KERKELIJKE RONDSCHOUW
Uit bet volksleven van Zweden.
Een tweede „Koninklijke boodschap" kwam tot het volk van Zweden. Daarin lezen we: »Wij, Gustaaf, bij de gratie Gods, Koning van Zweden, der Gothen en der Wenden, doen weten, dat Wij overeenkomstig de oude en goede zeden hebben goedgevonden en verstaan, dat gedurende het jaar 1930, vier algemeene dank-, vasten-, boete-en bededagen zullen worden gehouden, n.l. op de Zondagen van 9 Maart, 11 Mei, 13 Juli en 12 October ; hebbende in aansluiting daaraan op Ons verzoek de Aartsbisschop het volgende woord van vermaan ter voorlezing in de Kerken van het Rijk opgesteld :
«De Aartsbisschop geeft dan dezen brief, om in de Kerken — Luthersche Staatskerk — te worden voorgelezen :
»Het geloof is een bewijs der zaken, die men niet ziet. Volgens den brief aan de Hebreen draagt heel eens menschen leven er den stempel van, zoo hij is als „ziende den Onzienlijke". Mozes verkoos het lijden met Gods volk boven de genietingen der zonde en de schatten van Egypte. Hij hield zich vast als ziende den Onzienlijke. De geestelijke zwakheid in onzen tijd hangt daarmede samen, dat de zinnelijke wereld geheel op den mensch beslag heeft gelegd. Hij heeft, vergeten, wat datgene is, dat alleen waard is gevreesd en vertrouwd te worden. Hij vreest andere machten, maar God niet. Hij vertrouwt op menschen en dingen, maar niet op God. In alle tijden wordt het Christendom getoetst aan de zekerheid die het werkt inzake God en de geestelijke wereld. Bewijst ons leven, dat God meer dan al het andere voor ons is de Werkelijke, met wien wij vóór alle, lagere werkelijkheid moeten rekenen ? Of blijft de gedachte aan God slechts een nevelige achtergrond, waarover men wel kan spreken, maar die niet beslissend is voor gezindheid en wandel van de Christenen en de Kerk ?
De elfhonderd-jarige herinnering roept voor ons dankbare aandenken op een man, wiens heele leven er van getuigt, dat God alles voor hem was. Ansgar werd door den Onzienlijke naar de in de verte van het land der Sweeërs gelegen stad in het Malarmeer gedreven.
Ansgars gemoed ging uit naar de stilte. Doch de rust in eenzame beschouwingen, waarnaar zijn ziel haakte, achtte hij geen roof.
Maar hij gehoorzaamde aan de roeping Gods, die hem ver over de grenzen der toenmalige Christenheid voerde, en het eerste heldere licht der historie over een stuk van het Zweedsche Rijk wierp.
Zijn roeping puurde uit een nauwen omgang met God en de gaafheid van een innerlijk leven onversaagde kracht tot handelen. Hij was „nederig en dapper en geduldig", spoedig geroerd en streng jegens zichzelf, bedachtzaam en vast in zijn besluit. Al wat de Wereld biedt, achtte hij gering in vergelijking met de redding der zielen en het eeuwige leven. Hij trotseerde moeilijkheden en verachtte den dood. Vreeze werd in zijn ziel niet gevonden. Gaarne haa hij door het martelaarschap van zijn Heiland getuigd. Maar hij berustte in Gods wil.
Het werk van Ansgar, Zwedens intreden in het licht der historie en zijn deelhebben aan de Christelijke cultuur van het Westen, staat te worden gevierd in scholen en instellingen van onderwijs op 4 Februari a.s., welke dag in onzen kalender den naam van Ansgar draagt. Op den Midzomerdag van 1930 zal de herinnering aan Gods apostel in Zwedens kerken worden herdacht ; zoomede een andere groote en heilige herinnering«.
Wat den overgang van het Zweedsche volk uit de Roomsche Kerk naar het geloof van Luther betreft, zegt de Aartsbisschop der Luthersche Staatskerk :
»Gaandeweg had wereldzin in de Kerk de overhand gekregen. Hare machtigen teerden op de gevoelens der eenvoudigen, maar hielden zelf ternauwernood ernstig met Gods oordeel en Gods verlossing rekening. Het gevoel van Gods werkelijkheid en tegenwoordigheid verzwakte. Maar in de 16e eeuw werd de-Christenheid door Gods heilig Woord tot nieuwe bezinning en nieuwen ernst gewekt. De Heiland had het onderwijs des Geestes beloofd. Krachtig wordt de ze kerheid aangaande den Onzienlijke en de Levende kracht des Geestes gevoeld in de belijdenis, die op Midzomerdag 1930 400 jaar oud wordt.
