FINANCIËN
Nog enkele dagen, en er komt voor onzen Bond weer een belangrijke dag. De dag onzer verjaring is altoos een gewichtige in ons leven. De gedachten vermenigvuldigen zich dan. En zoo is het ook als onze Bond zijn jaardag viert. Als we jarig zijn, geven we ons vanzelf rekenschap hoe oud we al zijn. En ach, gij weet ook wel, hoe dat in den regel gaat. Als we nog wat jonger zijn, zouden we soms wel eens graag een jaartje er bij willen smokkelen, maar als we wat ouder worden zouden we er soms zoo ongemerkt wel eens een jaartje af willen doen. Gelukkig, dat zoowel het een als het ander maar niet mogelijk is. Onze tijden zijn nu eenmaal niet in onze, maar in Gods hand. En zoo is het nu ook met den leeftijd van onzen Bond. Het was de hand des Heeren, die onzen Bond nu 24 volle jaren gespaard en gedragen heeft. Ja, 24 jaar zijn we al. De kinderschoenen dus ontwassen ! Als er nog één jaar bij mag komen, vieren we ons zilveren feest. Nu, dan mag het wel eens een beetje extra zijn. Dan blijft er, denk ik, geen enkel lid van onzen Bond aan 't spinnewiel. Dan gaan we, als God ons welstand geeft, allemaal naar Utrecht Als er dan maar een zaal in Utrecht is, die ons bergen kan ! Maar de groote zaal van Tivoli kan er nog al wat hebben. En anders gaan we maar naar Amsterdam. Daar hebben zij, geloof ik, zoo iets dat zij „'t Stadion" noemen. Hoeveel menschen daar wel in kunnen, weet ik niet. Maar dat zal vast wel niet te klein voor ons zijn.
Nu dit jaar doen we 't echter nog maar in Utrecht. En zooals ge wel gemerkt zult hebben, keeren we van het Vreeburg weer terug naar de Mariaplaats. Nu, aan de ééne zijde heb ik daar als Penningmeester wel een beetje schik van. Ge moet n.l. weten dat het daar op de Mariaplaats heel wat goedkooper wonen is dan in het Jaarbeursgebouw. 'Dat scheelt mij dadelijk al 'n paar tientjes en die kan ik tegenwoordig maar wat best gebruiken, hoor ! Toch zouden wij daarom nog aan geen verhuizen gedacht hebben, want gezelligheid is ook wat waard. En wat dat betreft hebben mijn medebestuursleden niet veel medelijden met me. Ze zeggen altijd maar : Je moet maar zien dat het er komt. Dus 'k wil maar zeggen : voor de gezelligheid laten ze mij met de grootste gerustheid wat meer betalen. Nu, 'k moet ook zeggen : in 't Jaarbeursgebouw had ik 't altijd best naar m'n zin. Maar wat is dan wèl de reden dat we weer gaan verhuizen ? vraagt ge misschien. Wel, ge moet weten dat op Woensdag 9 April de zaal van 't Jaarbeursgebouw niet beschikbaar was. Dan hadden wij het moeten uitstellen tot Donderdag 10 April. Maar omdat ons vooral van de zijde onzer onderwijzers al eens meermalen verzocht is om de Jaarvergadering ook eens op Woensdag te houden, durfden wij dien vriendelijken drang niet langer weerstaan. En zoo hebben wij dus, om aan den wensch van een deel onzer leden tegemoet te komen, onzen Bondsdag op Woensdag gezet. Wij hopen nu maar dat vooral zij om wier wille wij den Woensdag gekozen hebben en die het dus eigenlijk op hun geweten hebben dat wij dit jaar niet in het Jaarbeursgebouw, maar wèl in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen vergaderen, toonen zullen dat zij ons streven waardeeren en dat met name onze Christelijke Onderwijzers niet door hun afwezigheid, maar wel door hun aanwezigheid schitteren zullen. Mij dunkt, daar staat een punt op de agenda, dat ook voor hen nog wel eenige bijzondere aantrekkelijkheid heeft. En nu hebt ge zeker tevens iets begrepen van dat nieuwe zusje of nichtje, waar ik het vóór enkele weken al eens over had. Ja hoor, daar is heusch „iets aan de hand". Als gij er meer van wilt weten, moet ge maar eens op de Jaarvergadering komen luisteren.
