Kerkelijke Rondschouw
Het Formulier gaat dan verder :
„Ten derde zult gij ook weten, hoe zich de een jegens den ander naar Gods Woord schuldig is te houden.
Eerstelijk zult gij. Man, weten, dat God u gezet heeft tot een hoofd der vrouw, opdat gij haar, naar uw vermogen, verstandig leiden zoudt, onderwijzen, troosten en beschermen, gelijk het hoofd , het lichaam regeert, , ja, gelijk Christus het Hoofd, de wijsheid, de troost en de bijstand Zijner gemeente is. Bovendien zult gij uwe huisvrouw liefhebben als uw eigen lichaam ; gelijk Christus Zijne gemeente liefgehad heeft. Gij zult niet verbitterd tegen haar worden, maar bij haar wonen met verstand en aan het vrouwelijk vat, als het zwakste, eere geven, als die ook mede-erfgenaam der genade des levens met haar zijt; opdat uwe gebeden niet verhinderd worden. En naardien het Gods bevel is, dat de man in het zweet zijns aanschijns brood zal eten, zoo zult gij ook getrouw: en naarstig in uw goddelijk beroep arbeiden, opdat gij uw huisgezin , met God en met eere moogt onderhouden en ook daarenboven iets hebt om den nooddruftigen mede te deelen.
Desgelijks zult gij, Vrouw, weten, hoe gij u naar het Woord van God houden zult jegens Uw man. Gij zult uw wettigen man liefhebben en eeren, ook hem gehoorzaam zijn in alle dingen, die recht en billijk zyn, als uw heer, gelijk het lichaam aan het hoofd en de gemeente aan Christus onderdanig is. Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva, Adam tot hulp. En na den val heeft God tot Eva en in 'haar persoon tot het gansche vrouwelijke geslacht gesproken : tot uw man zal uwe begeerte zijn en hij zal over u heerschappij hebben. Deze , ordinantie Gods zult gij niet wederstaan, , maar veel meer het gebod Gods gehoorzaam zijn en het voorbeeld der heilige vrouwen navolgen, welke op God hoopten en haren eigen mannen onderdanig waren. Gij zult ook ; uw man in alle goede en oprechte dingen behulpzaam zijn, op uwe huishouding goede acht hebben en in alle ingetogenheid en eerbaarheid zonder wereldlijke pracht wandelen, begeerig naar het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God, opdat gij anderen een goed voorbeeld van zedigheid moogt geven".
Ook in dit gedeelte zijn een paar kleine wijzigingen, die zeker verbeteringen zijn, aangebracht. In de aanspraak tot den man wordt gezegd „het vrouwelijk vat, als het zwakste, eere geven" ; en in de woorden tot de vrouw gesproken-, wordt de zinsnede „gelijkerwijs Sara haren man Abraham gehoorzaam geweest is, hem noemende haren heer" weggelaten; maar bijgevoegd wordt „begeerig naar het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stiller, geest, die kostelijik is voor God".
De Dienaar verzoekt nu de trouwenden op te staan van hunne zitplaatsen, en vraagt hun :
N. en N. Nadat u aldus is voorgehouden, dat God den huwelijken staat heeft ingezet, en wat u daarin van Hem bevolen is, betuigt gij hier voor de Christelijke gemeente, dat het uw oprechte voornemen is, in dezen heiligen staat atzoo te leven, en begeert gij, dat deze uw huwelijke staat bevestigd worde ?
Antwoord!: Ja.
Daarna spreekt de .Dienaar tot de trouwenden :
Onze .Heere God bevestige het voornemen, dat Hij u gegeven heeft, en het begin van uw huwelijk zij In den Naam des Heeren, die hemel en aarde geschapen heeft".
Ook hier is dus een kleine wijziging. En wel deze, dat is weggelaten, wat nu nog altijd — ten onrechte — in ons tegenwoordig huwelijksformulier staat, n.l. : ,,Ik neem u allen, die hier nu vergaderd zijt, tot getuigen, dat er geene wettige verhindering tegen dit huwelijk voorgekomen is".
