De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Pinksteren.

10 minuten leestijd

En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van eenen geweldigen, gedrevenen wind, en vervulde het geheele huis, waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen, als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zooals de Geest hun gaf uit te spreken. Handelingen 2 vers 1—4.

De dag van Pinksterfeest is de dag der Kerk van Christus. Die Kerk is het volk van de toegezegde en toegepaste beloftenissen, gelijk geschreven is : Want Ik zal water gieten op de dorstigen en stroomen op het droge ; Ik zal Mijnen Geest op uw zaad gieten en Mijnen zegen op uwe nakomelingen. En zij zullen uitspruiten tusschen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken. (Jesaja 44 vers 3, 4).
Die dag is de dag der discipelen, der achter gesloten deuren vreezende mannen, die bidders zijn en dan lofprijzers en dan helden. Zij hebben gevoeld het trillen van de profetische snaren en het nagebeden : Ontwaak, Noordenwind, en kom, gij Zuidenwind, doorwaai mijnen hof, dat zijne specerijen uitvloeien !
Het is de dag, op welken zich de poort des hemels opent en de Geest des Vaders en des Zoons uittreedt, om te bekleeden 't priesterlijk volk des Nieuwen Verbonds, dat door het voorhangsel van den nieuwen tempel ingaat langs een verschen en levenden weg. De Geest treedt binnen de burcht, die geen hellepoort kan overweldigen. De vervallen hut van David wordt opgericht en straalt in het licht der ondoorgrondelijke Godsgenade als het paleis, schooner dan dat van den zoon van Isaï.
De wereld kan Hem niet ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar zij, die welzalig zijn, omdat zij verkoren zijn, het Zion Gods, verstaat de dingen, die des Geestes zijn. Dat volk viert Pinksterfeest. Het heeft er wat aan, ja, het heeft er alles aan.
Willen we iets vertellen van het Pinksterfeest ?
Zouden we willen hooren Pinksterklanken ? Zouden we willen ontvangen Pinkstergaven ? Zouden we willen smaken Pinkstervrede ?
Daar zijn te Jeruzalem discipelen, leerlingen van Jezus saam. Hoeveel ? Zijn 't er 120 of 12? En waar zijn ze? In een van de bijgebouwen des tempels of in het huis van dezen of genen ? Wij weten het niet met zoo groote zekerheid. Waarom schrijft Lucas er dat niet nauwkeurig bij ? Och, ja, waarom niet ? Hij schijnt het niet van zoo overwegend belang te achten. Indien ik het hem vroeg, zou hij zeggen : Och, luister liever naar de woorden van die met den Geest vervulde mannen. Indien gij slechts moogt weten, wanneer, waar en hoe de Heere u geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
Maar dit is toch zeker : De schitterende tempeldienst is dof geworden. Niet op die in den tempel den dienst plegen, maar op het kleine kuddeke van Lucas 12 vers 32 daalt de Heilige Geest neder. Er is losmaking van het ceremonieele. Het voorhangsel scheurde nog kort geleden. En er zal nu op den Pinksterdag wel weer een nieuw zijn aangebracht, maar-God neemt dat niet meer aan. Het voorhangsel, hetwelk ons toelaat in het Heiligdom, is het vleesch van Christus. De Geest daalt neer, daar waar het hart van Christus is. Daar wordt de Pinksterklank vernomen, de Pinkstergave ontvangen, de Pinkstervrede gesmaakt.
Daar zijn te Jeruzalem godvruchtige mannen van alle volken, die onder den hemel zijn. Van zulke mannen komen tezamen tot de plaats waar de discipelen zijn. Wat wonder geluid was dat toch ! Een stuwende kracht drijft ze allen naar dezelfde plaats. Zij komen er en zien Galiieërs, op wie verdeelde tongen als van vuur zijn, en die spreken met andere talen. Ze blijven staan, vastgehouden door wat ze zagen en hoorden.
