KERKELIJKE RONDSCHOUW
Wij zijn geen afgescheurd stuk.
t Woord Secte wordt in deze dagen weer druk gebruikt, om er mee aan te duiden dat de „christelijken" in Nederiand toch eigenlijk niet veel meer zijn dan zoo'n afgescheurd stuk (secte) van het volk. Wij hooren er eigenlijk niet bij en wij mogen dus ook niet gelijk opdeelen met het liberalistisch denkend-deel der natie. Want vooral dé liberalen hebben er een handje van om de christelijken opzij te schuiven en buiten alle rechten te zetten. De Christelijke School telt voor hen eigenlijk niet mee, ook nu de Christelijke Radio niet. En nu de Minister beslissing nam, om de „christelijken" (zoowel de Protestanten als de Roomschen) niet meer, maar ook niet minder te geven dan aan de andere groepen, nu komen de scheldwoorden los zelfs — ja voornamelijk — uit den mond van onze oude liberale tante, de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Dat oude, deftige, welopgevoede, cultureel zoo hóóg staand dagblad schrijft pardoes van : de triomf van het Sectarisme, nu de christelijken gelijk behandeld worden met de vrijzinnigen.
De christelijken, dat zijn de scheurrmakers, de Sectaristen.
En aan scheurmakers mag in Nederland geen recht gedaan worden.
Daarom is de N. R. Crt. woedend, omdat de zendtijd voor de Radio nu zóó verdeeld is, dat Links over Hilversum 23.65 en 23.65 % van den zendtijd heeft ontvangen en Rechts over Huizen óók 23.65 en 23.65% van den zendtijd.
Jammer, dat het liberalisme nog altijd blijft staan op het standpunt, dat de „christelijken" in Nederland eigenlijk niet meetellen en eigenlijk geen rechten hebben.
Dat zou men 't liefst toepassen op het gebied van het onderwijs — dat zou men ook graag gehad hebben ten opzichte van den zendtijd van de Radio.
Gelukkig is de beschikking van den Minister een beslissing van recht geweest. Wij zijn óók burgers van Nederland! En wij zijn maar niet zoo'n afgescheurd stuk van 't volk. „Wees nou werkelijk eens vrijzinnig — gun een ander ook eens wat !"
Onze Kerkvoogden.
De Vereeniging voor Kerkvoogden heeft vergaderd.En op de jubileumvergadering is veel gesproken (de Vereeniging bestaat 10 laar nu). Daar willen we het nu echter niet over hebben. Eén ding willen we maar even onderstrepen. Gelukkig is door meer dan één uit de vergadering er op aangedrongen niet aan het oude instituut te blijven hangen, maar te gaan sturen in de richting, dat het bezit van de gemeente, ook door de bestuurders van de gemeente { zal worden beheerd, en dat er tusschen den Kerkeraad en de Commissie van Beheer 't nauwste contact zal komen.
Vooral ook voor nieuwe gemeenten willen we dat hartelijk aanbeveien !
Het goed der gemeente moet dan beheerd worden door een Commissie van Beheer, namens den Kerkeraad.
Dat is de Gereformeerde gedachte en dat is tegelijk de beste weg voor bestuur en beheer.
Het tegenwoordig stelsel past in 't geheel niet bij de Kerk-idee.
De Vrijzinnigen in actie?
De Vrijzinnig Hervormden hebben óók hun vergadering gehad onder leiding van prof. Lindeboom, uit Groningen. De voorzitter heeft natuurlijk gesproken over reorganisatie en het Voorstel, daartoe bij de Synode ingediend, en hij heeft niet onduidelijk gezegd, dat de vrijzinnigen er niets van moeten hebben. Wat we geruimen tijd geleden ook al gehoord hebben ; wat we al lang wisten. In dat negatieve zijn de Modernen één. Ze zijn tegen reorganisatie, omdat ze „vóór Christus en vóór de Kerk zijn", betoogde prof. Lindeboom. Voor welken Christus ? en voor welke Kerk ? Spelen met woorden is gemakkelijk, maar 't levert nooit resultaat. Laat men maar liever duidelijk en onomwonden zeggen, wat men wil en wat men niet wil, dan kunnen we praten. Phiiosophische eieren leveren niets op.
Ds. K. A. Beversluis, uit Zutphen, heelt voorts een referaat gehouden over : „Is het gewenscht thans een nieuwe poging te doen om te komen tot erkenning van de rechten der minderheden in de Ned. Hervormde Kerk en zoo ja, op welke wijze ? " Na de verwerping van het reorganisatie-voorstel wilden de Vrijzinnigen vragen, of zij nu niets konden doen ? En zoo ja — wat konden zij dan op de Synodale tafel brengen ?
