De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERSLAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERSLAG

van de 25ste Jaarvergadering van den Geref. Bond op Woensdag 9 April 1930

26 minuten leestijd

van de 25ste Jaarvergadering van den Geref. Bond op Woensdag 9 April 1930, gehooudcn in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te UTRECHT.
De middagvergadering, die zeer druk bezocht Is, wordt om kwart over twee geopend. De vergadering zingt Psalm 118 vs. 11, waarna ds. J. J. Timmer, van Ermelo, Op verzoek van den Voorzitter, voorgaat in het gebed.
De notulen van de vorige algemeene ledenvergadering worden niet voorgelezen, omdat het geheele verslag gestaan heeft in „De Waarheidsvriend" en nog te vinden is in „Ons Propagandaboek 1929".
Een schrijven is ingekomen van de afdeeling „Haarlem", waarin zij bericht dat er geen afgevaardigden kunnen komen ter jaarvergadering.
Aan den Secretaris, ds. N. v a n der Snoek, van Veenendaal, wordt de gelegenheid gegeven zijn jaarverslag voor te lezen. Het luidt aldus :

JAARVERSLAG VAN DEN SECRETARIS.
Met dankbaarheid mogen wij terugzien op het jaar dat voorbij is, het vier en twintigste levensjaar van onzen Bond. Niet, dat er van eene ingrijpende actie of van Kerk en volk schuddende gebeurtenissen gesproken kan worden. Rustig, maar toch met kracht, heeft onze Gereformeerde Bond het werk verricht, dat hij zich steeds voorstelde te doen. In woord en geschrift, vanaf den kansel en vanaf den katheder, in vereenigingszaal en leerkamer is de Waarheid verdedigd en verbreid in het midden van de Ned. Hervormde Kerk, met het doel voor oogen om mede daardoor te komen tot oprichting dier Kerk uit haar diepen val. Dit mocht onze Bond ook dit jaar blijven doen door den zegen des Heeren, Wiens genade ook hierin door ons te roemen is.
Het moet dan ook met dank worden opgemerkt dat hoe langer hoe meer de Gereformeerde Bond een eigen plaats inneemt in het midden van de Kerk. Hij staat in het kerkelijke leven niet meer aan den buitenkant. Er wordt wel degelijk met hem gerekend, ook in die kringen, waaruit wij vroeger niets dan smaad en hoon oogstten.
Dit viel al bijzonder op in dit jaar. Predikant-leden van het Hoofdbestuur, predikant-leden van den Bond hebben dit jaar keer op keer vergaderd met de voormannen van andere kerkelijke partijen, in hun orthodoxe nuanceeringen, met het doel om bij het vaste standpunt dat wij blijven innemen, elkander toch beter te begrijpen en de vraag onder de oogen te zien wat er gedaan kan worden om de Kerk, die w'ij lief hebben, uit het moeras te redden. Laat het zijn dat er voor ons van die samensprekingen nu onmiddellijk niet veel succes te boeken is, wij hadden de gelegenheid om de zaak, die wij voorstaan, te bepleiten. Dat bepleiten werd in het geheel niet uit de hoogte beantwoord. Onze zaak, waarvan wij gelooven dat zij eene zaak des Heeren is, dwingt eerbied af in de kringen van anderen, die op hunne wijze de Kerk uit hare ellende willen bevrijden.
Het is dan ook meer dan eens uitgesproken dat het reorganisatie-ontwerp, dat in de bijzondere Synode van dit jaar is aangeboden, vooral is tot stand gekomen door het streven van den Gereformeerden Bond, doordat voortdurend de belijdeniskwestie door ,,De Waarheidsvriend" is naar voren gebracht, door het steeds slaan op hetzelfde aanbeeld, dat de Kerk hare belijdenis heeft te handhaven, dat de Kerk des Heeren een belijdende moet zijn. Niet dat dit ontwerp alle onze wenschen omvatte. Maar 't zou bij aanneming vele stappen vooruit gegeven hebben op een weg, waarop voor ons het einddoel ligt.
