formulier, dat z'n aanvang anders neemt dan het tegenwoordige en daarom al dadelijk veel beter is te noemen.
„Aangezien gij N. en N. begeerd hebt, uw echtelijke verbinding openlijk in de Kerk hier te laten bevestigen en hiertegen geen wettig bezwaar van die zijde der gemeente is ingebracht, zullen wij, thans in den Naam des Heeren daartoe overgaan".
Dat is een welgekozen begin. De .begeerte van Bruid en Bruidegom om de echtelijke verbinding aan te gaan En met die zaak moet begonnen worden en niet, zoaals nu : „Overmits aan de gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de (Zonde toekomt". (Datzelfde, n.l. dat er in ons leven veel .tegenspoed en smart is, om der zonde wil, moet straks op een andere plaats komen, maar niet aan 't begin, 't Moet eerst om het huwelijk gaan, zooals God dat ingesteld en bewaard heeft.
Daarom gaat het Formulier, dat nu voorgesteld wordt, ook op deze manier voort : „Hoort echter vooraf uit het Woord van God, hoe eerbaar de huwelijke staat is en dat bij eene inzetting Gods is, die Hem behaagt ; waarom Hij ook, naar Zijne belofte, de getrouwden wil zegenen en 'hen bijstaan ; daarentegen de hoereerders en overspelers wil Hij oordeelen en straffen.
Eerstelijk zult gij weten, dat. God, onze Vader, nadat Hij hemel en aarde en alles wat daarin is, geschapen had, den mensch schiep naar Zijn beeld .en Zijne gelijkenis, en God zegende ze, en zeide tot hen : Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde, en onderwerpt ze, en hebt heerschappij over de dieren der aarde, over de visschen der zee en over het gevogelte des hemels. Nadat Hij nu den mensch geschapen had, sprak Hij : „Het is niet goed, dat de mensch alleen zij : Ik zal hem eene hulpe maken, die als tegenover hem zij , Toen deed de HEERE GOD een diepen slaap op Adam vallen, en bij sliep. En Hij nam eene van zijne ribben en sloot hare plaats toe met vleesch. En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot eene vrouw, en Hij bracht ze tot Adam. Toen zeide Adam : „Deze is ditmaal been van mijne beenen en vleesch van mijn vleesch ; men zal ze Manninne, heeten, omdat zij uit den man ge nomen is. Daarom zal de man'\ zijn vader en zijne moeder verlaten en zijne vrouw aanhangen, en zij. zullen tot één vleesch zijn." En de heilige Apostel Paulus spreekt van deze inzetting Gods als eene groote verborgenheid, ziende op .Christus en de gemeente.
Zoo zult gij dan niet twijfelen, of deze staat behaagt aan God den Heere ; want Hij, die Adam zijne huisvrouw geschapen, zelf toegebracht en hem tot eene huisvrouw gegeven heeft, betuigt daarmede, dat Hij nog heden ten dage aan een iegelijk zijne huisvrouw als met .Zijne hand toebrengt. Daarom heeft de Heere Jezus Christus dien zoo hoog geëerd met Zijne tegenwoordigheid, giften en wonderteekenen te Kana in Galilea, om daarmede te betuigen, dat de huwelijke staat béhoort eerbaar gehouden te worden door allen. Hoezeer dan ook den getrouwden gemeenlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt, zoo mogen zij evenwel in hunne harten verzekerd zijn van de gewisse hulp Gods in hun kruis, en even in het vertrouwen, dat Hij hun Zijn bijstand altijd wil bewijzen, óók wanneer men zulks allerminst verwacht".
ln dit gedeelte is, zooals men ziet, niet veel veranderd. Na den zin „ zullen tot één vleesch zijn", is 't woord van Paulus ingevoegd. En in de 3e alinea is ingelascht wat aan het begin was weggelaten : Hoezeer dan ook den getrouwden gemeenlijk enz." Tegenspoed en kruis is hier veel beter op z'n plaats dan in de, eerste de beste zinsnede ; waar het .den schijn heeft, is of tegenspoed en kruis juist voor de getrouwden is weggelegd. "
Het Formulier gaat dan verder :
„Maar opdat gij in dézen staat godvruchtig lieven moogt, zult gij ten andere ook weten, tot welk einde God den huwelijken staat heeft ingezet.
