De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Toen Syke dan ook volgens afspraak kwam vragen of zij voor den nacht moest blijven, werd haar gezegd dat het niet noodig was.
Of zij in plaats daarvan den volgenden morgen tegen een uur of zeven komen kon en dan het noodige brood meenemen.
,,Die stakkerd had hare rust ook noodig", zei vrouw Burenga, en zij had 's morgens zóó haar best gedaan".
Plotseling werd het fluistergesprek in de kamer afgebroken, doordat de broer, die een oogenblik bij het ledikant waakte, ging zeggen, dat zwager af en toe even kreunde, net alsof hij zich begon te vóélen. En zoo was het. Na eenigen tijd werd even het oog geopend, doch ook aanstonds weer gesloten. Oogenblikkelijk maakte vrouw Burenga van deze gelegenheid gebruik om hem voor de zooveelste maal bij den naam te noemen. Thans scheen hij haar te hooren. Opnieuw, werd getracht iets van de omgeving waar te nemen, terwijl eenige onverstaanbare klanken werden geuit. Het was alsof men in een andere wereld kwam. „'t Bewustzijn keert terug" — zei moeder, en veegde een traan weg, en vrouw Burenga wist in haar blijdschap niet wat zij doen zou. Of hij ook wat drinken zou willen hebben. Wat karnemelk-brij ; daar hield hij altijd zoo van, en er stond genoeg in den kelder. Of een stuk pudding. Chocolade-pudding, dien vond hij zoo fijn
Maar zoover was men nog niet. Een beetje koud water, dat zou misschien gaan. En het ging. Niet nog zoo het hoorde, maar er werd geslikt, en dat was al veel. Toen tegen den nacht de dokter nog eens kwam, kon hij eenige hoop geven en een drankje voorschrijven. Heel den nacht natuurlijk waken en alle uren een lepel vol, als hij niet sliep. Vooral stil laten liggen, en niet vermoeien met spreken. Als 't goed ging, dan kwam dat later wel. Morgenochtend kwam hij wel weer.
En met den nieuwen morgen kwam het nieuwe leven. Langzaam, als uit een diepen slaap kwam het bewustzijn terug, doch werd ook meteen openbaar welke verwoesting de krankheid had aangericht. De spraak was belemmerd, 't geheugen scheen weg, de rechterhand en voet lag machteloos neer. Jaring Durks Burenga was in de wiek geschoten.
Eerst langzaam begreep hij. Hoe hij hier kwam en waartoe die drukte en die familie en die fleschjes op tafel en dat gebaker meti hem. Hij was machteloos. Gods vinger had hem aangeraakt en daar lag hij.
Toen is hij toornig geworden. Toen heeft hij de linkervuist gebald, en die op den rand van het ledikant pijnlijk verwond, om vervolgens in onverstaanbare geluiden zijn woede uit te brullen, omdat hij hier liggen moest, en toen heeft hij getracht zich op te richten, omdat hij er uit wilde. Maar met een zacht lijntje heeft zijn vrouw hem toen weten tot bedaren te brengen, omdat de dokter elke emotie streng verboden heeft als levensgevaarlijk. En toen is hij achterover in de kussens gezonken en weende. Jaring Durks Burenga van „Unia-State", heeft geweend. Zoolang zijn vroaw hem kende voor het eerst, maar die tranen grepen haar aan. 't Was zoo'n tegenstelling.
Anders zoo gezond en sterk en machtig, en nü zóó klein en hulpbehoevend. Wat is de mensch !
Toch deden die tranen goed. Omdat zij verlichting brachten en verbonden. Want nog nooit waren Burenga en z'n vrouw elkander zoo na geweest als in dezen tijd. Gelijk het lijden zoo menigmaal de menschen tot elkaar brengt, en hen óók brengt tot God.
Eerst langzamerhand drong tot hem door hoe hulpbehoevend hij was. Toen vruchteloos, getracht werd het eene been op te trekken of die rechterhand te gebruiken, en hij zich soms zoo moeilijk verstaanbaar kon maken, dat men raden moest wat hij wilde. Soms werd het ledikant hem te eng, en wilde hij er uit, naar zijn koeien en het veld, en de arbeiders en naar alles wat het bedrijf raakte. Maar met voorbeeldig geduld en wonderlijke wijsheid, die men zoo niet bij haar gezocht zou hebben, wist vrouw Burenga hem dan te kalmeeren. Tot hij langzaam verzoend werd met zijn toestand, vooral toen er eenige hoop kwam, dat iets van de oude kracht zou weerkeeren.
En zij kwam weer. Maar niet als voorheen. Slechts moeizaam, met ten stok kon hij zich voortbewegen, terwijl ook het verstand veel geleden had. Vanaf dezen tijd was jaring Durks een gebroken man. Over het verledene werd niet meer gesproken, maar daar was meer toenadering gekomen tusschen de bewoners van „Unia-State". En wat misschien anders nooit gebeurd was, maar dominé Randwijk werd hier huisvriend. Eerst hadden zij eenigszins vreemd tegenover elkander gestaan, vooral omdat de boer niet wist hoe te zullen optreden. Maar toen dominé zoo belangstellend naar zijn ongesteldheid vroeg en naar de wijze waarop nu het bedrijf werd uitgeoefend, was spoedig 't ijs gebroken.
't Viel hem genoeg mee. Dominé moest maar gauw eens terugkomen ; 't verkortte hem den tijd. Langzamerhand namen de gesprekken een andere wending. Meer naar de diepte en ook naar de verte — naar wat er ligt achter dit leven. Voor Burenga iets heel vreemds, daarom ook iets geheel nieuws, doch waarover hij meer dan ooit begon na te denken.
En voor vrouw Burenga was het, alsof haar leven opnieuw begon, 't Was wel waar zooals haar grootmoeder altijd zei: het moest van Boven komen.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's