't Is hierbij waard te vermelden, dat onze Voorzitter door de Synode zelf in de Commissie is benoemd, om met vier anderen een ontwerp tot reglementsherziening tot stand te brengen. Wij weten wel dat hij in die Commissie niet zitting had als Voorzitter van den Bond qualitate qua. Er is ook niet het minste officieel contact geweest tusschen die Commissie en 't Hoofdbestuur. Maar wij weten evenzeer dat als de Voorzitter den Gereformeerden Bond niet achter zich had, die Commissie er toch wel anders had uitgezien. Wat de Gereformeerde Bond geworden is, is hij onder den zegen Gods vooral door onzen Voorzitter geworden. Maar wat de Voorzitter geworden is, dat is hij vooral geworden door den Gereformeerden Bond 'k Meende deze dingen in mijn jaarverslag niet te mogen verzwijgen, nogmaals, niet omdat er voor ons zooveel succes uit voortgevloeid is. Ach neen. Het ontwerp van reorganisatie is reeds bij eerste instantie opzij gezet. De Kerk heeft er zich niet eens over mogen uitspreken. Maar geestelijke winst is toch wel te boeken. Heel deze zaak heeft ons moed gegeven. Zij roept ons, leden van den Gereformeerden Bond, toe : „gaat voort op den ingeslagen weg". Waarlijk, onze zaak staat er zoo hopeloos niet voor, zooals wt; ons misschien vroeger wel hebben wijsgemaakt. Het is practisch nog zoo onmogelijk niet hetgeen wij wenschen.
Wij moeten hierbij niet vergeten, dat wij in vergelijking met de andere groepen slechts een kleine groep vormen. En div kleine groep is bovendien nog verdeeld. Maar wat wij zijn, zijn wij door onze organisatie. Daarin ligt onder den zegen des Heeren onze eenheid en onze kracht. Als er b.v. predikanten zijn, zooals er zijn, die zeggen : ik verbreid en verdedig elken dag de Waarheid, maar daarom behoef ik nog geen lid van den Bond te worden, dan hebben zij maar voor een gedeelte gelijk, en daarom ongelijk. De groote beteekenis van een goede organisatie verliezen zij geheel uit het oog. Waarom kunnen alle Gereformeerd Hervormden zich niet in onzen Bond vereenigen ? Moet men zich dan heel z'n leven lang door persoonlijke sympathieën en antipathieën laten leiden ? Prof. Visscher zeide eens : Als vier mannen een zwaren balk dragen, is het ongerechtigheid als er één onder uitloopt. Het Bondsjaar dat voorbij is geeft ons moed om voort te gaan, maar legt ons ook den eisch voor : Versterk uwe gelederen ! Maak uw organisatie vast ! Zoodat gij als eene steeds hechtere éénheid optreedt, om als leden van den Gereformeerden Bond, gesteund door ons lijfblad „De Waarheidsvriend", en steunende datzelfde blad, ons het Evangelie van Jezus Christus niet te schamen in het midden van de Kerk, die de Heere met Zijn Geest nog niet verliet.
Als ik nu in mijn verslag meer in bijzonderheden treed, kan ik mededeelen dat het Hoofdbestuur dit jaar acht keeren vergaderde. De notulen dier vergaderingen wijzen aan dat de zaak van een Hervormde Kweekschool op Gereformeerden grondslag gedurig het onderwerp was van besluiten en breede besprekingen. Straks zal de vergadering hare meening hierover kunnen zeggen. Reeds gedurende vele jaren heeft het Hoofdbestuur de noodzakelijkheid van zulk een Kweekschool ingezien, heeft er ook telkens stappen voor gedaan. De actie stuitte telkens af op de groote financieele moeiten. Die moeiten zijn niet verminderd. Maar wij hopen, dat ook hierin eendracht macht maakt. Toen verleden jaar eene Vereeniging van Gereformeerd-Hervormde mannen, onder leiding van ds. Van den Berg, van Amersfoort, tot ons Bestuur kwam met het verzoek twee leden van 't Hoofdbestuur in haar bestuur te doen zitting nemen, om zoodoende te komen tot het oprichten van een gewenschte Kweekschool, is door onderzoek de noodzakelijkheid gebleken dat de Bond zelf de zaak in handen nam, terwijl het reeds gevormde bestuur van genoemde Vereeniging gevoegelijk de Commissie zou kunnen uitmaken die de zaken der Kweekschool behartigde. Zooals er dus reeds eene Evangelisatie-Commissie is, van den Bond uitgaande, zoo zou er nu ook een Kweekschool-Commissie komen. Met 't bestuur van de Vereeniging, die onder de leiding staat van ds. Van den Berg, zijn met goeden uitslag in die lijn besprekingen gehouden.