Deze woorden pasten in den tijd, toen 't kerkelijk huwlijk tevens het burgerlijk huwelijk was, maar nu niet meer. Vroeger trouwden de menschen in de kerk. Nu zijn ze getrouwd naar de wet en in de kerk wordt het gesloten huwelijk bevestigd. De woorden, die aangeven dat men nu tot het sluiten van het huwelijk kan overgaan, als er niet zijn, die het sluiten van het huwelijk willen verhinderen, zijn dus in ons kerkelijk formulier nu in 't geheel niet meer op haar plaats. Zelfs indien er in de kerk iemand was, die het sluiten van het huwelijk zou willen tegengaan, zou dit onmogelijk zijn, want het huwelijk is reeds wettig gesloten. De trouwacte is present I En andere .bezwaren passen hier niet, omdat na de herhaalde kerkelijke afkondiging geen bezwaren bij den kerkeraad zijn ingebracht, als de kerkelijke bevestiging plaats grijpt. De woorden .moeten dus vervallen, gelijk ze ook met het oude formulier geen zin hebben.
.Het Ontwerp-Formulier gaat dan verder. Daarna geven de trouwenden elkander de rechterhand en spreekt de Dienaar, eerst tot den Bruidegom :
N. Verklaart gij hier voor God en Zijne heilige gemeente, dat gij genomen hebt, en neemt, tot uwe wettige huisvrouw N., hier tegenwoordig? Belooft gij, dat gij haar nimmer zult verlaten ; dat gij haar zult lief hebben en trouwelijk onderhouden, zooals een getrouw en godvreezend man aan zijne wettige vrouw schuldig is ; dat gij ook heilig met haar leven wilt, haar trouw houdende in alle dingen, naar uitwijzen van het heilig Evangelie ?
Antwoord : Ja.
Daarna tot de Bruid :
N. Verklaart gij, enz.
Antwoord : Ja.
Thans spreekt de Dienaar :
De Vader der barmhartigheid, enz.
Hoort nu uit het heilig Evangelie, hoe sterk de band des huwelijks is gelijk Mattheüs dien beschrijft :
„En de Farizeën", enz.
„Gelooft deze woorden van den Heere Christus, en zijt daarvan verzekerd, dat onze Heere God u. samengevoegd heeft tot dezen heiligen staat. Hoopt volkomen op de belofte, die den gehuwden is toegezegd : „Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijne wegen wandelt ; want gij zult eten den arbeid uwer handen ; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan". Hebt elkander vurig lief uit een rein hart. Gedenkt bij de vele dingen., die u bekommeren en verontrusten kunnen, dat één ding noodig is, en blijke uit heel uw wandel, dat gij het goede deel gekozen hebt. Dan zult gij alles, wat u in dezen staat overkomt met geduld en dankzegging aannemen als van de hand des Heeren, en zal het u ook alles ten beste en ter zaligheid gedijen.
Maar overmits wij van ons zelven niets goeds hebben en alle goede gaven van boven, van den Vader der lichten, ons toekomen, zoo knielt neder voor het aangezichte des Heeren, opdat de gemeente met en voor u bidde :
„O, Almachtige God, Gij die Uwe goedheid en wijsheid in all Uwe werken en ordeningen bewijst", enz.
Onze lieve Heere God vervulle u met Zijne genade en geve u, dat gij in alle godzaligheid, liefde en eenigheid, lang en heilig samen leven moogt. Amen".
Persstemmen.
leder, binnen en buiten de Hervormde Kerk, die eenigszins meeleeft met kerkelijke aangelegenheden, is vol van hetgeen nu geschied is. 't Gaat niet, om van de Persstemmen veel hier over te nemen. Daarom zoo hier en daar een stukje uitgepikt.
