De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

O, dat volgt van zelf ; je geeft den vinger, en men neemt de hand. Eerst vanzelf over het lóón een afspraak maken, alsof wij zélf niet zouden weten wat te kunnen laten verdienen: Straks een bepaling, hoeveel en hoe lang er gewerkt moet worden. Dan — 't zal niet lang meer duren — wat voor werk er dient verricht te worden, en dus wat er gezaaid of verbouwd moet worden. Hoeveel grasland en hoeveel bouwland er wezen mag ; hoeveel koeien er gemolken mogen worden ; hoeveel varkens gemest, hoeveel arbeiders op een boerderij behooren te zijn.; hoeveel winst er mag gemaakt, hoeveel aandeelen van de winst voor die nieuwe organisatie moet worden afgestaan, en het eind van die fraaie geschiedenis wordt, dat de knechts en de meiden baas worden en dat de heeren en vrouwen niets meer te zeggen hebben. Straks moet de vrouw vragen, wat zij vanmiddag moeten eten, en als er dan verschil bestaat, omdat de knecht aardappels met brij begeert, en de meid liever een portie groente heeft, dan moet de vrouw maar zorgen dat elk zijn zin krijgt, omdat immers elk evenveel te zeggen heeft. En als ik naar dè.., markt wil of anders uit wil gaan, dan moet ik eerst vragen of dit het volk wel goed is, of dat soms een ander van het personeel 't paard en rijtuig gebruiken moet".
Zonder een woord te spreken, luisteren de aanwezigen met gemengde gevoelens naar deze ontboezeming. Ze kennen den boer, en weten dat tegenspreken hem des te meer prikkelt ; daarom zwijgen zij. Sjerp steekt zijn brood met groote brokken achter de kiezen, onderwijl hij de thee vanuit het kopje in het schoteltje giet, om 't bleeke vocht des te spoediger te kunnen opslurpen. Hij wil hier wel weg, want het kan gevaarlijk worden, en de aardigheid is er al lang af. Jetze doet dood gewoon, , en zit met de armen kruiselings het raam uit te kijken. De knecht, ietwat verlegen, schijnt bizondere studie te maken van de wratten op zijn vingers, en zou, evenals Sjerp, er liefst van door gaan, temeer, waar hij, zooals Burenga hem wel eens verweten heeft, aan den rooien kant staat. Alleen de meid kan ternauwernood een glimlach onderdrukken, als de boer 't heeft over die aardappels met groente, 't Zou haar wel lijken, maar dan moet men niet op „Unia-State" wezen. Daar is het goede, degelijke kost, maar geen nieuwigheden, en allerminst ('an den poespas, zooals bij velen, maar die met een uur weer doet verlangen naar een bete. Vrouw Burenga waagt het echter iets te zeggen. Aan den eenen kant staat het ook haar geweldig tegen, dat de veranderde levensomstandigheden zulk een invloed op de verhoudingen onderling hebben. Zij is ook heelemaal zoo niet opgevoed, en bij haar thuis nam het dienstpersoneel een zeer ondergeschikte plaats in, doch zij kan zich óók niet indenken dat een man als dominé Randwijk zóó iets begeeren zal, als haar man hier zegt. Op zijn minst is dit zeer overdreven, doch daardoor juist bezijden de waarheid. Tevens kent zij Jetze ook veel te goed, dan dat deze zulke revolutionaire denkbeelden zou koesteren, waardoor toch de heele maatschappij ten gronde zou gaan. „'k Zou me maar niet zoo opwinden" — zegt zij — „waar maak jou je druk over".
Maar dat woord is olie in 't vuur. „Niet opwinden ? Moet je het volk nu ook nog meehelpen ? Alsof het hier om een kleinigheid gaat ! 't Is anders de moeite nog al waard, dunkt mij, óp te komen voor onze bezittingen. Of denk je, dat ik mij zeggen laat, dat mijn eigendom gestolen goed is ? Laat hem opkomen, die dat zeggen durft. Dan zullen wij dat samen buiten eens even afmaken !"
Hier viel de vuist met kracht op tafel, zoodat het theegoed rammelde en de melk uit den roompot stortte en de cypersche kater een heenkomen zocht.
„Ik zeg, zoolang ik Jaring Durks Burenga van „Unia-State" ben, zal ik het hier weten, en geen mensch ter wereld, of hij dan een dominé is of een inspecteur of een arbeider, dat doet er niet toe, die mij hier de wet zal voorschrijven. Nou weten jullie het maar, en kunt het ook maar verder vertellen !"
Meteen staat hij op, werpt den stoel tegen de lambriseering, dat de oude Friesche klok er van trilt, en verdwijnt daarna in de schuur om zijn toorn in de frissche morgenlucht te koelen. Een hoog roode kleur overdekt het gelaat van vrouw Burenga. Zij gevoelt zich beleedigd, door hetgeen haar man in tegenwoordigheid van het dienstvolk aan haar adres heeft gezegd, en schaamt zich meteen ook over zijn gedrag. Wat moeten die menschen daarvan wel niet denken ? Vanzelf wordt het straks, als zij onder elkander zijn, nader besproken en in geen enkel opzicht is hier eenige verschooning. Als op déze wijze het overwicht over het volk moet worden behouden, dan is 't verspeeld. En opnieuw wordt zij gewaar, hoever zij en haar man van elkaar afleven, al zijn ze dan ook al jaren getrouwd. Neen, 't is niet waar wat haar moeder indertijd gezegd heeft, dat 't wel wennen zou. Het wende nooit, en als zij de kinderen niet had, die nog te jong zijn om iets van dit schrijnend leed met haar te dragen, dan wist zij het niet.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's