FINANCIEN
Wachten duurt altijd lang. Dat hebben vvij allen wel eens ondervonden. Anders is de tijd zoo kort, maar als gij ergens op wacht, wat duurt een maand, een week, een dag, wat duurt zelfs een uur dan soms lang !
Dat ondervinden we in het natuurlijk en soms ook in het geestelijk leven. Ook te dien opzichte immers kan daar een wachten zijn. Wie onzer kent niet het bekende derde vers uit den 130sten Psalm :
„Ik blijf den Heer' verwachten. Mijn ziel wachtongestoord. Ik hoop, in al mijn klachten Op Zijn onfeilbaar Woord"
En misschien wel dat we dat vers niet alleen kennen en meermalen gezongen hebben, maar dat wij ook zelven weten wat 't is in een of andere zaak te wachten op de vervulling van Gods belofte. Wat kan die tijd van wachten ons dan vaak lang vallen, en wat kunnen we dan wel eens ongeduldig worden, zóó ongeduldig, dat we soms God gaan bedillen en dat we Hem den tijd wel eens gaan voorschrijven, waarop Hij onze verwachtingen zou moeten vervullen. Daarom is het een voorrecht als we dan ook maar mogen blijven wachten en als we dus doen mogen, waartoe de dichter van Psalm 27 ons ook vermaant : „Wacht op den Heer' godvruchte schaar, houd moed !" Moed verloren toch, zeggen de menschen wel eens, is al verloren. Maar dat hebben zij toch mis. Beter is het als we zeggen : ziel verloren is al verloren, maar moed verloren is veel verloren. Nu ja, maar wie den moed verliest, verliest dan toch veel, zegt ge. En daar hebt ge gelijk aan. Daarom zullen we ook maar trachten om den moed er bij te houden in een zaak, die nu ook op zich wachten laat. Ge moet n.l. weten, dat ik ook al enkele dagen aan 't wachten ben. Ik zit n.l. te wachten op enkele schepen van de zilveren vloot die nog maar niet komen willen. Ja, de meesten zijn nu wel binnen, maar er zijn er nog een stuk of wat die nog maar niet in 't zicht zijn. .Hoe ik ook 's morgens én 's middags èn 's avonds nog eens zit te turen, 't is alles tevergeefs. Zeker, er zijn er ook deze week nog wel weer enkele de veilige haven binnengevallen, maar daar zijn er juist onder die ik niet had verwacht, althans één die ik heelemaal niet zoo vol had verwacht Maar die ik nog wèl verwacht daar is nog geen spoor van te zien. Soms ben ik geneigd om te gaan twijfelen of ze soms vergaan zouden zijn. Maar dan zou er wel een flesch of zooiets aangespoeld wezen waarin mij een zoodanige droeve mededeeling was gedaan. Ik heb dus ook in dezen altoos nog maar goeden moed dat zij nog wel komen zullen. Mijn oog is vooral nog naar het Westen gericht Mij dunkt, daar zijn er een paar die vandaag of morgen nog wel in 't zicht zullen komen. Ik blijf dus maar doen net als heel veel menschen in Den Haag voor een paar dagen ook deden. Daar was ik net, toen Vrijdag mr. Troelstra, de vroegere leider der Sociaal Democraten, begraven werd, en daar zag ik toen hoe duizenden menschen stonden te wachten op het stoffelijk overblijfsel van den man die onder onze politieke tegenstanders als een vorst werd geëerd. Het was ,,de laatste eer" die hem door een ontelbare schare zijner volgelingen werd aangedaan. Ik hoorde iemand zeggen : ,, zijn gansche leven is een vergissing geweest, een vergissing die nu niet meer door hem hersteld kan worden", en ik voelde dat in die woorden een diepe waarheid lag. Inderdaad, met al de groote gaven die dezen doode gesierd hadden — en die wij ook in onze tegenstanders hebben te beschouwen als gaven Gods — is zijn leven een vergissing geweest. Zonder God in de wereld, was hij blind voor het licht dat de groote Schepper aller dingen ons in natuur en genade geschonken heeft Vandaar dat het beginsel waaruit hij leefde en het licht waarin hij de sociale en politieke verhoudingen van ons leven zag, in lijnrechten strijd waren met het beginsel van Gods Woord en met het licht waarin de Christen deze dingen beziet. En wat ik bij het zien van de vele duizenden die hun dooden Meester wilden vereeren het meest tragische vond, het was de armoede van de wereld, die ook bij het graf van hare „groote dooden" den troost mist die voor ons den dood tot een poort des levens maakt En dan dacht ik aan het verschil met het graf van mannen als Kuyper, Talma en zoovele anderen, die door 't geloofd hadden geleefd en in het geloof gestorven zijn en over wier graven nog ruischt het woord van den Psalmist :
„Maar na den dood is 't leven mij bereid. God neemt mij op in Zijne heerlijkheid."
