INGEZONDEN
DE DIACONALE VOORSTELLEN TER CLASSICALE VERGADERING.
DE DIACONALE VOORSTELLEN TER CLASSICALE VERGADERING.
Geachte Redactie,
Het artikel van ds. J. J. Timmer, voorkomende in „De Waarheidsvriend" van 30 Mei j.1., over bovenstaand onderwerp, geeft mij aanleiding tot het maken van de navolgende opmerkingen. Voor de plaatsing daarvan bij voorbaat mijn dank.
Uit enkele zinsneden in het artikel van ds. Timmer en meer nog uit het Post Scriptum dat hij onder zijn artikel plaatst, blijkt dat ds. Timmer, evenals de ontwerpers van de betreffende Diaconale voorstellen, van meening is dat er verschillende misstanden in de Hervormde Diaconieën bestaan en dat althans getracht moet worden die misstanden uit den weg te ruimen. Ds. Timmer ziet hier echter slechts een taak voor de Classicale Besturen en de Kerkvisitatoren, terwijl de voorstanders van de bekende voorstellen hiervoor een speciale commissie in het leven wenschen te roepen, of liever nog een daarvoor reeds bestaande commissie officieel willen erkennen (de opdracht toch die aan de nieuwe commissie zal worden verstrekt is geen andere dan die aan de reeds bestaande (officieuse) commissie is gegeven).
Over het feit dat er inderdaad verschillende misstanden in onze Diaconieën bestaan, behoef ik derhalve niet uit te weiden, aangezien hierover geen verschil van meening bestaat. Ik zou trouwens ook te veel van uw plaatsruimte vergen, indien ik hierop eenigszins dieper wilde ingaan. Wie hiervan meer weten wil, leze „Diaconia" het maandblad van de Federatie van Diaconieën in de Ned. Hervormde Kerk (Barchman Wuitierslaan 48, Amersfoort) en de verschillen Je brochures, door haar uitgegeven.
Rest dus beantwoording van de vraag : Dreigen er nieuwe gevaren ?
Ds. Timmer meent deze vraag bevestigend te moeten beantwoorden.
Ik daarentegen antwoord : Neen, er dreigt voor onze Gereformeerde Diaconieën: geen enkel gevaar.
Ds. Timmer trekt een parallel tusschen den Raad van Beheer op de Predikantstractementen in de in het leven te roepen Diaconale Commissie voor Armenzorg. Deze vergelijking gaat mijns inziens in geen enkel opzicht op. Vóór dat de Raad van Beheer op de Predikantstractementen bestond, waren onze Kerkvoogdijen inderdaad „vrij", vrij om den predikant een onvoldoend tractement te geven, vrij om hem een zeer behoorlijk tractement te geven en lijdelijk toe te zien dat een naburige gemeente herderloos bleef, omdat die gemeente onmogelijk een eenigszins behoorlijk tractement op kon brengen. Onze Diaconieën zijn echter ook nu, zonder dat de Commissie voor Diaconale Armenzorg bestaat, niet vrij. Zij toch zijn gebonden aan het Synodaal Reglement op de Diaconieën en gehouden de bepalingen van dat Reglement uit "te voeren. De voorgestelde Commissie voor Diaconale Armenzorg nu krijgt geen enkele wetgevende bevoegdheid en alle reglementen en bepalingen die op Diaconaal terrein in de toekomst tot stand zullen komen, moeten nog altijd den (helaas, langen en ongelukkigen) kerkdijken weg bewandelen. Hoe dus de Synodale Organisatie, middels de in te stellen Commissie voor Diaconale Armenzorg, onze Diaconieën zou kunnen knechten, is mij niet duidelijk. Indien zij dat zou willen, staat ook thans de weg daartoe open. In dat opzicht is dus van de in te stellen Commissie geen enkel gevaar te duchten. Ds. Timmer erkent dat trouwens zelf, waar hij, schrijvende over een eventueel van onze Diaconieën te heffen aanslag, om daarmee andere Diaconieën te steunen, zegt : als er van de eenmaal geïnstitueerde Commissie eens een voorstel komt. De Commissie moet dus voorstellen daartoe doen. Is een dergelijk voorstel er eenmaal, dan is het tijd genoeg om alarm te slaan. In dit verband waag ik echter te vragen : Is er van Diaconaal standpunt beschouwd, inderdaad bezwaar tegen dat een Gereformeerde Diaconie een Vrijzinnige Diaconie steunt ?
