De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Ministerieele Commissie.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Ministerieele Commissie.

4 minuten leestijd

Een Ministerieeie Commissie.

Het Kabinet Ruys heeft ons christenvolk in niet geringe mate aan zich verplicht.
Bij gelegenheid van de behandeling van de Rijksbegrooting van Justitie en van Binnenlandsche Zaken en Landbouw, in December van het vorig jaar in de Tweede Kamer, werd door de groepen der rechterzijde-met kracht aangedrongen op het treffen van maatregelen tegen het dansgevaar, dat meer en meer het geestelijk en zedelijk leven van ons volk, en in 't bijzonder dat van de jeugd, gaat vergiftigen.
Minister Donner, die van oordeel was, dat de bestrijding van het dans kwaad meer op het terrein van de plaatselijke Overheid lag, dan op dat van den rijkswetgever, kon er toch ook wel iets voor gevoelen, orn deze zoo uiterst teere zaak onder een rijksregeling te betrekken. Zijn ambtgenoot. Minister Ruys, ging iets verder. Hij verklaarde zich bereid met den Minister van Justitie nader te zullen overleggen, of, en in hoeverre wettelijke voorziening hier geboden was.
En zie, nauwelijks een paar weken later, lezen wij in de bladen de benoeming van een commissie, die een onderzoek zal hebben in te stellen, in hoeverre van Overheidswege met betrekking tot het dansen maatregelen dienen te worden getroffen.
Dat wij voor dit voortvarend optreden van de beide Ministers dankbaar zijn, zal wel geen betoog behoeven.
Nu had men mogen verwachten, dat de instelling van de ministerieele commissie algemeen met voldoening zou zijn begroet geworden.
Er is toch in onze dagen haast geen grooter kwaad te noemen dan de moderne dans, die, naar een blad onlangs schreef : „zijn motieven ontleent aan de dierlijke lusten van zedelijk diep gezonken negervolken".
Over de openbare dansgelegenheden liet zich dezer dagen nog een medicus uit, die zeide : dat aan de danspaleizen, wier aantal zich gestadig uitbreidt, voor een groot gedeelte het groeien van de immoralitelt onder ons volk is toe te schrijven.
Hoe ver het op dit punt reeds is gekomen, bleek op het Kerstfeest, toen men zich niet ontzag om in een groot hotel in de Residentie een dansmanifestatie te houden, waarvan de deftige „Nieuwe Rotterdamsche Courant" mededeelde, dat tijdens het dansen „de muziek allengs wilder, schokkender en waanzinniger werd".
Vooral door de opwindende muziek en het gebruik van alcohol worden de lusten geprikkeld en ongeoorloofde gevoelens op gewekt. En daardoor gaat de jeugd, want het zijn meest jonge mannen en jonge meisjes, die de dansgelegenheden bezoeken, haar geestelijken en zedelijken ondergang tegemoet.
Mannen van verschillende levens-en wereldbeschouwing zien in de danswoede van den tegenwoordigen tijd het groote gevaar, dat het leven van ons volk bedreigt.
Dat de regeering nu dit gevaar met groten ernst onder de oogen wil zien, moest, naar wij hierboven reeds schreven, aller instemming hebben.
Echter van vrijzinnige zijde wordt daarover anders gedacht.
„De Vrijheid", het wekelijksch orgaan van den Vrijheidsbond, vindt de instelling van een commissie om te onderzoeken, welke maatregelen tegen het danskwaad moeten worden getroffen, belachelijk.
„Wat in 's hemels naam denkt de regeering", zoo vraagt het weekblad, „te bereiken met het belemmeren of beletten van dansen in het openbaar ? "
Het antwoord op deze vraag volgt onmiddellijk : „Schampere spot der buitenlanders, die reeds nu de Nederlanders een stijf en ietwat saai volk vinden".
Men. staat verbaasd over een dergelijke opmerking van het vrijzinnig blad.
Moet Nederland dan ter wille van in het buitenland den naam te hebben van een hupsch en joviaal volk, zooals „De Vrijheid" dit zou wenschen, zijn jeugd er maar aan wagen ?
Men verbaast zich, maar ergert zich daarover niet minder.
De vrijzinnige cultuur schijnt alles oirbaar en toelaatbaar te achten.
Gelukkig, dat de Regeering hier te lande over deze aangelegenheid anders denkt en het zich tot roeping acht het zedelijk leven van ons volk te beschermen en daarover te waken.
Het beroep op de vrijheid van het vrijzinnige orgaan, gaat niet op, want wat in de openbare dansgelegenheid plaats heeft, heeft met de vrijheid niets te maken, .maar is niet anders dan losbandigheid.
In dit verband is het wel merkwaardig, dat wanneer het om dergelijke dingen als dansen, pornografische geschriften, films, tooneelstukken enz. gaat, de vrijzinnigen met de vrijheid dwepen, doch wanneer het b.v. de vaccinatie of het deelnemen aan de verkiezingen betreft, zij voor den dwang niet terugschrikken.
Hoe dit zij, wij zijn de Ministers van Justitie en Binnenlandsche Zaken en Landbouw, voor de instelling der commissie, dankbaar en hopen, dat zij goed en vruchtbaar werk tot zegen van ons volk zal verrichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Een Ministerieele Commissie.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 februari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's