In elke vergadering maakte ook het Studiefonds het voorwerp uit van de zorgen van het Hoofdbestuur. Wel vergaderde de Commissie van het Studiefonds, bestaande uit de heeren ds. Goslinga, ds. Batelaan en ds. Jongebreur, telkens afzonderlijk. Maar zij moest toch ook weer met hare voorstellen komen op de breede vergadering. Het aantal der gesteunden bleef variëeren tusschen de 40 en 50, welk getal van boven afvloeide door hen die tot het ambt van Evangeliedienaar kwamen, en vaa onder af gevoed werd door gymnasiasten en studenten, die hun wensch aan de Commissie te kennen gaven en naar wier capaciteiten onderzoek werd ingesteld. Met dank aan God mogen wij zeker zien op het werk van het Studiefonds. Daarin ligt reeds een zegen van den Koning der Kerk. Laat ons wenschen en bidden dat die zegen zich vermenigvuldige. Het kan niet anders of dit zal aan de Kerk ten goede komen. Het zal ook de organisatie van onzen Bond en haar actie sterken. Natuurlijk blijven ook de teleurstellingen niet uit. Bedroevend is het, als, zooals geschied is, een predikant, die niet karig was gesteund door gelden die uit den kring van den Bond zijn saamgebracht, openlijk den Gereformeerden Bond den rug toekeert en zich voegt bij een kring, die nog altijd uit felle bestrijders van den Bond bestaat. En als dan zulk een predikant, gewezen zijnde op een artikel van het Reglement op het Studiefonds, waarin sprake is-, van restituëering van de genoten ondersteuning, met een hooghartig antwoord er zich; van af wil maken, is dit alles ten zeerste te betreuren. Wij noemen geen n a a m, , maar noemen wél 't geval, met den wensch dat het zich bij een enkel bepale.
Wij zijn zeer erkentelijk voor den arbeid, door prof. dr. H. Visscher aan de Rijksuniversiteit verricht vanwege het Leerstoelfonds. ZH.Gel. gaf ons ook over den afgeloopen cursus een belangrijk verslag van zijn onderwijs in de Gereformeerde wereld-en levensbeschouwing en van de belangstelling dergenen, voor wie dit onderwijs diende, een verslag dat gij in „De Waarheidsvriend" hebt kunnen lezen.
Van het werk van de Evangelisatie-Commissie zult u straks hooren.
Het aantal lezers van „De Waarheidsvriend" is ongeveer hetzelfde gebleven. Dit wil wel wat zeggen, als wij bedenken dat ons blad bestookt wordt uit een kring, die zijn sterkte en 'z'n uitbreiding vooral zoekt te verkrijgen uit onze menschen. Wij zijn daarbij nog niet achteruitgegaan. En wij gelooven dat wij ook dezen storm weer te boven zijn en dat „De Waarheidsvriend" voort moet gaan in dezelfde lijn, waarin hijzïich bewogen heeft vanaf het jaar 1909. Wij mogen ongetwijfeld hulde brengen aan onzen Hoofdredacteur, die van week tot week zeer veel zorg aan ons lijfblad besteedt. Wij brengen dank aan alle medewerkers, aan alle predikanten die hunne Stichtelijke Overdenkingen" gaven, ook niet te vergeten aan onzen Penningmeester, die op zulk een waardige wijze de plaats heeft ingenomen van wijlen den heer J. C. Fliéhe. Dat het aantal abonnees is gelijk gebleven, is mede te danken aan de actie van onzen ijverigen Administrateur, den heer Middelhoven, en aan de correcte wijze waarop de Maassluissche Drukkerij haar werk verricht.
in menige kerk, in menige vergaderzaal is in den winter, die achter ons ligt, de zaak van den Gereformeerden Bond bepleit en zijn de fondsen aanbevolen en is op het lezen van „De Waarheidsvriend" aangedrongen. Wij danken de sprekers, die zich daartoe bereid getoond hebben.
Ten slotte vermeld ik een jubileum uit ons verloopen Bondsjaar, dat onder ons zeiden voorkomt. Immers de predikant-leden van onzen Bond verhuizen zoo vaak : iets, dat misschien niet altijd tot zegen is van de gemeente, die zij een korten tijd dien den. Er zijn tenminste wel gemeenten, waar den te vaak zich gedrongen gevoelt Psalm 121, het laatste vers, den scheidenden leeraar toe te zingen. U begrijpt waar ik heen wil. Onze Penningmeester diende een paar jaren de gemeente van Jaarsveld, daarna 25 jaren die van Veenendaal. Hoevelen zijn er onder ons die ook alzoo deden ? Hij heeft den stroom van beroepen zoolang getrotseerd, tot men den moed maar voorgoed heeft opgegeven. En Veenendaal is er niet slecht bij gevaren. Zij is een gemeente die onder de Bondsgemeenten er zijn mag. 'k Heb dat van nabij mogen bezien. Wij feliciteeren vanaf deze plaats nog gaarne onzen collega. En wij feliciteeren den Bond met zulk een stevigen Penningmeester, die, als hij z'n plaats weet, blijft staan waar hij staat.
'k Hoop, dat ik niet te veel van uw aandacht vergde. In een paar dingen mocht ik niet kort zijn, omdat zij de lijnen aangeven waarin zich onze Bondsactie beweegt.