Herv. Zondagsblad zegt : „Men heeft de zaak afgemaakt zonder dat de Kerk, die recht had van meespreken, " daartoe in de gelegenheid is gesteld. Een zaak die zóó beëindigd is, is niet uit! Kan niet uit zijn! Bedriegen de voorteekenen niet, gelet de nu reeds beluisterde klanken, dan zal deze wijze van Synodaal doen de belijders van den Christus der Schriften niet doen berusten in den smaad, die den Algenoegzamen Zaligmaker kerkelijk opnieuw is aangedaan. En daarom is wellicht de verwerping, op deze wijze geschied, niet tot schade voor de eigenlijke zaak".
Aan het adres van dr. Van der Meene, — den rechtzinnigen afgevaardigde van de provincie Utrecht, die gezegd had, dat de reorganisatie-mannen blijkbaar gebrek aan geloof in den Heiligen Geest hadden (!), daar de Heilige Geest in niets belemmerd kan worden, waarom de oude organisatie niet schaadt en de nieuwe niet noodig is (!) — .wordt gezegd : hebt gij nooit gelezen, dat de H. Geest kan worden tegengestaan en verhinderd? hebt gij de vermaning niet gehoord: bluscht den Heiligen Geest niet uit? of: bedroeft den Heiligen Geest niet ? Het is al te .goedkoop om .maar zonder .meer te zeggen dat de werking van den H. Geest in het midden van de Kerk van Christus onwederstandelijk is, want de H. Geest gaat juist langs de bedding van het Woord, wil met „het zwaard des .Geestes", dat is ; met Gods Woord strijden. En daarom moet de Kerk van Christus wel degelijk nauwkeurlg onderzoeken, of de Heilige Geest ook mogelijk wordt tegengestaan, bedroefd en gebluscht, door het on-Schriftuurlijke stelsel van „Ja en Neen" ; en door de gelijkstelling — in de Kerk van Christus — van de belijdenis van den Christus der Schriften èn de prediking van een evangelie naar den mensch, waarbij de Godheid van Christus en de verzoenende kracht van Zijn lijden en sterven. Zijn wondere geboorte. Zijn sterven. Zijn Opstanding, Zijn hemelvaart wordt geloochend, .met verkrachting van het Woord onzes Gods. „Werking des ' Geestes zonder en buiten het Woord Gods is onschriftuurlijk. Aan het adres van den president, dr. Weyland, die gesproken heeft van het „Dominicaner kleed", dat de Kerk niet moet dragen en van het Koninklijke kleed, dat de Kerk wèl moet dragen — wordt gezegd : heeft het verwerpen van hèt Voorstel aan de Kerk gebracht het Koninklijke kleed? en is het opkomen voor de belijdenis van den Christus der Schriften „het Dominicaner kleed" aantrekken ? Is het opkomen voor de rechten der Kerk van Christus het witte-Dominicaner kleed. het kleed van de ijveraars voor de Kerk, in roomschen zin ?
Als de Kerk gaat eischen Jezus Christus te prediken als den Zaligmaker, wordt de Kerk dan een ketterjaagster als een witte Dominicaan ?
En nu het Koningskleed, de Koningsmantel ? Is dat, om te bevorderen, dat op denzelfden kansel de Christus kan worden gepredikt en de Christus kan worden geloochend ? Dat de regeeriiig der Kerk is naar het .model van aardsche vereenigingen door besturen, terwijl aan de ambten alle rechten onthouden worden ; dat in de Kerk een beroep op Gods Woord is, enz. „Den kerkelijken kleermakers wordt hier een opdracht gegeven een Koningsmantel te maken, die wonderweinig gelijkt op hetgeen de Heiland, de Koning der Kerk, die door Zijn Geest en Woord Zijn Kerk wil regeeren, ons heeft geleerd". Koninklijk...., indien gij Mij belijdt. Koninklijk — indien gij mij verloochent „Allen die voor de eer van Jezus Christus als Zaligmaker en levend Hoofd der gemeente opkomen, bedanken voor de eer mee te werken aan het ervaardigen van zoo'n koninklijk kleed". Wij zijn het meer eens met wat de heer van Loo, ouderling van Oldebroek, in de synode gezegd heeft: De Kerk moet weer Kerk worden. Onze Kerk .moet vrij worden. En de hoogste vrijheid is ook de hoogste gebondenheid, dat is de gebondenheid aan Gods heilig Woord. „Vader, bewaar ze in Uwen Naam. Uw Woord is de waarheid".