Als wij het referaat van ds. B. goed hebben begrepen, dan waren het woorden en nog eens woorden ; méér niet. De Vrijzinnigen moeten natuurlijk óók wat zeggen om hun mannetjes aan 't lijntje te houden. Er moet en er zal wat gedaan worden. Maar wat ? Een modus-vivendi gaat niet. „De gemeente is niet te splitsen in richtingsgroepen. Splitsing van een gemeente in bepaalde gekleurde richtingsgroepen zou vele gemeenteleden dakloos maken of tot kleur bekennen dwingen. De invloed van de vrijzinnige geloofsprediking zou zeker niet worden versterkt bij een splitsing van eene gemeente in naar richting gescheiden onderdeelen".
Geen Modus-vivendi dus. Want men kan de menschen toch niet in verschillende groepjes indeelen, om ze als vogels van diverse pluimage in één kooi te laten leven, iedere groep met een eigen, afzonderlijk voederbakje.
Van de baan dus — volgens de Modernen.
Maar wat dan ?
„Een oplossing in de richting van Evenredige Vertegenwoordiging (E. V.) moet derhalve wenschelijk er worden geacht dan in die van Modus-Vivendi. Daarop zal ons werken moeten zijn gericht".
Aldus ds. Beversluis. Dus E.V.
„Intusschen" — zoo gaat de geachte spreker verder — , , is er geen kans, dat dat binnen afzienbaren tijd verwerkelijkt worden kan".
Och, arme. 't Ging zoo mooi. En nu kan het geen werkelijkheid worden ; „binnen afzienbaren tijd" althans niet. Geen Modus-Vivendi. Dat is van de baan. Maar Evenredige Vertegenwoordiging. Echter — daar hebben ze een menschenleven lang toch niets aan.
Wat dan ?
„Wat kunnen wij dan bereiken voor het oogenblik ? Een definitieve oplossing zal momenteel nog niet mogelijk zijn. Wel kunnen en moeten wij trachten verlichting te verkrijgen van de moeilijkheden, die op 't oogenblik voor minderheidsgroepen bestaan".
Maar hoe moet dat dan ?
„De Kerkeraad heeft geen richting en heeft alleen formeele verantwoordelijkheid. En daarom moet en kan het werk, dat nu buiten-kerkelijk verricht wordt" (door de Modernen b.v.) „in kerkelijk kader worden gebracht. Naast het officieele rechtstreeks van den .Kerkeraad uitgaande werk, zal dan door deze groepen onder medeweten, toezicht en erkenning van den Kerkeraad „buitengewoon" werk kunnen worden verricht".
Ds. Beversluis zou dus willen, dat het werk van de minderheden als „buitengewoon" werk in het kerkelijk kader werd opgenomen. „Naast het officieele rechtstreeks van den Kerkeraad uitgaande werk" zegt hij, „zal dan door deze groepen onder medeweten, toezicht en erkenning van den Kerkeraad (zonder verantwoordelijkheid echter) „buitengewoon" werk kunnen worden verricht. Zoo krijgen we „buitengewone" godsdienstoefeningen, „buitengewone" doop-en bevestigingsdiensten, enz. Op deze wijze kan men komen tot de aanstelling van „buitengewone" hulppredikers, zelfs van „buitengewone" predikanten met' „buitengewone" ouderlingen en diakenen,
Deze regeling is geen oplossing van het probleem van de rechten der minderheden,' maar zou zeker een belangrijke verbetering ! in den toestand brengen. Het wil alleen een middel zijn om belangrijke groepen binnen kerkverband te behouden zonder de eenheid der gemeente te verbreken en zonder den rechtzinnigen kerkeraad te dwingen materieele verantwoordelijkheid te aanvaarden voor vrijzinnige prediking".
Hoe ds. B. de financieele consequenties zich heeft voorgesteld, heeft hij niet gezegd ; ds. Prins, van Tiel, vroeg er naar. Ds. Priester uit Nieuw-Helvoet, zei, dat de gemeente geen belang stelt in deze dingen. We moeten over de sociale kwestie, het militaire vraagstuk, oorlog en vrede, enz. spreken, dan luisteren de menschen.
Ds. Bruining, uit Krommenie, pleit voor zelfstandige eenmans-buurtgemeenten (dominees-kerken). Deze instelling (zooveel kerken als er dominees zijn) zal de oplossing van het richtingsprobleem aanmerkelijk in de hand werken. Ieder kan zich dan voegen bij de Kerk (den dominé) waar hij wil.