Maar behalve dit, staan er nog meer gewichtige punten op de agenda. We denken natuurlijk in de allereerste plaats aan het referaat dat op de morgenvergadering gehouden zal worden en waarvan dr. Severijn ditmaal de bewerker en de vertolker zal zijn. De naam van den spreker waarborgt ons dat de keuze van het Hoofdbestuur een goede is geweest en dat deze zaak aan goede handen is toevertrouwd. Neen, onze Doctor Theologiae zal zich heelemaal niet verbeelden dat hij in een vergadering van hooggeleerde of van hoogedelgeboren heeren staat. Gij zult eens hooren hoe hij zijn onderwerp ook op eenvoudige, voor ieder bevattelijke wijze weet te behandelen. Over zijn belangrijk en actueel onderwerp zal hij uit zijn schat zeker oude en nieuwe dingen naar voren brengen.
Maar behalve het referaat en de Kweekschool-kwestie komt er nog veel meer aan de orde. De afdeeling Haarlem wil eens een nootje gaan kraken met de Synode onzer Kerk, en ds. Lans zal ons een en ander van het „nichtje"-vertellen. Ook zal er weer periodieke Bestuursverkiezing zijn en 'k heb wel gemerkt dat ook mijn leven in dat opzicht weer aan een dunnen draad hangt. En ja, wat zal er nog meer aan de orde komen? Er zijn er altijd, die nog wel wat op hun hart hébben. En als het maar niet al te laat wordt, dan staat onze Voorzitter altijd op het standpunt : „Indien u 't hart tot spreken dringt, zoo spreek". Natuurlijk is er aan alles een grens en vooral aan 't eind van de vergadering moeten we altijd bedenken dat zelfs het geduld van onzen Voorzitter niet. onuitputtelijk is. We moeten het dus ook niet al te lang maken, en vooral als wij merken dat de vergadering begint te verloopen is het beter dat we ons kruit droog houden, dan dat we 't nutteloos gaan verschieten.
Maar kom, laat ik nu eerst het „laatje" eens openen en u laten zien wat ik de twee laatste weken ontving.
Gouderak, van den kerkeraad aldaar een collecte van ƒ31.60 bij een spreekbeurt vervuld door ds. Van Wijngaarden.
Haarlem, van den heer G. Bloemers, Penningmeester der afdeeling aldaar, een collecte van ƒ 25.— bij een spreekbeurt vervuld door ds. Van der Snoek, benevens nog ƒ 1.—, gevonden in de collecte van een gewone beurt, vervuld door ds. P. J. Steenbeek.
Delfshaven, van den heer M. Rodenburg een nagift op de collecte van de lezing van ds. Holland, door tusschenkomst van A. H. V. B. van ƒ 1.50, en later nog een dergelijke nagift van ƒ5, —. Ook werd mij verzocht mede te deelen dat deze lezing van ds. H. niet te Rotterdam, maar wél te Delfshaven gehouden werd. Zooals ge weet, is dat wel burgerlijk, maar niet kerkelijk 't zelfde.
Baarn, van ds. Kievit een collecte van ƒ53.85 bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Van de Graaf, van Nijkerk.
Utrecht, van den Penningmeester der afdeeling W. Slob nog een restant-contributie over 1929, zijnde een bedrag van ƒ20.88.
Noordelóos, van N. N. een gift uit dankbaarheid van ƒ2.50.
KralingscheVeer van H. S. een bedrag van ƒ 50.—, zijnde een gift van ƒ 30.— voor het Studiefonds en ƒ20.— voor het Leerstoelfonds.
Amersfoort, van ds. Van den Berg een gift van ƒ 2.50 voor het Studiefonds, gecollecteerd in den bidstond voor 't gewas.
Feijenoórd, van den heer Jb. Bot een bedrag van ƒ3.50, zijnde door bemiddeling van ds. Kijftenbelt ontvangen van N.N. een gift van ƒ2.50 voor het Studiefonds en van N.N. een gift van ƒ 1.— voor het Leerstoelfonds.
Charlois, van ds. Koolhaas een collecte bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Van Dorp, van HONDERD VIJF EN TWINTIG GULDEN (ƒ125.-).
Charlois heeft zich dus kranig gehouden. Ach ja, als er maar een dominé is, aan wien de leiding van onze zaak toevertrouwd is.
VIaardingen, van ds. Heijer uit het busje van den heer Sondorp een bedrag van ƒ 1.—.
