MEDITATIE
De eerste Paaschpreek
Vreest gijlieden niet, want ik weet dat gij zoekt Jezus, die gekruisigd was. Matth. 28 vers 5a.
Vreest gijlieden niet. Zoo sprak aan den Paaschmorgen de Paaschengel tot de vrouwen die wij ontmoet hebben in den Opstandlngshof. Maar dat „vreest gijlieden niet" dat is de prediking die ook nu nog allerwegen vernomen wordt in den hof van Gods Kerk. Dat „vreest gijlieden niet" dat is de geruststellende boodschap die ook wij mogen brengen tot de gemeente van Christus.
Vreest gijlieden niet. Zijn er dan ook op dezen Paaschmorgen nog menschen die vreezen ? vraagt ge misschien. En op die vraag willen we beginnen bevestigend te antwoorden. O zeker, daar zijn er ook velen, die niet vreezen. Daar is een groote schare die op dezen Paaschdag zijn wegen bewandelt zonder eenige vrees in het hart. Daar zijn er duizenden bij duizenden die nauwelijks weten wat het Paaschfeest beteekent, die blij zijn dat het weer Paschen is omdat ja, omdat zij. meer nog dan anders de wereld willen dienen, omdat zij deze dagen louter beschouwen als dagen van genot en vermaak. Vooral wanneer gij thans eens zien kondt wat er in onze groote steden, in de z.g.n. centra der moderne beschaving geschiedt, dan zoudt ge verbaasd staan hoe de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is.
En het spreekt wel vanzelf als wij nog tot deze verblinden behooren, als we nog geen vreeze kennen, dat dan het „Vreest gijlieden niet" op ons ook nog niet van toepassing is.
Maar daar zijn ook menschen die wél vreezen. En dan denken we aan de velen die gebukt gaan, die bezwijiken onder de bestrijding van Gods hand. Dan denken we aan de velen die ook op dezen dag gebogen gaan onder de smarten des levens en vooral aan dezulken die bedreigd worden met gevaren des doods. Dan denken we aan onze ziekbedden, aan onze ziekenhuizen, aan onze gestichten, aan onze sanatoria, aan onze gevangenissen ; dan denken we aan degenen die vervolgd worden om der gerechtigheid wil ; dan denken we ook aan. degenen die ontdekt werden aan hun zonden, die zichzelven gezien hebben bij het licht van Gods Wet en bij, wie het nu kwam tot de bede : Groot en Eeuwig Opperwezen, Zeer te vreezen ; Straf mij in Uw gramschap niet. Ja, dan denken we ook aan hen die zoo gedurig weer vreezen dat bun geloof wel eens niet het waarachtig geloof en dat hun hoop wel eens niet de vaste hoop en dat hun liefde wel eens niet de vurige liefde zou kunnen zijn.
En zoo zijn er vele en velerlei wijzen waarop wij op den Paaschdag vreezen kunnen. En nu is het maar de vraag of onze vrees dan de vrees is der vrouwen, die uit den mond des engels het „Vreest gijlieden niet" vernomen hebben. - Immers daar is ongetwijfeld ook veel vrees die overeenkomt met de vreeze der wachters. Hoeveel menschen zijn er niet die met hun vrees wegvluchten van het ledige graf, wegvluchten uit den hof der opstanding om te beproeven of hun vrees voor de oordeelen des Heeren ook elders kan worden gestild. En zeker, ook in het midden der wereld kan die vrees wel tijdelijk onderdrukt worden. Als gij met uw vrees aanklopt bij de wereld dan heeft zij haar bedwelmende dranken, waarmee zij u soms vofSg een oogenblik van uw vreeze verlost. Als gij; met uw vrees aanklopt bij de wereld, dan heeft zij allerlei middelen waarmee zij u tijdelijk onder narcose kan brengen. Dan zegt ze net als de Joodsche Overpriesters gezegd hebben tot de wachters : gij moet het zoo nauw niet nemen met wat daar in dien hof van Jozef heeft plaats gehad, gij moet dat niet zoo letterlijk opvatten alsof een doode waarlijk weer zou kunnen leven, alsof Jezus werkelijk de kluisters van dood en graf verbroken zou hebben. Neen, zegt de wereld, neen, zeggen de apostelen van het ongeloof — €n zij durven het zelfs zeggen in het midden van Gods tempel — het lichaam van Jezus is door de discipelen gestolen en het is dus alleen de geest van den Nazarener, waarmee Hij nog altoos voortbestaat. Een Kerk zonder Christus kan dus nog best zijn een Christelijke Kerk. Ja, een school zonder Christus is zelfs de meest Christelijke School.
