FINANCIËN
t Is nu de tijd van de winteravondspreekbeurten. In verschillende gemeenten heeft men nu nog. al eens een buitengewone .godsdienstoefening. Er zijn heel wat doeleinden waarvoor gesproken wordt. Voor de Zending, voor de Jongelingsvereeniging, voor onzen Bond, voor ja, waarvoor al niet. Wij dominé's hebben het natuurlijk vooral in dezen tijd, heel erg druk. Ja, dat hebben we altijd wel, hoor, al denken de menschen soms dat we zoowat niets uitvoeren, maar toch in dezen tijd is het bijzonder. Deze tijd is voor ons, wat de hooibouw voor de boeren is. In eigen gemeente zijn het natuurlijk vooral de catechisaties die op een groot deel .van onzen tijd be slag leggen. Wilt ge wel gelooven, dat er haast geen enkele avond onbezet is. De eene avond catechisatie voor de meisjes, de andere voor de jongens, de derde voor de z.g.n. „aannemelingen", de vierde voor de een of andere vergadering van Kerkeraad, Schoolbestuur, Vereeniging A of Vereeniging B, of C, enz. ; de vijfde hier of daar een spreekbeurt voor dit of voor dat. En zoo ga je heen en blijft er van de 6 werkavonden gewoonlijk niet veel dan de Zaterdagavond over. En dan nog, als je ten minste niet heelemaal „uit je hoofd" kan preeken, een groot deel op de studeerkamer. Is 't wonder, dat moeder de vrouw wel eens moppert en wel eens vraagt : wanneer heeft hij nu eens een avondje voor mij ? Ach, in den regel zijn de vrouwen zoo kwaad niet als zij wel eens lijken. Als je ze dan maar weer eens lief aankijkt en je belooft ze maar weer eens wat, dan vinden zij 't al weer gauw goed. Maar op die manier, gij gevoelt het, komen wij dominé's vooral in deze wintermaanden, haast avonden te kort. En dan krijgen we nog dikwijls allerlei „standjes" dat we hier niet genoeg komen en daar niet genoeg heengaan, dat we dit weer vergeten hebben en dat we daar niet om gedacht hebben. Ook al loop je soms den heelen dag, dan loop je nog niet genoeg, èn wee, als je bij den een dan wel eens een paar keer meer komt dan bij den ander. Nee maar, dan ben je heelemaal geen trouwe herder, want nu ja, de rest van dat liedje kennen we wel. Als je een beetje aantrekkelijk ben, dan zou je er soms haast zenuwachtig van worden. Gelukkig daarom als een dominé maar wat sterke zenuwen heeft en nóg gelukkiger als hij staat op het standpunt van den apostel : „mij is voor het minst door ulieden geoordeeld te worden".
Maar om nu op de winteravondbeurten terug te komen, deze zijn dan nu in vollen gang. Deze week zijn de Secretaris en de Penningmeester op één avond samen op stap gegaan, ieder naar een plaats op de Veluwe. Toen we samen in de auto zaten, vroegen we elkaar af wie het meeste voor de Fondsen zou meebrengen. We waren 't er over eens dat ik het wel zou verliezen en dat de Secretaris wel de bovenbaas zou zijn. Nu, meebrengen deden we geen van beiden wat. De collecte zou ons wel nagezonden worden. Zij kwamen nog steeds niet binnen, maar als gij volgende week de verantwoording naziet, zult gij wel bemerken dat we 't niet zoo heel ver mis gehad hebben. Trouwens, het gaat ook niet alléén om de collecte, hoor ! Ja, als ik mijn Penningmeestershart laat spreken dan is dat wél het voornaamste, maar gelukkig is mijn hart nog niet heelemaal financieel, ik geloof dat het doel van onze winteravondbeurten ook nog iets hooger ligt, n.l. om onze menschen te doen gevoelen dat er zooveel in onze Kerk is dat om verandering, dat om verbetering, dat om reorganisatie en om reformatie roept. Daarom verblijdt 't mij ook