Pinksterklanken zijn het op heel dien Pinksterdag. Klanken, die zoete harmonie vormen. Het geluid van den geweldigen wind, de woorden der vervulde Apostelen, de verwonderde vragen en uitroepen der menigte, de bede van verslagen harten. Harmonie bij alle verscheidenheid van plaats, taal, stand, levensweg. Er is een plaats waar eerst enkelen, dan velen eendrachtig bijeen zijn en er is een volk, dat gelooft en vrede heeft. De Heilige Geest maakt geen fabriekswerk. Gelijk in de schepping, alzoo maakt ook de Heere in de herschepping ieder ding schoon op Zijn tijd.
Die klanken zijn Pinksterklanken, omdat het Pinksterfeest is. Het feest van den 50en dag, van de eerstelingen. „Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent". Alle klanken verheerlijken God niet en er zijn ook klanken op Pinksterfeest, die geen Pinksterklanken zijn. De dissonant wordt gehoord, wanneer sommigen spotten en zeggen : Zij zijn vol zoeten wijns. Zooals ook nu nog wel gespot wordt van het volk, dat dronken is van liefde Gods.
Het geluid van den geweldigen gedrevenen wind is ongearticuleerd geluid. Het zegt niets naders. Maar het drijft. Drijft tot begenadigden, tot HET WOORD ! Zoo worden zondaren gedreven door den Geest Gods. Van Boven af is de stuwende, onweerstaanbare kracht. Er zijn meer sterren voor Oostersche en Westersche wijzen, dan die ster, die eens naar Bethlehem voorging. Doch zij hebben allen één sprake van den Koning der Joden. Dan laat de Heere het niet bij een algemeen besef, eene ontroering in Jeruzalem. Er zijn Apostelen, die spreken. Hetgeen zij zeggen is geen orakeltaal, zijn geen diepzinnige bespiegelingen. Och, zouden we daarmede nu wel zooveel verder zijn ? Maar wat zij spreken zijn woorden, die roemen de groote werken Gods. Woorden, die, vergezeld van de kracht des Geestes, brengen tot verslagenheid, bekeering. De Heere spreekt duidelijke en krachtige taal tot den zondaar. Pinksterklanken zijn nog altijd klanken over onze verlorenheid en over Gods genade. Ze gaan voorbij den officieelen Joodschen tempel naar het kruis van Golgotha.
Pinksterklanken vertolken den rijkdom der Pinkstergaven. Reeds David getuigde : „Gij hebt gaven genomen, om uit te deelen onder de menschen". (Ps. 68). Er is geen grooter gave van den verheerlijkten Christus, dan de Heilige Geest. Daarvan zegt Jezus : „Hoeveel te meer zal de hemelsche Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden".
De gave van den verhoogden Christus, schreven wij. Hemelvaart ging vooraf. De Held uit Juda's stam rees op uit de dooden. De menschen hadden Hem, besmet, gewond, gekruisigd, ontroofd van eere, aan den Vader teruggezonden. Toen Hij bij den Vader kwam, zag Deze Zijn wonden, Zijn bloed. Toen sprak Hij : Gij hebt het volbracht. Mijn Zoon ! Kom nu, zit aan Mijn rechterhand. En de Held nam plaats en de hemelsche heirscharen knielden met heilig, vreugdevol beven voor Hem neder. Eens iheeft Daniël, schouwend het verlossingswerk van den Messias, geschreven : „maar het zal niet voor Hem zelven zijn". Neen, het zal voor Zijn volk zijn. Hij heeft het geheel in Zijn liefdehart besloten. Waar Hij zit aan de rechterhand Zijns Vaders, zal Hij ze schenken gaven, hemelsche gaven. Hij zal den verkoren zondaar in verband zetten met Zijn .hemel. Daarom zendt Hij het geluid op Pinksterdag van Boven af, zendt Hij Zijn Geest van Boven af, zendt Hij Zijn vrede van Boven af. Getuigenis tot die menschen, die gewend zijn het op de aarde te zoeken.
Pinkstergaven zijn vervullende gaven. Zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest. Hunne harten waren wel niet ledig ; integendeel, ze waren vol van hunnen Heere. En toch ! Nu is Hij gekomen met den sleutel. Hij opent de schatkameren van het Godsgebouw. Hij zet alle luiken open. Het volle licht straalt in breede bundels in. Het is gelijk de herdersknaap doet. die een riet neemt en er de lieflijkste tonen aan ontlokt. De Heilige Geest is het licht, is de kracht, is de adem Gods in de vaten der barmhartigheid.