Op deze wijze tracht het ongeloof ons te berooven van de dingen, die In een gemeente als de onze volkomen zekerheid hebben. God beware er ons voor dat wij onze vrees zouden laten beschamen door de leugen der wachters. En God geve ons allen het voorrecht dat onze vrees de vrees der vrouwen moge zijn. We hebben gehoord dat die vrees der vrouwen haar niet van het graf wegdreef, maar haar juist naar het graf toedreef. Is dat misschien ook zoo met de vreeze die uwe ziele beroert? Vreest gij voor een Rechter die den schuldige geenszins onschuldig houdt, vreest gij voor een God die een verterend vuur is voor den goddelooze, vreest gij voor den Alwetende, die u kent en doorgrondt tot in de diepste roerselen van uw verdorven en arglistig bestaan, maar kunt gij toch niet laten om bij dien God als een arm en ellendig zondaar uw toevlucht te zoeken, kunt gij toch niet laten om tot Hem te naderen en belijdenis van uw overtredingen voor den Heere te doen, ach, dan is het u in den grond der zaak om hetzelfde te doen waarom het deze vrouwen te doen was. Ja, als haar vrees uw vrees is, dan is haar zoeken ook uw zoeken geworden. Dan zoekt ook gij Jezus en gij zoekt dezen Jezus als een Jezus, die gekruisigd was.
Jezus zoeken, o dat is het beste dat gij kunt zoeken hier aan deze zijde des grafs.
O, daar zijn ook heel wat andere dingen die we zoeken. Een koopman die schoone paarlen zoekt. Dat is een der gelijkenissen, die de Heiland tijdens Zijn omwandeling op deze aarde heeft uitgesproken. En wie zal de paarlen tellen, de schoone, maar ook de wel eens minder schoone en ook de wel eens allesbehalve schoone paarlen die wij allen al gezocht en gevonden hebben. Maar nu is daar één paarl, die de grootste waarde bezit en gelukkig als ons oog door genade voor die Paarl van groote waarde ontsloten mag zijn. Gelukkig als wij voor het bezit van die Paarl al onze paarlen wel zouden willen missen. Die Paarl van groote waarde is Jezus, is Hij, die de hoogste Profeet, eenige Hoogepriester en eeuwige Koning is. Die Paarl van groote waarde is de eenige Naam die onder den hemel gegeven is door welken wij zalig moeten worden. Die Paarl is Hij, die op Zijn kleed en op Zijn dijen den naam van Koning der koningen en Heere der heeren geschreven heeft staan. Van die Paarl had de dichter van Psalm 73 gezongen : Wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op de aarde. Van die Paarl heeft Petrus eenmaal getuigd : dat Hij de woorden des eeuwigen levens bezat. Die Paarl heeft van zichzelf eenmaal gezegd dat Hij het brood en het water des levens, ja, dat Hij Zelf de opstanding en het leven was. Naar die Paarl zochten de vrouwen en naar die Paarl zoekt ook gij, als de vreeze der vrouwen door genade ook de uwe mag zijn. Ja, dan zoekt ook gij naar Jezus. En juist dat zoeken is dan een bewijs dat gij beseft dat gij dien Jezus mist en dat Hij toch onmisbaar voor u is. Juist het zoeken naar Jezus is dan een bewijs dat Hij' u boven allen en boven alles dierbaar is geworden. Juist dat.zoeken is dan een bewijs dat. gij. zonder Hem niet kunt leven en dat gij ook zonder Hem niet kunt sterven. Geef mij Jezus of ik sterf. Buiten Jezus is geen leven. Maar een eeuwig zielsverderf. Dat bekende versje staat dan gegrift in het diepst uwer ziel. Maar nu is die Jezus dien gij zoekt ook een Jezus, die gekruisigd was. Als een gekruisten Jezus hebt ook gij Hem immers noodig als gij gebukt gaat onder den vloek van Gods Wet. O, daar zijn er ook zoovelen die Hem zoeken als een gekroonden Jezus, als een Jezus van Wiens eer en heerlijkheid zij zoo gaarne deelgenoot willen zijn. We weten, dat zelfs Salome vroeger zulk een gekroonden Jezus gezocht had, want zij had .de eereplaats begeerd voor hare zonen als de Heiland in Zijn Koninkrijk gekomen zou zijn. Hoeveel beter is het echter om een gekruisten Jezus te zoeken. Een gekruiste Jezus, een Jezus die het handschrift onzer zonden aan het kruis heeft genageld. Zulk een Jezus had Salome, zulk een Jezus hebben wij allen noodig. Immers alleen door zulk een Jezus kunnen we verlost worden van zonde en schuld. Alleen door zulk een Jezus kunnen we verlost worden van vloek en doem. Alleen door zulk een Jezus kunnen we verlost worden van dood en hel.