De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

9 minuten leestijd

De Kerk
Gaan we nog even na, hoe de regeering en de besturing der Kerk van den beginne af aan geweest is, dan vinden we in de Schrift ons medegedeeld, dat de Apostelen, die getuigen waren van de opstanding van Jezus Christus (Hand. 1 vers 22), de gemeenten hebben gesticht en onderricht (Hand. 16 vers 4). Ook waren er in de gemeenten behulpsels, die, getrouw aan de leer der Apostelen (Titus 1 vers 9), medearbeiders Gods zijnde, bezig waren in de dingen van Gods Koninkrijk. „En zij waren volhardende in de leer der Apostelen en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden" (Hand. 2 : 43). En zoo kwam het in den voortgang uit, dat Jezus Christus, als Hem God bad opgewekt uit de dooden en Hem gezet had aan Zijn rechterhand in den hemel (Efeze 1 vers 19, 20) met de discipelen medewrocht, tot uitbreiding van de Kerk van plaats tot plaats, waar ordeningen gesteld werden door de Apostelen voor leer en leven (Hand. 16 vers 4). En Hij, die opgevaren was in de hoogte, heelt gegeven sommigen tot Apostelen en sommigen tot Profeten en sommigen tot Evangelisten en sommigen tot herders en leeraars, tot de volmaking der heiligen tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus (Eleze 4 vers 11, 12).
Het komt alles te staan in 't teeken van het presbyterium, in het teeken van het ambt „des ouderlingschaps" (1 Tim. 4 vs. 14). Door de opzieners, de ambtsdragers der gemeente, bouwt Christus, als Koning, Zijn Kerk op, bestuurt en regeert haar, en breidt haar uit;
In deze lijn gaat het dus : het Woord, de Schriften, het Evangelie des Kruises, het Evangelie „van de verzoening der zonden" (1 Joh. 4. vers 10) wordt verkondigd. Gemeenten worden gesticht. De Apostelen zijn de grondleggers. Overal komt een presbyterium, de ouderlingen en opzieners verzorgen de gemeente, en zij doen het niet anders, dan dat de leer der Apostelen en Profeten verkondigd en bevestigd wordt (Hand. 16 vers 4) bestrijdende alles wat met die leer der Apostelen verschilt en daarvan afwijkt (Rom. 16 vers 17). Het gaat om de leer, door de Apostelen geleerd. En zóó wordt het Huis des Heeren gebouwd „naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onzen Heere" (Ef. 3 vers 11). Zóó zullen alle dingen vervuld worden (Efeze 4 vers 10). En Dezelfde, die boven alle hemelen is opgevaren, opdat Hij alle dingen vervullen zoude, heeft voor Zijn Huis hier beneden gegeven „sommigen tot Apostelen en sommigen tot Profeten en sommigen tot Evangelisten en sommigen tot herders en leeraars, tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus, totdat wij allen zullen komen tot de eenigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus (Efeze 4 vers 11—13).
Zóó moest het in de Kerk toegaan !
Uit God. Alles in Christus. Door het Woord, door het ambt, tot opbouw en tot volmaking van de Kerk en van de heiligen, in éénigheid des geloofs.. In den weg van het Woord, in den weg Christus, in den weg van 't ambt door Christus verordineerd, wenkt de toekomst. Zóó zal het straks worden : één kudde, één Herder. Zoo zal het straks wezen : God alles in allen.
Maar die eigen levensorde, gefundeerd op de twee pijlers: het ambt en de belijdenis, heeft men van alle kanten willen verstoren in het midden der oude Kerk. De drie ambten van leeraar, ouderling of opziener en diaken of armenverzorger, heeft men ontwricht. De bisschop is gekomen en is opperbisscbop geworden. De Paus is tot Christus' stedehouder geproclameerd. En de hiërarchie kwam. De ambten verdwenen. De Paus, de geestelijkheid, werd alles. Ouderlingen waren er niet meer, alleen de geestelijkheid was er, de clerus. Diakenen waren er ook niet meer, monnikenorden en andere vereenigingen namen de verzorging der armen over. De Kerk en de Paus — dat was één, dat was alles. En dan de Paus„ om te zeggen wat de Kerk moest leeren en doen. Als een God gezeten op een troon in de stad met de zeven heuvelen.
Het ambt ontwricht. De belijdenis verdorven. Een andere wijze van kerkelijk samenleven. In één woord : het is een heel andere Kerk geworden.
De Kerk is schandelijk, gruwelijk gedéformeerd. Van de echte, goede, Christelijke, Schriftuurlijke Kerk is zij geworden de Roomsche — de Pauselijke — de valsche Kerk.
„Wij moeten niet wijzer zijn dan God, die Zijne Christenen door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben" (Heid. Catech. Zondag 35).
En ziet — Rome, de Paus, wilde wél wijzer zijn dan God.
Rome's Kerk wilde 't wél anders doen dan God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft.
Maar toen kwam de Reformatie in de gedeformeerde Roomsche Kerk naar voren, in m.annen als Luther, Zwingli, Calvijn en anderen. Die, vervuld met den Heiligen Geest, weer blijde getuigden : „Wij moeten niet wijzer zijn dan God, die Zijne Christenen door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben".
Daar kwam de Bijbel weer van onder 't stof te voorschijn! Daar maakte zich Gods eeuwig blijvend Woord weer los uit de banden ! Daar kwam weer „het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerst in het Paradijs geopenbaard heeft en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijnen eeniggeboren Zoon vervuld" (Zondag 6).
Daar kwam weer naar voren het oprecht, waar, zaligmakend geloof, dat „niet alleen een verzekerd weten is, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft; maar ook een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest, door dat Evangelie (zie Zondag 6, vr. en antw. 19) in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om de wille van de verdienste van Christus" (Zondag 7, vr. en antw. 21).
Daar was weer het Evangelie, het Evangelie der Schriften, het Evangelie van Oud en Nieuw Testament. Het Evangelie der rechtvaardiging des zondaars door het geloof in Christus. Het Evangelie, met den grondtoon : „Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen, Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen".
Natuurlijk waren alle Reformatoren het niet in alles met elkaar ééns.
Gods Geest breekt door in menschen. Gods Woord werkt in menschen.
Daar staan Luther — Zwingli — Calvijn — Melanchton en zoovele anderen. Menigerlei genade is uitgestort. Velerlei zegen. Maar het zijn menschen.
Rome was boven dat menschelijke uitgeklommen door de gruwelijke, valsche leer van de onfeilbaarheid van den Paus.
Dat doet geen goed Protestant.
Wij belijden met artikel 7 Ned. Geloofsbelijdenis, dat alle menschen ten slotte leugenachtig zijn, maar dat Gods Woord waarachtig is.
En dat waarachtige Woord Gods, dat was weer vrij in Christus' Kerk. Daardoor kwam er een gereformeerde Kerk, een Kerk die zich uit de banden van de valsche, gedeformeerde Roomsche Kerk losgemaakt had, die door God uit het diensthuis was uitgeleid. En in die vrijgemaakte Kerk stond weer voor der menschen oog de oude, oorspronkelijke Christelijke Kerk, met het oude Evangelie. Men had weer een verzekerd weten, dat alles wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft waarachtig is ; dat het hart - van het Evangelie was, de rechtvaardigmaking des zondaars door het geloof in Christus (Zondag 7). Men sloot zich weer aan bi| het heilig Evangelie der Schriften (Zondag 6). En toen kwam er ook een andere .levensorde der Kerk, een andere organisatie en inrichting der Kerk. Natuurlijk ook weer niet in eens en bij allen precies het zelfde. Maar er kwam toch weer een teruggrijpen naar de Schrift, naar het oorspronkelijk Christendom van de eerste Christengemeenten, naar het ambt.
Zoo komt er, onder invloed van Calvijn, inplaats van de ellendige Roomsche, pauselijke hiërarchie, met overheersching van de geestelijkheid en ontwrichting van de ambten en ontaarding van de belijdenis van den Christus — een geheel nieuwe organisatie en wel de organisatie die steunt in de drie ambten : leeraar, ouderling en diaken, met de aloude belijdenis van den Christus naar de Schriften als grondslag en sterkte.
Men kon weer spreken van „Sions Roem en Sterkte". En die vond men in de Heilige Schrift, in de gereformeerde belijdenis, bij de ambten, rondom Woord en Sacramenten, terwijl de Kerk plaatselijk en landelijk bij een presbyteriale wijze van kerkelijk samenleven vergaderde in den Kerkeraad, om ook als meerdere plaatselijke Kerken saam te vergaderen in de Classis, ook in de Provinciale Synode, ook in de Nationale Synode voor al de Kerken van heel het land en al de provinciën saam. Met het ideaal van internationaal verband voor de Kerken van Christus in alle landen.