Kerkblaadje, onder redactie van dr. Locher, van Leiden, zegt : „Het Reorganisatie-ontwerp is door de Synode met 10 tegen 9 stemmen vérworpen. Het komt dus niet eens in de Kerk. De Classicale Vergaderingen krijgen niet eens gelegenheid advies uit te brengen. Kunnen we nu ook zeggen : onze Kerk wenscht dit voorstel niet ? Dan moeten we er op wijzen, dat de twee Waalsche afgevaardigden, vertegenwoordigende 8000 Walen (? ), hebben opgewogen tegen de twee afgevaardigden van Zuid-Holland met zijn 800.000 Hervormden. En verder mogen we wel vragen, of de tegenstemmer dr. Van der Meene werkelijk in dezen de orthodoxe provincie Utrecht achter zich heeft, en of de stem van dr. Weyland werkelijk de opvatting weergeeft van de Classis Goes en Middelburg, alsmede van Tholen ea." , , Als onze verwachting van het ontwerp was geweest, dan zaten we diep in zak en asch. Maar onze verwachting is van den Heere. Hij waakt over Zijn Kerk. Hij zal zorgen. En wij hebben door te gaan in datgene, waartoe de Heere ons geroepen heeft. Het Woord zal doen wat den Heere behaagt en voorspoedig zijn in datgene, waartoe Hij het zendt".
Volgende week D.V. nog enkele andere stemmen.
De Roomschen en de Reorganisatie.
Enkele weken geleden werd ons toegezonden Het Schild, apologetisch tijdschrift. Uitgave der „Petrus Canisius" Vereeniging. Jaargang 11, afl. 7, Jan. 1930. Vermoedelijk heeft de Redactie van dit Roomsche Maandschrift dit gedaan, met 't oog op een artikel, in de Rubriek „Op den Uitkijk", waarin geschreven is over de Reorganisatie der Ned. Hervormde Kerk. Wij stellen het op hoogen prijs, dat men ook in het midden van de Roomsche Kerk aan deze zaak aandacht beeft geschonken. Het liberale dagblad De Nieuwe Rotterdamsche Courant, de spreektrompet van vele „Ethischen", kan, er een voorbeeld aannemen !
Van Roomsche zïjde schrijft .men 'dan ('t is in December .1929 gedrukt) : „In Jan 1930 zal de Synode der Herv. Kerk, in een buitengewone vergadering bijeenkomen om de voorstellen te bespreken', die de Commissie voor de Reorganisatie heeft ingediend. Het gewicht, dat aan de zaak gehecht wordt, blijkt wel daaruit, dat de Synode, die anders alleen in den zomer vergadert, tot bespreking van dit voorstel een buitengewone vergadering heeft bijeengeroepen, wat anders zelden gebeurt. Op verschillende plaatsen worden ook door de mannen van de reorganisatie bijeenkomsten gehouden, waarin de, reorganisatie in plannen worden uiteengezet, o.m , ook bij de gemeente voor die zaak sympathie te wekken.
