De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

't Kan 's zomers zoo benauwend stil zijn in de natuur. Geen blad beweegt zich dan in heel de schepping. Maar 't is een stilte die een storm voorafgaat. Eensklaps toch doet God dan soms den wind uit Zijne schatkameren voortkomen en weldra is de ademlooze stilte verstoord en terwijl de boomen geschud worden en de takken kraken, weet mensch en beest zich vaak niet te bergen voor den plots opgekomen storm.
Aan zoo'n benauwende stilte werd ik in het begin van deze week herinnerd. Geen blaadje bewoog zich in mijn financiëelen hof. 't Was ochtend aan ochtend doodelijk stil. Een enkele postwissel die een oogenblik een blaadje heel even deed trillen, maar dan was het weer uit en deed de post net alsof ik hier niet meer woonde. Niets, niets en nog eens niets. Ik dacht : dat is de stilte die de Paaschcollecte voorafgaat.
Gelukkig is het, zóoals ge straks merken zult, in 't laatst nog een beetje anders geworden en kwamen er èn uit het Noorden èn uit het Westen zelfs nog een paar tamelijk krachtige windstooten die mijn brievenbus voor een oogenblik op zijn grondvesten deden schudden, maar over het algemeen was het stil en nog weer eens stil en nog weer eens stil.
Nu kan zoo'n stilte ook alweer zijn goede zijde hebben, 'k Moest n.l. mijn verslag nog samenstellen voor de Jaarvergadering, die als dit nummer van ons blad verschijnt, alweer tot het verleden behoort, en daarvoor bood deze algeheele windstilte mij nu een welkome gelegenheid. Ik ben dus met de gegevens die onze administrateur mij verstrekt had, aan het cijferen geweest Jongen, jongen, 'k wist niet dat ik nog zoo rekenen kon. 'k Herinner me nog best dat ik vroeger in de wiskunde nooit een bolleboos was, en dat ik al heel blij was als ik er zoo net even voldoende voor haalde, maar 'k geloof dat ik er nu vast het hoogste cijfer voor kreeg. Nee maar dat is me een optellen en een aftrekken geweest en dat niet met honderden maar met duizenden tegelijk. Maar, al zeg ik het zelf, 'k heb het nu goed in orde hoor en kan er morgen in Utrecht mee voor 't front komen. En dank zij de uitnemende hulp van mijn Secretaris-Generaal, — die is nu eenmaal voor lederen Minister onmisbaar — komt mijn rekening op een halve cent uit. Gij moogt mij dus gerust komen narekenen, en als ze soms morgen een ander voor mij kiezen, kan deze Donderdag de heele nalatenschap aanvaarden. Maar misschien dat ze mij nog wel weer inhuren. Nu, dan wil ik ook best nog een poosje blijven. Want ik behoef mijn werk nog heelemaal niet zuchtende te doen.
Maar nu zoudt gij van mijn rekening zeker ook wel eens iets willen weten hè. Nu, als gij morgen op de vergadering komt weet gij het, als ons blad uitkomt, al wel. Maar anders wil ik u nu wel vertellen dat het weer „Excelsior" is. Ja we hebben aan ontvangsten dit jaar weer ƒ 3253.80 meer dan het vorige jaar, en ons kapitaal is wel ƒ6705.87 vooruitgegaan en wel mede door het legaat van ƒ4000.— dat we dit jaar gekregen hebben, zoodat het niet veel meer scheelt of we hebben nu anderhalve ton. Ja dat is een aardig sommetje dat ge om 't andere huis niet vinden zult. Maar 't  lijkt toch meer dan het i s, vooral bij de groote uitgaven die we hebben. Denk maar eens even in dat het Studiefonds dit jaar alléén aan studeerenden heeft uitgegeven een bedrag van meer dan ƒ 20.000.—. Ja, die kleinste van me, daar ben ik wel eens bezorgd voor, want daar is werkelijk geen geld bijhalen aan. Zij kwam dit jaar dan ook maar liefst ƒ 1500.— te kort. Als ze haar oudere zuster niet gehad had dan had ik werkelijk niet geweten hoe het had moeten gaan. Maar dat „leentjebuur spelen" daar komt toch ook eenmaal een einde aan. Dus die kleine m o e t er nog wat bij hebben hoor ! En daar komt nu weldra weer een prachtgelegenheid voor. Als gij goed luistert dan hoort ge in de verte de Paaschklokken al. De circulaires voor de Paaschcollecte zijn dan ook al verzonden en ik hoop nu maar dat niet een van onze Kerkeraden deze voor kennisgeving zal aannemen. Kom, nu niet zeggen, hoor, we hébben pas een spreekbeurt gehad, en nu ook niet zeggen : we hebben al zooveel te geven, pas hiervoor of pas daarvoor gecollecteerd ! Paschen is het feest van het Woord, het feest van het levende Woord, het feest van den levenden Verlosser die voor Zijn gemeente het leven verwierf. Op dat feest moet het de gemeente te doen zijn om de heerschappij van dat Woord. Daarom moet het al onze gemeenten een eere zijn om iets te doen voor de verbreiding van die Waarheid waarin dat levende Woord zich openbaart. Er mag dus geen enkele Gereformeerde gemeente zijn waar op Paschen niet voor onze Fondsen wordt gecollecteerd. En als het in de kerk niet kan, dan maar persoonlijk de hand aan den ploeg geslagen ! Het vorig jaar is dat op verschillende plaatsen, vooral in enkele steden op uitnemende wijze geschied.