Maar hoe ben ik nu toch in „Financiën" aan de begrafenis van Troelstra gekomen ? O ja, ik weet het alweer, 'k Had het over het wachten van zooveel duizenden zijner volgelingen. En in dat opzicht — neen, anders niet, hoor, want al ben ik soms wel een klein beetje Sociaal, van Socialistische smetten ben ik gelukkig nog heelemaal vrij — wou ik nu maar net doen als zij : wachten en nog eens wachten en nog eens wachten, totdat eindelijk „het schip met de dubbeltjes" er wel wezen zal. Stil, 't is net of ik daar heel in de verte weer rook zie. Zou het dat wezen ? Wacht maar, morgen, Dinsdagochtend, hoop ik u te vertellen of ik me al dan niet heb vergist.
Nee hoor, 't is weer gezichtsbedrog geweest. Toch is met dien rook mijn hoop nog niet heelemaal vervlogen. Gij zult eens zien of ik u de volgende week niet meer kan vertellen. Of ik dan deze week heelemaal niets heb te zeggen ? Nou en of ; 'k wil gelooven als ik aan de praat kom dat het u nog heelemaal niet tegenvalt. Hoor maar eens goed.
Nieuw Lekkerland, van ds. Alers, gevonden in de collecte in de kerk aan den Elshout een gift van ƒ 10.— voor het Studiefonds.
Ter Aar, van ds. Groeneveld een Paaschcollecte van ƒ38.05.
Mijnsheerenland, van den hr. Adr. de Jong een Paaschgift voor de Fondsen van ƒ25.
Soest, van den heer H. van Herwaarden een Paaschcollecte van ƒ60.84.
Sprang, van ds. J. Fokkema de opbrengst van een collecte op den dag zijner intree in die gemeente gehouden, en die hij nog maar als Paaschcollecte beschouwd wilde zien, zijnde een bedrag van
HONDERD GULDEN EN VIJF EN DERTIG CENT (ƒ100.35).
Zij schijnen daar in Sprang dus blij te zijn met de komst van hun nieuwen leeraar en deze schijnt ook blij te zijn met zijn eerste gemeente. Dat is een gunstig teeken, als de blijdschap wederkeerig is. We hopen van harte dat zij elkaar veel stof tot blijdschap zullen blijven geven en dat zij voor elkaar tot rijken zegen zullen mogen zijn.
Middelburg, van den heer C. de Keijzer een Paaschcollecte, die eerst op Zondag 11 Mei gehouden werd in de Evangelisatie aldaar, zijnde een bedrag van ƒ 75.29.
Wilnis, van den kerkeraad aldaar een Paaschcollecte van ƒ31.50.
Sommelsdijk, van ds. Van Ameide een Paaschcollecte van ƒ36.80.
's-Gravenhage, van ds. Van Dorp een nagift op de Paaschinzameling van ƒ 10.— en nog een gift voor den Evangelisatiearbeid in de Zuiderzeeprovincie, gecollecteerd in de Wilhelminakerk, ook van. ƒ 10.—. Deze laatste moet ik natuurlijk doorzenden naar ds. Lans.
Overschie, van den heer Jac. Biji een Paaschgave van enkele vrienden van ƒ 10.—.
Montfoort, van den kerkeraad aldaar een Paaschcollecte van ƒ 27.—.
St. Maartensdijk, van ds. de Bref uit zijn catechisatiebus een bedrag van ƒ5 Putten, van ds. Bouthoorn een Paaschcollecte van
TWEE HONDERD DRIE EN DERTIG GULDEN EN ZEVENTIEN CENT (ƒ 233.17
Vermeerderd met nog ƒ2.50 van den hee. B. en ƒ 1.— gevonden in de brievenbus vai ds. B. ; dus een totaal bedrag van ƒ 236.67 Gij merkt wel, dat je 't soms uit 't westen verwacht en dat het dan juist uit het Noorden komt. Alweer een bewijs van de waar held van het bekende versje uit den 75sten Psalm.
Lunteren, van ouderling R. van de Hoef een Paaschcollecte van ƒ53.18.
Leiden, van den heer J. Serdijn een nagift op de Paaschinzameling van ƒ 10.-
Veenendaal, gecollecteerd op Zondag 18 Mei in de Julianakerk een gift van ƒ25.—, waarvan ƒ10.— bestemd was voor het Leerstoelfonds en ƒ5.— voor ds. Lans, die ik dus moet doorzenden naar Suawoude. Dat zal wel van een echtpaar zijn dat ik straks moet gaan gelukwenschen met zijn 25-jarig huwelijksfeest.
Nu, wat zegt ge van een en ander ? Ik vind het nog niet zoo slecht in ééne week een eindbedrag van
f 739.68
en ik vermoed haast dat gij het allen met mij eens zijt en dat gij mij heelemaal niet beklaagt, al is mijn uitzien naar 't Westen tot hiertoe tevergeefs geweest.
Intusschen heel veel dank aan allen die mij met hun gaven verblijd hebben.
Veenendaal.
De Penningmeester Ds. M. JONGEBREUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's