FINANCIEN
We hebben zeker allen in de bladen wel gelezen wat er thans in Rusland geschiedt. Daar is het zoover gekomen, dat allen die nog begeeren te rekenen met.God en Zijn dienst, om des geloofs wil worden vervolgd. De Zondag is reeds afgeschaft, de kerken worden gesloten en tot bioscopen of kazernes gemaakt. De.viering van 't Kerstfeest is verboden en allen die het Evangelie nog vasthouden, worden met stelselmatige uitroeiing bedreigd. Honderden belijders van den Naam des Allerhoogsten zijn reeds met satanische wreedheid gemarteld en gedood. Die vervolging gaat uit van den geest uit den afgrond, die in de machthebbers van de Sovjet - republiek schijnt gevaren te zijn. Zij herinnert ons aan de macht van het beest, dat ons in het laatste boek van onzen bijbel beschreven wordt. Aan dat beest immers werd macht gegeven om den heiligen krijg aan te doen en om die te overwinnen en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht en taal en volk. Ziende op wat in Openbaring 13 geschreven staat, behoeven wij ons dan ook niet te verwonderen over de gruwelen die thans in het groote Rusland bedreven worden. Wat daar geschiedt, behoort tot de teekenen der tijden die er ons onmiskenbaar op wijzen dat wij op reis zijn naar den dag van het groote gericht. Hoe dichter wij dien dag naderen immers, hoe banger de tijden zullen worden en hoe brutaler de macht van het ongeloof zal optreden „om God den Heer' zelfs naar de kroon te steken. En tegen Zijn gezalfde op te staan".
O, wat is het voorrecht groot, dat wij nog boven de vervolgde en gemartelde Russische Christenen bezitten ! Wij toch leven allen nog in een land, waarin we ongehinderd Gods Woord kunnen lezen, waarin we ongemoeid kunnen opgaan naar Gods huis, waarin we onbelemmerd onze Christelijke feestdagen kunnen vieren ; kortom, waarin we God kunnen dienen naar de inspraken van ons hart. Niemand legt ons in het beoefenen van den dienst des Heeren ook maar een stroo in den weg. Neen, we moeten niet meenen dat we hier soms ook al verdrukt worden, want als we ons Vaderland met Rusland vergelijken, dan is het nog een Elim, waar we ons telkens kunnen verkwikken onder de palmen van Gods genade en waar we gedurig weer kunnen drinken uit de fonteinen van het water des heils.
Toch moeten we niet meenen dat de geest, die thans in het voormalige Czaren rijk zijn triomfen viert, niet bezig is om ook ons volk te ondermijnen en ook onze natie te vergiftigen. Gij moet maar eens lezen niet wat in Roomsche bladen over deze dingen geschreven wordt. Immers de Paus van Rome is één der weinigen die zijn stem in het openbaar tegen de in Rusland bedreven god-onteerende gruwelen verheven heeft en die hierin ons, vaak om allerlei kleinzielige redenen van elkaar gescheiden Protestanten, beschaamt. Maar ge moet maar eens lezen hoe de Russische pogingen om de Kerk van Christus van de aarde uit te roeien, beoordeeld worden in Socialistische en Bolsjewistische bladen, die ook in ons Vaderland verschijnen en die door een niet zoo gering deel van ons volk gretig verslonden worden. Dan zult ge merken dat men, o zeker, nog wel niet openlijk schrijft : „Zoo moest het hier in Nederland eigenlijk ook gaan", maar dan zult ge toch tusschen de regels door kunnen lezen, dat men zich de handen wrijft van genot en dat ook onder ons volk in de revolutionaire kringen de satanische begeerte leeft: „komt, laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn, dat aan den naam van Israël niet meer gedacht worde".
En zeker, nu weten we wel dat ook in deze dingen Gods Raad zal bestaan, dat de poorten der hel de gemeente van Christus niet zullen overweldigen, en dat er geen haar van ons hoofd zal gekrenkt worden zonder dat de Heere het wil, maar dat neemt onze roeping niet weg om te bidden en te werken, opdat de Satan over ons geen voordeel behale. En daarom. Iaat de bede van allen, die bidden geleerd hebben, voor Gods aangezicht opklimmen „als offers die des avonds branden". Laat het ook een gebed zijn voor hen, die met doodsgevaren worden bedreigd. Maar laat dan met dat gebed ook onze arbeid zich paren om ons volk terug te roepen naar de oude paden, opdat het weten mag waar toch de goede weg zij en opdat wij daarin wandelende tezamen rust mogen vinden voor onze zielen.