Reeds meerdere malen zijn voorstellen tot reorganisatie ingediend, maar dit voorstel, waaromtrent een uitvoerige toelichting in druk is verschenen, verschilt toch weer beangrijk van vroegere-voorstellen. Het voornaamste verschil is wèl, zooals het in het rapport heet, dat „de Commissie niet de Dordtsche Kerkorde als leiddraad heeft genomen, maar is uitgegaan van sommige beginselen, in het ontwerp van 1809 duidelijk geformuleerd".
de Dordtsche Kerkorde van 1618—'19. Daartegen kantten zich echter niet alleen de vrijzinnigen, die van den bestaanden toestand het meeste profijt heb Deze zinsnede vereischt eenlge toelichting. De reorganisatie van de Hervormde Kerk, door Koning Willem I in 1816, is door de streng-orthodoxe partij altijd als een onwettige daad beschouwd, die feitelijk de leervrijheid tengevolge heeft gehad. Daarom hamerde men er van die zijde steeds op, dat men terug wilde naar
de Dordtsche Kerkorde van 1618—'19. Daartegen kantten zich echter
niet alleen de vrijizinnigen, die van den bestaanden toestand het meeste profijt hebben, maar ook de gematigde orthodoxen, maar ook de gematigde orthodoxen.Thans is blijkbaar een middenweg gekozen en grijpt men terug op een regeling, die in 1809 onder Lodewijk Napoleon was ingediend, en die nooit is uitgevoerd. De bedoeling is echter blijkbaar wel, om de gematigde orthodoxen ook voor de reorganisatie te winnen. Specifiek-gereformeerd is dit voorstel dan ook niet. Als deze regeling wordt doorgevoerd, zal de Hèrv. Kerk niet een copie worden van de Gereformeerde Kerk, waarin krasse uitspraken als die van de .Asser-Synode, mogelijk zijn. Luister maar naar deze zinsnede uit „ het Rapport : „Het is de Commissies eenszins te doen om leertucht mogelijk te maken, teneinde confessioneele tegenstelling en op de spits te drijven. Verder is zij van meening, dat de Kerk, zoo duidelijk voor het centrale harer belijdenis opkomt, in bijkomstige dingen een groote mate van vrijheid kan laten, vooral wanneer leergeschillen langs kerkelijken weg kunnen worden besproken, en wanneer het beroep op Gods Woord méér is dan een phrase".
De uiterste orthodoxie, die in den persoon van ds. M. van Grieken toch ook in de Commissie vertegenwoordigd is, schijnt zich hierbij neergelegd te hebben. Ook zij schijnt thans in te zien, dat dit het voorloopig eenig bereikbare is. Men zou inplaats van ,,gereformeerd" den geest van het ontwerp eerder kunnen aanduiden met het modewoord „evangelisch-Katholiek", al wordt de naam „Katholiek" niet genoemd.
Wij citeeren nog : „De Commissie meende bij de bewerking der reglementen te moeten uitgaan van datgene, wat in de Wereldkerk aller eeuwen het centrale is : dé belijdenis van Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, onzen Heer, omdat de Kerk, als Kyriakè, bij den Heer behoort, en Zijnen naam belijdt", en art. 4 : „De regeering der Kerk op grond van het Koningschap van Christus" enz. Proeft men in dergelijke uitdrukkingen niet den geest.vara prof. dr. Th. L. Hadtjema, die eenige jaren geleden zijn pleidooi hield voor „Hoogkerkelijk Protestantisme"?
Toch hinkt het voorstel op twee gedachten. Er wordt immers óók telkens weer gewezen op de belijdenisschriften der Hervormde Kerk. De voornaamste verandering is wel de meer democratische tendenz, dat n.l. grooter macht zal worden gegeven aan de Classicéle Vergaderingen en Provinciale Synoden. De Haagsche Synode, op on-democratische wijze samengesteld, zal dan een deel van haar bijna episcopale macht moeten afstaan. Zij zal voortaan inplaats van, zooals tot nu toe, uit 19 leden, uit evenveel leden bestaan als er classes zijn, dus aanmerkelijk grooter worden, en door de Classicale Vergaderingen gekozen worden. Deze Algemeene Synode wordt rechtbank in hoogste instantie bij leergeschillen.