Des Heeren zegen ruste voorts op al ons werk. Hij sta ons met Zijn genadige hulp terzijde. Hij doe ons niet naar onze zonde, naar al de gebreken die ons in onze actie aankleven. Hij geve ons en vermeerdere in ons den moed, de vrijmoedigheid van een Johannes den Dooper, die het kwaad onomwonden aanwees en daarbij alleen op het Lam alle aandacht vestigde. De Heere verleene en vermenigvuldige in ons ook den ootmoed van dien zelfden boetprediker, die het beleed : Ik ben niet waardig den riem van Zijne schoenen te ontbinden.

Daarna komt het VERSLAG VAN DEN PENNINGMEESTER
ds. M. Jongebreur, van Veenendaal. Het luidt aldus :
Het is thans reeds de derde maal dat ik hier sta op de plaats van een man, voor wiens persoon en werk wij allen nog steeds de grootste waardeering hebben, omdat wij allen overtuigd zijn ; dat hij voor onzen arbeid tot grooten zegen is geweest. De naam van onzen vriend Fliehe mag ook op deze derde jaarvergadering na zijn verscheiden niet verzwegen worden. Vooral op een vergadering als deze gedenken we nog steeds met groote liefde aan de breede plaats die hij onder ons innam en 't is meer dan piëteit jegens den ontslapene, wanneer ik herinner aan de ledige plaats die zijn sterven, nu ruim twee jaar geleden, in onzen kring achterliet.
Intusschen heeft de Heere ook aan ons weer getoond dat Hij, als Hij Zijn arbeiders begraaft. Zijn arbeid voortzet. Daaruit blijkt juist dat de arbeid van onzen vorigen Penningmeester geen werk van Fliehe, maar een werk Gods is geweest. We hebben immers te doen met een God, die de werken Zijner handen niet laat varen en als zoodanig is het mij dan ook een eere geweest dat werk Gods uit de handen van mijn onvergetelijken voorganger te mogen overnemen.
Ik ben overtuigd dat, al heb ik getracht den arbeid zooveel mogelijk te blijven schoeien op dezelfde leest, ik het toch, op heel andere en vaak minder goede wijze heb gedaan en vooral op een jaarvergadering als deze gevoel ik het gemis aan enthousiasme, dat de vriendelijke persoonlijkheid en het geestige woord van den man, wiens plaats ik inneem, bij u vermocht op te wekken.
Niettemin verheug ik mij over het feit dat de Heere ook mijn zwakke krachten tot hiertoe heeft willen gebruiken om onzen Bond financieel niet achterwaarts, maar wèl eenige schreden voorwaarts te brengen.
Met dank aan God mag ik dan ook beginnen te zeggen dat mijn verslag, op één uitzondering na, niet donkergekleurd mag heeten. Integendeel, als we het geheel overzien, dan hebben we alle reden om ook over het afgesloten boekjaar alleszins dankbaar te zijn.
Dit zal u naar ik vermoed duidelijk worden als ik u, zooals we dat gewoon zijn, enkele cijfers ga noemen.
Laat ik mogen beginnen met de Bondskas, die toch altijd nog de „moederkas" is.
1. De ontvangsten van den Bond bedroegen ƒ 2534.66
De uitgaven van de Bondskas bedroegen ƒ 1703.49
Zoodat de Bondskas een voordeelig saldo heeft van ƒ 831.17 hetwelk gestort is in
het Studiefonds.
Omtrent het Propagandaboek kunnen we mededeelen dat het in circa 4500 exemplaren gratis is verspreid. Door verschillende afdeelingen en correspondenten is ijverig met dit propagandamiddel gewerkt en blijkens van verschillende zijden ontvangen mededeelingen daarover, is de uitgave er van door onze leden zeer op prijs gesteld.
2. De oudste dochter van onzen Bond is eigenlijk „De Waarheidsvriend". Ik schrijf in mijn verslagen altijd over twee kinderen, maar op den keper beschouwd heb ik er dus eigenlijk al drie.
„De Waarheidsvriend" boekte in het afgeloopen jaar aan ontvangsten ƒ 18745.27
De uitgaven van „De Waarheidsvriend" waren ƒ 15704.12 Zoodat „De Waarheidsvriend" een voordeelig saldo heeft van ƒ3041.15
Het voordeelig saldo van „De Waarheidsvriend" had eigenlijk voor de helft ten gunste van het Studiefonds, en voor de helft ten gunste van het Leerstoelfonds geboekt moeten worden, maar aangezien — en dit is de zwarte plek in mijn verslag — het Studiefonds dan niet toereikend zou zijn geweest om al de uitgaven te dekken, heb ik de winst van „De Waarheidsvriend" geheel in het Studiefonds gestort, in de hoop dat de jongste der zusjes eerlang nog eens in staat zal zijn deze schuld aan haar oudere zuster terug te betalen.
