De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Men had op „Unia-State" altijd wel vleesch in de kuip gehad en wel meel en erwten en boonen in huis om zooveel te koken en te bakken als men verkoos, maar nu moest dat eens regel worden ! Tóén kon het niet anders vanwege het oorlogsgevaar en den dreigenden hongersnood, maar in 't gewone leven zullen ze van hem en zijn eigendom afblijven. Geen mensch, die ook maar iets over het zijne te zeggen heeft, en dominé Randwijk moet hem de eerste dagen niet tegen komen I Hij is geen lidmaat en Ook geen trouw kerkganger, zoodat hij van dien kant niets heeft in te brengen. Maar een dominé moet zich niet inlaten met het werkvolk, en als hij het doet, moet hij maar afwachten wat hij krijgt. Zooals het spreekwoord zegt": „wie kaatst, moet den bal verwachten".
Zoo mijmerde Burenga, terwijl hij al maar aan de volle uiers trok en de lauwe melk schuimend in de gladgeschuurde koperen emmers spoot. Soms keek de bonte met zijn domme oogen hem verwonderd aan, alsof zij zeggen wilde : , , wat scheelt er toch aan, en waartoe die noodelooze pijn" ; en een enkele maal trok zij met geweld aan een der saamgebonden pooten, zoodat het weinig gescheeld had of de heele voorraad melk was in het gras terecht gekomen, maar toen ontving zij daarvoor een geweldigen stoot in de lendenen, waardoor het haar verstandiger voorkwam, maar stil te blijven staan tot de touwen weer  werden losgemaakt. Aan de broodtafel herhaalde zich evenwel het gesprek. Toen het melken was afgeloopen en elk naar binnen ging, lag op de plaats, waar hij gewoon was te zitten, de post, zooals die elken morgen om dezen tijd bezorgd werd. „De Leeuwarder", een landbouwcourant met verschillende opgaven van een zelf-drinkwaterleiding ; een bede om hulp voor een. t.b.c.-patient met ingesloten postwisselformulier, en een brief van de Inspectie der Rijksinkomstenbelasting. De laatste werd het eerst geopend. Met gefronste wenkbrauwen werden de regels vluchtig gelezen. Kort en goed, zonder omwegen een oproeping om op een bepaalden dag en uur zijn gedane aangifte voor de belasting ten kantore van de Inspectie nader te komen toelichten.
Nu is in den gewonen regel een belastingbiljet nimmer een bizonder geschikt middel om iemand, die slecht gehumeurd is, in betere conditie te brengen, doch allerminst een dergelijke oproeping, waaruit eenerzijids het wantrouwen spreekt in de verstrekte gegevens en anderzijds de noodzakelijkheid wordt opgelegd om aan vreemden te gaan vertellen, hoeveel er ontvangen en uitgegeven is, en hoe groot dus ten slotte de winst of het verlies is geweest. Bij Burenga kwam zij evenwel al zeer slecht van pas. Driftig werd het papier de tafel overgeworpen, zoodat het bijna in het theekopje van de meid terecht kwam, en vrouw Burenga zoo verstandig was het stil op te vouwen, na met haar zakdoek de theeplekken te hebben afgewischt en het in de diepe tafella op te bergen. Maar daar is de zaak nog niet mee af. Burenga is nu eenmaal uit zijn gewone doen, en dan vraagt hij ook niet of hetgeen gezegd wordt, verstandig is en overeenkomt met zijn waardigheid als patroon.
Daar is dus weer zoo een, die zich met zijn doen bemoeien wil. Die den moed heeft te eischen, alles voor hem bloot te leggen. Hoeveel een vorig jaar voor de boter en de melk verkregen werd, en tegen welke prijzen de koeien zijn verkocht, en wat de eendenkooi heeft opgebracht, en hoe groot het saldo van de vetweiderij is geweest, en wat de bouw heeft opgeleverd, te veel om op te noemen. Ailsof 't alles klinkklare winst geweest is, en er ook niet enorm veel afging aan werkloon, aan zaaikoren, aan kunstmest, aan krachtvoer, aan werktuigen, aan slijtage, aan afschrijving, aan — noem maar op, d'r komt bijna geen eind. En dan ook nog niet door dat ambtenarendom geloofd ! Uilskuikens zijn het. Nergens anders om te doen dan hun eigen zak te spekken. Wat heeft hij laatst ook weer in de krant gelezen ? Op zeven of acht inwoners van Nederland, één ambtenaar. En vanzelf, altemaal menschen met vaste tractementen. Geen wonder, dat ons land naar den kelder gaat ! Dat de eene minister na den andere er verlegen mee wordt en er vandoor gaat, en dat heel de Regeering met de handen in het haar zit. Een bende is het, een dievenbende en anders niets !
„Je moogt 'r wel om denken, hoor vrouw, wat je voortaan doet, want dominé heeft gezegd dat wij in het vervolg alles met het volk moeten overleggen. Ik met de knechten en de Arbeiders, en jij dus met de meiden en werkvrouwen".
„Heeft dominé dat gezegd ? Wie vertelt dat ?
„Jetze. Dat is zijn preek gisteravond .geweest in de herberg bij Stevens".
„Neen, dat is niet waar ; zoó heb ik het niet gezegd" — antwoordt Jetze op kalmen toon.
„Dat is wèl waar ; je hebt gezegd, dat er gisteravond besloten is op voorstel van dominé tot gemeenschappelijke samenwerking tusschen boeren en arbeiders, of welke mooie woorden jullui daar dan ook voor gebruiken wilt".
„Juist; maar dat wil niet zeggen, dat er één arbeider zoo dwaas zal wezen om zijn werkgever de wet voor te schrijven, of zich met zijn doen te bemoeien".

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's