Prof. dr. M. C. van Mourik Broekman, uit Breda, is het met den inleider eens, dat er wat moet gebeuren om tot een oplossing te komen. De moeilijkheid is inderdaad, dat de gemeente niet met die reglementaire aangelegenheden meeleeft en dat deze in hoofdzaak een opzet van predikanten blijven. Om de gemeente mee te krijgen, moet men met groote principieele plannen komen en niet met kleine hulpmiddelen, zooals men hier vanmiddag voorstelt. Wat het plan van den inleider betreft, vreest spreker, dat de Synode de door hem bedoelde „bizondere" werkzaamheden niet zal erkennen, omdat de Synode de richtingen niet erkent.
Spreker herinnert aan den schroom van belangstellende menschen om lidmaat van de Ned. Hervormde Kerk te worden ; aan den predikantennood, welke geboren wordt uit den tegenzin van studenten om de Ned. Hervormde Kerk te dienen en aan de gedesillusioneerdheid in het predikantencorps — verschijnselen, welke altemaal bewijzen, dat men de Ned. Hervormde Kerk als een verbasterd en onzuiver orgaan aanvoelt. Liever dan met de ethischen zou spreker met de Gereformeerden overleg plegen ; een man als prof Hugo Visscher is nog steeds voor de destijds door hein bepleite maatregelen te vinden.
ProL dr. B. D. Eerdmans, uit Leiden, vraagt, of het idee „stichting" naar het model van de Duinoordkerk voor de Vrijzinnig Hervormden niet aanbevelenswaardig zou zijn.
Ds. D. Bakker, uit Amsterdam, dringt er op aan, het positieve ook in ons kerkideaal meer naar voren te brengen dan het antithetische. Wij moeten ons richten naar het begrip „volkskerk" en derhalve aanraking zoeken met de groote schare, die met religieuse gevoelens tegenover de problemen van het oogenblik staat, maar schuvv is voor de Kerk. Tegenover haar moeten wij onomwonden erkennen, dat haar bezwaren tegen de Kerk ook onze bezwaren zijn. Aleer wij ons tot de Synode wenden om reglementsherzieningen, dienen wij ons een grondig denkbeeld te vormen, hoe wij als Vrijzinnigen de Hervormde Kerk zouden inrichten, wanneer wij het te zeggen hadden. Ons ihieromtrent een zeker en duidelijk denkbeeld eigen te maken, blijft voor loopig allereerst noodzakelijk.
Spreker acht medewerking met de Ethischen in dezen aanbevelenswaardiger en ook beter mogelijk dan met de Gereformeerden, daar de Ethischen inzake Kerkbegrip en Kerkorganisatie eigenlijk nog blanco papier zijn en niet weten wat ze willen. Zij zijn voor goede wenken vatbaar, daar ook zij het betreuren, dat de taak van de Kerk allengs afvloeit naar buitenkerkelijke lichamen. Maar om weer vat op de gemeente te krijgen, moeten de Vrijzinnigen zich niet in een eigen groepsorganisatie afzonderen, maar mee rouleeren in het geheele leven der Ned. Hervormde Kerk. Zij moeten afstand doen van een zekere hun kenmerkende kleinburgerlijkheid en midden in 't groote maatschajipelijk leven gaan staan.
Ds. D. Boer, uit Den Haag, verklaart, dat de Vrijzinnigen met hun aanvallen op de Synode moeten wachten, totdat zij hun gelederen voldoende versterkt hebben. Voor dat wij een positie in het kerkelijk leven hebben gekregen, waarvoor de orthodoxie, ook de Ethische, respect heeft, kunnen wij niets beginnen. Eerst moeten de Vrijzinnigen een bloeiende Vrijzinnige gemeente vormen en dan is het eerst tijd voor actie, om die gemeente een predikant te bezorgen.
De nijpende nood is te vinden in de aanneming elders en in den doop elders ; hiervoor moeten de Vrijzinnigen faciliteiten zien te verkrijgen, welke aan schandalen als die thans weer te Appingedam, een eind maken.
Wat de inleider op al dat moois, vooral van ds. Boer b.v. over de „schandalen" van de rechtzinnigen, gezegd heeft, vermeldt het verslag in de N. R. Crt. niet
Misschien dat „Kerk en Volk" ons nog wel inlicht. Dan komen we op deze zaak nog wel terug.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 mei 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's