Gedachtig aan de gelijkenis van den Barmhartigen Samaritaan en daarbij in aanmerking nemende dat de tegenstelling die in Jezus' dagen bestond tusschen een jood en een Samaritaan, zeker niet kleiner was dan de tegenstelling tusschen een Gereformeerde en een Vrijzinnige in onze dagen, en gedachtig aan het Bijbelwoord „doe wèl aan alle menschen, maar inzonderheid aan de huisgenooten des geloofs", zou ik geneigd zijn deze vraag ontkennend te beantwoorden. Wanneer een Gereformeerde Diaconie „wèl" gedaan heeft aan de huisgenooten des geloofs en daarna nog over heeft (niemand zal het in zijn hoofd halen een aanslag te heffen van Diaconieën, die zelf met tekorten worstelen of maar juist uitkomen), is er dan bezwaar tegen dat een gedeelte van dat overschot naar een andere Diaconie gaat, zelfs al is die Diaconie Vrijzinnig ?
Verder verwacht ds. Timmer allerlei onheilen van punt van de opdracht aan de te institueeren Commissie : te doen alles wat de Synode haar opdraagt. Het is natuurlijk onmogelijk om nauwkeurig en precies in het werkprogram van een zoodanige Commissie te omschrijven wat tot haar taak gerekend kan worden. Vandaar een dergelijke slotbepaling. En anders ook nergens om. Van een stok achter de deur kan nooit sprake zijn. Welke stok zou dat moeten zijn ? Niemand wordt in onze Kerk veroordeeld als hij niet tegen een of ander reglement gezondigd heeft, en reglementen stelt de Commissie niet vast. Zie, boven.
Ds. Timmer erkent, dat er "hier en daar wel veranderingen moeten plaats hebben" en verwacht in dat opzicht blijkbaar veel van de Classicale Besturen en Kerkvisitatoren, die toch de rekeningen van de Diaconieën hebben na te gaan. Ik stel daartegenover dar de Classicale Besturen al jaren en jaren die controle uitoefenen en dat de veranderingen nog altijd moeten plaats hebben. Weliswaar is in den laatsten tijd veel veranderd en verbeterd, maar het initiatief daartoe is niet genomen door de Classicale Besturen. Wèl door de Federatie van Diaconieën in de Ned. Hervormde Kerk. Hoe zouden de Classicale Besturen zulks ook kunnen doen ? Ze zijn daarvoor niet behoorlijk geoutilleerd en de in te stellen Commissie voor Diaconale Armenzorg zal evenmin iets kunnen bereiken, indien zij niet beschikt over een behoorlijk ingericht Bureau, geleid door bekwame mannen uit de practijk, die aan Diaconale aangelegenheden hun bijzondere belangstelling wijden. Overigens behouden de Classicale Besturen hun huidige bevoegdheid volledig.
Lezers, vooral gij, leden van de Raden en Besturen onzer Kerk, laat uwe gedachten eens gaan over deze dingen en ik twijfel niet of gij ziet met mij dat - er geen enkel gevaar dreigt voor onze Diaconieën, en dat integendeel de in te stellen Commissie tot rijken zegen voor onze Diaconieën zal kunnen werkzaam zijn.
Het was schrijver dezes een behoefte des harten om van deze dingen te getuigen.
EEN DIAKEN VAN DE NED. HERV. GEMEENTE VAN VEENENDAAL.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's