De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

12 minuten leestijd

En zij aanbaden Hem en keerde., weder naar Jeruzalem met grooic blijdschap. En zij waren ten allei. tijde in den Tempel, lovende ei. dankende God. Amen. Lucas 24 vers 52, 53.

Hemelvaartsdag.
Wat zal er wondere stilte en grooti. blijdschap in het harte van Vader Jacob zijn gekomen, toen zijn zonen, na de tweede reis naar Egypte, thuis kwamen met de boodschap : „Jozef leeft nog — óok is hij regeerder in gansch Egypteland".
Wat zijn Gods wegen wonderlijk. Jozef is niet dood. En Jozef is nu bekleed met macht en heerlijkheid als een vorst in Egypteland ! Wondere stilte komt in het hart van Jacob, bij 't aanschouwen van Gods wondere wegen. Groote blijdschap, bij al de heerlijke verrassingen, die de Heere hem en zijn huis wil bereiden.
Iets dergelijks leeft er nu ook bij de Kerk van Christus op aarde, op dezen Hemelvaartsdag. Wat is het wonderlijk gegaan met Jezus. Hij is gekruisigd ; gehangen heeft Hij aan een vloekhout ; den smadelijksten dood is Hij gestorven en ziet, Hij is niet dood, Hij leeft nog — ook is Hij nu gezeten aan Gods rechterhand in den hemel der heerlijkheid, waar Hij bekleed is met alle macht in den hemel en op aarde ; vanwaar Hij Zijn volk behoedt en beschermt en vanwaar Hij komen zal straks om te oordeelen de levenden en de dooden. En die Jezus der heerlijkheid — is Sions Heere. Die verhoogde Heiland — is het Hoofd der Gemeente.
Wonderlijk zijn Gods wegen. En groote blijdschap komt Hij nu aan Zijn volk bereiden. Sions Middelaar is nu in de heerlijkheid en daar bidt Hij voor ons. Hij is daar ingegaan, om voor Zijn kinderen plaats te bereiden en als Hij plaats zal bereid hebben, dan zal Hij ze allen tot Zich trekken, opdat zij ook zijn mogen waar Hij is.
Hij is niet zonder ons in den hemel. Wij zijn niet zonder Hem op aarde.
Dat is de wondere grootheiu van Gods genade en het is de heerlijke rijkdom van dezen dag. Wij mogen nu met Hem in den hemel zijn. Hij wil nu met ons op aarde wezen. Halleluja ! Prijst den Heere.
Het treft ons altijd weer, dat de discipelen op den Olijfberg neergevallen zijn in aanbidding en dat de hemelvaart van Jezus groote blijdschap bij hen achterliet ; en alle dagen waren zij in den tempel, lovende en dankende God ! Zóó beschrijft de Evangelist Lukas het ons (24 : 52, 53).
Toen Henoch werd opgenomen, lezen we verder niets bizonders. 't Is alsof zijn tijdgenooten het niet eens gemerkt hebben, dat hij er niet meer was ; zij hebben niet gebeden en zij waren niet blij. En toen Elia ten hemel voer, was Eliza bedroefd en de profetenzonen hebben lang naar het lichaam gezocht van hun geliefden meester. Maar hier is het nu zoo anders. De discipelen knielen aanbiddend neer en keeren dan met groote blijdschap terug naar Jeruzalem, en zij waren ten allen tijde in den tempel, lovende en dankende God.
Wat is er dan toch gebeurd ?
De wereld staat hier verlegen en weet niet goed wat ze zeggen en wat ze doen moet vandaag.
Met Kerstfeest verblijdt zij zich bij een kindje in de kribbe en bij een kerstboom met lichtjes en geschenken. Met Paschen spreekt zij van den koristen dag, van de zon die 't wint van de duisternis, van het ontwaken der natuur, van bloem en plant. Op Goeden Vrijdag dweept zij met den martelaar, die voor zijn beginsel leed en stierf, smadelijk uitgeworpen door de eigenwijze en eigengerechtige Farizeën.
Maar met Hemelvaartsdag zit de wereld verlegen en weet eigenlijk niet goed wat hij doen en laten moet. Zou 't ook geen luchtkasteel zijn, dat de dweepzieke vrome zich bouwt ? Heel die "hemelvaart" is toch naar fantasie verbeelding ?
Hier nu moet de 'Gemeente van Christus antwoord geven, in woord en daad, in geloof en leven. Is het een luchtkasteel of is het werkelijkheid ?
En dan denken we weer aan de discipelen, die hebben aangebeden op den berg en die met groote blijdschap terugkeerden naar Jeruzalem, en die alle dagen waren in den tempel, lovende en dankende God.
Dan hebben de discipelen er toch wel veel heerlijks in gezien in die hemelvaart van Jezus ! Dan hebben zij er toch wel veel aan gehad, toen zij zagen, dat Jezus van hen scheidde en opgenomen werd in den hemel !
Wat hebben zij er in gezien en wat hebben zij er aan gehad ?
Is hun geloofsoog niet geopend en hebben zij niet gezien en geloofd, dat de Heiland, die vernederd was geworden tot in den dood des kruises, nu werd verheerlijkt en opgenomen in den hemel ? Hun Heiland nu bij God ; wat schat, wat troost, wat vreugd !