3. Wij komen nu aan het Leerstoel-fonds, dat van onze Fondsen het oudste èn het rijkste is.
Dat Fonds boekte aan ontvangsten ƒ 6425.30 Aan uitgaven had het te boeken ƒ3719.43 Zoodat het Leerstoelfonds een voordeelig saldo kon boeken van ƒ2705.87 4. Met het Studiefonds echter blijkt het minder gunstig te zijn. Het Studiefonds toch had aan uitgaven ƒ24029.82 Dat is ƒ 6263.64 meer dan het vorig jaar. Het Studiefonds had aan ontvangsten totaal ƒ22491.93 Zoodat het Studiefonds een nadeelig saldo heeft van ƒ 1537.89 Als we nu de hoofdinkomsten van de beide Fondsen vergelijken met die van het vorig jaar, dan komen we tot het volgend resultaat : De Paaschcollecten brachten dit jaar op ƒ 7852.76 Vorig jaar „ 5243.41 Vooruitgang ƒ 2609.35 De spreekbeurten brachten dit jaar op ƒ 5468.48 Vorig jaar „ 5255.03 Vooruitgang ƒ 213.45 Aan giften en busjes werd ontvangen ƒ 4894.30 Vorig jaar „ 5576.94 Achteruitgang ƒ 682.64 De totale inkomsten van den Bond en de beide Fondsen bedroegen gedurende dit boekjaar ƒ29100.14 Vorig jaar „ 25846.21 Zoodat er weer een vooruitgang is van ƒ 3253.83
En hiermede meen ik u een zoo volledig mogelijk overzicht van onze financieele positie gegeven te hebben.
Ik vlei mij, dat gij met mij zult instemmen, dat wij alle reden hebben om den Heere te danken, van Wien immers in de eerste plaats ook deze goede gaven zijn afgedaald, en naast 'God ook onzen dank te betuigen aan allen die op zoo ondubbelzinnige 'wijze hun offervaardigheid hébben getoond. Ook dit jaar zijn wij getrouw gebleven aan het aloude Excelsior.
Bij al het goede echter mogen wij ons oog niet sluiten voor wat ik de zwarte plek in mijn verslag heb genoemd. Die zwarte plek, dat het Studiefonds altoos eenigszins gesteund moet worden door het Leerstoelfonds, moet daaruit worden weggewerkt. Anders zouden we op den duur tot inkrimping van onze toelagen komen moeten. Laten we dus allen met verdubbelden ijver naar vermeerdering zoeken van de inkomsten, met name van ons Studiefonds, en als wij ons ook in dezen opmaken en bouwen, moge God van den hemel 'het ons dan wèl doen gelukken.
De Voorzitter dankt den Secretaris en den Penningmeester voor het uitbrengen van hunne jaarverslagen.
De commissie, die wordt aangewezen tot het nazien der rekening, bestaat uit de h.h. ds. Klomp, van Ede, en ds. Mulder, van Voorthuizen.
De Voorzitter geeft het woord aan ds. G. Lans, van Suawoude, Secretaris-Penningmeester van de Evangelisatie-Commissie vanwege den Gereformeerden Bond.

VERSLAG VAN DE EVANGELISATIE-COMMISSlE.
Heel bescheiden en in stilte heeft de Evangelisatie-Commissie in het verloopen jaar gearbeid.
Er zijn 4 ondersteunde posten.
De arbeid op die posten ging op bescheiden schaal voort.
Driemaal werd in 1929 vergaderd, en wel te Zwolle. Op iedere vergadering passeerden de Evangelisaties de revue. De eene post geeft soms meer bespreking dan de andere. Ook houdt de eene post onze Commissie meer op de hoogte dan de andere. Doch over het algemeen ging het goed. Ureterp, dat het meest aan het begin staat, geeft reden tot dankbaarheid. De post Kibbelgaarn v/ordt gedeeltelijk door den Ew. heer H. van der Veen, van Oude Pekela, verzorgd.
Een reglement van 6 artikelen werd door de Evangelisatie-Commissie ontworpen en met wijzigingen door het Hoofdbestuur goedgekeurd.
In „De Waarheidsvriend" kwamen van de hand van de drie Evangelisten en van den heer Kruizinga te Kibbelgaarn kleine stukjes voor over het Evangelisatiewerk. Gewenscht is, dat meermalen dergelijke artikeltjes in ons lijfblad voorkomen.