Het gedeelte van het Rapport, dat daarover gaat, is het merkwaardigste. Volgens art. 87 kunnen op twee wijzen leergeschillen ontstaan : a. doordat tegen eenig lidmaat een klacht wordt ingediend wegens ernstige afwijking van de belijdenis ; b. doordat lidmaten een bezwaar tegen de belijdenis der Kerk kenbaar maken. Volgens art. 90 zullen de betrokken vergaderingen bij een aanklacht moeten nagaan, of er inderdaad ernstige strijd is met Gods Woord of met de belijdenis der Kerk, en of een eventueel beroep op Gods Woord van den kant van beklaagde als gegrond moet worden beschouwd. Bij niet-onderwerping door den beklaagde aan de uitspraak van de Algemeene Synode, kan tenslotte verwijdering uit het ambt van predikant plaats hebben, al zal daartoe — volgens art. 96 — slechts in de uiterste nóodzakelijkheid worden overgegaan. De betrokkene zal dan een wachtgeld krijgen, totdat hij een andere betrekking heeft.
De tendenz van het geheele stuk is duidelijk. Men wil van de Ned. Herv. Kerk maken een algemeen Christelijke Volkskerk, zoo ruim mogelijk opgevat, echter met uitsluiting van de vrijzinnigen. Er moet eenige leertucht zijn om excessen te weren. Een van de leden der Commissie heeft als voorbeeld aangehaald, dat ds. Beskow in Zweden reeds, lang half-roomsch preekte, terwijl hij nog dominee was. Erger nog vindt dr. Riemens (en dat pleit voor hem) de ongeloofsprediking in de Herv. Kerk.
Zal dit ontwerjp wet worden ? Als men bedenkt, dat het daartoe tweemaal achtereen door de Synode zal moeten worden aangenomen en daarna zich nog twee-derde van het totaal aantal leden der Provinciale Kerkbesturen er voor zullen moeten verklaren, terwijl juist de bevoegdheden dezer lichamen zoo besnoeid worden in het ontwerp, geloof ik, dat de kans op definitieve aanneming van het voorstel niet groot is, al is de drang uit de Kerk sterk.
Wij voor ons zouden aanneming er van toejuichen, omdat wij dan in Nederland naast ons kregen een Kerkgenootschap, dat althans een eenigszins positief christelijk karakter vertoonde. De Ned. Herv. Kerk omvat nu eenmaal nog 41% van het volk en haar lotgevallen zijn ons niet onverschilldg. Aan den anderen kant kan verwerping het ontbindingsproces verhaasten. Hoe het ook zij, God bestuurt ook het lot van de Ned. Herv. Kerk, al staat zij niet onder de bijzondere leiding des Heiligen Geestes.
Dit laatste brengt ons tot het zwakke punt in dit heele reglement.
Een inzender in het „Algem. Weekblad voor Christendom en Cultuur" heeft het zoo juist gezegd : „Al wie niet gelooft aan de christocratische autoriteit van de preabyterdaal-samengeroepen Kerkelijke vergaderingen, en die van oordeel is, dat een dergelijke autoriteit uit geen enkel Schriftuurlijk gegeven is af te leiden, moet tegen dit ontwerp zijn". Daar zit de kwestie : waar halen die Kerkelijke vergaderingen haar autoriteit vandaan ? Men kan wel zeggen : ,,beroep op Gods Woord", maar de historie leert, dat de Bijbel door velen heel verschillend wordt uitgelegd. Van principieel Protestantsch standpunt bezien, kan de eene aangeklaagde in zijn interpretatie van de H. Schrift evengoed gelijk hebben als de meerderheid der vergadering. Slechts als men weet — wat wij (Roomschen) weten van onze wettige conciliën — dat de Heilige Geest de beslissing in de goede richting" leidt, omdat Christus Zijn Kerk nooit verlaat, kan de beslissing over een leergeschil door een vergadering geldigheid hebben. Maar er is immers geen enkele belofte, dat de Heilige Geest de beslissingen zal leiden van Synodale Vergaderingen, die in geen enkel rechtstreekse h verband staan „met de Apostelen" en „de Wereldkerk aller eeuwen".