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die voor Zijne vijanden bad. En daarom als wij onszelf als vijanden leerden kennen, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die zich over het hulpbehoevende heeft ontfermd. En daarom als ons geen hulp of uitkomst blijft, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die de deur van het Paradijs ontsloten heeft. En daarom als wij naar den hemel willen, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die van God verlaten werd. En daarom als wij weer met God verzoend willen worden, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die aan het kruis van alles verstoken was. En daarom als wij arm zijn en ellendig en als we dreigen om te komen van dorst, Iaat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus Wiens werk volkomen was. En daarom als wij er gedurig weer ibij bepaald worden dat onze gerechtigheden voor den Heere niet anders zijn dan een wegwerpelijk kleed, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
Een Jezus die gekruist was, was een Jezus die den dood overwon. En daarom als wij telkens weer met vreeze des doods bevangen worden, laat ons zoeken van Jezus dan een zoeken naar een gekruisigden Jezus zijn.
O, gelukkig als wij zoeken naar een Jezus die den Joden een ergernis en den Grieken een dwaasheid, maar die hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, geworden is tot de kracht Gods en tot de wijsheid Gods.
En als wij hier op aarde in waarheid zulke zoekers van een gekruisten Jezus mogen zijn, dan zal dat in den hemel bekend wezen. Ik weet, sprak de engel tot de vrouwen. En als de engelen het van ons weten, dan is het zooveel beter dan dat de menschen het van ons weten. Het zou ook net andersom kunnen zijn. Het zou kunnen zijn dat de menschen het wél van ons wisten, of liever van ons dachten, maar dat de engelen het niet zouden weten, dat ons zoeken van Jezus dus in den hemel onbekend zou zijn. Dat ware ontzettend. Immers dat zou een bewijs zijn dat wij tot de hypocrieten dat wij tot de geveinsden behoorden .
Als het in den hemel dus maar bekend is dat wij zoekers zijn van een gekruisten Zaligmaker ! Zeker, dan mag het geloof waarmee we Hem zoeken zijn een zwak geloof, een geloof dat vaak veel te weinig denkt aan het Woord dat Hij sprak en dat vaak veel te 'weinig verstaat van de heerlijkheid die er van Hem uitgaat, maar het is dan toch een geloof dat, evenals bij de vrouwen, door de liefde werkzaam is, een geloof, waardoor Hij ons boven alles dierbaar is geworden. En hoe zwakker nu dat geloof is, hoe sterker de vreeze ; hoe sterker daarentegen dat geloof is, hoe zwakker de vreeze zal zijn. Daarom kan de bede : Heere, vermeerder ons het geloof, ook nooit genoeg onze Paaschbede zijn.
Gelijk de vreeze der vrouwen in den grond der zaak een vrucht was van het ongeloof in het Woord dat Jezus tot haar gesproken had, zoo is het ook met onze vreeze als we waarlijk zoekers van een gekruisten Jezus zijn. Wanneer daarentegen ook ons leven mag zijn een leven des geloofs in het Woord dat de Vorst des levens eens sprak, dan zal 't waarlijk Paaschfeest voor ons zijn en dan zullen we onze Paasch vreugde vertolkt vinden in het bekende lied :
Op Uw Woord, o leven van ons leven Werpen wij het doodskleed af ; Door de kracht uws Geestes aangedreven Treden w' uit ons zondegraf. Leer ons daag'lijks, leer ons duizendwerven In Uw kruisdood meegekruisigd sterven, En herboren opgestaan. Achter U ten hemel gaan.
Amen.
V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's