Kleine Luijden
SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN
MULDERS BET.
Onder de meest bekende persoonlijkheden in Zorgvliet, neemt baas Mulder sinds jaar en dag mede een eerste plaats in. Niet, dat er in het dorp één menschelijk wezen zou zijn, dat bij de anderen niet bekend is. Zoodra de kleine kleuters buiten komen, 't zij dan in een kinderwagen, oud of nieuw model — want in Zorgvliet komt men zoo zoetjesaan ook op de mode — of met moederlijken trots gedragen op den arm, om nu aan dezen en dan aan genen te worden voorgesteld en bewonderd, zodra zijn zij ook aan het geheele dorp bekend en worden opgenomen in den kring der belangstellenden.
Van baas Mulder geldt het evenwel in bizonderen zin, dat hij onder de dorpelingen een zeer bekende figuur is, ja tot zelfs in den wijden omtrek, precies als Sander de profeet. Voor een deel is dat toe te schrijven aan zijn innemend karakter. Opgewekt van humeur, heeft hij gewoonlijk een vriendelijk woord voor elk, zoodat van hem gezegd kan worden wat nu juist niet zoo heel velen te beurt valt, dat hij geen vijanden heeft. Elk mag hem graag. Waar hij komt, heeft hij gewoonlijk een kwinkslag of een vriendelijk woord, terwijl zijn vak meebrengt dat 't hem niet aan praatstof ontbreekt. Eigenlijk gezegd is Mulder baas van het dorp en tevens ook de knecht van allen.
Dat zit zóó. Oorspronkelijk was hij schoenmaker van beroep. Toen hij zich hier indertijd ging vestigen, was het met de bedoeling om met de uitoefening van dit ambacht zijn brood te verdienen. Doch al heel spoedig bleek hem, dat dit niet zou gaan. Om de eenvoudige reden, dat baas Prik reeds toen nagenoeg de klandizie van het geheele dorp had. Wel was er eens een en kele die hem een paar zooien of hakken bestelde, of een medelijdende buurman, die hem nu en dan het een of ander ter reparatie zond, maar om hier van te leven, dat zou niet gaan. Baas Prik had nu eenmaal de oudste brieven ; leverde goed werk en aan degenen die niet ineens betalen konden alle gelegenheid om dit in termijnen te doen, zoodat velen onder de arbeidersbevolking geregeld bij hem in het krijt stonden, en zat bovendien reeds sinds jaren in den kerkeraad, als diaken, later als ouderling, wat toch ook een zekere waardigheid aan het bedrijf gaf.
Om maar kort te gaan, tegen zoo iemand oproeien was zelfs voor den knapste onbegonnen werk.
Vandaar dat Mulder al heel spoedig naar iets anders leerde omzien, waarbij de omstandigheden hem gunstig waren. Had men aan hem géén behoefte in zijn qualiteit van schoenmaker, des te meer behoefte bestond er aan een man die de kunst van barbieren machtig was, en vandaar dat al heel spoedig boven den ingang van de steeg, waarin hij woonde, een bord bevestigd werd met het opschrift : „Hier laat men zich scheren en haarsnijden". Terwijl ten overvloede voor degenen wien dit opschrift nog ontgaan mocht, een paar koperen scheerbekkens werden uitgehangen, die zonder woorden, vanzelf reclame voor de nieuwe affaire maakten. En waarlijk, dit sloeg in. Vooral toen bleek dat Mulder vaardiger met het mes en de schaar kon omgaan, dan de oude kleermaker, die tot hiertoe dit vak had uitgeoefend, maar wiens bevende hand oorzaak was dat het mes ook wel eens dieper ging, dan de meesten verlangden. Toen deze kort daarop zijn nog overgebleven klanten meedeelde, dat hij besloten had de overige levensdagen in rust bij een der kinderen door te brengen, was niemand hierover bedroefd, maar allerminst zijn opvolger, welke hierdoor van nu aan voor Zorgvliet en omstreken „de" barbier werd.
Ziedaar de oorzaak van de algemeene bekendheid van baas Mulder bij oud en jong. Zóó komt het, dat er bijna geen huisgezin is waarmede hij niet in relatie staat, want met uitzondering van een enkele, zooals bijv. kleine Symen, die zélf de schaar in den haarbos zijner kinderen zet, om daarmede eenige contanten te besparen, of die zelf de kunst van het scheren zich heeft eigen gemaakt om niet te zeer van een ander afhankelijk te zijn, kan gezegd worden, dat allen zich door baas Mulder laten be dienen, voor zoover zij bij zijn vak betrokken zijn.
Niemand meene echter hier nu te vinden, gelijk in de steden, een fijn ingerichte salon met al de geriefelijkheden en gemakken, die inzonderheid bij de beoefening van deze kunst, nogal worden aangetroffen. Geen gemakkelijke fauteuils, geen marmeren waschtafel met warm-en koud-water inrichting, geen spiegelwanden, die overal de beeltenis weerkaatsen ; geen parfum-geurtjes of odeur-luchtjes ; geen wit-gejaste bedienden, die na tal van onbegrijpelijke hand bewegingen, welke als zoovele voor-oefeningen voor de aanstaande operatie schijnen te moeten dienen, eindelijk de geduldigwachtende, goed-ingepakte, schier onkenbaar gemaakte klant, van de overtollige haren of haartjes is gaan ontdoen, um daarna, al weer onder tal van handgrepen, die den oningewijde als zoovele grimassen voor komen, het gelaat af te leveren als had het een verjongingskuur ondergaan, — niets van dat alles.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's