De Evangelische Stenden lazen deze voor en dienden haar in bij den Rijksdag te Augsburg na den Midzomerdag van 1530. Tegen de verduistering van Gods waarheid vindt men daar geschreven : „De christelijke volmaaktheid is, God ernstig te vreezen en toch een groot vertrouwen te hebben en om Christus wil er op te steunen, dat wij een genadig God hebben, en van God begeeren en ook met zekerheid verwachten hulpe in al datgene, dat tot onze roeping behoort, alsook naarstig goede werken te doen en de roeping te volgen.«
Wanneer de van Regeeringswege uitgeschreven dank-, vasten-, boete-en bededagen (9 Maart, 11 Mei, 13 Juli en 12 October a.s.), gehouden zullen worden, zal dit in herinnering moeten komen bij het volk:
»Veel is gedurende elf eeuwen anders geworden. De Geest heeft aan de Gemeente meer klaarheid aangaande Gods openbaring geschonken en ook aangaande het Christelijk leven. Maar hoe ook de tijden en opvattingen zich wijzigen. toch hebben-wij elk voor ons zelf en de Kerk als geheel van noode, opnieuw te worden verzekerd van Gods kracht en door dezelve te worden herschapen. Wij behóoren te bidden om het Wonder Gods, waarvan Ansgar sprak, toen hij tot een vriend zeide : „Indien Ik waardig ware voor mijn Heer, zoude ik hem bidden mij een enkel teeken te geven, n.l. mij door genade tot een goed mensch te .maken.
Laat ons daarom nu allen, oud en jong, mannen en vrouwen, die in Zwedens Rijk leven en werken, ons van de dagelijksche zorgen vrijmaken en, wa anders ook ons scheiden moge, ons ootmoedig vereenigen in ernstig zelfonderzoek, hoe wij onze plichten als burgers, menschen en christenen zullen vervullen. Laat ons allen 'op de uitgeschreven algemeene dank-, vasten-, boete-en bededagen in het Huis des Heeren gaan om aldaar eendrachtelijk Zijn heilig Woord in de daarvoor aangegeven teksten met gebed en lof zegging te beluisteren.
De tekste voor de algemeene Kerkdagen zijn dan:
voor den boete-dag, 9 Maart: Ps.139 : 23, 24 ; Amos 8:11; Dan. 9.:18b en 19 ; voor den reformatie-dag, 11 Mei: Jes. 55 : 8, 9 ; Gal 5:1; Hebr. 10 : 19 —25. Voor den Zèndingsdag, 13 Juli: Jes. 11:10; Luk. 11:29—32; Jesaja 45 : 23. Voor den dankdag, 12 October : Openb. 1 : 8 ; .19:5—8 ; Jes. 52 : 7.
Zoo gaat het Zweedsche volk gedachtenis vieren, daartoe bij Regeerings-Proclamatie opgeroepen !
-Arm Rusland.
Satan voert heerschappij in Rusland. Met satanische razernij zijn duizenden en duizenden bezield en een nooit gekende geloofsvervolging wordt met verschrikkelijke woede voortgezet. De Zondag en de christelijke feestdagen zijn afgeschaft. Op de scholen mag geen godsdienstonderwijs worden gegeven. De onderwijzers en onderwijzeressen worden verplicht tot „het Verbond der God-loozen" toe te treden. De kinderen worden op tal van plaatsen aan de ouders ontrukt, opdat ze niet door hun vader en moediér zullen worden „bedorven", en in kinderhuizen worden ze nu opgevoed, waar ze nimmer den naam van Jezus hooren en opgevoed worden voor den strijd tegen het kapitalisme en tegen Kerk en godsdienst.
Hopeloos — schijnt het voor Rusland. Kerken, moskeeën, synagogen — Christenen, Mohammedanen, Joden worden over één kam geschoren, hoewel de Mohammedanen 't meest worden ontzien — worden gesloten op last van de 'Roode regeering — de laatste drie maanden sloot men er o.a. 980 kerken —, ; nieuwe kerken mogen niet worden gebouwd ; duizenden heiligenbeelden heeft men. publiekelijk verbrand ; uit alle kerken haalt men de oude kerkklokken, teneinde ze om te smelten. Bij massa's worden de godsdienstige leiders in de gevangenis gevvorpen en gedood. Kerken worden gemaakt tot bioscopen. Priesters en predikanten worden verbannen naar Siberië. Onbeschrijflijke ellende heerst in de Sovjet-republiek, - waar geleerd wordt, : „wie over God spreekt, spreekt over een gemeenheid" ; „godsdienst is opium voor het volk", enz.