Eerstelijk, opdat man en vrouw, door oprechte liefde verbonden, elkander trouw helpen en bijstaan in alle dingen, die tot tijdellijke en eeuwige leven behooren.
Ten andere, opdat door het huwelijk het menschelijk geslacht wordt gebouwd en de ouders hunne kinderen, indien het Gode belieft ze hun te geven in de waarachtige kennis en vreeze God's, Hem ter eere en tot hunne zaligheid groot brengen.
Zoo vermaant ons dan het Evangelie, dat wij dezen heiligen staat zullen eeren als eene inzetting, niet gegrond in het goeddunken van het schepsel, maar in het welbehagen van God, onzen Schepper. Zoodat allen, die tot hunne jaren gekomen zijn en de gave der onthouding niet hebben, maar het bevel Gods verbonden en schuldig zijn zich tot den huwelijken staat naar christelijke ordening, met weten en Wil hunner ouders of voogden te begeven en in dien staat heilig met elkander te leven, opdat de tempel Gods, dat is ons lichaam, niet verontreinigd worde, want zoo iemand den tempel Gods .schendt, dien zal God schenden".
In dit gedeelte is nog al wat wijziging gebracht, doordat de derde oorzaak voor het huwelijk, zooals die in het oude Formulier is aangegeven, al. opdat een iegelijk alle onkuischheid en boozé lusten vermijdende, met een goede en geruste consciëntie moge leven ; want om hoèrerij te vermijden, zal een iegelijk man zijn eigene vrouw hébben en een iegelijke vrouw haren eigen man", is weggelaten, 't Nieuwe Formulier spreekt van het huwelijk, als niet gegrond in 'het goeddunken van het schepsel, maar in het welbehagen Gods — iets, wat zij, die gaan trouwen, hebben te bedenken, (maar óók .(die ongetrouwd blijven. Het huwelijk een weldaad Gods ! Niet alleen voor hen, die anders tot hoererij vervallen zouden, maar voor den mensch, zooals God dien mensch heeft geschapen. In het tegenwoordig Formulier is het huwelijk veel te veel voorgesteld als een veiligheidsklep voor hen, die anders „hoereerders" zouden zijn. En zóó staa't 't niet met het huwelijk, dat God als een weldaad aan den mensch, door Hem geschapen gegeven heeft.
Voortvaren.
We werden aan twee dingen herinnerd dezer dagen. Het eerste was, wat de Heere tot Mózes zei, toen hét volk van Israël bij de Roode Zee stond We hadden pas gelezen in een oude brochure, hoe de .modernen met die geschiedenis den spot, drijven. Alles wordt dan vastgemaakt aan den ezel van Bileam. Ook in die brochure. En dan giert men van 't lachen.
Wij werden getroost, door het Woord des Heeren : „Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken".
En de kinderen Israels zijn aan de overzijde gekomen, door de woestijn, in het beloofde land.
De Heere, de Almachtige God, regeert. Een tweede woord kwam ons voor den geest, 't Was een woord, dat we vinden bij den profeet Zacharia. Daar staat ,,niet door kracht, noch door geweld, maar.door mijnen Geest" (zal het geschieden)", zegt de Heere der heirscharen". (4 vers 6).
Kracht, macht, geweld, —om de Kerk te binden, te verdrukken, in te kerkeren, over haar te heerschen. Om haar te verhinderen als Christus-bélijdende Kerk zich te openbaren in dezen lande,
Macht, geweld En men lacht, men is verheugd. Gebonden, geslagen is de Kerk. Macht, geweld.