's-Gravenhage, van ds. Bieshaar een gerestitueerde collecte uit Otterlo van een spreekbeurt die aldaar vervuld werd door ds. Bouthoorn, van Putten, zijnde een bedrag van ƒ25.—. Bij vergissing hadden de broeders deze collecte naar Den Haag gezonden. Gelukkig voor mij, dat dergelijke vergissingen, die immers menschelijk zijn, nog maar weer zijn te herstellen.
Vlaardingen, van den Penningmeester der afdeeling P. van den Berg een collecte bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Lammerink, van ƒ24.42, en van den heer C. Brouwer een gift aan postzegels tot een waarde van ƒ 1.02, van iemand die het Propagandaboek gelezen had.
Alphen a. d. Rijn van de Penningmeester der afdeeling G; Verhagen een collecte bij een spreekbeurt, vervuld door ds. Bartlema van ƒ 21.15, een nagift van mej. L. van ƒ 1.—, een gift van N.N. te Woubrugge voor 't Propagandaboek van ƒ 1.50 en uit busje no. 110 een bedrag van ƒ8.—. Samen een bedrag van ƒ31.65.
Schiedam, van mej. de Groot van de fam. de G. en van eenige kennissen een bedrag van ƒ2.50.
Hattem, van mevr. V. een gift van ƒ 2.50 voor het Studiefonds.
Putten, van ds. v. Amstel een gift van ƒ 1.— voor het Studiefonds, gevonden in de collecte voor het bedanken voor het beroep naar Linschoten.
Zegveld, van den heer C. Bardelmeijer uit busje 20, maand Maart, een bedrag van ƒ2.83.
Koog a. d. Zaan, van den heer J.H., Bastmeijer de contributie lidmaatschap 1930 een bedrag van ƒ2.—.
Dergelijke contributies zijn mij natuurlijk wel welkom, want ik sla in den regel niets af als zekere diertjes, die het je vooral 's zomers wel eens lastig kunnen maken, maar ik heb toch liever, in het belang van de Administratie, dat men met het betalen van zijn contributie wacht tot er over eenigen tijd over beschikt wordt. Maar nog eens : wil men het mij bepaald toezenden, ik heb 't liever zóó dan heelemaal niet.
Nu, hierbij laat ik het deze week. Ik hoop 'n heelen boel van mijn lezers op de jaarvergadering te ontmoeten en als gij een kleinigheidje voor mij wilt meebrengen, gij behoeft er u niets voor te schamen om mij aan mijn jas te trekken, 'k Zal een grooten zak meebrengen. Wees dus maar niet bang dat ik 't niet bergen kan.
De volgende week moeten wij 't noodig eens over de Paaschcollcte hebben.
Dat wordt ook meer dan tijd.
O ja, 'k zou haast vergeten om van al mijn kleintjes dezen keer één groote te maken. Even optellen dus !
Een eindbedrag van
f 416.25
waarvoor ik weer zeer erkentelijk ben en mijn hartelijken dank betuig.
De Penningmeester
Veenendaal.
Ds. M. JONGEBREUR.
POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :
Ie. Aartje Boere, Putten, postz., theelood en zilverpapier ;
2e. N. A. van Ooijen, Aalst, caps., postz. en zilverpapier ;
3e. M. Reitsma, Exmorra, postzegels en zilverpapier ;
4e. Mevr. van der Veen, Oude Pekela, capsules, postzegels en zilverpapier, verzameld door de Zondagsschoolkinderen der Ned. Herv. Evangelisatie ;
5e. de kinderen van 't Verlaat, Hardinxveld, een groote doos zilverpapier, benevens 322 halve centen, ƒ1.— en 2 kw.
Dat is mooi zoo, dat zet nog weer eens goed aan in dezen slappen tijd.
6e. Johanna en Piet van Rees, Amersfoort, zilverpapier en postzegels.
Laatstgenoemde vroeg mij, of postzegels, capsules, enz., apart gehouden moesten worden. Nu, wat graag natuurlijk, want anders neemt mijn afnemer het niet aan en moet ik dan zelf het eerst uitzoeken, en dit geeft een heeleboel werk.
De meeste pakjes die ik ontvang zijn echter keurig uitgezocht en gesorteerd, waar ik hun allen dan ook recht dankbaar voor ben, want het bespaart mij veel tijd en moeite.
Dus allen verzoek ik, als het kan, niet de dingen door elkaar te doen, maar afzonderlijk te houden.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mejufir. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's