FINANCIËN
Vandaag de eerste Maandag van Maart. Ge weet, dat is voor mij in den regel een dies ater, een zwarte dag en vooral voor mijn „laatje" is het een dag van rouw. Ja, 'k ben weer naar Utrecht geweest en heb daar met mijn mede-commissieleden van 't Studiefonds weer zitting gehouden. We hebben onderscheidene alumni nog weer eens gezien en gesproken en het eind van 't lied is dan altijd, dat ik „over de brug" kom en dat ik dan voor ieder zoo enkele honderden neertel, waardoor ik enkele duizenden armer word. Als ik dan thuis kom, woon ik in den regel in de „Kortademstraat". Zoo js het ook nu weer. Als ik mijn „laatje" eens aankijk, is 't om te huilen. Al die mooie briefjes van 300, 200, 100, 60, 40 en 25 zijn er uit weg. 'k Heb niets meer dan een paar zilverlingen en nog enkele koperstukjes over. Als ge 't maar eens zien kondt, dan zoudt ge — dat weet ik zeker — dadelijk zeggen : „dat mag zoo niet blijven, we zullen daar gauw dien armen Penningmeester zijn last wat helpen verlichten". Neen, om , , extraatjes" vragen wil ik dezen keer maar liever niet doen, maar als ge mij soms een buitenkansje wilt gunnen, ik zal het, — al is het er een van 100 of van 1000 — niet terugzenden, hoor !
Ja, 'k heb geen besten dag vandaag. Eerst zoowat alles wat ik had, weggegeven. En nu ik vanmiddag zoowat platzak thuis kwam, wat denkt ge dat er was gebeurd ? Daar stond zoo waar mijn heele studeerkamer op z'n kop, zoodat ik zelfs het „laatje" haast heelemaal niet meer vinden kon. Gij moet n.l. weten, dat mijn vrouw aan de „schoonmaak" is en dat zij nu van de gelegenheid dat ik naar Utrecht was, eens handig gebruik had gemaakt om mijn studeerkamer eens duchtig onder handen te nemen. Jongen jongen, wat een keet! Geen stukje meer op zijn plaats. Alles overhoop gehaald ! Ja, om dezen tijd van 't jaar moet je de vrouwen maar wat toegeven. Dat is nu een der nadeelen van het mooie voorjaarsweer. Als ze de zon zoo mooi door de glazen zien schijnen, dan zijn ze nu eenmaal niet om te houden. Dan moet — noodig of niet noodig — alles van zijn plaats. En vooral, zie je, als je dan zoo'n echte Hollandsche vrouw heb als ik. 'k Heb van een domme eens een heèle mooie lezing gehoord over „de Nederlandsche volksziel". In die lezing was ook een deel gewijd aan de zindelijkheid van de Hollandsche huisvrouwen, en die dominé gaf toen een lijstje van de verschillende beurten waarmee zoo'n Hollandsche huisvrouw haar kamers — we zullen nu maar zeggen - opereeren kon. 'k Geloof dat er zoo'n stuk of tien manieren waren waarop een kamer behandeld kon worden. .
'k Heb er nog enkele van onthouden : een beurtje, een kleine beurt, een beurt, een goede beurt, een groote beurt, een extra beurt, een extra goede beurt, een uithaalbeurt en 'n schoonmaakbeurt. Nu, niijn studeerkamer heeft al die operaties al voor den zooveelsten.keer met goed gevolg door staan en nu op 't oogenbljk zit ze dan weer onder het mes van de allerzwaarste, n.I. de schoonmaakbeurt.
Nu heeft de ondervinding mij al geleerd, dat je in zulke gevallen de dingen maar moet nemen zooals ze zijn. Hoe kalmer je zulke dingen opvat, hoe beter het in den regel voor je gemoedsrust is. Wat deze dingen betreft, is het vrouwvolk toch niet te bepraten, dat zie je nu aan mij. Als je meent nog al aardig wat te belasten te hebben, dan nemen ze je waar als je voor de goede zaak op reis ben en als je dan thuis komt, wordt je nog uitgelachen op den koop toe. 'k Zal me dus maar schikken in m'n lot. 'k Hoop, dat hij morgen „schoon" komt en dat ik dus Woensdag weer kan beginnen om orde op m'n zaken te stellen. Als dan Vrijdag de krant uitkomt, kunnen mijn lezers zich vleien met de gedachte dat de operatie weer voorbij is en dat mijn laatje wel leeg, maar toch ook „'brandschoon" staat te wachten of er weer wat inkomen wil.