De Schrift is in het beschrijven van de groote daden Gods zoo eenvoudig en sober. Let maar eens op de geschiedenis van de hemelvaart van den Heiland. Mattheüs en Johannes zwijgen geheel van de hemelvaart. Het leefde zóó in het midden der gemeente, dat het eigenlijk niet meer beschreven behoefde te worden. Men beleefde het Marcus deelt het feit in enkele woorden mee. 't Was immers zoo overbekend in het midden der gemeente ! Veel woorden behoefden er niet voor gebruikt te worden. Aan Lucas, den geschiedenisliefhebber, hebben we (evenals bij de beschrijving van het wonder van Jezus' geboorte) de meeste bizonderheden te danken. Hij denkt aan de wijde wereld, die door de prediking tot Christus moest worden gebracht ; en daar moest men van deze dingen bericht ontvangen.
Eerst krijgen we het verhaal in zijn Evangelie, maar vooral in het boek de Handelingen, de voortzetting van zijn Evangelie, krijgen we de bizonderheden, die voor het nageslacht bewaard moeten blijven en aan de wereld verkondigd tot zaligheid. Wij mogen den naarstigen geschiedvorscher, die ook aangaande de hemelvaart een verhaal in orde gesteld heeft van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben (Lucas 1 vers 1) wel voor deze gegevens dankbaar zijn. Ook hierin heeft de Heere voor Zijn gemeente van alle tijden gezorgd. Eli zegt het ongeloof : die hemelvaart is fantasie, want zelfs de Apostelen en Evangelisten zeggen er weinig of niets van, de Heere heeft ons het verhaal bewaard en heeft ons doen verkondigen, dat de discipelen en de vrienden van den Heiland de hemelvaart met hunne oogen hebben aanschouwd, dat zij op den berg hebben aangebeden, en dat ze dag aan dag, tien dagen achter elkaar, met groote blijdschap in den tempel zijn geweest, ten allen tijde lovende en dankende God, voor de heerlijkheid van de hemelvaart van Jezus ! Hun Heiland is nu bij God ; wat schat, wat troost, wat vreugd !
Tien dagen zijn ze met groote blijdschap in den tempel geweest, ten allen tijde lovende en dankende God.
Waarom waren ze zoo blij en zoo dankbaar ?
Veertig dagen was Jezus bij hen geweest, om met gewisse teekenen hen te bewijzen, dat Hij, die voor de zonden Zijns volks gestorven was, waarlijk uit de dooden was opgestaan. En toen had Hij gezegd : nu verlaat.Ik de wereld weer en ga henen tot den Vader (Joh. 16 vers 28). Uit Galilea is Hij naar Jeruzalem teruggekeerd. Hier in Judea zal nu het wonder van de hemelvaart geschieden. Van de plaats, waar Hij voor de zonde betaald heeft en dood en hel heeft overwonnen, zal Hij nu naar den hemel varen. In de nabijheid van de stad, waar Hij de goede belijdenis heeft afgelegd, dicht bij Gethsémané, waar Hij den drinkbeker gedronken heeft, bij den vloekheuvel, waar Hij de zonden Zijns volks gedragen heeft — daar zal Hij nu opgenomen worden in heerlijkheid. Bij het graf, waar Hij alle vijanden heeft teniete gemaakt, zal de poorte des hemels voor Hem worden ontsloten. De zegetocht, in den hof van Jozef van Arimathea begonnen, zal nu worden voortgezet tot in den hemel der heerlijkheid. En daarom — ja, het afscheid is pijnlijk. Ze staan ook weer een oogenblik verbaasd, verbijsterd. Ze begrijpen alles niet dadelijk, net zoomin als bij het geopende graf. Maar terwijl duizendmaal duizenden engelen den verhoogden Heiland in den hemel blij begroeten, dalen twee engelen uit den hemel naar de aarde, om de discipelen en de vrienden van Jezus nader in te lichten, en als het licht van Boven ontstoken wordt in hunne harten, aanbidden zij — en ze keeren weder naar Jeruzalem met groote blijdschap, en allen dag zijn zij in den tempel, lovende en dankende God.
Dat is het laatste wat de Evangelist Lucas ons vertelt van de discipelen en van de vrienden van Jezus. Na de geschiedenis van de hemelvaart ons verteld te hebben, legt hij de pen neer. En het allerlaatste is dan, dat hij ons meedeelt, dat de discipelen zéér, zéér blij waren en dat zij allen dag in den tempel te vinden waren, lovende en dankende God. En zijn ziel zegt er „Amen" op (24 vers 53).
