De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIEN

7 minuten leestijd

's Werelds goed, Is eb en vloed.
Dat bekende woord wordt telkens weer bevestigd. Gij ziet dat zoo duidelijk in de geslachten. De stroom van de goederen dezer aarde gaat nu eens omhoog, maar ook dan weer omlaag. Nu eens gaat het van beneden naar boven, maar dan ook weer gaat het van boven naar beneden. Wat zijn er niet een menschen-die zooals we dat noemen aan het ,,opkomen" zijn. Voortgekomen uit een voorgeslacht dat het niet breed had in dit leven, zijn ze onder den zegen Gods in „goeden doen" gekomen en soms zijn ze menschen „in bonis" geworden, zoodat hun voorvaderen het niet zouden kunnen gelooven als zij zagen hoe ver de appel viel van den boom. Daar staat tegenover, dat er ook menschen zijn die, zooals we dat noemen, „aan lager wal" zijn geraakt. Voortgekomen uit een voorgeslacht dat in weelde en overvloed leefde, is hun alles wat ze ondernamen bij de hand afgebroken en soms zijn zij dermate „afgetakeld", dat hun voorvaderen de handen van verbazing ineen zouden slaan als zij zagen dat één hunner nazaten aan de een of andere inferieure betrekking geholpen moest worden.
's Werelds goed is eb en vloed. We zien dat ook in onze dagen niet het minst op het  oeconomisch terrein van leven. Tegenover een tijd waarin het handels-en industrieleven bloeide en tot steeds hooger ontwikkeling kwam, staat een tijd waarin dat leven als 't ware al zijn veerkracht verloor en als met lamheid schijnt geslagen te zijn. Tegenover den vloed staat de eb, en tegenover de eb staat weer de vloed. Zoo is het altijd geweest en zoo zal het in deze bedeeling ook altijd wel blijven. Gelukkig als we daarom ons hart maar niet zetten op de vergankelijke dingen van dit tijdelijk leven, en we hebben ons hart leeren zetten op dat onvergankelijke goed, op dien schat in den hemel, die gister en heden en tot in eeuwigheid dezelfde is. Immers waar onze schat is, daar zal ook ons hart zijn.
Eb en vloed. Ja, dat zijn twee machten, waaraan ook het vergankelijke goed van mijn „laatje" zich niet ontworstelen kan. Ook in dat „laatje" gaat het gedurig weer van beneden naar boven, maar ook gedurig weer van boven naar beneden. Vóór een paar weken was het een vloed waartegen de wanden van mijn „laatje" haast niet bestand waren. Het was een stroom van Paaschgiften waardoor alles dreigde overweldigd te zullen worden. Meer dan drie en een half duizend gulden in ééne week ! Neen, dat was een hoogte die zelden de vorige Penningmeester nooit had.bereikt en waarover hij zich zekerlijk grootelijks verbaasd en verblijd zou hebben. De vorige week echter was de vloed al belangrijk aan het afnemen. De eb bleek reeds ingetreden te zijn. Wat ik echter niet hau vermoed, was dat die eb zulke enorme afmetingen zou aannemen. Want nu deze week, och arme, ik durf haast niet te zeggen hoe laag het water is gedaald. Het is nu Maandag, dus heb ik nog een klein hoopje dat morgenochtend de vloed nog weer met vernieuwde kracht zal komen opzetten. Het kan dus nog terecht komen. Maar anders Neen, dat had ik nu heelemaal niet gedacht. Ik had zoo gedacht : van de 3500 op de 1300 en nu van de 1300 op de ƒ 1000, en dan zoo langzamerhand natuurlijk een tikje naar beneden. Maar zoo ineens van de 1300 op de neen, 'k zal het ook nog maar niet zeggen, want al mijn hoop is nog op morgenochtend gevestigd. Mij dunkt, dan komt er wel een girobiljet of misschien een postwissel of misschien een brief — ook al goed — uit Ja, gij merkt wel dat ik altijd nog leef in verwachting van dingen die komen zullen. Hei wil er bij mij niet in dat we de laatste Paaschdruppels al gehad hebben. Wat zou ik dan moeten denken van gemeenten als en en en zoo zou ik nog wel een heel rijtje kunnen opnoemen van Kerkeraden, van wie ik noch taal noch teeken heb gehoord. Zouden ze daar dan met Paschen heel onze collecte vergeten hebben ? Zouden ze daar dan met Paschen heelemaal niet aan den Gereformeerden Bond met zijn twee behoeftige kinderen gedacht hebben ? Zouden ze daar dan overal gedacht hebben : ga heen en word warm ? Neen, dat kan ik mij nu eenmaal niet voorstellen. Er moet dus nog wat op de komst zijn. Ik denk dat ze mij op sommige plaatsen eens bang willen maken, opdat het „meevallertje" dan straks des te grooter zal zijn. Kijk maar eens toe of ik 't mis heb. In afwachting van de dingen die komen zullen, zal ik maar vast eens laten zien wat ik heb. Span uw verwachtingen maar niet te hoog, want dan zegt ge straks vast : dal is me tegengevallen. Natuurlijk zijn de gaven die ik ontving me daar niet te minder om hoor, want ik heb al eens meer herinnerd aan de Schriftuurlijke waarheid die ook in deze vaak opgaat, dat het meeste soms het minste en het minste soms het meeste is. Daarom ben ik best tevree met wat ik ontving uit

