Ontzettende achteruitgang van het kerkbezoek.
Men zegt dat Amsterdam, de hoofdstad van ons land, ongeveer 250 duizend Hervormden telt Dit getal zal wel niet geheel zuiver zijn, maar laat ons dan maar aannemen, dat de waarheid er niet zoover bezijden is. Naar ruwe schatting komen er van die 250 duizend slechts 4 of 5% in het huis des gebeds op den dag des Heeren. Zijn dat geen sprekende cijfers, die getuigen van den grooten afval onder ons volk ?
En nu zegt ge misschien, dat het met de andere Kerken wel beter gesteld zal wezen.
Helaas, deze afval geldt van het geheel. Ik hoorde onder meer van de volgende ruwe becijfering. Stel de bevolking van Amsterdam op 700.000 zielen. Welnu, van die 700.000 zouden er slechts 70.000 opgaan naar de verschillende bedehuizen. En dan hebben we Hervormden, Gereformeerden, Roomschen en Apostolischen enz. enz. nog bij elkaar genomen. Ergo, slechts één tiende gedeelte, hetwelk nog naar de eene of andere religieuse samenkomst opgaat.
Is dat geen bewijs van ontzettend diep verval ?
En nu hebben we het oog nog maar op dit geslacht, maar wat moet er terecht komen van de opgroeiende jeugd, als die honderdduizenden zonder religie straks de plaatsen van dit geslacht komen in te nemen ?
En nu zegt wellicht iemand, dat het op het platteland toch aanzienlijk veel beter is. Het valt niet te ontkennen, dat het op de dorpen, over het geheel genomen, inderdaad beter gesteld is. Hier en daar zien we zelfs opbloei van het kerkelijk leven. Maar het kan tenslotte niet uitblijven, dat het kwaad van den afval zich ook hoe langer hoe meer over de dorpen zal verspreiden.
Indien het den Heere niet behaagt om den afval nog te stuiten, gaan we eene verschrikkelijke ontkerstening van de wereld tegemoet.
Want wat van ons Vaderland geldt, geldt in nog veel meerdere mate van het buitenland. Daar neemt de afval hoe langer hoe verschrikkelijker vormen aan.
Wat is het een treurig feit, dat tegenover dien verschrikkelijken afval al wat nog den Christus belijdt, nog zoo tweedrachtig tegenover elkander staat. Indien ooit, dan moest nu toch het Christendom inzien, dat alle tweedracht onder de ware belijdeis de zaak van het Koninkrijk Gods enorme schade zal aandoen.
Helaas, al zien we alleen maar op de ontplooiingen van al datgene wat men noemt gereformeerde actie, dan moet de vraag wel eens van de lippen : „Zoeken ze niet allen het hunne ? "
Och, waren alle ware Sionieten één ! Of moet het een wachten wezen op den tijd, waarin God door de oordeelen en de gerichten Zijn volk naar elkander zal drijven ? Want dit staat vast, dat het straks zal wezen één kudde onder éénen Herder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's