In de Handelingen der Apostelen wordt ons het afscheidsgesprek, dat Jezus, de Meester, wandelend met Zijn discipelen van Jeruzalem naar den Olijfberg, gehouden heeft, meegedeeld. Zijn vrienden moesten van Jeruzalem niet scheiden, zoo zeide Jezus, en de belofte werd hun gegeven, dat zij den Heiligen Geest zouden ontvangen. In diezelfde moordstad zal de Heilige Geest worden uitgestort. In het centrum der vijandschap zal God door Zijn Geest triomfeeren. En uit Sion zal dan het Woord des Heeren, als een goede boodschap, uitgaan onder de volkeren. In het Jeruzalem van de profetendooders, van de Messiasmoorders, zal dan de verkondiging des Evangelies aanvangen, en het zal voortgaan van overwinning tot overwinning. Eerst in Judea, dan in Samaria, dan in Kl.-Azië, dan in Europa, dan door geheel de wereld. „Mij is gegeven alle macht in den hemel en op aarde", had Jezus gezegd.
Dat uitzicht, dat perspectief is, al pratende en al wandelende van Jeruzalem naar den Olijfberg, geopend voor het oog van de discipelen. En dan is men het nauwe Kedrondal door, en gekomen bij den opgang "van den Olijfberg. Eens ging David hier langs den weg vluchtende. Zijn kroon was ter aarde gevallen, zijn hoofd omwonden, zijn oogen schreiden bittere tranen. Neen, David is ook niet de groote Koning, die komt in 's Heeren Naam. Dat is Davids groote Zoon I En ziet, met Hem is 't nu zoo anders. Zijn troon is Hem niet ontgaan. Hij is de overwinnaar van wereld, dood en 'hel. Hij Is de groote Koning, de Koning der eere, die langs Gethsémané nu gaande, ingaat tot de hemelsche heerlijkheid. Na op den weg uit de beek gedronken te hebben, zal iHij nu het hoofd omhoog heffen (Ps. 110). En als deze dingen zijn vervuld en licht van Boven in de harten der discipelen is gevallen, aanbidden zij, ook juichen zij. En allen tijd in den tempel zijnde, loven zij en danken zij God !
Wat is Bethlehem nu verheerlijkt, de krib in een beestenstal is een troon in den hemel. Wat is Golgotha beschaamd, het kruis is geworden tot den levensboom. Jezus, het werk voleindigd hebbend, is ingegaan in de heerlijkheid. Dies zijn Zijne discipelen verblijd, zij loven en danken God, dagelijks in den tempel zijnde. „Wat glans, wat majesteit hebt Gij dien Vorst bereid" (Psalm 21).
De Catechismus gaat in Zondag 18 zoo maar ineens van de discipelen van Jezus, die de hemelvaart gezien hebben, over tot „ons". Leest het antwoord op de 46ste vraag maar eens vandaag !
't Komt hierop neer, dat wfj nu in den verheerlijkten Christus al onze vreugd, al onzen rijkdom, al onze sterkte, al onze verwachting en hoop moeten kennen. Dan zal het voor óns ook een blijde tijd zijn (al zijn wij nog in het aardsche Jeruzalem), nu wij in 't midden van Christus' gemeente mogen gedenken, dat Jezus ten hemel is opgevaren, zittende nu aan de rechterhand Gods, des Vaders.
Dat beteekent immers : „Dat Christus voor de oogen Zijner jongeren van de aarde ten. 'heniel is opgeheven". Maar dat beteekent dan ook : „en dat Hij ons ten goede daar i s, tot Hij wederkomt, om te oordeelen de levenden en de dooden"
Ons ten goede daar — met heerlijke vergezichten, vér inblikkend in de verre toekomst : het laatste oordeel. Hij voor ons in den hemel, wij straks met Hem bij God.
Ons ten goede daar — met heerlijke zegeningen voor het heden. Want „is Jezus naar Zijne menschelijke natuur niet meer op aarde, naar Zijne Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons".
Met deze nuttigheid : „Ten eerste is Hij nu in den hemel voor het aangezichte Zijns Vaders onze Voorspreker. Ten andere, mogen wij nu ons vleesch in den hemel hebben, tot een zeker pand, dat Hij, als het Hoofd, ons. Zijne lidmaten, óok tot Zich zal nemen. Ten derde heeft Hij ons Zijn Geest tot een tegenpand gezonden, door Wiens kracht wij nu zoeken wat daarboven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods, en niet wat op aarde is".
De wereld zegt : geef ons een hemel op aarde. Maar die is er niet en komt er niet. Christus verachtend, wordt de pioorfé der hel ontsloten en het einde zal eeuwig vreeselijk zijn.
Gods kind heeft z'n Heiland in den hemel nu, en daarom ligt z'n schat Boven. Nu mogen Gods kinderen hun wandel in den hemel hebben, waar Christus is, en straks zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen, waar gansch Sion wonen zal in vrede.
Dat Jezus in den hemel is, is de verzekering dat de hemel tot ons komt en wij in den hemel mogen ingaan, indien die Heiland door genade ook ónze Zaligmaker is, in de uitdelging van onze zonden in Zijn bloed. Bij Golgotha hoort de Olijfberg. Door de verzoening gaat het tot heerlijkheid.
Jezus in den hemel ! Het is voor Gods kinderen om Hem te aanbidden ; en ook om in het Jeruzalem dat hier beneden is, in Gods huis in te gaan met groote blijdschap, dagelijks lovende en dankende God. Biddende ook : Kom, Heere Jezus, ja, kom haastelijk !

M. v. Grieken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's