Neen, 'k ben lang niet zoo goed gemutst hoor, als de vorige maal. Een leeg laatje, een overhoop gegooide studeerkamer, én nou, een eindbedrag dat ook nog al een eindje onder dat van de vorige week blijven zal. Toch wil ik aan alles maar weer de zonzijde zoeken en dan ben ik alweer blij dat ik met de vette letters kan beginnen. Dat heb ik te danken aan onzen Secretaris, die Zaterdag vóór acht dagen er op uit trok om 's Zondags twee Bondsbeurten te vervullen. Ik dacht : dat zal wel loopen, die brengt de vette letters wel mee. En waarlijk hoor, in het midden van de vorige week kwam er een girobiljet uit Ridderkerk, afgezonden door diaken Sparreboom, waarop een bedrag vermeld stond van .
HONDERD VIJFTIEN GULDEN EN ACHT EN ZEVENTIG CENT (ƒ115.78),zijnde de collecte van éen spreekbeurt, vervuld door ds. Van der Snoek, 's morgens in Ridderkerk tot een bedrag van ƒ94.53, en 's avonds te Slikkerveer tot een-bedrag van ƒ21.25. Dat is voor Ridderkerk een collecte waarvoor men zich niet behoeft te schamen en voor mij was het alweer geen kwaad begin, 'k Begon echter al gauw te begrijpen dat het wel eens zou kunnen gebeuren dat ik met deze mooie collecte al over de helft was gekomen. Toch is er bijna nog net zooveel bijgekomen. Zie maar :Zegveld, van den heer C. Bardelmeijer den Februari-inhoud van busje no. 20, een bedrag van ƒ2.57.
Maarssen, van den jongeheer J. Slagboom den inhoud van busje no. 265 over drie maanden, een bedrag van ƒ20.15. Ik geloof dat dit jonge mensch solliciteert om een concurrent te worden van onzen vriend uit Schoonhoven. Nu, laat hij zijn best maar eens doen. We zullen eens zien, wie de honderd nu 't eerst vol heeft. Ook kreeg ik van hetzelfde adres nog een busje met 450 halve centen, maar deze zal ik bewaren voor mejuffr. Den Hartog, en zend ze haar wel eens tegelijk met het zilverpapier.
Lunteren, van ouderling , R. van de Hoef een collecte voor het Studiefonds, gehouden in de gewone bediening des Woords, zijnde een bedrag van ƒ55.40.
Vlaardingen, van ds. Luteijn een gift van J. S. voor het Studiefonds van ƒ2.50, en een collecte voor het Leerstoelfonds na een rede van ds. Lammerink, van Delft, van ƒ 25, 50, maar dit zal wel ƒ 25.— moeten zijn, dus ƒ, 0.50 minder, want het bedrag, dat ik per postwissel ontving was niet.ƒ 28, - , maar f 7, 59.
Rijssen, van ds., Van Voorthuizen een gift, gecollecteerd op Zondag 23, Februari, 1.1. van ƒ5.—. V,
Meer kan ik met.den besten wil niet bij elkaar krijgen van de week. 'kZal het er dus bij laten. Het totaal bedrag is f 226,40.
Zeker, bij dat van verleden week is het maar eeri peulschilletje, maar 'k ben er toch best mee tevreden hoor; en breng ook nu gaarne mijin besten dank aan allen die het bijeengebracht hébben.
O ja, 'k heb eigenlijk nog een brief te beantwoorden uit G. Maar de schrijver staat mij wel toe dat ik daarmee nu maar wacht tot de volgende week, als ik weer op mijin schoone studeerkamer zit.
Veenendaal.
De Penningmeester Ds. JONGEBREUR.
POSTZ., CAPSULES EN ZïLVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. J. van Leeuwen, Amsterdam, postzegels en zilverpapier;
2e. mej. A. de Groot, Hoogeveen, zilverpapier en theelood ;
3e. Jan en Gerrit Bloemers, Haarlem, postzegels, capsules én zilverpapier;
4e. de heer C. Brouwer, Vlaardingen, capsules, postzegels, zilverpapier enz., verzameld door zijn jongens.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's