In de Evangelisatie-Commissie kwam slechts deze wijziging, dat in plaats van ds. Remme, die wegens tijdsgebrek bedankte, gekozen werd ds. A. Luteijn, van Genemuiden. Ds. Luteijn dient thans de gemeente te Huizen en blijft lid van onze Commissie, zoodat de wensch van den heer van M. te Amsterdam, vorig jaar uitgesproken, vervuld is en Noord-Holland vertegenwoordigd is. Helaas zal ds. Meijers door zijn vertrek naar Utrecht geen lid van onze Commissie kunnen blijven.
De inkomsten bedroegen over het jaar 1929 ƒ 3388.06. De uitgaven waren ƒ 2375.— De Commissie heeft ƒ1900.— belegd, met het oog op het stichten van eigen Evangelisatiepost. In 1930 is in 4 maanden slechts ƒ722.35 ontvangen. De wensch wordt uitgesproken dat het werk van de Evangelisatie-Commissie krachtiger gesteund wordt dan tot heden geschiedde.
De Voorzitter dankt ds. Lans voor zijn verslag. Hij spreekt den wensch uit dat de Kerkeraden zich meer dezen arbeid aantrekken.
Ondertusschen is de uitslag bekend van de gehouden bestuursverkiezing. De aftredende bestuursleden blijken met groote meerderheid verkozen te zijn. Van de 379 uitgebrachte stemmen verkrijgt ds. M. Jongebreur van Veenendaal 320 stemmen ; ds. J. Goslinga van Utrecht 346 stemmen, en ds. B. Batelaan van Barneveld 337 stemmen. De drie herkozenen nemen hun benoeming aan.
Ds. J. J. Timmer wil naar aanleiding van het verslag van ds. Lans gaarne iets zeggen. De Evangelisatie-Commissie doet zulk een noodzakelijk werk. Zij móét door de Gereformeerde gemeenten geholpen wor den. 'k Wil met een voorstel komen. Als nu in elke gemeente in Mei of Juni een collecte gehouden kon worden, zou de Commissie meer kunnen tot stand brengen. Er kome dus een vaste, jaarlijksche Evangelisatie-collecte, waaraan de gemeenten evenzeer gewoon raken als aan de Paasch-en Pinkstercollecte.
De Voorzitter wil gaarne z'n sympathie met dit voorstel uitspreken.
De heer Timmermans, godsdienstonderwijzer te Ureterp, herinnert er aan dat de vier Evangelisaties, hoewel dankbaar voor den steun van den Bond, er zelf op uit moeten om voor hun werk te collecteeren.
Thans komt punt 7 van de agenda aan de orde. De zaak van de Kweekschool.
De Voorzitter leidt de bespreking in. Reeds lang is de Bond bezig met het plan van een Hervormde Kweekschool op Gereformeerden grondslag. De noodzakelijkheid van zulk eene inrichting van onderwijs zal niemand willen ontkennen, die weet met welke moeiten onze schoolbesturen heb ben te worstelen om op hunne Hervormde scholen onderwijzers te krijgen, die van harte de belijdenis onzer Kerk onderschrijven. Dit geldt voor onze specifiek Hervormde scholen ; dit geldt niet minder voor onze gemengde scholen. Deze zaak, waarmede het Hoofdbestuur tot de vergadering komt, is zeer urgent. Vele jaren geleden heeft het Hoofdbestuur gedacht over Zeist. De plannen schenen toen al reeds ten uitvoer gebracht te kunnen worden. Maar wij moesten er helaas van afzien. Nu schijnt ons de tijd gekomen om met nieuwen moed de zaak op te nemen. Het Hoofdbestuur vraagt nu aan de vergadering hem vrijheid te geven deze zaak verder ter hand te nemen en ten uitvoer te brengen. Eerst zal er op bescheiden voet een Kweekschool geopend moeten worden, om later over te gaan tot het bouwen van een eigen inrichting met internaat. Amersfoort is wel de beste plaats te achten. Vooral aanvankelijk zullen de financieele zorgen niet gering zijn.
De heer P. Smits, van Alphen aan den Rijn, is bevreesd dat er geen leerkrachten genoeg zullen zijn, en vraagt of het Hoofdbestuur deze zaak wel voldoende onder de oogen heeft gezien.
De heer B. J. Lankkamp, van Vianen, vraagt : Zullen er te Amersfoort wel genoegzaam leerlingen komen ? Men vergete toch niet dat vele van onze onderwijzers komen uit den arbeidersstand. Voor zulke leerlingen is er geen denken aan dat zij te Amersfoort zouden kunnen gaan wonen, tenzij zij daartoe gesteund worden van den Bond. Laat er in ieder geval van de predikanten van onzen Bond een aanmoediging uitgaan op onze jongens en meisjes om de Bonds-Kweèkschool te bezoeken.