Kootwijkerbroek, van ds. Zijlstra een Paaschcollecte van ƒ20.—.
Wijngaarden, van ouderling Korevaar een Paaschcollecte van ƒ 8.14.
Nieuwpoort, van diaken Verheij een collecte bij een daar op 4 Mei 1.1. door mij
vervulde spreekbeurt, die ik ook maar als Paaschcollecte zal boeken, van ƒ21.07.
Leiden, van den heer J. Serdijn aan verzamelde Paaschgaven een bedrag van ƒ60.—. Daar in Leiden staat nu binnenkort de plaats van wijlen onzen vriend Beekenkamp weer vervuld te worden. Wij zullen maar hopen dat de komst van den nieuwen „Bondsdominé" in de eerste plaats de gemeente, maar dan verder ook onze Bondsactie aldaar ten goede zal komen.
Goedereede, van den Kerkeraad aldaar voor het Studiefonds een bedrag vai. ƒ25.—. Het stond er niet bij, maar ook dit bedrag heb ik maar als een Paaschgift beschouwd.
Schoonhoven, van diaken Van Dam een nagift op de Paaschcollecte van ƒ 1.—
Bergambacht, van den Kerkeraad ook nog een ingekomen gave van ƒ 1.—.
Schiedam, van mej. J. de Groot aan verzamelde Paaschgaven een bedrag van ƒ5.50.
En nu zijn al mijn blikken gevestigd op de post van Dinsdagmorgen. Wat zal die nog voor me in zijn tasch hebben ?
Nu, hij is net geweest, en waarlijk 't is niet tegengevallen. Wel had hij nog niet bij zich waar ik eigenlijk op wachtte, maar gij zult bemerken dat ik er toch nog niet zoo slecht ben afgekomen.
Dirksland, van ds. Van der Wal. Deel inhoud catechisatiebus, een bedrag van ƒ 10.—.
Zwijndrecht, van diaken Smit een Paaschcollecte van ƒ36.30.
Arnhem, van den heer M. Bandel een contributie van ƒ1.25.
Maar nu komt het beste paard nog achteraan. Dat blijkt ditmaal Huizen te zijn, vanwaar diaken Gooijer mij toezond een collecte, die wel 14 daag na Paschen gehouden werd, maar die hij toch nog als Paaschcollecte wenschte te beschouwen, van
TWEE HONDERD ACHT EN TWINTIG GULDEN EN NEGENTIEN CENT
(ƒ228.19). 'k Had al gevreesd dat de vette letters deze week wel in de kast hadden moeten blijven, maar Huizen heeft op schitterende wijze mijn vreeze beschaamd.
Kijk, nu ben ik met mijn éénen keer vette letters nog wèl zoo blij als toen ik er zoo'n stuk of 15 had. Alweer een bewijs dat hier alles maar betrekkelijk is.
Nu eens even optellen. Ja hoor, 'k heb het nog weer aardig opgehaald. Een eindbedrag van
f 417.45,
waarvoor ik aan allen die er toe meegewerkt hebben heel veel dank betuig. De Penningmeester,
Veenendaal. Ds. M. JONGEBREUR.
 

*** POSTZ., CAPS. EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van :Ie. Mej. Van Dongen, Raamsdonksveer, 6 doozen zilverpapier. Wat een massa ; ik bewonder de afzendster om zooveel bij elkaar te krijgen. De vorige week ontving ik een mooie zending, maar deze overtreft 't nog. Zoo ziet men, er is altijd nog „meester boven meester". Ik dank de afzendster, en indien er soms nog meerderen aan meegewerkt hebben, ook hen allen heel hartelijk voor deze groote verzameling.
Over die zending van den heer Buitink van de vorige week heb ik nog iets in orde te maken, n.l. dat deze mooie partij was bijeengebracht door de kinderen der Herv. School, aldaar.
Voor zulk een zending is 't wel de moeit waard dit er bij te vermelden.
Hiermede is het voor dezen keer gedaan. Is het niet veel in aantal, toch is de week niet slecht geweest.
Met hartelijke groeten en aanbeveling.
Krommedijk 60, Dordrecht. Mejuffr. J. DEN HARTOG.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's