De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

9 minuten leestijd

Ja, mijn postgironommer als Penningmeester van den Bond is 138421, het cijfer dat hierboven staat. Het is dus niet 85636, zooals sommigen ook nu bij het overmaken van de Paaschcollecten weer meenden. Dit laatste nommer heb ik persoonlijk, maar gij begrijpt zelf wel dat het in het belang van een goeden gang van zaken is, dat ik mijn persoonlijke zaken regel afgescheiden van die van den Bond en omgekeerd ook. Daarom heb ik ook dadelijk toen ik Penningmeester werd een nieuw gironommer aangevraagd, dat staat ten name van den Penningmeester van den Gereformeerden Bond enz., en dat is nommer 138421. Ik hoop dat allen die dit lezen hiervan goede nota zullen nemen en mij dus niets meer op no. 85636 zullen zenden. Het komt natuurlijk ook dan wel terecht, maar het is voor mij noodelooze moeite en daarom zult gij mij een groot genoegen doen als gij dat nommer 138421 goed in uw hoofd prent. Mijn naam moogt ge desnoods vergeten, als gij dat nommer maar niet vergeet.
Ja, goed onderscheiden blijkt gedurig wel noodig te zijn. Niet alleen wat deze zaak betreft, want ach, of gij nu het onderscheid al eens uit het oog verliest dat er bestaat tusschen den Penningmeester van den Gereformeerden Bond en den persoon van een der Veensche dominé's, dat is natuurlijk zoo erg niet. En zoo zijn er een heele boel dingen die niet zoo erg zijn als gij ze eens met elkander verwart. Maar daar zijn ook dingen waarin het gemis aan onderscheidingsvermogen ons soms leelijk parten kan spelen. Ik denk b.v. aan verschillende ketterijen in vroeger tijden reeds ontstaan en die vaak onder allerlei vorm ook in onze dagen gretig ingang vinden. Die ketterijen waren en zijn heel vaak een gevolg van het soms totale gemis aan onderscheidingsvermogen, doordat men dikwijls veel te eenzijdig den nadruk óf op het ééne óf op het andere stuk van Gods Waarheid legt. Daar hebt gij b.v. de stukken van geloof en bekeering, rechtvaardigmaking en heiligmaking, wedergeboorte en roeping. Telkens weer kunt ge merken hoeveel menschen er zijn wien het aan het rechte onderscheidingsvermogen tusschen deze stukken ontbreekt. Vandaar, dat de een soms te veel den nadruk legt op het geloof, de ander op de bekeering; de een op de rechtvaardigmaking, de ander op de heiligmaking des zondaars ; de een op de wedergeboorte, de ander op de roeping. En zoo zijn er zoovele dingen ten opzichte waarvan ge u telkens weer moet verwonderen dat de menschen toch zoo slecht onderscheiden kunnen en dat er toch zooveel verwarring van denkbeelden en begrippen bestaat. Ik denk nu b.v. aan de werking van Gods Woord en Gods Geest. Telkens weer vragen we : „Heer, ai maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend". Maar wat zijn er een menschen die Woord en Geest absoluut van elkaar scheiden of hopeloos met elkander verwarren, zoodat ge b.v. ook in hun prediking niets merkt van het onderscheid tusschen de werking van het Woord en die van den Geest des Heeren. Ik denk nu b.v. ook aan de twee terreinen van Kerk en Staat. Op beide terreinen zijn wij als Christenen belijders van Gods Souvereiniteit en zijn wij als Gereformeerde Protestanten belijders van Gods absolute Souvereiniteit. Maar die Souvereiniteit Gods draagt op het terrein van Gods Kerk een ander karakter dan op dat van den Staat. Vandaar dat beide terreinen niet met elkaar vereenzelvigd en ook niet van elkaar gescheiden mogen worden, maar dat er tusschen beide wel zeer zeker groot ündersfheid is. En omdat zoovele menschen geen oog hebben voor dat onderscheid en bij sommigen een totaal gemis aan onderscheidingsvermogen bestaat, daar om worden door velen de kerkelijke en poütieke problemen — om nu van andere nog maar te zwijgen — hopeloos door elkander verward. En weet ge wat daarbij zoo droevig is ? Dat men dat gemis niet voelt en soms meent in allerlei schoon-, maar ook holklinkende phrazen den steen der wijzen gevonden te hebben.