Ach, in de ingewikkelde en verwarde politieké en oeconomische toestanden, waarin we nationaal en inter-nationaal verkeeren, kan er op dit oogenblik voor de verdrukte Christenheid in Rusland zoo weinig worden gedaan. Daarom gelooven we ook dat zelfs de goed bedoelde poging van het Hoofd van Rome's machtige Kerk met vruchteloosheid zal blijken geslagen te zijn. Maar dat beteekent niet, dat wij niet geroepen zouden zijn om in den weg der middelen ons volk de oogen te openen voor de gevaren die ook ons bedreigen en voor den afgrond die daar ook aan onze voeten gapende is. En hoe zouden wij dat dan beter kunnen doen dan door het verbreiden van Gods Waarheid, door het verkondigen van dat Woord, dat toch een groot deel van ons volk nog wenscht te beschouwen als een lamp voor zijn voet en als een licht op zijn pad ?
En op deze wijze — gij begrijpt het — ben ik niet buiten de orde, doordat ik ook in „Financiën" de Russische geloofsvervolging en de Russische pogingen om de Kerk te verwoesten en den godsdienst uit te roeien, even heb aangestipt. Eén blik naar Rusland kan ons leeren wat er wordt van een volk, dat geen dammen weet op te werpen om den socialen stroom zijner dagen te leiden in de bedding, die God ons in de beginselen van Zijn Waarheid geteekend heeft. Dat Rusland dien stroom niet in die bedding heeft weten te leiden, is een der redenen dat die stroom thans niet alleen het oeconomisch, maar ook het geestelijk leven met algeheele verwoesting bedreigt. Laat ons bidden dat, waar diezelfde vijand ook op ons volk aankomt, als een stroom, de Geest des Heeren nog een banier moge omwerpen, en laat het ons een eere zijn om elkander te wijzen op Hem, die daar staat als een Banier der volken, en Wiens ruste alleen heerlijk is.
Geve God, dat ook mijn laatje" daartoe meer en meer een middel moge zijn in Zijn machtige hand.
Hoe het met dat „laatje" deze week gesteld is, ga ik u nu weer vertellen. Laat ik maar dadelijk zeggen dat er van de duizend deze week geen sprake zal zijn. Maar we kunnen toch alweer met de vette letters beginnen.
Dinteloord, afgezonden door ds. Rappard een bedrag van
HONDERD ACHT GULDEN EN DRIE EN TWINTIG CENT (ƒ108.23),
zijnde een collecte van een spreekbeurt, vervuld door ds. Koolhaas, van Charlois. Dat is dus alweer heelemaal geen slecht begin.
Strijen (of eigenlijk: Mook-hoek, bij Strijen), afgezonden door den heer D. Verbaan een bedrag van ƒ21.—, zijnde ƒ5.— van ds. Crousaz te Strijen, ƒ 1.— van P. Q., ƒ 1.— van L. R., ƒ 2.50 van B. G. N., ƒ 2.50 van H. Br., ƒ2.50 van H. v. S. en ƒ6.50 van den heer Verbaan, met inbegrip van zijn contributie.
Vlissingen, van den heer A. Luijtwieler. Penningmeester der afdeeling aldaar, een contributiebedrag over 1929 van ƒ23.25. Zoo komt toch, al is 't wat Iaat, alles terecht.
Ouderkerk a.d. Amstel, van ouderling J. de Bree uit het Fonds voor Christelijke belangen voor het Studiefonds een bedrag van ƒ 10.—.
Groot Ammers, van diaken Pierhagen een bedrag van ƒ47.15, zijnde de collecte bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Dekking, van Bergambacht.
Barendrecht, van den heer D. Vroon een bedrag van ƒ2.—, zijnde de contributie van een nieuw lid van den G. B. te Oud Beijerland.
En hiermee heb ik deze week al de grenspaal bereikt. Gij merkt wel, dat ik wel gelijk had toen ik dacht, dat ik deze week de duizend niet halen zou. Maar ik stem u toe : zulke bedragen kunnen iedere week niet geboekt worden. Dan zouden mijn twee deerntjes te gauw rijk zijn. Daarom wil ik maar weer best tevreê zijn met mijn eindbedrag van Fl. 211.63
en ik dank allen, die aan de inzameling hier van hebben medegewerkt. En nu wacht ik maar weer af wat er deze week zal komen. Ik zit nu te kijken in de richting van B., van O. en van Z. Gij zijt met mij wel nieuwsgierig, hoe deze drie het er Zondag afgebracht hebben.
De Penningmeester,
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's