De heer A. van Barneveld, van Delft, heeft ook bezwaar tegen Amersfoort als plaats waar de Kweekschool zal komen. De jongens en meisjes uit Rotterdam b.v., kunnen dan die .school niet bezoeken. Men wil dan later bepaald een Bonds-onderwijzer hébben. Noodwendig komen de anderen, al zijn zij van Gereformeerden huize, daarbij ten achter te staan.
De heer N. C. van  Noorloos, van Feijenoord, acht Rotterdam de beste plaats voor de Kweekschool. Rotterdam is een bevolkingscentrum, van alle kanten gemakkelijk te bereiken.
De heer Van der End, van Zeist, wil bijzonder nadruk leggen op 't milieu, waar uit onze jongens en meisjes voortkomen. Het huisgezin moet Gereformeerd zijn. De vier jaren, waarin zij de Kweekschool bezoeken, kunnen niet bewerken, wat een Gereformeerd huisgezin geeft.
Ds. G. Lans, van Suawoude, vraagt hoe het Hoofdbestuur zich voorstelt dat de zaak dan verder zal gaan. Wordt het Hoofdbestuur dan ook bestuur van de Kweekschool ?
De Voorzitter begint met den laatsten spreker te antwoorden dat dit laatste het plan niét is. Het zal moeten gaan, zooals met de Evangelisatie-Commissie. De Kweekschool gaat uit van den Bond, maar een afzonderlijk bestuur zal moeten optreden, dat voornamelijk uit menschen zal bestaan uit den kring van Amersfoort. Hoe dit alles nu precies reglementair vastgesteld zal worden, is niet te zeggen. Dit is een juridische kwestie. Den heer Van der End antwoordt de Voorzitter, dat het huisgezin zeker van zeer groote beteekenis is. Men moet het eene doen en het andere niet nalaten. Niemand vergete, dat hetgeen onze jongens en meisjes uit hunne Gereformeerde huisgezinnen meedragen, op een niet-Gereformeerde Kweekschool wel eens geheel verloren kan gaan. Natuurlijk zouden wij ook in andere plaatsen wel een Kweekschool wenschen. Wij kunnen begrijpen, dat hierin verschil bestaat. Maar omdat Amersfoort een centrum des lands is, en daar ook vele onderwijskrachten zullen samenvloeien, is deze plaats te verkiezen. Dat Hervormde onderwijzers van Gereformeerde belijdenis ten achter zullen staan bij hen die de Kweek school bezochten, daarvoor is zeker nog geen gevaar. Wij kunnen niet dadelijk op z'n duurst beginnen, 't Gaat niet aan de leerlingen financieel te steunen. We kunnen niet alles doen. Natuurlijk blijven de moeilijkheden vele. Dit geldt ook de kwestie van voldoende geschikte leerkrachten. Maar we moeten de zaak toch aanpakken. Het Hoofdbestuur heeft dit alles ernstig onder de oogen gezien. Maar wij gelooven, dat God regeert. Hij weet den rechten man op de rechte plaats te brengen, 't Zou onverantwoordelijk zijn, als wij nu niet voortgingen en de gelegenheid lieten voorbijgaan.
Na deze gedachtenwisseling geeft de geheele vergadering aan het Hoofdbestuur de vrijheid de zaak van de Kweekschool verder ter hand te nemen en tot uitvoer te brengen.
Het voorstel van de afdeeling „Haarlem" komt nu aan de orde. Omdat er geen afgevaardigden van Haarlem ter vergadering zijn, kan het voorstel door die afdeeling ook niet verdedigd worden. Het voorstel zou dus eigenlijk, zooals de heer Brinkers, van Utrecht, opmerkt, niet in behandeling genomen behooren te worden.
Toch wil ds. J. J. Timmer, van Ermelo, er iets van zeggen. Het reorganisatie-ontwerp is met één stem meerderheid verworpen door de Synode, 't Heeft ons en velen gesmart dat de Kerk zelf geen gelegenheid heeft verkregen om zich over deze zeer belangrijke zaak te beraden en uit te spreken. Nu wil de afdeeling „Haarlem" een protest-beweging daartegen in het leven roepen. Zij wil vele handteekeningen verzamelen, enz. Het Hoofdbestuur voelt voor zulk eene beweging niet veel. De Synode zal antwoorden : „O ! zijn er slechts zoovele handteekeningen ? De meesten hebben niet geteekend". Zou 't niet beter zijn, opnieuw met het plan naar voren te komen van de groote Synode ? Met de kwestie van leertucht moeten wij vooreerst maar wachten. Er ligt bij de Synode een uitgewerkt voorstel van een groote Synode. Maar het is terzijde gelegd „omdat toch het reorganisatie-voorstel kwam". Nu dit verworpen is, dient dit oude voorstel ter tafel te komen. De bedoeling is dus een Synode van 45 leden, zoodat uit elke Classicale Vergadering een lid ter Synode wordt afgevaardigd. Hieraan wil ik verbinden het voorstel om de Waalsche Kerken niet meer gelijk te stellen met een provinciaal ressort, maar hen gelijk te maken met een Classis. Het gaat toch niet aan dat dit kleine getal Walen zooveel te zeggen heeft in onze Kerk. Laat een ieder van ons, voor wien dit op zijn weg ligt, deze voorstellen in den Kerkeraad en in de aanstaande Classicale Vergadering steunen.