Waren alle menschen maar zoo eerlijk om wat ze niet weten en niet begrijpen, te zeggen en wilden zij dan allen maar onderwezen worden zooals die vriend van wien ik dezer dagen een schrijven ontving. Deze had ook iets niet begrepen, maar nu deed hij niet net alsof hij het wèl begreep. Neen, hij kwam er eerlijk voor uit en vroeg mij of ik hem dienaangaande eens even wilde inlichten. Wat hij dan niet begrepen had ? Iets dat zeker de meeste lezers van „De Waarheidsvriend" wel begrijpen, maar dat onze vriend niet begreep omdat hij nog maar betrekkelijk kort lezer van ons blad was geweest. Hij begreep n.l. niet het onderscheid dat er bestond tusschen ons Leerstoelfonds en ons Studiefonds. Hij voelde wel dat er onderscheid was, maar hij kende de twee zusjes nog niet goed uit elkaar. Daarom zal ik probeeren van allebei een klein portretje te geven. De andere lezers van ons blad, die ze al lang uit elkaar kennen, interesseert dat misschien wel niet zoo bijzonder, — zij moeten het dan maar overslaan — maar onze vriend uit P. moet 't toch ook weten, temeer omdat hij voor 't beantwoorden van zijn vraag den kostenden prijs al heeft betaald. Zie eens : het Leerstoelfonds bedoelt de aanstelling van een of meer Professoren aan een of meer onzer Rijksuniversiteiten, die de studenten in de Theologie, dus onze aanstaande dominé's, wetenschappelijk onderricht geven in de leer der Waarheid, v.n.l. in de Gereformeerde Dogmatiek. Dat geschiedt thans namens onzen Bond alléén nog maar door Prof. Dr. Visscher te Utrecht, maar het zou natuurlijk wel wenschelijk zijn dat ook aan onze andere Universiteiten een zoodanig Hoogleeraar kon aangesteld worden. 't Studiefonds echter bedoelt het verleenen van financiëelen steun aan jonge menschen die voor predikant wenschen te studeeren en die dat zelf of wier ouders dat niet of niet geheel kunnen bekostigen. Uit ons Studiefonds worden dan ook op het oogenblik zelfs meer dan 40 Studenten en Gymnasiasten geholpen met een grooter of met een kleiner bedrag. Ik vlei mij met de gedachte dat onze vriend B. nu zal zeggen : „O, nu begrijp ik het wel : de fondsen hebben dus beide het schoone doel dat we meer Gereformeerde dominé's krijgen, maar daar is onderscheid in de wijze waarop zij beide dat doel onder Gods zegen trachten te benaderen".
Maar als hij 't nu weet, dan gaan we weer practisch aan 't werk en willen we eens zien hoe het met de tweede snee van de Paaschcollecten staat. We kunnen met drie „ouden" beginnen.
Oud Beijerland, van ds. Van Hof een Paaschcollecte van
TWEE HONDERD NEGEN EN TWINTIG GULDEN EN VIJF EN ZESTIG CENT
(ƒ229.65).
Ouderkerk a. d. IJsel, van ds. Enkelaar een Paaschcollecte van
TWEE HONDERD EN DRIE GULDEN EN NEGENTIEN CENT (ƒ203.19).
Oude Tonge, van ds. Vlasblom een Paaschcollecte van
HONDERD GULDEN EN ZESTIG CENT (ƒ 100.60).
Van geen dezer drie „ouden" verwondert het u zeker dat zij nog blijk geven voor de „Oude Waarheid" te zijn.
Verder vindt ge nog tweemaal de vette letters en wel uit een klein dorp en uit een groote stad.
Suawoude en Tietjerk, van ds. Lans een Paaschcollecte van
HONDERD EN VIER GULDEN EN ZEVENTIEN CENT (ƒ 104.17).
's-Gravenhage, van den heer C. Goedhart een Paaschinzameling van
HONDERD EN VEERTIG GULDEN (ƒ140.-).
