De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kleijne Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kleijne Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Toch moet zij zich groot houden voor haar ondergeschikten. Zij mogen niet weten wat daar klopt onder haar kleed. „De boer is vanmorgen slecht gemutst over een bericht dat hij van 't kantoor gekregen heeft", — zegt zij, met Iets dat op een glimlach lijkt, maar waarin Jetze meer merkt, dan zij gist. En daarop :  zullen wij maar even stilwezen ? " Dat is voor den knecht en voor Sjerp het teeken om de pet af te nemen, — Jetze heeft deze nooit op bij tafel
— en eenige minuten het hoofd daar achter te verbergen, wat zooveel als bidden beteekent. Daarna wordt door de vrouw des huizes eenige beweging gemaakt, waarmede te kennen gegeven wordt dat het nu lang genoeg is, — als de boer aan tafel is, dan doet hij zulks altijd, of zegt : „smakelijk eten" of , , het bekome jullie wel, " — en daarop gaat elk zijns weegs. Van bijbellezen is hier natuurlijk nooit sprake ; 't zoogenaamde „stil zitten" is al veel, dat men indertijd nog uit het ouderlijke huis als een traditie meegenomen heeft.
Toch zou de dag hier een gansch ander verloop hebben, dan men zich had voorgesteld, 't Zal ongeveer bij tienen geweest zijn. Juist was de knecht weergekeerd van het dorp met het paard dat hij had laten beslaan. De arbeiders waren achter in het land ; de meid bezig met het schuren van de melkbussen, terwijl de vrouw bezig was de Zondagsche kleeren van Burenga klaar te leggen, die hij zoo meteen noodig zou hebben voor het gaan naar de markt, toen zij in het benedenhuis plotseling een plof hoorde, alsof er iets viel.
Wat gebeurt daar ? ' riep zij. Maar geen antwoord volgde. Zeker iets omgevallen. Net a!s laatst op een nacht, toen een stapel turf omrolde en allen deed opschrikken uit den slaap, omdat men meende dat vreemd volk in huis was. Vandaar, dat zij zich niet haasten ging. Des des te grooter werd haar schrik, toen even later de meid een gil gaf en uit alle macht begon te roepen : „vrouw !" , vrouw !"
Hoe zij daarop beneden gekomen is heeft vrouw Burenga later nooit kunnen zeggen, maar toen zij in het voorhuis kwam, waar men voor enkele uren nog had zitten brood eten, lag daar haar man, met het hoofd tegen den tafelpoot, bewusteloos, terwijl de borst zwaar ademhaalde. Dat was een consternatie. Den knecht en de arbeiders roepen, was 't werk van een oogenbiik, waarop aanstonds naar het dorp gejaagd werd om den dokter te halen.
Zoo kwam juist Syke met haar bollenkorf om den hoek. Zij had de drieste schoenen weer aangetrokken, om niettegenstaande het verbod, hier toch nog eens aan te kloppen. Immers die sprekerij was nu achter den rug, en zij kon met een woord van waarheid vertellen dat Symen „d'r niks meer van hebben moest" — en nu vond zij het zóó.
Oogenblikkelijk was zij beraden. ,,Geef mij water, en haal een kussen" — zei ze tegen de meid, die maar heen en weer liep, zonder iets te doen, terwijl vrouw Burenga vruchteloos poogde haar man aan 't spreken te krijgen, om de eenvoudige reden dat hij op dat oogenbiik de klanken uit deze wereld niet begreep. Daarop werd 't hoofd voorzichtig opgebeurd en vervolgens met natte doeken verfrischt. 't Was alsof de patiënt dat merkte, doch de dofheid duurde voort.
„Die halsboord moet los", zegt Syke. En werktuigelijk doet vrouw Burenga alles wat haar gezegd wordt. Zoo flink zij anders altijd is, zoo verlamd is zij nu. 't Kwam ook zoo onverwacht, en dat, na zulk een morgen ! Als hij nu zóó eens weg raakte, zonder ooit weer bij kennis te komen ! Geen eens afscheid genomen. Kwaad bij de tafel weggeloopen en het laatste woord aan haar een onverdiend verwijt ! Vreeselijk, zóó te sterven. Vrouw Burenga is nooit geweest wat de menschen vroom noemen, maar wie denkt dat er daarom nimmer iets in haar omging wat aan God of eeuwigheid herinnerde, vergist zich. Dat komt nu uit. In benauwdheid roept zij : „Heere, help mij, en neem mijn man zóó niet uit het leven weg !" Dan knielt zij weer handenwringend bij hem neer en roept aan zijn oor. Maar Jaring Durks Burenga van ,,Unia State" heeft op 't oogenbiik niets te zeggen. Hij is klein. .Hij is tegen den grond geslagen. Hulpbehoevend als een pasgeboren kind. Want hij weet ook van de wereld niet af. Zooals groote menschen plotseling zoo klein kunnen worden.
„Als ik iets zeggen mag, vrouw, dan niet aan hem komen" — zegt Jetze. „Alleen het hoofd en de polsen koud houden, tot dokter komt".
Maar die blijft zoo lang ! 't Lijkt wel een eeuwigheid. Maar de dokter was reeds op stap, toen de knecht kwam, en zat bij Mulders Bet om te trachten dit jonge leven aan het doodsgeweld te ontrukken, waarop de kans evenwel steeds geringer werd.
Eindelijk, daar werd in de verte een stofwolk gezien en het gesnor van een motor gehoord. Een minuut later, en daar was hij. Aanstonds overzag hij de situatie. ,,Een beroerte" — fluisterde hij. En toen : „is er iets voorgevallen ? "
Wat zou men zeggen. Die dokters kunnen ook zulke lastige, soms ook wel eens heel onnoodige vragen doen, waaruit meer nieuwsgierigheid dan geleerdheid spreekt. Wat deed dat hier aan af ?

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

De kleijne Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's