Pinkstergaven zijn allen omvattende gaven. Zij werden allen vervuld, werden vol van Hem. Het kleine vat kan minder bevatten dan het groote, maar wanneer het vol is, kan er niets bij. Indien de kleinste Profeet en Priester en Koning is, heeft hij genoeg.
Pinkstergaven zijn blijvende gaven. Er zijn weldaden, die God schenkt voor een tijd. Zijn Geest blijft. Er kan veel teloor gaan, veel licht benomen worden. We kunnen zoo klagen gelijk Asaf : 'K Schatte mij geheel verloren. Maar de Heilige Geest blijft. Dat heeft Jezus beloofd. En wat Hij belooft, vervult Hij.
Pinkstergaven zijn gaven voor heel de Kerk van Christus. Dat is niet de Hervormde Kerk, of de Gereformeerde Kerk, of die der Baptisten, of die der Javanen of der Toradja's. Laat ons zoo dwaas niet willen zijn om Pinksterfeestjes te maken, onze eigen knusse Pinksterfeestjes met onze eigen particularistische H. Geestjes, en onze bijzondere taaltjes en onze toegebrachte zieltjes. Wat wij maken, maakt God daarom nog niet. Pinksterfeest vraagt niet naar de Kerkformatie tot welke wij behooren, maar naar de groote werken Gods in doodarme zondaren. De schare, die niemand tellen kan, is uit alle natie en geslacht en volk. Haar kleed is gelijk en haar blijdschap is gelijk en zij juicht : „De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam" (Openb. 7 vers 10).
Tot de gaven des Heiligen Geestes behoort ook Pinkstervrede. Daarover willen we nu niet veel zeggen. Het staat er in onzen tekst niet bij : „Zij werden allen vervuld met vrede". Maar daarom zou ik het toch niet durven betwijfelen. Want ik geloof, dat, wie vervuld is met den Geest van Christus, ook vervuld is met vrede. Dat was immers Zijn woord : „Vrede laat Ik u, mijnen vrede geef Ik u". En dat zeide Hij onmiddellijk, nadat Hij gesproken had van den Trooster, Dien de Vader zenden zou in Zijnen Naam.
Vrede, groote vrede in het hart dier discipelen. .Daar staat die Petrus zoo rustig, hij, de man, die den Meester verloochende. Rustig straks voor den Joodschen Raad. Daar staat Thomas, de twijfelende, zoo rustig. Nu sluit geen van allen de deuren, gelijk tevoren. Vrede is in aller hart. Door dien vrede heen straalt de vreugde. Pelgrims, gereed tot de Evangeliereize, met opgeschorte lendenen en geschoeide voeten der bereidheid. Ze worden veracht, gesmaad, gescholden ; ze verdragen en zegenen. Als priesters gaan zij in en leggen het offer van .hun leven op het altaar hunner liefde voor hun Heere. En ze hebben geen aardschen tempel meer noodig, oniidat ze zien de Arke des Verbonds in den hemel.
Mag ik u vragen naar uw Pinksterklanken ? Is het waar, dat u reeds gedreven werd door die wond're drijving Gods ? Is het waar, dat u spreekt de groote werken Gods ?
Mag ik u vragen naar uw Pinkstergaven ? Is het waar, dat de Geest van den verhoogden Zaligmaker uw hart heeft vervuld en er een schoon licht uitstraalt op uwen weg ?
Mag ik u vragen naar uw Pinkstervrede ? Is het waar, dat u oprecht zingen kunt : „Wien heb ik nevens U omhoog ? " Dat er diepe, blijvende vreugde in uw hart is, omdat u weet, dat niets u scheiden kan van de liefde Gods in Christus Jezus, uwen Heere ?
En er is nog zoo heel veel. We houden echter nu maar op. We kunnen u den Heiligen Geest niet geven. We zien deze wereld hoe langer hoe dieper verzinken in den poel van zonde en ongeloof. We zien ook Jezus met eere en heerlijkheid gekroond. Het zal alles wel geschieden gelijk Hij wil. Maar de Kerk van Christus viert het Pinksterfeest. En zij bidt : „Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest! Mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's