De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Een paar naar den bouw, en een paar aan het greppelen, en de knecht naar den smid in het dorp met het rijpaard, dat een los hoefijzer heeft, en de kleine knecht het gareel poetsen, en dan om een uur of tien naar de markt om inkoopen te doen, melkgeld te ibeuren, hier en daar een kijkje te nemen, kennissen te ontmoeten, over de aflevering van veldvruchten te spreken, een paar bittertjes te drinken, om kort te gaan : marktdag te houden. Terwijl het vrouwvolk vanzelf genoeg te doen heeft in huis met den arbeid die volgens dagorde Jaar wacht, te meer, waar vrouw Burenga gewend is alles in de puntjes te hébben.
Met een kort „goeden morgen", worden Jetze en Sjerp begroet, waarop zij aanstonds naar de schuur gaan om zich van de overtollige kleederen te ontdoen en dan het juk met de emmers te nemen, teneinde een aanvang met 't werk te maken. Want Burenga behoeft het hun niet te zeggen : zij kennen hun plicht.
„En hoe is het gisteravond met die sprekerij afgeloopen", — vraagt de boer op forschen toon.
, , Best", — zegt Sjerp zonder daarbij na te denken.
„Best ? " Wat noem je best.
„Nou, daar was een hoop volk, en die man praatte maar op".
„Dus jullui bent er ook geweest ? "
„Jongen ja, wij moesten ook eens hooren wat die menheer te zeggen had".
„En wat heeft hij dan gezegd ? " — vraagt Burenga geprikkeld.
Maar nu wordt het er voor Sjerp niet beter op. Hij heeft wel goed geluisterd, hij wéét het óók wel, maar om het nu zóó te zeggen, dat wordt minder. Te meer, waar hij merkt dat de boer op den vroegen morgen al uit zijn humeur is. Eenigszins verlegen kijkt hij naar Jetze, die zich tot heden maar stil hield, „'t Zit er wel in, maar 't wil er niet uit" — zegt hij — „precies als toen ik vroeger bij den dominé op het vraagleeren ging ; ik wist het wel, maar kon het nooit zeggen, en dan zei de goede man altijd : „wij zullen Sjerp maar overslaan".
„Dat was makkelijk ; weet jou er meer van, Jetze ? "
„Hij heeft het natuurlijk over het bezit gehad. Over de wijze waarop dit vaak verkregen werd ; over de rechten van den arbeid en den strijd die in vele gezinnen gestreden wordt, vooral waar gebrek of werk loosheid heerscht, en over wat hij noemde, een betere verdeeling der goederen en daar door een meer productief maken der krachten, die nu óf verloren gingen óf sluimerden. iDe heele opzet was een bestrijding van het kapitaal en een organiseeren van den arbeid, om zoo te komen tot lotsverbetering van het proletariaat".
„Wat groote woorden ! En heeft hij ook gezegd, dat een heele boel arbeiders en dienstboden maar eens op hun plaats moesten wezen ? "
„Niet over gesproken" — zegt Sjerp. „Natuurlijk niet, maar het volk zeker ondertusschen oproerig gemaakt en aangespoord tot verzet. En was er niet één, die tegen dien vent opkwam ? "
„Ja ; eerst heeft Johannes Douma hem een vraag gedaan, waarmede hij verlegen was, maar vooral heeft dominé recht gezet, wat scheef getrokken werd, en het tot een goed einde weten te brengen".
„Zoo, was dominé er ook ? En waren er dan nog meer buiten de arbeiders ? "
„O ja, boer Rijpkema, en Sander, en meester, en Jasper, en Feikema, en de zoon van 'Datema, en een paar klerken van het Ontvangerskantoor".
„Vanzelf, die pennelikkers heb je overal voor-aan bij, waar iets te halen valt. Die zullen ook wel weer meer salaris moeten hebben denk ik, voor hun vele, zware werk. En wat is dan het goede einde geweest, waartoe dominé het gebracht heeft ? "
„Nu, dominé vond het niet goed dat er partijschap kwam tusschen de werkgevers en de werknemers. Hij zei, dat er verdeeldheid genoeg was, maar dat het hem veel beter leek dat er méér samenwerking en broederlijke eenheid tusschen allen kwam waardoor men in gemeenschappelijk overleg elkander tegemoet kon treden, en mogelijke geschillen vriendschappelijk besproken en bijgelegd".
„Zoo, heeft hij dat gezegd. Ja, ja !
"Hier moest het gesprek worden afgebroken omdat het weiland bereikt was, waar de koeien reeds stonden te wachten. Sjerp was blij. Omdat het hem niet ontging hoe in dit mooie, vroege morgenuur bij den boer de barometer veel neiging had om op storm te gaan staan, en hij bij ervaring wist wat dit beteekende. Dan was de heele dag vergald en kon er geen goed gedaan worden. Gelukkig maar, dat het marktdag was en Jetze het woord kon doen. Voor 't minst kwamen nu de slagen op hem neer. Als het broodeten straks afgeloopen is, zal hij handig maken dat hij achter in 't land komt, dan is hij vandaag in elk geval buiten schot. Morgen zal de bui wel weer wat afgedreven wezen. Minke zegt altijd : „de brij is nooit heeter dan wanneer zij wordt opgeschept" en „met stilzwijgen kom je vaak veel verder dan met spreken".

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's