M r.-T. H. A u b e r t, directeur te Geneve van de Internationale Entente tegen de derde Internationale, beschrijft hoe de Russische regeering het absolute atheïsme tot heerschappij tracht te brengen.Hij schrijft :
„De verschrikkelijke vervolging tegen de Kerk gericht; bleek onvoldoende. De sovjetregeering besloot toen op te richten dè vereeniging der God-loozen, welke officieel aangewezen werd om de anti-religieuse beweging te leiden. Onder haar invloed hebben de minister van openbaar onderwijs, de legerbestuurders en de raad van vakvereenigingen de noodzakelijke maatregelen getroffen. In 1928 instrueerde men 250 duizend man om actief tegen den godsdienst te strijden en in deze laatste jaren zijn in Rusland 20 millioen exemplaren van de courant De Go d--l o o z e, één millioen 300 duizend .van het tijdschrift D e G o d-1 o ó z e en twee millioen brochu-. res en anti-godsdienstige boeken verspreid. Er. zijn lO duizend anti-godsdienstige clubs gévormd, terwijl terzelfder tijd de strijd tegen den godsdienst werd gesteund door universitaire seminaries, besturen .van theaters en bioscopen, de radio en. anti-godsdienstige musea. Kerken werden omgevormd in danszalen, bioscopen en sociëteiten. Vervolgens werden veldtochten op touw gezet tegen de feesten van Paschen en Kerstmis. In 1928 hadden te Petrograd 700 . anti-godsdienstige betoogingen plaats en de radio van Komintern zond anti-.godsdienstige voordrachten uit, evenzoo een heftige aanval van Lounatcharsky tegen de Kerk. Dat alles was nog niet genoeg. In Mei van 1929 'besloot de vereeniging der God-loozen haar activiteit tegen God te verdubbelen. Jaroslavsky, hoofd van' deze vereeniging, die èen millioen leden telt; Kalinine, Lounatcharsky en Boükharine waren tegenwoordig op de vergadering waar dit besluit is genomen. Eenige weken later verbood een besluit van de sovjet-regeering aan de Kerken om ook maar eenig goed te bezitten, om Vergaderingen te beleggen, om bibliotheken op te richten, om coöperatieve vereenigingen te formeeren, om kinderen te verzamelen en om kapitaal te vormen. Verder kiest men uit onderwijzers en leerlingen der scholen personen uit, aan wie speciaal wordt opgedragen in steden, dorpen en fabrieken redevoeringen te houden en antigodsdienstige litteratuur te verspreiden. Een speciaal anti-godsdienstige veldtocht werd voorbereid voor het Kerstfeest. Negen speciale anti-godsdienstige instellingen werden in het leven geroepen. Er zal een propaganda door middel van correspondentie worden georganiseerd. Men zal aan de vakvereenigingen vragen voor deze campagne subsidies te verleenen en men zal anti-godsdienstige centra oprichten in alle industrieplaatsen.
De socialistische bladen kondigen de versterking van 't roode terrorisme aan. In de korte periode van 1 October tot 15 November 1929 zijn 500 personen doodgeschoten. De S o c i a 1 i s t i s.c h e Boodschapper zegt, dat de revolutionaire golf een ongekende hevigheid heeft bereikt. Het volk is tot verschrikking gebracht door deze onmenscheiijke terreur. De boeren en de arbeiders hebben evenzeer als de intellectueélen te lijden. Men stelle zich de positie voor van de geloovigen, die door deze nieuwe vlaag van schrikbewind worden vervolgd !
In het Berliner T a g e b 1 a t t wordt geschreven, dat alleen in November en December 1929 volgens officieele opgaven gesloten werden 540 orthodoxe en 11 protestantsche kerken, 63 synagogen en 11 moskeeën. In het heele jaar 1929 werden 1200 kerken van ónderscheiden christelijke geloofsbelijdenis gesloten. Vele geestelijken werden dood geschoten, anderen verbannen en zijn veroordeeld den hongerdood te sterven. Het voornemen bestaat om vóór 1935 tot een sluiting te komen van alle bedehuizen«.