En uit een circulaire die we ontvingen uit Rotterdam bleek tot onze groote blijdschap dat men daar al bezig is om alle hens aan dek te brengen. Hulde aan Rotterdam dat met zijn voorsteden nu vast het groote bedrag van verleden jaar nog te boven zal gaan. Is men in Utrecht, Amsterdam en Den Haag ook al aan 't werk ? Kom laat er ook tusschen onze steden maar eens een geheiligde wedijver zijn !
En ook op dorpen waar van den Kerkeraad in dezen niets is te wachten zijn er misschien wel eenige wakkere mannen die er zich voor willen spannen. Al zijn het allemaal geen groote bedragen, de kleintjes doen ook mee. Als ieder die het goed met onzen Bond en met onze Kerk meent maar wat doet, dan zult ge eens zien wat een bedrag ons Gereformeerde volk op Paschen kan samenbrengen. De Paaschcollecte van 1929 bracht ƒ2609.35 meer op dan die van 1928. Als we nu in 1930 nog weer eens zooveel hooger konden komen dan was ik best tevree en dan was er eenige kans dat ons Studiefonds eens wat van zijn schuld zou kunnen afdoen. Komt, vrienden en vriendinnen van onzen Bond, laat ons nu niet traag zijn in het benaarstigen, maar laat ons ook in dezen vurig zijn van geest en laat het ons een eere zijn om ook hierin Hem te dienen Wiens heele leven een leven van dienende liefde was.
Gij merkt wel : ik verwacht dat de windstilte van deze week zal gevolgd worden door een geweldigen storm. Laat daartoe ons aller bede maar zijn de bede der Bruid : „Ontwaak, Noordenwind en kom gij Zuidenwind, doorwaai mijnen hof, dat zijne specerijen uitvloeien."
Misschien mag ik al als voorboden beschouwen de ritselingen waardoor de stilte van het begin in 't laatst dezer week al eenigermate verstoord werd. Als ik het „laatje" opendoe zijt gij het misschien wel met mij eens dat ik weer heelemaal niet klagen mag.
Hoogeveen, afgezonden door ds. Meijer, een collecte van
HONDERD ACHT GULDEN EN ZESTIEN CENTS
(ƒ 108.16) bij een spreekbeurt die vervuld werd door dr. Severijn, van Dordrecht, benevens nog een gift voor het Studiefonds van ƒ2.50, dus samen een bedrag van ƒ110.66. De Noordenwind is dus al wakker en waarlijk, uit het Westen komt ter elfder ure een ongeveer gelijk bedrag.
Kralingen, afgezonden door ds. Pott eene collecte van
HONDERD TIEN GULDEN EN VIJF EN VEERTIG CENTS
(ƒ110.45), bij een spreekbeurt door Z.Ew. in eigen gemeente vervuld. Dat is dus, hoor ik u zeggen, nog zoo slecht niet, tweemaal na elkaar de vette letters. En 'k moet ook zeggen dat het in 't laatst van de week best terecht is gekomen. Klagen doe ik dan ook heelemaal niet, hoor !
Verder ontving ik nog uit
's-Gravenhage, van ds. van Dorp een gift van ƒ 2.50 voor het Studiefonds van mej. N. N.
Slikkerveer, van den heer P. van Beek uit busje 206 verzameld door zijn kinderen een bedrag van ƒ 10.50. Dit kinderbusje is ook een der vruchtbaarste busjes die in omloop zijn. Zijn er niet meer kinderen die aan deze Slikkerveersche kinderen een voorbeeld willen nemen ? Wie de ƒ 100.— vol heeft, al wordt het niet allemaal tegelijk opgezonden mag het mij berichten en dan zal ik eens zien of er nog een souvenirtje op overschiet.
Feijenoord, van den heer A. A. de Vlieger, penningmeester der afdeeling, een collecte bij een spreekbeurt die aldaar vervuld werd door ds. Pott, zijnde een bedrag van ƒ21.50 met ƒ5.— voor de Bondskas, maakt dus samen ƒ26.50.
Charlois, van ds. Koolhaas ƒ 1.—, voor het Studiefonds, gevonden in de collecte van de bijbellezing op 2 April 1.1.
Zeist, van ds. Bartlema van een zuster der gemeente ontvangen ƒ5.— ; door een ouderling ontvangen ƒ 1.— ; van een catechis. deel van eerste verdienste ƒ 1.— ; van een broeder der gemeente ƒ5.— ; van een gcmeentelid uit dankbaarheid voor het bedanken voor het beroep naar Dordrecht ƒ 25.— ; van een catechisant om dezelfde reden ƒ 1.— ; van een zuster der gemeente oin dezelfde reden ƒ 2.— ; van N. N. eveneens om dezelfde reden ƒ2.50. Alles samen een bedrag van ƒ42.50. Voor mijn part krijgt ds. Bartlema nog maar enkele beroepen.
Alphen a.d. Rijn, van den heer P. S. ƒ1.— contributie over 1930.
Veenendaal van N. N. een dankoffer van ƒ5.—.
In totaal heb ik dus weer een bedrag van
f 310.11 waarvoor ik alle gevers en geefsters wel weer hartelijk danken mag.

De Penningmeester,
Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's