De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

8 minuten leestijd

Wat is een week toch weer gauw voorbij !
Dat merk je — vind ik — altijd het beste aan verschillende dingen die zoo wekelijks terugkeeren. Dan denk je gedurig : is dat nu al weer een week geleden ? Zoo is het ook met mijn financieel verslag, waar ik wekelijks voor zorgen moet. Nauwelijks heb ik het Dinsdagsmiddags gepost, of het is alweer gauw Vrijdagmorgen als de krant komt. En dan heb je weer zoó Zondag, en als dan de Zondag voorbij is en het is Maandagmorgen, dan denk ik : alweer tijd voor het „laatje", want morgen moet er weer wat naar Maassluis. Waar zal Ik het nu dezen keer eens over hebben?
Ja, de tijd gaat snel. Niet alleen de weken, maar ook de maanden en jaren vliegen als met jachtschepen voorbij, 't Is nu ook alweer 2 jaar geweest dat ik het Penningmeesterschap van onzen Bond heb aanvaard. Dus ook al weer 2 jaar, dat onze onvergetelijke vriend Fliehe van ons is heen gegaan. Je kunt het haast niet gelooven dat het alweer zoolang geleden is, dat wij hem op zijn sterfbed zagen nederliggen en dat we aan zijn geopende groeve op „Moscowa" te Arnhem stonden.
En dat is nu 2 jaar, maar als ik dan eens verder terugzie op mijn levensweg, dan zie ik allerlei mijlpalen staan waarvan ik denk : ben ik die nu alweer zóó of zóó lang voorbij ? Zoo denk ik dezer dagen ook aan het feit, dat het al 30 jaar geleden is dat ik dominé werd. Dertig jaar ! Wat een stuk van mijn leven. En toch kan ik het mij nog zoo levendig herinneren dat ik in de kerk te Jaarsveld geknield lag en dat ik daar in net ambt van Dienaar des Woords bevestigd werd. Ik hoor mijn bevestiger, dr. De Lind van Wijngaarden, nog spreken over Ezechiël 3 : 17 : „Menschenkind ! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels ; zoo zult gij het Woord uit Mijnen mond hooren, en hen van Mijnentwege waarschuwen". Wat meende ik toen al veel te gevoelen, eensdeels van het moeilijke, maar anderdeels toch ook van het treffelijke van dat waken, van dat hooren en van dat waarschuwen, maar hoe heb ik later wel verstaan dat 't eensdeels veel moeilijker, maar anderdeels ook veel treffelijker was dan ik het mij toen voorstelde. Ik zie ze daar nog zitten de broeders ouderlingen en diakenen, met wie ik op 24-jarigen leeftijd den Kerkeraad vormen moest. Allen zijn ze reeds van deze aarde heengegaan. Toen waardeerde ik het wel eens niet, maar nu waardeer ik nog steeds de wijze waarop zij mij vaak in mijn jeugdige onervarenheid gedragen en gesteund hebben. Wat is er in die 30 jaar ontzaglijk veel veranderd, veranderd in mijn eigen leven, veranderd ook in mijn eerste gemeente, waar nu natuurlijk leeft een heel ander geslacht, maar ook veranderd in ons kerkelijk leven in het algemeen. Dingen die er toen waren, zijn er nu niet meer, en dingen die er toen niet waren, zijn nu op den voorgrond getreden. Ons leven is in zoo menig opzicht heel anders geworden dan toen ik aan, de Lek mijn ambtelijke loopbaan begon. Of het er veel beter op geworden is? Ach, ik sta heelemaal niet op het standpunt dat al 't oude beter is dan het nieuwe. Misschien dat ik dien leeftijd nog krijgen moet, maar thans ben ik nog niet zoo ver dat ik zeg : vroeger was alles veel beter dan nu. Maar al wensch ik heelemaal niet te spreken over „dien goeien ouwen tijd", en al heb ik zelfs een oog voor de vraag naar de Gereformeerde Waarheid, die tegenwoordig zooveel menigvuldiger is dan 30 jaren geleden, toch komt het mij voor dat wij er in veel dingen niet op vooruitgegaan zijn. En een der dingen waarin ik meen dat bepaald achteruitgang te constateeren is, is het feit dat tegenwoordig zooveel voor het non plus ultra voor Gereformeerd wordt beschouwd, wat in de verste verte dien naam niet verdient. Onlangs heeft onze Professor een dominé uit de z.g.n. Gereformeerde Gemeenten onweerlegbaar aangetoond dat onze Gereformeerde Vaderen, dat b.v. mannen als Calvijn, Voetius en anderen, hun ooren niet gelooven zouden als zij hoorden wat tegenwoordig onder hun naam en op hun gezag aan de geestelijke markt wordt gebracht. En inderdaad, daar zijn in onzen tijd vele menschen die van Calvijn nooit iets gelezen hebben en die van Voetius nooit een letter hebben gezien, en die in preek en in gesprek dingen vertellen waar je van omvalt, en er zijn ook in onze Gereformeerde gemeenten vaak menschen die dat nu „je ware" vinden en die meenen dat je dan eerst goed Gereformeerd bent, als je de allerzotste dingen dierbaar vindt. Kijk, dat was in de dagen toen ik vóór 30 jaar dominé werd, lang niet zoo erg als nu. In dat opzicht geloof ik dus niet dat wij er oi vooruit zijn gegaan. Maar ik geloof ook dat het hoog tijd wordt dat wij dien geest openlijk brandmerken als niet Gereformeerd en dat allen die de Gereformeerde Waarheid liefhebben, hiertegen ingaan met een krachtig protest Ik geloof, dat we ons niet moeten laten intimideeren door menschen „die de gezonde leer niet verdragen, maar kittelachtig zijnde van gehoor, zichzelven leeraars opgaderen naar hunne eigene begeerlijkheden". En het komt mij voor dat wij daartegen niet beter kunnen strijden dan door de prediking van het zuivere Woord Gods, door „aan te houden tijdiglijk en ontijdiglijk, door te wederleggen, te bestraffen en te vermanen in alle lankmoedigheid en leer".
Welnu, dat alles heeft onze Bond zich ten doelwit gesteld. Daarom durven we zijn arbeid ook steeds van harte aanbevelen en durven we alle lezers van de Waarheidsvriend ook met vrijmoedigheid te vragen om hun gebed en hun geld. Bid en werk.oowel het een als het ander hebben we noodig. Wij hopen ook nu weer, dat het zoowel als het ander ons door allen de Waarheid liefhebben geschonken zal worden, dan gaan we gemoedigd verder door kwaad gerucht en goed gerucht, als verleiders  nochtans waarachtigen, ziende op Hem, die bij al wat wisselt en vergaat, gister en heden Dezelfde is en in der eeuwigheid.
Maar kom, gij wordt, denk ik, nieuwsgierig naar de gelden die deze week weer bij mij zijn ingekomen, 'k Geloof dat er alweer reden tot tevredenheid is. Ik moet echter beginnen een fout te herstellen, ik denk, dat het aan m i j ligt, hoewel het ook de schuld van den zetter zou kunnen zijn. De vorige week stond er dat de beurt te Ouddorp vervuld was door ds. Haring. Dit moet echter zijn door ds. Remme. 'kZal maar denken dat het een lapsus van mijn pen is geweest.
Deze week nu ontving ik uit:

