FINANCIËN
Het Paaschfeest is weer voorbij, maar, zooals te begrijpen is, de Paaschcollecten zijn, op een enkele uitzondering na, nog niet binnen. De meeste zullen nog wel niet geteld zijn. In den regel doet men dat niet op Zondag. Nu, dat is maar goed ook. Er zijn wel gemeenten, waar men wèl gewoon is de collecten op Zondag te tellen, 'k Heb het wel eens meegemaakt dat de broeders na de preek nauwelijks in de kerkekamer waren of de „centen" lagen al op tafel. En dan eerst wat graaien of er ook dubbeltjes of kwartjes tusschen zaten, en dan aan 't maken van rijtjes van tien of vijf, enz. enz. Dat zooiets nu een erg hartverheffenden indruk op mij maakte, kan ik niet zeggen. Neen, ik houd er heelemaal niet van om ook op Zondag de mug uit te zijgen en den kemel door te zwelgen, maar zoo iets, vind ik, kan toch best wachten tot Maandag of Dinsdag. Ik denk dan ook, dat men dat in de meeste van onze gemeenten wel doet. Daarom verwondert het mij heelemaal niet dat ik nog geen enkele echte Paaschcollecte ontving. De eenige die ik al heb, schijnt 's weeks vóór Paschen al gehouden te zijn. Dus dat is eigenlijk een „onechte", maar die mij daarom toch niet minder welkom was en die ik dan ook maar dadelijk „geëcht" heb. Zelfs die van 't Veen heb ik nog niet ontvangen, 'k Kon me best begrijpen dat de broeders niet veel lust hadden om op tweeden Paaschdag hun vingers blauw te tellen. Gij zult dus nog een week geduld moeten hebben eer gij weet hoe zij het er hier ditmaal afgebracht hebben. Ik ben er zelf ook wel nieuwsgierig naar. Ik hoop maar dat er een heele boel zijn die heel wat hooger zijn.
Ja, de volgende week zal ik wel een heel stuk van , , De Waarheidsvriend" noodig hebben. Daarom zal ik deze week maar eens met een heel bescheiden plaatsje tevreden zijn. Eerlijk gezegd, staat mijn hoofd, zoo aanstonds na de Paaschdrukte, er ook niet zoo heel erg toe om een lang stuk te schrijven. 'k Mag ditmaal dus wel eens kort zijn. Iemand, die het nog al aardig goed met mij meent, wou zelfs hebben dat ik deze week maar heelemaal niet zou schrijven. 'kHad, meende ze, wel een weekje vacantie verdiend. Maar in de Paaschweek heelemaal niets van me laten hooren, dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Had ik nu heelemaal niets in „'t laatje" gehad, dan was het nog wat anders geweest en had ik misschien wel met een „de Penningmeester is ditmaal verhinderd" volstaan. Maar ik kan u nog wel een en ander laten zien. Hier hebt gij het al :
Kamperveen, van ds. Terlouw de opbrengst van zijn catechisatiebus, voor ieder der fondsen ƒ2.50, dus samen een bedrag van ƒ 5.—.
Delft, van den heer J. Hordijk, de contributie van de maandleden, ƒ4.60.
Wageningen, van ds. Van der Wal een bijdrage voor het Studiefonds van zijn lidmaten-catechisatie van de afdeeling A. een bedrag van ƒ 11.50, en later van de afdeeling B nog een bedrag van ƒ5.—; samen ƒ 16.50.
Meppel, van N-N. een gift voor het Studiefonds van ƒ 10.—, met den wensch er bij dat het met Paschen in mijn laatje maar goed „stormen" zou.
Maassluis, van N. N. een gift van ƒ 2.50.
Schraard, van ds. Van Dorssen een bedrag van ƒ 13.50 voor het Leerstoelfonds.
Kralingen, van ds. Pott voor het studiefonds ƒ2.— van A. en ƒ2.— van R. ; samen een bedrag van ƒ4.—.
's-Grevelduin-Capelle. Van hier ontving ik dan de eerste Paaschcollecte. Namens den Kerkeraad werd mij door den heer J. A. Verheijden als zoodanig toegezonden een bedrag van ƒ78.36. lic zou zoo zeggen, dat dit geen kwaad begin is. Ik ben er althans den Capellenaars hartelijk dankbaar voor.
Veenendaal, neen, nog geen Paaschcollecte, maar toch zoo'n soort voorloopertje er van. Door mijn collega ds. Van der Snoek werd n.l. in zijn brievenbus gevonden een bedrag van ƒ 65.— voor het Studiefonds, van iemand, die onbekend wenschte te blijven uit Geldersch-Veenendaal. Het spreekt wel vanzelf, dat zoowel de Secretaris als de Penningmeester met dit buitenkansje bijzonder in hun schik zijn en de(n) onbekende(n) gever of geefster er heel hartelijk voor dank zeggen.
Zeist, van ds. Bartlema van een zuster der gemeente uit dankbaarheid voor het bedanken voor het beroep naar Dordrecht een gift van ƒ 2.50.
Vlaardingen, van ds. Heijer een deel van een gift van ƒ 25.—, zijnde een bedrag van ƒ5.— voor het Studiefonds.
En hiermee ben ik uitgepraat, 't Is me heusch meegevallen. Ik had gedacht dat het wel een slap weekje zou zijn, en nu heb ik werkelijk nog meer dan de vorige week. Mijn eindcijfer is
f 206.96,
waarvoor ik weer mijn hartelijken dank betuig in de hoop dat het de volgende week minstens 10 maal zooveel zal zijn.
De Penningmeester
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's