„Wie zijt gij, o groote berg ? " staat er dan verder in de Godsspraken van Zacharia. Is het eigenlijk wel ooit anders geweest, dan „bergen van bezwaren", onoverkomelijke hoogten ? Hopeloos „Voor het aangezicht van Zerubbabel", dat is de aanvoerder-tempelbouwer, die staat bij de vervallen muren van die stad en bij het graf van Sion en bij het puin van den tempel zult gij worden tot een vlak veld" (4 vers 7).
En. dan komt het, wat ons troost gaf dezer dagen.
Het woord des Heeren geschiedde verder tot mij, zeggende: „De handen van Zerubbabel hebben; dit huis gegrondvest, zijne handen zullen het ook voleinden''.
Zerubbabel was begonnen met den herbouw van den tempel. Op Gods bevel en door Gods gunst mocht hij een aanvang maken. Bergen van bezwaren, hoogten van moeiten. En overal versperde men. Men stookte. Men schreef brieven naar het hof van den Perzischen vorst. Men moest ophouden met den bouw. BouwVerbod kwam. Bergen van bezwaren
Maar de handen, die begonnen zijn met de fundamenten, diezelfde handen zouden ook voortbouwen, diezelfde banden zouden ook voleinden. „Opdat gij. weet, dat de Heere der Heirscharen mij tot ulieden gezonden heeft".
Als het Gods werk is, naar Gods Woord, gaande om den Christus Gods en gaande om den bouw van 's Heeren huis op het fundament, dat van (God) Zelf gelegd is, dan; zal „kracht noch geweld het kunnen verhinderen. Want er is nog iets hoogers dan macht en geweld van menschen. Ook over de hoogste bergen weet de wind des Geestes Gods zich een weg te banen, en het wordt tot een.vlak veld Op Gods tijd — en als zegen op des menschen werk, als gunst over des menschen arbeid, dat Gode welgevallig is.
Reoht is méér dan geweld. Waarheid is méér dan macht. De Heere regeert. En die God vraagt ook óns nu : „Wie veracht den dag der kleine .dingen ? "
Ziekentelefoon.
De uitvindingen zijn vele. God wil den sluier, die over vele dingen lag, wegnemen, om ons tegenwoordig geslacht schatten en gaven te geven, die onze ouders en grootouders moesten missen. Heel de schepping is vol wonderen. De Heere heeft alles zoo schoon gemaakt. En te midden, van de gebrokenheid van de zonde vermenigvuldigt zij Zijn bemoeienissen, die zoo vol ontferming zijn.
We denken aan de ziekentelefoon. Wat zijn er soms velen in een gemeente, die niet naar Gods huis kunnen opgaan, 't zij doordat ze Oud zijn en gebrekkig, 't zij, doordat ze ziek zijn of ook wel, omdat ze voor ouden en voor zieken thuis moeten blijven ter verzorging. Velen zijn dan verstoken van de prediking. Als het Woord bediend wordt, kunnen zij niét met de gemeente opgaan. Als het Evangelie des kruises verkondigd. wordt, dat leven predikt uit den dood en aan Gods kinderen voorhoudt, dat zij dagelijks sterven moeten om te leven, kunnen die ouden en die zieken en die huisarrest hebben, niet ter kerke gaan en zijn zij van zoo ontzaglijk veel verstoken. In dagen en weken en jaren, waarin zij dikwijls juist zoozeer de prediking noodig hebben, hooren zij niets des Zondag.
Em daar komt nu de ziekentelefoon ! Met gemakkelijke aansluiting door den Rijkstelefoondienst ! Een uitkomst voor velen. Een zegen voor ouden en zieken.
Als nu de Kerk maar aanpakt. Als nu de gemeente maar wil. Ja, dan is de weg te openen om met het Woord des Heeren te komen tot velen, die anders verstoken blijven van de prediking;
Het Centraal Telefoon-Bureau Commisse te Maassluis, geeft gaarne alle gewenschte inlichtingen. Men bevordert daar gaarne met advies het installeeren van de Kerktelefoon; bizonder met het oog op de zieken en ouden van dagen.
Grijpt als 't rijpt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's