Wageningen, van ds. Van der Wal ƒ2.50, zijnde een gift van N.N. voor het Studiefonds, gevonden in de collecte op 9 Maart 1.1.

Gorinchem, van den Penningmeester der afdeeling, A. van Anrooij, een collecte bij een spreekbeurt vervuld door ds. Vreugdenhil, van ƒ90.63 met twee nagiften van ƒ 10.— en een van ƒ 1.—, samen een bedrag van

HONDERD ELF GULDEN EN DRIE EN ZESTIG CENT (ƒ111.63).
Hoogeveen, van den heer L. van den Berg een bedrag van ƒ30.70. Is dat soms ook een collecte ? Er stond niets bij Charlois, van ds. Koolhaas eerst van N.N. 100 halve centen, dus ƒ0.50, en daarna van de Familie N. overeenkomstig den wensch van haar overleden man en vader voor het Studiefonds een bedrag van ƒ50.— Bij een zoodanige gave worden als vanzelve de gedachten vermenigvuldigd. Mogen Gods rijke vertroostingen deze familie bepalen bij Gods onuitsprekelijke gave in Christus.
Oldebroek, van ds. Kraaij een dankoffer van N.N. voor het Studiefonds van ƒ25.—.
ƒ25.—. Hendrik Ido Ambacht, van den heer G. Breens den inhoud van busje no. 240, een bedrag van ƒ3.50.
Vianen, van den heer D. C. van Wijngaarden uit busje 233 een bedrag van ƒ6.50, verzameld bij huisgodsdienstoefeningen.
Rotterdam, van den heer M. Rodenburg een collecte van een lezing, gehouden door ds. Holland, een bedrag van ƒ 82.50.
Delft, van den heer A. Vlasblom een collecte bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Pott, een bedrag van ƒ 75.—, plus ƒ 5.— uit de afdeelingskas, dus samen ƒ80.—.
Puttershoek, van mejuffr. Gerritsen voor het Studiefonds een gift van ƒ2.50.
OosterNijkerk, van den heer Th. A. Faber uit busje 49 het bedrag over de laatste maand, ƒ11.45.
Wanswerd, van ds. Klüsener de collecte van een spreekbeurt, vervuld door ds. Westra Hoekzema, een bedrag van ƒ 40.—.
Veenendaal, een bedrag uit mijn Doopvadersbusje van ƒ8.— en uit mijn catechisatiebus ƒ17.—, tezamen ƒ25.—.
Nu, is het geheel u wel tegengevallen ? Opgeteld kom ik tot een eindcijfer van
f 461.78, waarvoor ik weer gaarne mijn zeer hartelijken dank betuig.
De Penningmeester
Veenendaal.

Ds, M. JONGEBREUR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's