Wij zijn belangstellend, hoé de beslissing zal uitvallen en wij zullen onze lezers er
van op de hoogte houden".
Tot zoover „Het Schild", Roomsch Maandschrift.
Natuurlijk zouden we heel graag bij een en ander een aanteekenirig plaatsen ; ook een en ander willen rechtzetten — zooals b.v. dat in-„rechtstreeksch verband" staan „met de Apostelen" en , , de Wereldkerk aller eeuwen".
Met de leer der Apostelen en Profeten en het Woord des Heeren zouden we het wel willen en durven wagen, daar de belofte des Heiligen Geestes daaraan verbonden is — en b.v. niet aan den Paus enz. — Maar opmerkingen en aanteekeningen houden we nu maar bij ons. 't Was ons alleen te doen om deze beschouwing uit het Roomsche Maandschrift „Het Schild" eens onverkort onder de oogen van de lezers van ,,De Waarheidsvriend" te brengen.
Ja — wij zouden ook tegenover Rome wel gaarne willen, dat de Hervormde Kerk als Christus belijdende Kerk kon vergaderen en naar buiten kon optreden.
Vandaar ook het Reorganisatie-voorstel, zooals het er lag, om de Kerk als Kerk van Christus te dienen. Maar de machthebbers in de Synode — en velen helaas ! in de Kerk ook — willen liever ,,een Vereeniging van elk wat wils".
Vrijzinnig Protestantisme.
We zijn nu toch .bezig aanhalingen te doen uit Het Schild, Roomsch Maandschrift. Daar trof ons op bladz. 318 deze passage :
,,VeIe Vrijzinniigen hebben de leerstellingen van het Christendom vrijwel geheel over boord geworpen. De Godheid van Christus, de wonderen als teekenen van Gods almacht en ingrijpen, den Bijbel als Woord Gods, zij aanvaarden het niet meer. Hun Christendom is leeg en arm, omdat hun Christus geen Christus meer is in den zin van Verlosser en Zaligmaker ; doch slechts Jezus van Nazareth. Ofschoon Hij voor hen een verheven persoonlijkheid is, alleszins navolgenswaardig en 't voorbeeld voor ons menschen, willen wij Hem niet erkennen als den Zoon Gods. Wat blijft er dan van zulk eén Christendom over ? Een Christendom zonder Christus als den Zoon Gods, is onbestaanbaar !"
En verder:
Orthodox Christendom en Modernisme. Twee tegenstellingen ! De eerste oud en toch steeds nieuw en vol groei en in staat nog millioenen te doen ontvlammen voor den Godmensch Jezus Christus, zooals de Heilige Schrift ons Hem teekent ; het andere vrijwel nieuw en thans reeds de kiemen der ontbinding in zich dragend..! Voorwaar, hier is stof tot nadenken !"
Ook hier willen we opmerkingen en aanteekeningen inhouden. Hoewel we over het eeren van den Christus als Zaligmaker, te midden van al hun heiligen en bij hun leer van de verdienstelijkheid der goede werken tot zaligheid — met aflaten, enz. — wel wat zouden kunnen zeggen.
En héél wat ook !
Maar voor 't oogenblik is het ons er om te doen even te laten zien, hoe ook Roomschen voelen en openlijk uitspreken, dat het Vrijzinnig protestantisme den hoofdinhoud van het Christelijk geloof kwijt is ; en daardoor zoo arm.
Geen Hervorming der Ned. Hervormde Kerk.
Zoo schrijft „De Tijd", Roomsch-Katholiek dagblad, 10 Januari j.l. na de verwerping van het Reorganisatie-voorstel. We nemen een gedeelte van het artikel over :
De in Den Haag vergaderde buitengewone Algemeene Synode der Ned. Hervormde Kerk heeft gisteren in voortgezette zitting het voorgestelde nieuwe reglement verworpen met 10 tegen 9 stemmen, na grooten tegenstand van vrijzinnigen kant en een dagenlange, verwarde discussie.