De gansche vergadering kan zich met deze voorstellen vereenigen, waarmede tevens het voorstel „Haariem" wordt verworpen.
Zoo is de vergadering tot het laatste punt van de agenda, de rondvraag, gekomen.
De heer Brinkers, van Utrecht, vraagt hoe wij nu moeten staan tegenover de Zuiderzee-Commissie ? In „De Waarheidsvriend" kwam tot heden geen advies.
De Voorzitter antwoordt, dat deze zaak door het Hoofdbestuur wel besproken is, maar het is niet gemakkelijk hierin een goed advies te geven.
De heer Duymaer van Twist zegt: Wij moeten met onze actie daar beginnen, zoodra daarvoor de gelegenheid is. Laat ons ondertusschen voor die actie collecteeren en een fonds voor dat doel vormen.
De Voorzitter vraagt : Kan de Evangelisatie-Commissie in die richting niet wat meer doen ? Mij dunkt, dit kan onder één hoofd er bij genomen worden.
De heer Duymaer van Twist zegt: Wij kunnen toch niet een tweede commissie er bij hebben ? -De bestaande commissie breide haar arbeid tot 't gebied van de Zuiderzee-provincie uit.
Ds. Lans, van Suawoude, vraagt : Met ƒ400.— in de drie maanden?
De heer Van Noorloos komt namens de afdeeling „Feijenoord" met de volgende vraag : Wanneer jonge menschen den steun van het Studiefonds begeeren, is het dan niet wenschelijk dat ook aan de afdeeling ter plaatse, waar zij wonen, om advies gevraagd wordt. De afdeeling kent toch meestal die jongelui en hun familie beter dan de leden van het Hoofdbestuur met hen bekend zijn.
De Voorzitter meent, dat een afdeeling hiervoor geen taak heeft. Het Hoofd bestuur doet al z'n best om inlichtingen te verkrijgen, om naar de huisgezinnen en ook naar de capaciteiten der jonge menschen een onderzoek in te stellen.
De heer Van Zeggelen, van Vlissingen, vraagt of niet meer predikant-leden van den Gereformeerden Bond voor de radio kunnen spreken. Voor vele plaatsen, waar de Waarheid niet gepredikt wordt, zou dit tot veel zegen kunnen zijn.
De Voorzitter antwoordt, dat deze zaak wel meer in een algemeene vergadering is besproken. Wij moeten zeker de radio in 't oog houden, ook voor de prediking.
De heer Van Beek, van Hazerswoude, zou meer publiciteit wenschen van hen, die uit het Studiefonds gesteund worden of werden.
De Voorzitter antwoordt, dat het aantal der gesteunden wel genoemd wordt, zooals ook nu in het jaarverslag van den Secretaris geschiedde. Maar hij meent dat meer bekendheid niet moet gegeven worden.
De heer W. van Barneveld, van Veenendaal, heeft een briefje op de bestuurstafel neergelegd, waarin herinnerd wordt aan het 25-jarig bestaan van den Gereformeerden Bond, dat wij het volgende jaar hopen te beleven. Moet daarvoor iets gedaan worden ? Moet er geen jubileumgave verzameld ?
De Voorzitter antwoordt, dat deze zaak in de eerstvolgende bestuursvergadering zal besproken worden en dat de beslissing dan nader zal worden bekend gemaakt.
De heer Moor, van Rijswijk, meent de tolk der vergadering te zijn als hij den Voorzitter dank brengt voor zijn uitnemende leiding van dezen dag. Hij spreekt den wensch uit dat de Heere de leden van het Hoofdbestuur ook dit jaar nabij zij, en dat het, bij het 25-jarig bestaan van den Bond, een gezegend jubileum mag zijn.
De Voorzitter gaat thans over tot het sluiten van deze jaarvergadering. Hij spreekt z'n dank uit aan de afdeeling „Utrecht" voor haar goede zorgen van dezen dag.
Nadat de vergadering Psalm 105 vers 5 gezongen heeft, gaat ds. B. Batelaan, van Barneveld, voor in dankzegging.

De Voorzitter sluit de vergadering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

VERSLAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's