De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

In christelijke kleedij.
Het bekende maandblad „Kerk en Vrede", dat gewoonlijk zijn anti-militairistische propaganda in christelijke kleedij voert, waardoor in niet geringe mate invloed op de jongere generaties van ons volk wordt uitgeoefend, verwijt de Regeering naar aanleiding van de goedkeuring van het Protocol nopens den chemischen en bacteriologischen oorlog, dat zij met het Christendom heeft gebroken. Dit verwijt is bijzonderlijk gericht tegen artikel 2 van het wetsontwerp, waarbij 't voorbehoud wordt gemaakt, dat het Protocol, voor zoover betreft den chemischen oorlog, van rechtswege zal ophouden verplichtend te zijn voor de Nederlandsche Regeering tegenover lederen vijandelijken Staat, wiens strijdmacht of wiens bondgenooten de in het Protocol neergelegde verbodsbepalingen niet zouden eerbiedigen.
Kerk en Vrede zegt van deze bepaling van artikel 2 :
»Brutaler verloochening van het Christelijk beginsel is wel niet denkbaar. Hier wordt door een Christelijke regeering ten aanhoore van alle volkeren der aarde, die dit lezen zullen, het oude recht van wedervergelding als Christelijk den volke voorgehouden.
Het woord van .Christus : „Gij hebt gehoord dat gezegd is : oog om oog, tand om tand. Maar Ik zeg u, dat gij den booze niet wederstaat, maar zoo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe", is staatkundig onbruikbaar verklaard.
Het is verbijsterend, om een dergelijke exegese van wat in Matth. 5 vers 39 staat, uit de pen van een predikant te moeten lezen.
De eenvoudige Schriftlezer weet toch, dat wanneer de Heere Jezus in de Bergrede b.v. zegt : „Maar Ik zeg u, dat gij den booze niet wederstaat, maar zoo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe" ; de Heiland zich dan niet richt tot de wereld, maar tot de discipelen. Dit blijkt ook duidelijk uit het Ie en 2e vers van 't hoofdstuk, alwaar geschreven staat : „En Jezus de schare ziende, - is geklommen op een berg en als Hij nedergezeten was, kwamen zijne discipelen tot Hem. En zijnen mond geopend hebbende, leerde Hij hen (dat zijn de discipelen) zeggende".
Dat Jezus hier niet tot de schare spreekt, wordt nader bevestigd door wat in het 15e en 16e vers van het hoofdstuk wordt medegedeeld.
In de Bergrede wordt toch de levensregel aangegeven voor de geloovigen en in die geloovigen aan de Kerk van Christus hier op aarde.
De Bergrede geeft geen rechtsregel, maar een regel met zedelijke strekking.
Een ordinantie als „wederstaat den booze niet, mag niet uit de sfeer, waarin zij in den Bijbel werd geplaatst, worden gerukt, om ze dan als wet aan de aardsche Overheden voor te schrijven.
De Kerkvader Augustinus, die het gebod van Matth. 5 vers 39 : „Maar Ik zeg u, dat gij den booze niet wederstaat", zeer nauw nam, was van oordeel, dat de Christen voor eigen zaak geen geweld mag gebruiken. Hij zeide het Paulus na : „Lijd dan liever onrecht".
Maar die zelfde Kerkvader was er van overtuigd, dat de Staat oorlogsgeweld ge. bruiken moet, wanneer er onrechtvaardige indringers komen, die den vrede willen verstoren.
Ook Calvijn zegt : „De Christen, indien hij naar den regel van zijn vaderland opgeroepen wordt om zijn vorst te dienen, is niet alleen niet in overtreding tegen God door de wapenen op te nemen, maar ook in een heilige roeping, welke men niet kan verwerpen, zonder God te lasteren".
Naar de Schrift draagt de Overheid het zwaard.
De Apostel Paulus schrijft in den brief aan de Romeinen : „Want zij, d.i. de Overheid, „is Gods dienaresse u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zoo vrees, want zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Want zij is Gods dienaresse, een wreekster tot straffe dengenen die kwaad doet".
Aan de van God gestelde Overheid is de macht en het recht gegeven om te dwingen desnoods door het zwaard.
Daarom is het beroep, dat „Kerk en Vrede" op de Schrift doet, om te bewijzen dat de Overheid van geen oorlogsmiddelen ter bestrijding van den vijand mag gebruik maken, onhoudbaar, en is het verwijt, dat het maandblad tot de Regeering richt, als zou deze, door de verdediging van het haar toevertrouwde volk tegen wapengeweld van buiten, het Christelijk beginsel verloochenen, geheel misplaatst.
Dergelijke beschouwingen kunnen alleen in het brein van die menschen opkomen, die Gods Woord eenzijdig interpreteeren en die niet in de Heilige Schrift een eenheid zien, waarin de dingen in hun onderling verband moeten worden genomen.
Ging men op dezen weg voort, door op te komen tegen het gebruik van wapenen en het bezigen van geweld af te keuren, dan zou dit er toe moeten leiden, dat ook de politie en de justitie werd terzijde gesteld.
En zoo levert de anti-militairistische propaganda van „Kerk en Volk", die zich gaarne in een Christelijk kleed hult, een ernstig gevaar op voor de veiligheid van den Staat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1930

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's