Ook voor ons, Katholieken, is de kwestie belangrijk, omdat alle lotgevallen van 't grootste Protestantsche kerkgenootschap in Nederland ons interesseeren en zeker niet in het minst, omdat herhaaldelijk door tegenstanders der reorganisatie verzekerd was dat het hier een verandering in Roomsche lijn beteekende.
De oorzaak van het verzet der vrijzinnigen was tweeledig. In de eerste plaats is de samenstelling van de Synode, zooals ze nu is, voor de vrijzinnigen gunstig — zooals nog onlangs werd uiteengezet in ons artikel „Twee groote Kerken." — zoodat de kleinste helft van het aantal Synode-leden altijd vrijzinnig is, terwijl de vrijzinigen toch zeker niet meer dan één derde van het totaal aantal leden vormen. Bij de nieuwe regeling zou dit anders worden : van de 44 classes zijn er 33 orthodox ; de verhouding zou dus geworden zijn : 33 : 11 = 3:1, een nadeelige positie voor links. Verder was in het nieuwe reglement een belangrijk hoofdstuk aan de leertucht gewijd, waarover het vorige reglement bijna zweeg.
begrijpelijkerwijs moeten de vrijzinnige Hervormden niet veel hebben van leertucht of het in de reorganisatie opgenomen nieuwe art. 86, dat zou luiden : „Bij de behandeling der leergeschillen geldt als hoofdbeginsel, dat het middelpunt der Belijdenis is het heilig Evangelie van' Jezus Christus, Gods eeniggeboren Zoon, onzen Heer".
Het blijikt uit het bovenstaande wel, dat de vrijzinnigen met reden beducht waren, omdat bij aanneming van het ontwerp èn door de samenstelling der Synode èn door de verscherpte bepalingen hun positie zou dalen en de Hervormde Kerk zal ophouden een „elck-wat-'wils-kerk" te zijn en der voorstanders had opgemerkt, dat het nieuwe reglement niet kent „met macht en aanzien bekleede kerkvoogden, welke volgens de R.K. Kerk vereischt en door de Engelsche Kerk toegestaan worden". Hier was gedoeld op de bijna bisschoppelijke macht van het Prov. Kerkbestuur en Alg. Synode. Dezelfde spreker wees op drie kwesties. Het Groote-Stadsprobleem, de Zending en de Diaconale, die dringend om een betere organisatie der Kerk vragen, 't Heette voorts : „Niet afwijkende meeningen, maar alleen ondermijnende excessen, zullen worden tegengegaan: ".
Prof. dr. L. Knappert was tegen het voorstel. Hij vroeg : „Waar is in onze Protestantsche Kerk het lichaam, dat officieel Gods Woord uitlegt ? Waar zal de Nieuwe Synode hare autoriteit vandaan halen ? " Ds. Niemeyer (vrijz.) was eveneens tegen „Weet gij wel" — zeide hij — „dat de vrijzinnige in, die 1/3 deel der Kerk vormen, zich zullen verzetten? Want aanneming zal leiden tot de grootste catastrophe!"
Ten slotte wonnen de dreigende .vrijzinnigen het pleit".
Dat de gebeurtenissen in het midden van de Ned. Hervormde Kerk dus dezer dagen algemeen de aandacht hebben getrokken, blijkt uit alles. Protestanten van alle gading hebben er over geschreven en gesproken. En ver buiten onzen protestantschen kring, in het hartje van de Roomsche Kerk, heeft men 't er ook druk over.
't Is dan ook werkelijk iets bizonders, dat met de verwerping van het voorstel!.... het niet van de baan is.
't Is er op geweest nu, 't zal en 't moet er nu op blijven.
En misschien is de wijze, waarop het voorstel door de Synode behandeld en mishandeld is, er wel bevorderlijk voor, dat de zaak aanhangig blijft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's