altijd als zulke Bondsbeurten ook werkelijk Bondsbeurten zijn. Vroeger kwam het wel eens voor dat er in zulke beurten over onzen Bond en ook over onze Kerk geen woord werd gerept, dat men een doodgewone preek hield, die de menschen natuurlijk heel erg mooi vonden, en dat men zich dan aan het eind even herinnerde dat er, o ja, ook nog zoo iets van een collecte voor de Fondsen was. Maar ik geloof, dat we dien tijd nu wel achter ons hebben. Ik maak me sterk dat alle dominé's die nu een Bondsbeurt vervullen, ook laten uitkomen — de een natuurlijk op deze en de ander op gene wijze, want ieder vogeltje zingt nu eenmaal zooals het gebekt is — wat de Bond is en wat de Bond wil en vooral wat de bedoeling is van de beide Fondsen die van den Bond uitgaan, en ook dat de Bond een orgaan in „De Waarheidsvriend" heeft. Ja, vooral ons blad mag op zulke avonden heelemaal niet vergeten worden. Er zijn nog zooveel van „onze menschen" die het niet lezen, de een óm deze en de ander om die reden, en daarom is het goed het aan het eind van zoo'n beurt even aan te prijzen. Eigenlijk moest er niet één Gereformeerd mensch in onze Kerk wezen die het niet las. Mag ik dus de predikanten die voor onzen Bond uitgaan daar eens even aan herinneren en hun verzoeken onzen Vriend aan hun gehoor voor te stellen als een blad dat de Waarheid naar de Schriften, in overeenstemming met onze Gereformeerde Belijdenis verbreidt en verdedigt? Kom, laten alle lezers hun best eens doen om er één abonné bij te winnen. Wat zou ons blad dan in eens een sprong gemaakt hebben en het zou toch zoo gemakkelijk kunnen. Wie helpt er mee dit ideaal te verwezenlijken ?
Maar kom, gaan we nu eens monsteren wat er de haven inkwam deze week. 't Is geen ƒ800.— hoor en ook geen 500, zelfs geen 4 en geen 3, en geen 200. Deze week behoort dus niet tot de vette. Maar ge weet : die 't kleine niet eert We willen dus ook met het weinige maar weer trachten tevreden te zijn. Hier is het :
Hattem, van ds. Koldewijn een collecte bij een spreekbeurt door ds. Klomp van Ede van ƒ 66.—.
Sluipwijk, van ouderling G. R. Boon een collecte bij een spreekbeurt van ds. Ottevanger van ƒ45.—
Utrecht, een gave voor de Fondsen van den heer J. H. v. E. van ƒ 0.50 en uit Elinkwijk — dat ligt immers ook in Utrecht — van N. N. voor 't Propagandaboek aan postzegels ook ƒ0.50.
Schiedam, van mej. de Groot van N. N. ƒ 1.— en van een jarige ook ƒ 1.—, samen dus ƒ2.—.
Kesteren. Dat was althans het poststempel van een brief waarin was ingesloten een briefje van ƒ 10.— van N. N. voor het Leerstoel-en Studiefonds.
Groenekan, van den heer W. van Kooten een .gift van mej. W. voor 't lezen van „De Waarheidsvriend" van ƒ 1.—.
Nieuwpoort, van den heer van den Bosch een bedrag .van ƒ 10.35. Is dat misschien een collecte ? Er stond verder niets bij.
Gouderak, van ds. Leenmans uit het catechisatiebusje voor het Leerstoelfonds een bedrag van ƒ7.25.
Veenendaal, van N. N. verzameld door de kinderen voor de Fondsen een bedrag van ƒ3.18, met een heeleboel zilverpapier enz., dat ik bij gelegenheid wel eens naar Dordrecht zend.
En hiermee ben ik van de week uitgepraat. Zoo midden in den hooibouw een schrale dag. Maar dat hebben de boeren ook wel eens. Gelukkig volgen er dan ook wel weer betere dagen. Alles samen een bedrag van
f 145.78.
Intusschen mijn hartelijken dank aan allen die er voor zorgden dat mij dit nog gezonden kon worden.
Veenendaal.
De Penningmeester, Ds. M. JONGEBREUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's