Wat kan er tegen worden gedaan ? Heeft de christenheid hier een roeping?
Arm Rusland ! Satanische machten en krachten voeren er heerschappij. De meest gruwelijke dingen vinden er plaats.
Zal de Christenheid van alle landen en van alle werelddeelen nu zwijgen? Zullen de-regeeringen van Europa en daarbuiten niets van zich laten hooren, nu het recht vertrapt wordt, nu de schandelijkste dingen van dag tot dag geschieden in Rusland?
De Paus heeft openbaar geprotesteerd tegen de christenvervolging en de Roomsche christenen opgewekt tot gebed en hulpvaardigheid. Noodcomité's worden opgericht om de duizenden, die in ellende versmachten, ondersteuning te bieden. Vergaderingen worden gehouden en plannen beraamd of het mogelijk is aan de wantoestanden een einde te maken. In Albert 'Hall te Londen werd eenige dagen geleden een groote bijeenkomst gehouden waar 8000 personen tegenwoordig waren, onder leiding van den graaf van Glasgow en den burggraaf 'Brentford, en in welke vergadering eene resolutie werd aangenomen, waarin „een beroep (gedaan werd) op allen die in God-gelooven en de vrijheid liefhebben, om onophoudelijk te bidden en te arbeiden voor de geloofsvrijheid voor het Russische volk. Bij de Britsche regeering dringt de, vergadering er op aan, om een zoo krachtig mogelijk vertoog tot de Sovjet-regeering te richten om deze vervolging te doen ophouden. Afschriften van dit protest zullen aan de hoofden van alle beschaafde Staten gezonden worden.
In Engeland komt dus beroering. Gelukkig ! Want de Labour-regeering aldaar had de vriendschapshand tot de Russische communisten uitgestoken. Nu heeft Baldwin, de leider van de conservatieven, zich in deze ten tolk gemaakt van velen en hij had stof genoeg om het Russische wanbeleid aan de kaak te stellen. In L o n d e n is een bureau van de communisten, dat zich aan alle controle onttrekt. In Parijs is een 'generaal plotseling verdwenen. Hij was leider van een tegencommunistische actie en werd nu ongemerkt uit den weg geruimd. Honderden zeeofficieren zijn door een geheim Genootschap, in dienst der Regeering staandt
omgebracht. De Engelsche minister Henderson, praatte in het Parlement over deze dingen heen ; dat was alles. Baldwin liet het er--echter niet bij zitten.
Moeten niet allen, die God liefhebben, diep, diep medelijden hebben met 't arme Rusland en moet er niet alom ge b e d e n worden, moet er financieel niet saêm 'geholpen worden, moet niet een algemeen protest gehoord worden ?
Of is het niet vreeselijk, dat een courant „de God-looze" wordt uitgegeven en overal verspreid ; dat bijeenkomsten in particuliere huizen voor gebed en bijbellezing zijn verboden ; dat de jeugd wordt georganiseerd tot een atheïstische actie ; dat de belasting-politiek der regeering den toestand voor velen-onhoudbaar maakt ; dat zij, die nog met Kerk en godsdienst in verband staan, geen stemrecht hebben'?
Ongelooflijke en verschrikkelijke tooneelen spelen zioh af, waarvan de dagbladen ons telkens berichten. 'De vervolging en onderdrukking eindigt niet zelden in het martelaarschap. Duizenden trachten door de vlucht te ontkomen. In de jaren 1923—. 1928 namen reeds 18368 Doopsgezinden de wijk naar Canada. Thans neemt de vlucht een massaal karakter aan! 6000 Doopsgezinden en Evangelisch - Lutherschen kwamen reeds in Duitschland aan en duizenden wachten nog. Niemand weet, wat hiervan het einde zal zijn. Al was er maar een honderdste gedeelte waar van wat binnenen buitenlandsche dagbladen aangaande de toestanden daar berichten, dan nóg moet ons hart van weedom krimpen.
Dr. Adolf Keller, Directeur van het Centraal Bureau voor kerkelijke hulpverleening te Geneve, roept tot een algemeene hulpactie der Kerken voor de vluchtelingen op !
En wij ondersteunen dezen oproep gaarne. Financieel moet geholpen worden nu. Wij hebben in oorlogstijd geholpen ; de Belgen vooral hebben van onze gastvrijheid genoten ; Duitsche en Oostenrijksche kinderen zijn hier geweest.