(Wordt vervolgd).

De Ark van Noach.
Spotternij zit in de lucht. Geestelijke boosheden openbaren zich overal.
Dat voelden we weer toen we onderstaand „Ingezonden" lazen in de N. R. C, gaande over een film die blijkbaar dezer dagen gedraaid heeft in een van de bioscopen te Rotterdam. Een predikant „van elders" protesteert daartegen. Leest het stukje zelf maar. 't Luidt als volgt :

DE ARK VAN NOACH EN DE BIOSCOOP-COMMISSIE.
Hooggeachte Redactie,
Mag ik u een plaatsje verzoeken voor het onderstaande ? Bij voorbaat mijn hartelijken dank.
Dezer dagen in Rotterdam zijnde, viel mijn oog op de aankondiging van de film „de Ark van Noach". In de wetenschap dat er een Bioscoopcommissie bestaat die met vaderlijke zorg en moederlijke teederheid moet waken dat geen ongerechtigheden op het witte doek verschijnen, besloot ik die film te gaan zien. Wie weet of er niet iets uit te leeren viel voor de praktijk van mijn ambt.
Wat ik echter te zien kreeg, tart elke beschrijving. Zulk een walgelijk product van Amerikaansche millioenenspeculatie zal, denk ik, nog zelden in eenig bioscooptheater vertoond zijn. Al wat voor menschen, die nog eenig godsdienstig gevoel hebben overgehouden in dezen ontkerstenden tijd, heilig is, ja wat voor een vrijdenker nog eerbiedwaardig" zou zijn, wordt in die film ontheiligd en door 't slijk gehaald. Welken maatstaf de commissie aanlegt weet ik niet, maar 't toelaten van de film spreekt wel een vernietigend oordeel uit over de mentaliteit van genoemde commissie. In plaats dat meegewerkt wordt het zedelijk peil van ons volk te verhoogen, laat zij toe, welbewust, dat deze rollende en brullende godslastering lederen dag opnieuw honderden, bewust of onbewust, in haar vaart meesleurt naar beneden, in de richting van het geest-en geestelooze. Geeft die commissie zich wel rekenschap van haar verantwoordelijkheid ? Te oordeelen naar deze enkele droeve ervaring al heel slecht !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's