De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine Luijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine Luijden

SCHETSEN UIT HET FRIESCHE DORPSLEVEN

5 minuten leestijd

Sommigen zeiden dat Bet pronkerig was. Anderen noemden haar een preutsch ding. Vooral onder de vroegere schoolmakkertjes waren er die haar niet mochten, omdat zij zichzelf altijd zoo voelde en in alles den boventoon moest hebben, doch waar zij bij deze gebreken toch ook veel van het innemend karakter van haar vader had, bleef het toch niet uit, dat men haar over het algemeen wel mocht en Mulders Bet bij elk, zoo niet geliefd, dan in elk geval door en door bekend was.
Toen daarop haar moeder stierf en zij de zorg van de huishouding kreeg, steeg zij onwillekeurig nog meer in de liefde en borgschatting van Mulder. Bets woord werd wet. Zooals Bet het wilde, kwam het. Zooals Bet het zei, was het. En wat Bet begeerde, werd haar gegeven, 't Was alsof bij het zwarte rouwkleed hare gestalte nog des te voordeeliger uitkwam, en — gelijk het meermalen onder zulke omstandigheden gaat — inplaats dat de getroffen slag ten zegen werd, zooals op den dag der begrafenis door ds. Randwijk was uitgesproken, scheen hij een nieuwe ramp te moeten voorbereiden.
Of het kwam van den meerderen arbeid, maar het was sommigen al lang opgevallen, dat Bet niet meer die mooie, frissche kleur van voorheen had. Baas Mulder scheen het niet te merken of wellicht wilde hij het ook niet zien, maar het was niet meer als vroeger. Zij zelf echter wilde in 't geheel hier niet van weten. Luchtig ging zij over al de opmerkingen en goede raadgevingen van welmeenende menschen heen, en toen daarop de winter kwam met zijn ijsvermaken, zooals die in Zorgvliet gelijk in gansch de provincie door jong en oud genoten worden, sprak het vanzelf dat ook Bet van de partij moest zijn. Want wie kon schaatsen zooals zij! In zwierige lijnen zweefde zij over de dorpsvaart, nagestaard door de liefhebbers die zelden zoo'n lenige, bevallige figuur op de ijzers zagen, 't Leek wel een tooverfee uit een sprookje, zoo zij de baan langs gleed en menige jonge man dong in die dagen naar hare hand, om samen de uitgestrekte waterwegen als niet gevleugelden voet te overzweven.
Geen wonder dat dit Bet streelde. Niet minder dan baas Mulder. Bet zou nog eens een goede partij doen. Bet zou misschien een voorname vrouw worden. Waren er zelfs geen boerenzoons die naar haar vroegen? Had de jonge Dantema haar al niet eens een brief geschreven ? En was er onlangs niet uit de stad een fijne mijnheer geweest, met opgedraaiden knevel en in sportcostuum, die haar had voorgesteld den elfstedentocht mee te doen ? 't Was een en al fleur in het dorp en bij baas Mulder scheen ook de oude gezelligheid in de groote, groene kamer terug te keeren, toen plotseling de vreugde wreed werd verstoord.
Bet had den ganschen dag gereden, 't Begon reeds te donkeren, toen het vroolijke gezelschap .waartoe zij behoorde, nog een laatste gelegenheid aandeed om even te verpoozen, en de verzoeking niet kon weerstaan, om op de maat van vioolmuziek een dansje uit te voeren. Wat hinderde de tropische hitte in de lage dorpsherberg, of de zware lucht van drank en tabak aan de zweetende paren die in dichte kringen door elkaar heensprongen. 't Was nu feest, en een dwaas die niet mee deed ! Tot opeens de pret gestoord werd. Plotseling werd Bet door een duizeling overvallen. Nog juist kon zij zeggen : „laat mij los, " om naar een stoel bij den wand te waggelen. Daar viel zij neer, om het volgend oogenblik heel 't gezelschap te doen schrikken door-een bloedstroom die haar zakdoek kleurde.
Wat daar toen verder gebeurd is, heeft zij slechts van hooren zeggen. Voorzichtig heeft men haar hier toen weggedragen en ijlings baas Mulder met het geval in kennis gesteld, waarna de dokter zelf gekomen is om haar met zijn auto naar huis te vervoeren. En sinds dien tijd is Mulders Bet van kracht beroofd, om gelijk zoovelen van haar leeftijd onafgebroken neer te liggen en door zorgvuldige verpleging, frissche lucht en goede voeding zoo mogelijk de verloren levenskracht terug te krijgen.
Dat is voor haar zelf in de eerste plaats een geweldig ding geweest. Want Bet heeft zulke groote verwachtingen van het leven gehad en zooals de meesten hare droomen gedroomd. Daar kwam bij dat de zaak van baas Mulder steeds meer floreerde, zoodat hij er wel eens aan dacht een geschiktere woning voor zijn bedrijf te kiezen. Als hij nog eenige jaren zóó mocht doorwerken, dan bestond de kans, dat hij zelfs een be­middeld man werd, te meer waar een paar agenturen hem geen onaardige bijverdienste gaven, en nu werd heel dat luchtkasteel dat vader en dochter soms voor hun geest zagen oprijzen, in puin geworpen.
„Niet tobben hoor, — heeft dokter gezegd, — je bent nog jong en bij nauwkeurige naleving der voorschriften kan alles nog wel terecht komen, " maar dat eerste was makkelijker gezegd dan gedaan, en wat dat laatste betreft, van beterschap werd niet veel bespeurd. De temperatuur bleef al maar boven de 37° ; de koorts wilde maar niet wijken ; die vervelende hoest kwam altijd weer, vooral 's morgens na het ontwaken, en de krachten bleven uit, niettegenstaande de vele versterkende middelen en het liggen in de buitenlucht, 't Is geen kleinigheid voor een jong leven, anders zoo vol blijden arbeidslust, om werkeloos neer te liggen en de eene illusie na de andere zich te zien ontnemen.
In den aanvang deed Dut van buurvrouw het huiswerk, maar dit duurde slechts kort. Dut was niet netjes, en zoo schreeuwerig, en sloeg met de deuren alsof zij uit de hengsels moesten, en brak ook te veel. Bet kon die drukte niet hebben. Zij werd er zenuwachtig van en kreeg hoofdpijn en maakte zich tienmaal op een dag kwaad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Kleine Luijden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's