Nu is Rusland, arm Rusland, aan de beurt.De duizenden emigranten of landverhuizers, de duizenden vervolgden zijnen grooten nood.
Dat Christelijk Europa ontwake !Dat Nederland ontwake !
Ziet men den satanischen vijand niet ; het Beest dat uit de volkerenzee opklimt met z'n zeven koppen, vol denkkracht, en z'n tien hoornen, vol bruut geweld en z'n bek geopend tot godslastering, aan z'n koppen beschreven met de gruwelijkste dingen, te gruwelijk om uit te spreken ?
Die ooren heeft die hoore, wat de Geest ook nu tot de Kerken te zeggen heeft.De Roode terreur in Rusland. Wat heeft Multatuli (Douwes Dekker) indertijd aanklacht na aanklacht ingediend tegen de Nederlandsche Regeering ten opzichte van misstanden in Indië. Wat hebben de Socialisten niet altijd den mond vol van beschuldigingen aan het adres van de „burgerlijke" maatschappij. De Rooien" zullen het Paradijs op aarde brengen. Gelijk recht voor allen. Vrijheid, gelijkheid", broederschap !
Gaat nu eens in Rusland een kijkje nemen. De roodste Rooien" zijn daar nu aan 't bewind. En hoe zijn de toestanden ? Het „Handelsblad" bracht onlangs berichten als deze :
»Wat er in de dorpen van het gezin overblijft !Op het 'Russische platteland, heeft de „collectiveering" plaats ; dat is : een " complex van maatregelen worden genomen, waarvoor de Doopsgezinde en andere boeren uit het Wolgagebied de vlucht hebben genomen.
Er wordt van regeeringswege een verbitterde strijd gevoerd tegen de zgn. dorpskolaken, d.w.z. tegen de dorpshuisgezinnen en families, welke nog over een bepaald, ofschoon ook zeer bescheiden , eigendom beschikken en welke door uiterste spaarzaamheid, vlijt en samenwerking zooveel uit hun bedrijf weten te halen, dat zij daarvan leven kunnen. In een dorp zijn b.v. dertig boerenfamilies, die als kolaken gebrandmerkt zijn. : Deze dertig families moeten van hun oogst 30 duizend pond koren aan de regeering leveren. Nu hebben de ongelukkigen slechts 15 duizend pond geoogst. ; Deze worden hun eerst afgenomen. Voor het ontbrekende koren moeten zij 7.50 roebel per poed betalen. Daar de menschen het geld daarvoor niet hebben, wordt hun alles ontnomen : huis, hof, schapen en koeien, tafels en stoelen, kleeren, huisraad, enz.
Deze dakloos geworden boeren hebben nu, wanneer zij niet bevriezen en : , verhongeren willen, slechts de ééne keuze : zich .aan te sluiten bij het „collectief", d.w.z. met 60 a 70 of nog meer personen een gemeenschappelijke ruimte te betrekken en „collectivistisch" te leven, niet naar huisgezinnen gescheiden, maar vrouwen en mannen, jongens en meisjes door elkaar en met elkaar. Degenen, die hun eigen familieleven nog verder willen blijven voeren, worden als " vijanden der „bestaande ' orde" beschouwd en loopen gevaar uit het „collectief" te worden geworpen en aan den ondergang te worden prijsgegeven.
Van eenig godsdienstonderwijs der kinderen, van kerkbezoek, van gemeenschappelijk gebed in de huisgezinnen — zooals dat vroeger algemeen gewoonte was — is geen sprake meer. De boeren worden in slaven veranderd, die vork noch mes hun eigendom kunnen noemen en die door de Sovjet-autoriteiten met de zweep gedwongen worden slavenwerk te verrichten en als dieren te leven. Dit is de nieuwe maatschappelijke orde, zooals die in geheel Rusland moet worden doorgevoerd. Het is duidelijk, dat in dezen strijd tegen de z.g.n, kolaken niet oeconomische factoren maatgevend, zijn ; het gaat hier om de vernietiging van het huisgezin en de Kerk.
Niet alleen in het Wolgagebied, maar ook in de Oekraiene, in den Kaukasus en in Siberie treedt de Sovjet-regeering aldus op«.
Zullen die vreeselijke toestanden nog erger worden? Of zal er een algemeen protest gehoord worden ?
De Heere geve spoedig uitkomst!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1930
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1930
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's