Ik geloof dat we daar in de Residentie zachtjes aan vooruitgaan. De Paaschcollecte is, als ik mij niet bedrieg, meer dan het Vorig jaar. Nu, als er maar groei in zit, dan Wordt het rijske wel een boom.
En nu komen de kleine letters, die ook alweer niet zoo slecht zijn.
Lopik, van den Kerkeraad een Paaschcollecte van f9.—.
Groot Ammers, van den heer A. Pierhagen een nagift op de verleden week reeds vermelde Paaschcollecte van ƒ 10.—.
Polsbroek, van ds. Rijnsburger een Paaschcollecte van ƒ 62.—.
Waarder, van ds. Severijn een Paasch collecte van ƒ54.—.
Gameren, van ds. Goverts een Paasch collecte van ƒ45.65.
Ooltgensplaat, van diaken Van der Linden een Paaschcollecte van ƒ 24.93.
Wierden, van ds. Steenbeek een Paaschcollecte van ƒ75.40.
Goudriaan, van ds. Anker een Paaschcollecte te Goudriaan van ƒ20.— en te Ottoland van ƒ9.25 ; samen dus ƒ29.25.
Den Bommel, van den Kerkeraad een Paaschcollecte van ƒ20.24.
IJsselstein, van ds. Moorrees Paaschcollecte van ƒ51.—.
Enter, van den Kerkeraad' een Paaschcollecte van ƒ43.—.
Capelle a. d. IJsel. Hier bevestigde I ik de vorige week een huwelijk, bij welke  gelegenheid ik voor onze Fondsen ƒ20.— ontving die we maar als Paaschgift zullen rekenen. Bovendien overhandigde de heer Asmus mij toen ƒ46.43 als Paaschcollecte, gehouden in zijn Evangelisatie te Keeten. Samen dus een bedrag van ƒ 66.43.
Lexmond. Vorige week meldde ik dat de Paaschcollecte hier ƒ25.— bedroeg, maar ik had mij hierin vergist. Het gezonden bedrag was ƒ25.85, zoodat er uit deze gemeente nog ƒ0.85 bijkomt.
St. Annaland, van ouderling Goedegeburen een Paaschcollecte van ƒ27.20.
's-Gravenzande, van den heer B. van Duijn een Paaschgift van ƒ 5.—.
Heemse, van den heer A. Breevaart een Paaschcollecte, bijeengebracht door eenige vrienden, van ƒ21.50.
Dat is een totaal bedrag aan Paaschcollecten en Paaschgiften van ƒ 1323.06.
Bovendien ontving ik nog uit Gorinchem, van ds. Vreugdenhil een gift van N. N. van ƒ2.50, en gevonden in zijn brievenbus een gift van ƒ20.—, beide voor het Studiefonds, samen dus ƒ 22.50.
Hoevelaken, van ds. Van Boven een extra gift, gecollecteerd bij een Doopsbediening, voor het Studiefonds van ƒ 5.—.
Oene, van diaken Koster, gevonden in Diaconie-en Kerkezakje een bedrag van ƒ 17.—. Waarschijnlijk is dit ook wel als Paaschgift bedoeld, maar 't stond er niet bij.
Vlaar dingen, van ds. Heijer, gevonden in de collecte ƒ 1.—.
Kralingen, van ds. Pott van P. f 1.—. Dat is dus aan wat ik nu maar losse giften zal noemen, alles samen ƒ51.50, zoodat ik in 't geheel een bedrag kan boeken van
f 1374.56,
waarmee ik, al is het, zooals te wachten was, een paar centen minder dan de vorige week, toch nog heel best tevreê ben, en waarvoor ik dus gaarne mijn zeer hartelijken dank betuig.
De Penningmeester
Veenendaal. Ds. M. JONGEBREUR.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : Ie. den heer J. Buitink, Genemuiden, een kist, inhoudende : postz., capsules en zilverpapier. Wat een prachtzending. Dat is de moeite waard, hoor. En zoo keurig gesorteerd en verpakt. Het kwam echter een weinig te laat voor het vorig nummer. 2e. H. J. van Esch, Soestdijk, zilverpapier, capsules, postzegels, enz.
3e. Mej. A. Kranendonk, Ridderkerk, een doos zilverpapier.
Met veel dank en aanbeveling. Mejuffr. J. DEN HARTOG.

Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's