Geestelijke opbouw
De Antichrist
Vragen wij nu, na deze Schriftuurlijke gegevens, wat wij van den Antichrist hebben te denken, of hij reeds geweest is, dan wel of hij nog komen moet ? — dan komt het ons voor, dat men niet moet zeggen, dat de Antichrist reeds geweest is. Wel hebben de eerste Christengemeenten soms geloofd, dat de bloeddorstige keizers, met name Nero, de Antichrist was. Ook beeft men in latere tijden gedacht aan Mohammed, toen de Muzelmannen met het Moorsche kromme zwaard, dat van het bloed der Christenhonden droop, tot diep in Europa, tot aan en over de Pyreneën doordrongen.
En in 't begin van den Reformatietijd heeft men gezegd : de Paus is de Antichrist, waarbij de Roomsche Kerk dan genoemd werd het rijk van den Antichrist.
Maar de Schriftuurlijke gegevens zeggen ons wel, dat de Antichrist een verschijning zal zijn in het laatst der dagen, vóór de wederkomst van Christus, als de mensch der zonde en de loochenaar en lasteraar van God en van Christus, in atheïstische wegen met gruwel bedrijf, de groote menigte verleidend, onder betoon van groote kracht en brutaal geweld, op het land en op de zee, in de pers en in de werkplaats, onder ontwikkelden en eenvoudigen, lasterlijke dingen uitbrakend tegen godsdienst en zedelijkheid, tegen den Bijbel en tegen de Kerk, tegen den Vader en tegen den Zoon.
En als er dan zijn, die oordeelen dat b.v. Napoleon de Antichrist geweest is, dan zeggen wij, dat wij met de Schrift in de hand en acht gevende op de voortgaande teekening en beschrijving van het Nieuwe Testament van den Antichrist, dat het ons veeleer voorkomt dat figuren als Nietzsche, die triumfantelijk uitriep : „God is dood" en figuren als Lenin en Trotsky in Rusland, die godsdienst opium voor het volk noemen — als voorloopers van den Antichrist moeten worden beschouwd. En dat wij ons hebben voor te bereiden, om in die richting in Europa, in Indië, in Amerika en overal nog veel vreeselijker dingen te verwachten.
Voor die komende dingen mogen wij niet blind en niet doof zijn.
De Satan werkt. Hij werkt alle eeuwen door. Maar zijn werk wordt met den voortgang der tijden uitgebreider, vreeselijker, zondiger, brutaler, algemeener. En naar de werking van Satan wordt de komst van den Antichrist voorbereid. Hij zal daarbij niet alles eigenmachtig doen, want de Heere, de Eeuwige, is en blijft God. Maar naar Gods raad zal de komst van den Antichrist voorbereid worden nu, om straks naar de werking des duivels te verschijnen met groote kracht en sterk geweld, waarbij groote scharen tot ruwe godloochening zullen vervallen en zondig zich zullen uitleven naar de lusten van het zondige vleesch.
Vraagt gij ons dan, wat wij van den Antichrist denken, dan zeggen we : dat hij nu nog niet is. Wel zijn vele antichristen hem reeds voorgegaan, om zijn vreeselijke komst voor te bereiden. Ook zijn nu de antichristen werkzaam, sterker dan ooit te voren. Maar de Antichrist toeft nog, om op Gods tijd, in het laatst der dagen te verschijnen en dan zal het gaan over breede lijn om godloochening, godslastering ; bestrijding en verwerping en bespotting van Gods Woord ; omkeering van de Christelijke zeden ; leven bij uitspatting van zondebedrijf ; terwijl er schijnbaar groote kracht en wondere teekenen worden aanschouwd, waardoor duizenden bij duizenden zich zullen laten misleiden, om den Antichrist te volgen en te aanbidden — een eeredienst der ongerechtigheid krijgend in fie plaats van den dienst der aanbidding van den waren God. Daarom is voor ons de Fransche Revolutie met haar leuze : geen God en geen meester — waarbij aanstonds een straatdeerne als een godin gedragen werd door de straten van Parijs, een voorspel van de komst van den Antichrist.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's